DE VESTING ANTWERPEN

Praktische informatie: Fort Lillo is volledig openbaar, en is name per auto, maar ook per fiets, goed te bereiken, zowel vanuit Antwerpen als vanuit Bergen op Zoom. Een aantal forten uit de linie van 1859-1865 is van buiten te bezichtigen, waaronder Fort VIII (Hoboken) en Fort V. Fort V (36 ha), Fort V straat, Edegem/Antwerpen, is gemeentelijk recreatie- en wandelpark. Het veel kleinere binnenfort (voormalige kazerne) is in gebruik bij de gemeente en niet toegankelijk, tenzij tijdens excursies. Op het terrein van Fort V zijn ook het Antwerps Tram- en Autobusmuseum gevestigd en het Karrenmuseum Den Doem. Beide musea zijn tussen Pasen en oktober geopend op zaterdag, zon- en feestdagen tuusen 14 en 18 uur. Fort V is vanuit het centrum van Antwerpen te bereiken met de tramlijnen 7 en 15 (richting Mortsel), uitstappen bij de Antwerpse Waterwerken. Fort Liezele, Brandstraat 1, Liezele (Puurs). Open op zondagen tussen 14 en 17 uur. Toegang gratis. Binnen de muren het museum Antwerpen 1914. Rondleidingen (interessant) door het fort beginnen om 15 uur; prijs Bfr 50. De route naar het fort is vanuit het centrum van Puurs met borden aangegeven.

Immers in 1585 viel hun stad, terwijl zij tot dan toe de zaak van de Nederlandse opstand tegen Filips II hadden gesteund, in handen van de Spanjaarden. Dat was het begin van de afsluiting van de stad van de zee, die tot 1795 zou duren. Nog geen twintig kilometer stroomafwaarts hielden de Staatsen (de Nederlandse Republiek) de twee forten Lillo en Liefkenshoek, tegenover elkaar gelegen aan de Schelde. Die schepen die het vuur vanuit de forten wensten te trotseren, werden tegengehouden door een ijzeren ketting, gespannen over de rivier. Lillo was ook het laatste fort dat de Nederlandse troepen ontruimden, toen de vrede met het afgescheiden België in 1839 getekend werd. Tegenwoordig is het fort een kleine oase in het almaar uitdijende gebied van de Antwerpse havens. Binnen zijn wallen wonen veertig mensen. Er bevinden zich enkele cafés en tenminste twee eetgelegenheden waar de kleinere havenbaronnen 's middags graag aanschuiven om zaken te doen.

Beheerder van de voormalige commandantswoning is dominee Chris David 'zeg maar CD, dat onthoudt makkelijk' Rom. Chris Rom heeft een verhaal in petto dat aantoont hoe gehaat de Staatsen in deze grensstreek waren. Na 1795 was het ook aan katholieken toegestaan in Nederland openbare functies te bekleden, waaruit ze meer dan twee eeuwen geweerd waren. Zo kon het gebeuren dat aan het hoofd van fort Liefkenshoek een katholieke commandant stond. Hij stierf, maar in tegenstelling tot de vele anderen die hem voorgegaan waren, kon hij niet in de wallen geschoven worden zoals te doen gebruikelijk, want katholieken moeten in gewijde aarde begraven worden. Zo trok een kleine stoet uit het fort naar het katholieke kerkhof van Doel waar de commandant ter aarde besteld werd. 's Nachts groeven de dorpelingen de kist op en de volgende morgen brachten ze het lijk terug naar het fort. Tijd om een ander kerkhof te proberen was er niet, want na een korte woordenwisseling kieperden de Doelenaren het lijk zonder veel plichtplegingen in de fortgracht. Ze hadden zo'n hekel aan de Staatsen dat ze zelfs voor een geloofsgenoot geen uitzondering wilden maken.

Lillo is nog tot 1886 in gebruik geweest, maar het was een fort dat tegen Antwerpen was gebouwd. Nadat het in handen van de Belgen was geraakt, had het eigenlijk zijn functie verloren.

'DAN LIEVER DE LUCHT IN'

Na de heropening van de Schelde bloeide de haven van Antwerpen sneller op dan zelfs de grootste optimist had durven voorspellen. De eeuwenoude Spaanse wallen uit 1542 begonnen steeds meer te knellen. Bovendien was de bevolking allerminst ingenomen met de aanwezigheid van een citadel. Ook nadat in 1830 de Belgische opstand de Hollanders goeddeel verjaagd had, wist de Nederlandse generaal Chassé de citadel van Antwerpen nog tot in 1832 bezet te houden. Van daaruit nam hij de stad regelmatig onder vuur. Pas toen Franse troepen de Belgen te hulp kwamen, moest hij het veld ruimen. Chassé mag slechts voortleven in de namen van straten en kazernes, zijn luitenant Van Speijck groeide uit tot volksheld, toen hij 'dan liever de lucht in' zijn kanonneerboot liet ontploffen, beter dan zich over te geven aan de gehate Fransozen.

IMPERIALE DROMEN

Was de eerste jaren na de Belgische onafhankelijkheid Nederland de gedoodverfde tegenstander, rond 1850 veranderde dat, vooral nadat in Frankrijk Napoleon III aan de macht gekomen was. Deze achterneef van de grote keizer koesterde imperiale dromen, waarin het herwinnen van het verloren België een niet onbelangrijke rol speelde. Ook de leidende, Fransgezinde kringen werd het duidelijk dat een militaire verdediging tegen Frankrijk geboden was. Een groot probleem daarbij vormde het gegeven dat België geen strategische barrières kent als bergketens of grote rivieren. Het zwaar beboste Ardennenmassief vormt op zichzelf wel een obstakel, maar daar is makkelijk omheen te trekken. De Belgische rivieren bieden eerder een welkome route voor eventuele invallers dan een barrière. Zo ontstond het idee van een Nationaal Reduit, een toevluchtsoord waar het Belgische leger zich kon terugtrekken, in afwachting van interventie van buitenaf. Belangrijke propagandist van deze visie was De Brialmont, die onder het pseudoniem Keller enkele pleidooien voor een Nationaal Reduit publiceerde. Eerst vonden die weinig weerklank, maar na de Frans-Oostenrijkse oorlog van 1859 wist de Brialmont de Belgische militaire top voor zijn plannen te winnen. Toen het erop leek dat het parlement ondanks de enorme kosten de plannen zou goedkeuren, nam het publieke protest toe. In Antwerpen, de basis van het Nationaal Reduit, werd de Meetingpartij opgericht, de eerste Nederlandstalige partij in een door francofonen overheerst België. Op de pamfletten van de Meetingpartij wordt het centrum van Antwerpen vanuit de nieuwgeplande citadel onder vuur genomen. Een voltreffer raakt de toren van Onze Lieve Vrouwekathedraal.

BRISANTGRANAAT

Minister van Oorlog Chazal trok echter aan het langste eind. Naar de plannen van De Brialmont werd een begin gemaakt met het bouwen van een nieuwe omwalling op de plaats van de huidige Ring (autoweg rond Antwerpen) en een krans van vooruitgeschoven forten. Fort III was als eerste aan de beurt. Zijn muren werden geheel in baksteen opgetrokken. Tijdens de bouwen bleek al dat deze bouwwijze achterhaald was. Vlakke en naakte bakstenen muren konden makkelijk in puin geschoten worden, aanleiding om het baksteen met aarden wallen te beschermen. De forten IV en V hebben exact dezelfde grondvorm als Fort III, maar ogen heel anders. Krijgskundig mogen ze beter bestand zijn tegen de nieuwe aanvaller, ze ogen vriendelijker, ook al omdat de wallen tegenwoordig dicht beboomd zijn. Het verhaal wordt echter eentonig. In 1885 deed de brisantgranaat zijn intrede, een granaat gevuld met springstof, die na inslag nog een keer explodeert. Aarden wallen en metersdik metselwerk voldeden niet meer.

Maar ook aan de kant van de verdediger werd vooruitgang geboekt: het beton deed zijn intrede, waardoor de inslag als het ware gesmoord wordt. De forten kregen een afwerking in ongewapend beton.

PLAAGSTOOTJES

De dracht van de kanonnen nam verder toe. Rond de eeuwwisseling leek een nieuwe fortenring (1886-1914) op 15 kilometer rondom Antwerpen het nieuwe gevaar te kunnen keren. De linie van de forten I t/m VIII werd veiligheidsomwalling. Toen de langverwachte oorlog in 1914 eindelijk uitbrak, wist de nieuwe fortenring de vijand aanvankelijk op afstand te houden. Het Belgische leger deelde de Duitse vijand een aantal plaagstootjes uit en trok zich vervolgens terug binnen de onneembaar geachte vesting. Zolang de Duitse generaals ernstiger zaken aan het hoofd hadden, had deze tactiek succes. Maar zodra de plaagstootjes hinderlijk werden, richtten de Duitsers hun hoofdmacht rechtstreeks op het Reduit. De formidabele dikke Bertha, een kanon dat dertig-centimeter-granaten kon afvuren, werd in stelling gebracht en in de fortenring werd een brede bres geschoten. Sector 3 werd onder de voet gelopen. Daarmee werden de andere forten van de ring feitelijk waardeloos. Een modern fort als dat van Liezele (1906-1914), dat nog maar ternauwernood in paraatheid gebracht had kunnen worden, had geen andere functie dan het hinderen van de vijand in zijn directe omgeving. In dat licht werd het bevel van de legerleiding aan de fortcommandanten om tot de laatste man door te vechten, zinloos. En anders dan Duitsers zijn Belgen pragmatici. Sommige commandanten vluchtten in strijd met de bevelen over de linies en verwierven aan het IJzerfront grote militaire roem. Anderen gaven zich na rijp beraad over en werden later naar de vuilnisbelt der geschiedenis verwezen. Zij waren degenen die België hadden verraden. De krijgsraad ontsnapten ze ternauwernood, maar promotie zat er na de Eerste Wereldoorlog niet meer in.

GROENE OASES

De rest is geschiedenis. De forten verloren hun directe functie, werden kazerne of opslagplaats. In de Tweede Wereldoorlog was het Fort van Breendonk concentratiekamp. Na 1945 had het leger eigenlijk geen echte functie meer voor de forten. Er dreigde verval. Pas de laatste jaren is er sprake van een kentering, niet in de laatste plaats onder druk van de Simon Stevin Stichting, die zich inzet voor hun behoud. Nu staat een aantal forten, waaronder fort V op de monumentenlijst, en komt zo in aanmerking voor subsidie. Fort IV 'Kwartier Commandant Wagner' is het enige fort dat tot 1997 een militaire bestemming heeft. Fort Liezele is in bezit van de gemeente Puurs en wordt onderhouden door de Vriendenkring van Fort Liezele. Elke zondag worden er rondleidingen gehouden onder leiding van een deskundige, maar anti-militaristische gids. Het fort zelf weerspiegelt deze attitude. Het casco, de bouwmassa, wordt goed onderhouden, maar de resterende geschutsopstellingen rotten weg. De sociaal-militaire expositie is echter dik in orde. Het leven in een oorlog is geen pretje, althans niet in België. In Frankrijk wordt daar heel anders over geoordeeld. Daarover gaat de aflevering over het Fort Hackenberg, toys for the boys. Maar eerst, volgende maand, Dover Castle, negen eeuwen militaire geschiedenis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden