De vezeljacht schiet door

Nederland schiet door bij het bestrijden van asbest. Gecontroleerde verwijdering gaat miljarden kosten. Al bij geringe hoeveelheden wordt alarm geslagen, terwijl meeroken in een café soms gevaarlijker is. Tijd voor een genuanceerde aanpak.

Een gemeenteambtenaar uit Leusden wond zich onlangs mateloos op, bij de studiedag 'Leven met asbest' in Nieuwegein. Laatst had hij weer 'zo'n gevalletje'. Bij de renovatie van een gebouw bleek achter de voegen een kleine hoeveelheid asbest te zitten. ,,Het enige dat de werklui hoefden te doen, was met een houtje de voegen een centimetertje terugtikken. Maar dat mag niet, want dat geldt als asbestverwerking. En daar moet je dan de hele molen voor in gang zetten. Dat is toch waanzin?''

Veel tegenspraak ontmoette hij niet, op het door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten georganiseerde congres. Zijn collega-ambtenaren, de deskundigen, maar ook de commerciële asbestverwijderaars en -consultants zijn het roerend met hem eens. De vezeljacht is doorgeschoten en het roer moet snel om. Liever gisteren dan vandaag. Ook waar kleine hoeveelheden asbest worden aangetroffen, wordt iedereen onmiddellijk van het werk gehaald, schrikken omwonenden of werknemers zich een hoedje en eist de wetgever -vaak peperdure- geconditioneerde verwijdering. Onwerkbaar, maar vooral ook vanuit gezondheidsoogpunt vaak volstrekt onnodig, was de teneur op de studiedag.

Neem de gemeente Schiedam. In juni vorig jaar werd daar bij een sloopproject van jaren '60-flats door de aannemer alarm geslagen: asbest. In de muren van de zestig sloopwoningen waren eternit-uitvulplaatjes aangetroffen, met daarin geringe hoeveelheden vezels. ,,Er zat in die wanden niet eens de helft van de asbest die wettelijk is toegestaan in puin'', verzucht interim-directeur Hans Borsje van de betrokken Wijkontwikkelingsmaatschappij Groenoord (WOG). ,,Dus met andere woorden: als ik bij een bedrijf puin haal om iets op te hogen, mag daar maximaal 10 milligram van de gevaarlijkste asbestvezel (blauw en bruin) per kilo in zitten. In die sloopwoningen zit per kilo vier tot vijf milligram wit asbest, wat veel ongevaarlijker is. Maar omdat het nog muren zijn, en geen puin, moeten we het onder speciale condities laten slopen en afvoeren.''

Door die rare logica worden vooral woningcorporaties bij saneringen met enorme kosten geconfronteerd. Borsje: ,,In het slechtste geval kan de sloopprijs per woning verdubbelen van 4500 euro naar acht á negenduizend euro. En dat omdat er in wanden van circa dertien meter vier tot vijf van die uitvulplaatjes zitten.''

Borsje slaat aan het rekenen. De complete herstructurering van de wijken Groenoord en Nieuwland behelst ook de sloop van ongeveer duizend woningen. In heel Schiedam staan minstens 15.000 woningen die geringe hoeveelheden asbest bevatten. In Nederland zijn dat er dus vele honderdduizenden. En veel van die woningen vallen in de komende veertig jaar ten prooi aan de slopershamer. ,,Dat kost miljoenen, zo niet miljarden. Iedereen begrijpt natuurlijk dat dit zo niet langer kan. Er is een oplossing nodig anders komen we in Nederland niet meer tot herstructurering. Iedere cent die ik meer kwijt ben aan het slopen, kan ik niet stoppen in kwalitatief betere sociale huurwoningen.''

De Wijkontwikkelingsmaatschappij Groenoord hoopt voor 1 april de sloop te kunnen hervatten. Na zeven maanden overleg met de Arbeidsinspectie is besloten tot een proef bij één portiek, waar eerst de schone vloeren worden gesloopt en afgevoerd, en daarna de asbesthoudende wanden. Het puin van de wanden zal nagespeurd worden op resten asbest. Wat overblijft, wordt vervolgens geanalyseerd. Blijven de concentraties asbest per kilo onder de toegestane hoeveelheid, dan is dure, geconditioneerde afvoer niet nodig. ,,De Arbeidsinspectie komt dan nog wel toetsen of het allemaal klopt. Maar als we met deze methode door mogen, betekent dat waarschijnlijk een reductie van 75 procent van de extra sloopkosten.''

Ondanks de financieel voordelige oplossing in Schiedam, noemt Borsje woningcorporaties 'gevangenen van de regelgeving'. In naar schatting 95 procent van de bestaande woning- en kantorenvoorraad zit immers asbest, vaak op beperkte schaal. Asbest dat een bewoner en bezitter van een huis in de meeste gevallen zelf, zij het beperkt, mag verwijderen en afleveren bij de plaatselijke milieustraat.

De Nederlandse asbestregelgeving behoort tot de strengste ter wereld, omdat de overheid in de jaren negentig is gaan overcompenseren voor de lankmoedige houding die het in de decennia daarvoor tegenover asbestgevaren aannam. Er meldden zich steeds meer slachtoffers van de asbestvezel. Mensen die jarenlang, onwetend van de gevaren, in beroepssituaties werden blootgesteld aan asbest. Mensen die meestal op hogere leeftijd, want de latentietijd van asbestgerelateerde ziekten is twintig tot dertig jaar, geconfronteerd werden met fatale, slopende aandoeningen als mesothelioom, longkanker of asbestose. Ieder jaar overlijden circa 600 mensen aan deze ziekten. De overheid bepaalde dat alle asbest uit de samenleving moet verdwijnen. Nul-concentratie was het devies.

Professor Charles Hendriks, hoogleraar materiaalkunde aan de TU Delft, heeft daar altijd weerzin tegen gehad. ,,De huidige gedachte is nog steeds dat Nederland schoon moet. Maar Nederland wordt niet schoon. Hoeveel inspanning is gerechtvaardigd? Als ik door een tunnel rijd, adem ik al meer vezels in dan op sommige locaties waar asbest is aangetroffen. Kijk, met de regelgeving is het zo: eerst is het probleem 70 jaar lang ontkend en daarna is de balans volstrekt doorgeslagen naar de andere kant.''

Die opvatting doet in de medische milieukunde al jaren opgeld. Veel artsen die ijveren voor gezondheidsbevordering, bijvoorbeeld bij de GGD's, hebben de paniek rond asbest vaak met opgetrokken wenkbrauwen gadegeslagen. Niet als het om inmiddels erkende beroepsziekten gaat, maar de gewone huis-, tuin- en keukengevallen. In 2000 publiceerde Reind van Doorn, afdelingshoofd Milieu en hygiëne bij de GGD Rotterdam, een artikel 'Asbestdreiging gaat in rook op'. Hoewel wetenschappelijk omstreden, maakt de toxicoloog daarin een vergelijking tussen het inademen van asbest en het roken van tabak. Na een literatuurstudie concludeert hij dat het roken van een sigaret ongeveer gelijkstaat aan het verhoogde risico op kanker bij inademing van 160 miljoen asbestvezels. Meeroken van een sigaret staat gelijk aan 1,9 miljoen asbestvezels. Simpel gezegd: een bezoek aan een woonhuis waar de maximale toelaatbare hoeveelheid asbestvezels in de binnenlucht aanwezig is, is vele malen minder riskant dan een bezoek aan de buurtkroeg.

Van Doorns collega, GGD-arts Carola Hegger, ondervindt regelmatig dat dergelijke vergelijkingen er bij de burger maar moeizaam ingaan. ,,Als je dat op voorlichtingsavonden zegt, slaat bij wijze van spreken meteen de vlam in de pan. Het komt vaak bagatelliserend over, als je meldt dat roken of meeroken eigenlijk veel gevaarlijker is. Als je ziet wat er in de pauze van zo'n voorlichtingsavond gerookt wordt, kun je gerust stellen: dat is veel schadelijker dan het hele asbestprobleem waarvoor we die avond bij elkaar zijn. Je kunt het vergelijken met sommige bodemsaneringen. Daar komt het ook voor dat de vrachtwagens die vervuilde grond afvoeren een grotere milieubelasting vormen dan de grond zelf.''

Toch lopen schattingen over de kosten van asbestverwijdering in de komende decennia uiteen van enkele tot tientallen miljarden. Als de maatschappelijke kosten zo hoog zijn en de gezondheidswinst zo klein, waarom doen we dat dan nog? ,,Tja, goede vraag'', zegt Van Doorn. ,,Bij de GGD zijn we ervoor om alle risico's zo klein mogelijk te houden. Maar is het effectief? Daar kun je ernstige twijfels over hebben. Wellicht zijn er andere vlakken van gezondheidsbevordering waar het geld effectiever kan worden ingezet. Maar we willen nu eenmaal een asbestvrije samenleving. En heel veel mensen kennen iemand met mesothelioom in hun omgeving.''

Charles Hendriks van de TU krijgt ze ook wel eens, die verontruste telefoontjes. ,,Laatst belde een mevrouw. Ze liet haar kinderen altijd spelen in de kelder en sinds kort had ze ontdekt dat de leidingen daar bedekt waren met een asbestmantel. 'Heb ik nu mijn kinderen vermoord?', vroeg ze. We zijn gaan meten en het aantal vezels was minuscuul. Ook bij longonderzoek troffen we in ieder geval geen verontrustende zaken aan. Toch mag je die bezorgdheid nooit bagatelliseren.''

Asbest-onderzoeker Jan Tempelman van TNO kijkt op dit moment, in opdracht van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid, of het mogelijk is de aanpak meer risicogericht te maken. Grofweg kan gesteld worden dat de tijd rijp is voor een andere benadering. Niet langer moet er koste wat kost gejaagd worden tot de allerlaatste vezel, maar moet het 'gezonde boerenverstand' gaan regeren. Gewoon nuchter kijken: wat is het voor asbest, op welke wijze is het verwerkt en welke gevaren kan het opleveren. Deze risicogerichte benadering moet voorkomen dat werken maandenlang stilliggen, zoals in Schiedam, en betrokkenen handen vol geld kwijt zijn om gevaren te beteugelen die er eigenlijk niet zijn.

Tempelman: ,,In tachtig procent van alle gevallen gaat het om beperkte saneringen. Dat zal ze zeker geld opleveren, miljoenen. Maar het belangrijkste is dat je met een risicogerichte aanpak ook een groot grijs gebied weghaalt. Je verricht een meting, beoordeelt de situatie en je kan gericht aan de slag. Daarmee voorkom je tevens dat saneringen, zoals die van spuitasbest of brandwerende beplating, onderschat worden terwijl het daar misschien nog strenger zou moeten. Nu nog gelden voor alle gevallen vaak dezelfde regels.''

Martin Velthuizen, directeur van BME Asbestconsultants bv, kan daar over meepraten. Hij ergert zich al jaren aan de rigide wetgeving, die geen onderscheid maakt tussen vloertegels met enkele asbestdeeltjes of gevaarlijkere varianten als spuitasbest. ,,Er worden bij verwijdering nagenoeg dezelfde eisen aan gesteld. Zo'n plaatje kun je er bij wijze van spreken zo uittrekken, terwijl je met spuitasbest zeer voorzichtig moet zijn. We hebben eens een proefje gedaan met colovinyl, kunststof-vloertegels. Bij verwijdering met alle voorzorgsmaatregelen, dus met pak aan en dergelijke, bleek geen vezel vrij te komen. Toen we ze later braken, in een ton, konden we nog steeds niets meten. Dan vraag je je echt af: moet dat nou zo?''

,,Vaak denk je ook: geef een klap tegen die vensterbank, zodat deze losraakt van de specie, wikkel het in plastic en breng het weg. Dat kan makkelijk, zonder allerlei overdreven maatregelen. Je moet soms gewoon je gezonde verstand gebruiken en dat doen we ook. Dan zeggen we tegen de arbeidsinspectie: sorry, maar dit kan veel eenvoudiger. Dat is ook in het belang van onze opdrachtgevers, daar ben ik eerlijk in. Het scheelt een hoop geld. Maar het asbestprobleem zit bij iedereen nu wel voldoende tussen de oren. Er is geen project meer waar er vooraf geen rekening mee wordt gehouden. De tijd is nu gekomen om te nuanceren. Wij probeerden die grens altijd al een beetje te verkennen. De rest wordt nu kennelijk ook wakker.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden