DE VERZAMELAARS VAN VARKENS EN EROTIEK De varkens van Tosca en 'Kom, draai je eens om'

Elke november opnieuw werd het speelkameraadje van Tosca Heijligers geslacht. De dagen van haar varken waren geteld vanaf het moment dat het als biggetje in het huis van haar ouders aankwam, teneinde daar tonnetjerond te worden. Na de slacht werd het varkenskot schoongemaakt en opnieuw gekalkt. Tot het volgende varken zou opduiken, in het voorjaar, was het gekuiste kot haar allereigenste speel- en peinsdomein met de tot linnenkast omgebouwde trog. Nog geen vriendinnetje mocht daar quasi-deftige theevisites komen brengen; het was Tosca's heilige der heiligen.

In weerwil van de communis opinio ontdekte zij al gauw dat een varken niet dom is, integendeel. De varkens herkenden de stem van haar moeder, en heus, echt waar, er was eens een varken dat nota bene zindelijk was. Intens triest was dat terugkerende moment in november overigens niet. Tosca's moeder moest weliswaar steeds opnieuw even slikken wanneer de priem de varkenshals doorboorde, maar niet getreuzeld want juist nu moesten alle handen even uit de mouwen. Er moest worden gesneden, gewassen, geschoren, geweckt en vooral worden gerookt en gebakken. Het hele huis rook naar vuur en varken. Het varken hing opengesneden aan een ladder, buurjongens jengelden om de blaas om er mee te kunnen voetballen.

Toch kwam haar liefde voor het varken pas tot volle wasdom toen zij een Sinterklaassuprise van een neefje kreeg: een in elkaar geplakte badkamer annex varkenskot met daarin een kudde varkens van een centimeter of wat. Het aantal particuliere varkens is ondertussen de vierhonderd gepasseerd. Varkens als wollige speelgoedbeesten, van glas of porselein, varkens als papierhouder op het toilet, varkens op t-shirts, slipjes en kalenders, en varkens on in te sparen. De verstandhouding die Tosca Heijligers met varkens heeft is inmiddels zo innig geworden dat ze zelfs de advertentie uitknipt waarop een varken met kloeke derriere z'n eigen achterham (afgeprijsd: f 2,39) aanprijst.

Ook ten aanzien van varkensliteratuur hanteert de verzamelaarster geen knellende voorschriften - alle varkens ter wereld zijn welkom, en zeker als ze sojasaus, gember en majoraan meenemen. Hoewel, af en toe wordt er toch ingegrepen. In een onlangs bemachtigd varkensboekje bleek het hoofdpersonage een vervelend en boosaardig varken te zijn.'Dat werd dus uit de collectie gecensureerd.' De overige titels dragen allemaal hartverscheurende onschuldige boodschappen.'Ein Tag im Leben der Dorothea Wutz' van Tatjana Hauptmann, 'If I had a pig', 'Pigs might fly', tot en met het gewichtige standaardwerk 'The ubiquitous pig' (Het alomtegenwoordige varken) waarin de rol van het varken door de eeuwen heen wordt belicht.

Uit het Zuidafrikaanse 'Otjes se pickniek, stories vir die kleinspan', dat de verzamelaarster op een Koninginnedagmarkt vond: 'Mevrou Vark was tog te bly oor die blomme en sit dit sommer in die water. Hoe lekker ruik hulle tog. Baie, baie dankie my kindertjies, se sy.'

In 'Keeping pigs' doceert Elisabeth Downing dat een zwijntje flink z'n best moet doen om z'n gemalin aan nakomelingen te helpen.'Copulation takes longer than many animals, the bore is taking anything up to 20 minutes to complete the service.'

Naast het varkenskabinet houdt boekhandelaar Tosca Heijligers er een tweede wereldoorlog-verzameling op na. Van 'De Jappenspiegel', Anne Franks dagboek in het Japans, de oorlogsuitgave 'Mein Kampf' van de Uitgeversmaatschappij De Amsterdamsche Keurkamer, alle nummers van VN die tijdens de oorlog in niet-bezet gebied verschenen, tot en met 'Nurnberg 16 Oktober 1946, Dokumentiert Illustriert', een fotoboek van de oorlogsmisdadigers die in Neurenberg veroordeeld zijn, gefotografeerd voor en na hun terechtstelling. En het kolossale 'Kalendarium der Ereignisse im Konzentrationslager Auschwitz-Birkenau 1939-1945', waarin van dag tot dag, van uur tot uur is genotuleerd hoeveel gevangenen wanneer in het concentratiekamp aankwamen en naar de gaskamers werden gestuurd.

Ook Clemens Hoevenaars is boekhandelaar en en passant de echtgenoot van Tosca. Ook hij heeft een heel boekenrijk om zich heen verzameld en vraag eigenlijk maar niet waarom.'Het heeft misschien iets hebberigs, we zijn allebei nogal onmatig. Ook met muziek. Als ik een opera ga kopen kom ik altijd met vier terug.' Tosca valt bij: 'Als we een componist ontdekken laten we het niet bij een lp of cd zitten, maar kopen we meteen een paar boeken over hem.' Zet die verzameldrift zich ook in haar garderobe voort, heeft zij misschien 136 paar schoenen? Nee, dat niet. Wel bezit Tosca zeven brillen en een grabbelberg oorbellen.

Wat varkens voor Tosca zijn is erotiek voor Clemens. Enige samenhang tussen beide verzamelingen is er niet en dient ook niet gezocht te worden. Zelfs de positie die het varken in pornografie bekleedt, moet volgens Clemens als verwaarloosbaar worden aangemerkt. En hij kan het weten want zijn erotiekcollectie is schier onbegrensd, en voert van verhandelingen over seksuele voorlichting via de geschiedenis van het damesbroekje, een kunstzinnige benadering van het fenomeen borsthouder, homo-erotische fotoboeken, naar een Pornogram-lp met hoorspel en geschreven tekst ('kom draai je om, dan kan ik er beter bij, ja zo, geweldig.')

Ooit beschikte hij over jaargangen Playboy en Penthouse ('een bodemloze put want die verschijnen elke maand), maar die werden het huis uitgezet naarmate de erotiekcollectie volwassen vormen begon aan te nemen. Bij nader inzien kent Hoevenaars nog wel een connotatie ('Ieder zijne meug, zei de boer / en hij neukte zijne varken.') maar ja, dan beland je bij de spreekwoorden en die verzamelt hij toevallig niet.

De verzamelaar zoekt en vindt zijn prooi in boekwinkels en vooral op markten als het Waterlooplein. Tosca: 'We hebben ontzettend veel moeite met antiquariaten.' Clemens: 'Ik voel me al gauw verneukt, ik kan niet onderhandelen. Zelfs als iemand op het Waterlooplein een boekje van vijf gulden voor drie gulden aanbiedt, wil ik het al niet meer hebben. Dan moet je maar niet zeggen dat het eerst vijf gulden kost. Een boek kost wat het kost.'

Over de koninkrijken van Eros, Amor of Cupido is flink wat geboekstaafd en de verzamelaar heeft op een niet onaanzienlijke hoeveelheid daarvan de hand weten te leggen. Neem 'Het sexueele vraagstuk' van professor dr August Forel, dat in 1928 bij de NV Gebroeders Graauw's Uitgeversmaatschappij verscheen.'Het geslachtsleven van den man', wist Forel toen reeds, 'bestaat niet uitsluitend uit een drift naar paring. In veel gevallen vermengt zich daarmede, ofschoon ook meestal op duistere wijze en in geringer mate, het verlangen naar het verwekken van kinderen . . .' Ongeveer in dezelfde tijd behandelt zijn collega dokter Cl. Arkens 'Het geslachtsleven bij de vrouw - vruchtbare en onvruchtbare dagen'. Teneinde ook maar het geringste misverstand te voorkomen werden boeken over seksualiteit in die dagen door professoren geschreven of door mensen die we nu huisartsen zouden noemen. De schrijvende dokter Arkens houdt zijn beroepscode fier overeind door het modieuze begrip zwangerschap te vervangen door 'dracht bij de vrouw'.

Een titel stond toentertijd nog ergens voor, daar hoefde je geen op dubbelzinnigheid beluste exegeet voor te wezen.'Sexueele Zeden in woord en beeld' van dr. Ph. van Vloten Elderinck bijvoorbeeld. Het boek ligt even kloek in de hand als de titel klinkt, en is verluchtigd met foto's die met de hand zijn ingeplakt. Van Vloten Elderinck stuurt zijn lezers niet bepaald het riet in, hij weet z'n hoofdstukken trefzeker te verdelen in: Liefde en zinnelijkheid, De kleeding als bondgenoote der zinnelijkheid, Kuischheid, De rol der zintuigen in het liefdesleven, Schaamte, Schoonheids-idealen, Mannelijke en vrouwelijke zinnelijkheid.

Fons Jansen publiceerde ooit 'Liefde - op zoek naar een christelijke geesteshouding in verhouding en huwelijk' met de fraaie openingszin: 'Wat is het leven? Een rusteloos zoeken naar rust'. En ene Hornstein Faller schreef 'Gaaf geslachtsleven' en behaalde daar op 5 januari 1960 nog een Roermondse Imprimatur mee. Ingewikkelder wordt het bij dr Van Velde en diens 'De bestrijding van den Echtelijken afkeer', maar bij 'Uw deel in het leven, liefde, huwelijk en gezin' van Dupuis zijn we weer op het rechte pad: 'Dit neemt weer niet weg, dat ik eens werd aangesproken door een paar goed-gereformeerde ouders, die een goedgereformeerde dochter hadden, welke dochter zich echter niet kon voorstellen welk bezwaar er nu tegen geslachtsgemeenschap was als je echt van elkaar hield en ook beslist aan het huwelijk toe was, terwijl alleen omstandigheden dit nog in de weg stonden. In het vervolg ga ik nog uitvoerig op deze kwestie in.'

Met de publikatie van 'Bob en Daphne' van Han B. Aalberse (die onder z'n eigennaam Johan van Keulen ook het pedagogische 'Jongens vragen' schreef, als eerste in Nederland 'Lolita' uitgaf en zich daarvoor moest verantwoorden voor de rechter) treedt in de jaren zestig een zekere lente in, en 'begint de obsessie' van de verzamelaar.'Ik was 14 toen ik het las, en het heeft me toch niet niets gedaan. Het gaat over een meisje van 12 en een jongen van 16. Ze doen eigenlijk niets en toch staat het boek bol van zwoelheid. Als ze een keer naar Parijs gaan is het niet zo belangrijk om te weten hoe de Sacre Coeur er precies uitziet, maar moet Bob van z'n vader terug naar de kerk omdat hij niet gelet heeft op de slipjeskleur van de meisjes die op de trappen voor de Sacre Coeur zaten.'

'Plotseling drong het tot haar door dat zijn tanden de bovenste rand van haar broekje stevig vasthadden en in benedenwaartse richting trokken. Met een verschrikte kreet kwam zij overeind, en greep zijn hoofd met beiden handen vast.'Is het Centraal Station niet door de tunnel bereikbaar?' 'Nee Bob, nee!' 'Van naveldorp dan maar over het viaduct?' 'Ja goed, . . . o gek. O!'

Ook Tosca is op de hoogte van de lotgevallen van Bob en Daphne, en het stoort haar mateloos dat het standsverschil in deze verhalen zo groot is. Clemens draait tactisch bij. Dat Bob en Daphne een vrijmoedige vriendschap onderhouden, vooruit. Maar dat een twaalfjarige al zo veel weet, met een zestienjarige al over de nocturnes van Chopin praat, dat kun je toch zeker wel irritant noemen. Ook irritant, maar van een andere orde, vindt hij het voorlichtingsboekje 'Je groeit in liefde' van Jetze Baas, dat nota bene in 1993 verscheen. Daarin worden bijbelteksten verknipt om aan te tonen dat 'een homofiel is als iemand die een soort ziekte heeft'. Spinnijdig wordt de verzamelaar dan, en hij pakt er onmiddellijk een bijbel bij. ('Welke vertaling wil je hebben?') In woedend handschrift onderstreept en commentarieert hij dan: 'Hoezo? Waar staat dat in de bijbel? Wie zegt dat?'

Om toch enige orde in de chaos te brengen, houdt de verzamelaar een kaartsysteem bij waarin hij de korte inhoud van elk gelezen boek noteert en een summier oordeel velt. Elke kaart heeft z'n eigen nummer, zodat de verzamelaar kan zien dat hij 'De erotiek van het dagelijks leven' van Jan Blokker als nr. 195 in maart 1966 gelezen moet hebben. Hij bleek nauwelijks een mening over het boek te hebben, maar dat is voor de collectie niet van wezenlijk belang.

Het meest schaamteloze pronkstuk van de collectie moet wel de 'Mosen Atlas - Alle Mosen dieser Welt, ein echtes Manner-Buch' van een zekere dr. F. Auer zijn. Uit deze Kuttenatlas valt te leren dat de mens in het algemeen en de vrouw in het bijzonder toch niet zo heel veel van elkaar verschilt, of je nou in Kanton, Beaulieu-sur-Dordogne of Schin op Geul woont. Vanzelfsprekend is de Kama Sutra aanwezig, in verschillende uitvoeringen en talen en zelfs een voor analfabeten: de 'GeiIllustreerde Kama Sutra'.

VERVOLG OP PAGINA 13

VEVOLG VAN PAGINA 9

Op verbluffend heldere wijze signaleert Ch. Cross in zijn 'Die Sexschankel' dat er in de erotiek veel misverstanden bestonden en tot het eind der tijden zullen blijven bestaan. Hij vat de delicate materie in het gedicht 'Missverstandnisse' aldus samen:

Sie wollte tanzen

ich wollte kussen,

Warum die Madchen wohl immer nur tanzen mussen?

Sie wollte kussen,

ich wollte vogeln.

Warum beachten wohl die

Madchen nie die Regeln?

Sie wollte vogeln,

ich wollte saufen,

und liess das Madchen noch am

selben Abend laufen.

Van minder allure maar in dezelfde geest zijn de 'Elf impromptus van den heer Gullus Minor'.'Om van het spel echt iets te maken, moet men de juiste toets wel raken. / Hier dus een proeve van haar kunnen, we moeten hem dit scherzo gunnen. / Het water loopt hun langs de lippen, van nectar dient men slechts te nippen.' Dank zij uitklapbare en uitschuifbare afbeeldingen kan de lezer vervolgens het eigen creatieve vermogen beproeven.

In weer een andere hoek van het huis neemt het werk van Louis Paul Boon een voorname plaats in. Ook Boon verzamelde erotica (de verscheidenheid in vrouwenborsten en dito billen rangschikte hij in zijn 'Fenomenale Feminatheek') maar Hoevenaars moest niet zo nodig een erotiekcollectie hebben omdat de door hem bewonderde schrijver die ook had.'Misschien heeft Boon het zetje gegeven dat nodig was om door te gaan', erkent hij manmoedig. Clemens toont de brief die Louis Paul Boon 'elf dagen voor z'n dood' aan hem schreef. Boon is trouwens alom aanwezig; als foto aan verschillende muren, als vertalingen van zijn 'De Kapellekensbaan'. 'Droga Z Kapliezka' (Pools), 'Kapellueien' (Noors), El camino de la Capillita (Spaans) en het Engelse 'The Chapel Road'. Allemaal eerste drukken, dat spreekt vanzelf.

Haaks op de boekbanden met Boon staat nog weer een andere verzameling: het huisaltaar. Talrijke Maria's (al dan niet gevuld met het bronwater van Lourdes), de discipelen, wijwaterbakjes en heiligen, van wie de Heilige Clemens natuurlijk de gewichtigste positie inneemt. Als jongen overleefde Clemens de oorlog maar amper. Hij worstelde met difterie, en als zijn ouders niet zo vreselijk hard hadden gebeden ('ik respecteer het geloof van m'n ouders'), was het waarlijk slecht met hem afgelopen. Hij genas, waarop zijn moeder midden in bezet en uitgehongerd Nederland een auto wist te huren om daarmee naar Den Bosch te reizen en de Heilige Clemens voor de wonderbaarlijke genezing dank te zeggen. Niet voor niets is de Heilige Clemens tegelijkertijd ook Patroon van de Hopeloze Zaken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden