DE VERZAMELAAR NAMENS UITGEVER EN BOEKHANDEL Het afwijkende formatenmagazijn en de mechanische monsters van het Centraal Boekhuis

De reiziger die op het NS-station van Culemborg aankomt, voelt alle levensmoed stante pede uit lijf en leden wegtrekken. Je kunt jezelf maar beter meteen aan een van de vier bushalteborden, waar misschien ooit bussen langskwamen, voor het station verhangen. Als zich hier het knooppunt moet bevinden dat alle boekhandelaren van het land bevoorraadt, dan moet het met de boekindustrie treurig gesteld zijn.

AREND EVENHUIS

Maar ook in Culemborg zijn de dingen niet zoals ze lijken. De voorpagina van de Culemborgse Courant meldt die dag in kloek lettercorps dat de 'Overheidsschapen gearriveerd' zijn. Zie daar; alsof dat niet ook van landelijk belang is. De schapen vormen onderdeel van het begrazingsproject van de gemeentelijke afdeling Groenvoorzieningen en moeten als zelfstandig opererende grasmaaiers gaan fungeren.'Of de schapen ooit als kudde los komen te lopen, onder leiding van een schaapherder, is op dit moment nog niet te zeggen', aldus de heer Bresser van de afdeling Groen.'Eerst moeten de schapen wennen en dan volgt de rest van het experiment. Het mooiste zou zijn als de schapen her en der in de stad ingezet zouden kunnen worden om het groen kaal te vreten, maar vanzelfsprekend hebben wij er geen behoefte aan dat de dieren de tuintjes van Culemborgers ook gaan onderhouden', meldt de Culemborgse Courant.

De taxichaufeur heeft een tongval die je in Culemborg niet zou verwachten. Hij blijkt Amsterdammer van origine, die 17 jaar geleden als werknemer van het Centraal Boekhuis met zijn werkgever mee naar Culemborg kwam. Het was in de dagen dat grote bedrijven naar de rand van de stad verhuisden, of helemaal de stad uittrokken. Voor permanent vertrekkende of aankomende vrachtwagens is het nu eenmaal handiger manoeuvreren in buitengebieden. Het Centraal Boekhuis verkoos Culemborg omdat dat vrijwel de navel van de Lage Landen is.

Vanuit het Culemborgse industrieterrein vertrekken de 34 vrachtwagens van het Centraal Boekhuis naar alle windstreken. Twee grote opleggers rijden elke nacht naar Groningen en via Zeeuws-Vlaanderen naar Vlaanderen. Je herkent ze ogenblikkelijk aan hun zachtgele kleur en de zwarte omkadering van een opengeslagen boek. Het wagenpark rijdt met reclame die met het boekenvak te maken moet hebben. Van Dale bijvoorbeeld, die 'nooit om een woord verlegen' zit of het credo van de overkoepelende stichting Commissie voor propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB): 'Van boeken krijg je nooit genoeg'. Een adverteerder kan zijn boodschap op het hele wagenpark van het Centraal Boekhuis laten zetten, maar nooit exclusief. Om te voorkomen dat het Centraal Boekhuis visueel geannexeerd wordt, moet er op de vrachtwagens altijd ruimte voor een andere adverteerder blijven.

Het Centraal Boekhuis is opgericht door boekhandelaren en uitgevers. Een uitgeverij en een boekhandel moeten juist wel in de stad wonen, en hebben daar doorgaans onvoldoende opslagruimte. Het Centraal Boekhuis is voor 50 procent in bezit van de boekhandelaren als collectief, en voor 50 procent in bezit van de uitgevers, ook al als collectief.'Er zijn dus geen aandeelhouders die ons in de oren fluisteren dat wij grote winsten moeten maken', zegt marketing manager Stef Bertina met een innemende jongensglimlach om de kaken. Maar de boekhandelaren en uitgevers moeten ook weer niet het idee krijgen dat zij 'die jongens in Culemborg aan hun pensioen zitten te helpen'. Zo gaat het niet en zo is het volgens Bertina ook niet: op een aantal terreinen ondervindt het Centraal Boekhuis concurrentie van Nedlloyd en Van Gend & Loos, en juist die dreiging 'houdt ons in de benen om een zo goed mogelijk produkt te leveren'.

Een uitgever - wat is in een woord? - geeft uit, een boekverkoper verkoopt boeken, en het Centraal Boekhuis moet er voor zorgen dat boeken op tijd bij de boekhandelaar komen of soms terug naar de uitgeverij gaan, en dat boeken die slecht lopen weer bij de boekwinkels worden opgehaald.'Je kunt niet verwachten dat elke boekhandelaar een hele verzameling boeken over de breedbekpapegaai gaat aanleggen. Dat doen wij voor hem', zegt Bertina.

Sommige boeken komen bij het oud papier, de meeste teruggehaalde boeken komen weer op de plank van het Centraal Boekhuis, waar ook de rest van de voorraad ligt. Boekhandelaar en uitgever ontvangen desgewenst dagelijks informatie van het Centraal Boekhuis over de hoeveelheid en soort boeken die zich in het centrale depot bevinden. Ook de opdrachten van boekhandelaren die het buskruit niet hebben uitgevonden of van zaterdaghulpjes-zonder-titelkennis, kunnen in juiste orde worden afgewerkt. Wil een boekhandelaar twee of vijf exemplaren van 'De donkere kamer van Damocles' hebben, en kan hij maar niet meer op de titel komen, dan hoeft hij slechts het woord 'donker' in te tikken, en zelfs als hij zich met 'doonkere' vertikt, verschijnt toch op z'n scherm wat het Centraal Boekhuis aan donkers in huis heeft. Hij moet dan wel door de titels 'Donkere dagen', 'Donker bos' of 'Licht en Donker in de Middeleeuwen' heenploegen, maar hij zal uiteindelijk bij Willem Frederik Hermans belanden.

VERVOLG OP PAGINA 17

VERVOLG VAN PAGINA 15

Het woord depot is overigens nogal armetierig, en ook het begrip magazijn doet geen recht aan de omvang en allure van het Centraal Boekhuis. De opslagruimten moet je in de categorie hangar plaatsen.'Wij verschuiven 36 miljoen exemplaren per jaar', zegt Bertina. En als je dat doet moet je niet in een kolenschuurtje gaan zitten mieren.

Het schriftelijk aanvragen van boeken gebeurt al nauwelijks meer, de telefoon wordt nog intensief gebruikt, maar de snelste orders worden via de Boekdata-computer geplaatst. Die levert steeds een 'dagvers' bestand voor boekhandelaar en uitgever. De computer neemt vervolgens alles in handen: via de streepjescode op etiketten en op het boek zelf, leest die de orders, deelt meteen ook 'grijplijsten' uit, weegt de lading en regelt de bestemming. In welke magazijnen liggen welke boeken voor dezelfde order, en hoe kom je daar - mechanisch - zo snel mogelijk bij teneinde de lading 'winkelklaar' te maken. Door hun forse voorkomen rusten de binnenlandse en buitenlandse woordenboeken van Van Dale naast atlassen en kalenders in het 'Afwijkende formaten-magazijn'.

Om nodeloze boekenstromen te voorkomen (dat behoeft relativering: tot het eind der tijden zullen boeken naar de verkeerde plaats worden vervoerd) bezint de afdeling 'commerciele retouren' zich op de mogelijkheid de boekhandel te vragen om niet het hele boek maar slechts het omslagblad terug te sturen. Zo'n welgemeend advies - in beider belang - kan averechtse effecten opleveren. In Spanje schijnt momenteeel een even welige als illegale handel in boeken zonder omslag te tieren.

Misdrukken die terug naar het Centraal Boekhuis moeten, vormen een lastige categorie, aangezien een boekkoper of boekverkoper er pas anderhalf jaar na verschijning achter kan komen dat het tweede hoofdstuk twee keer in het boek staat en het derde ontbreekt. Het Centraal Boekhuis 'wil ook graag weten waardoor de beschadiging veroorzaakt is' als er een partij gekneusde boeken terugkomt. En passant wordt ook in de gaten gehouden of de ene boekhandelaar jaarlijks opmerkelijk meer beschadigingsgevallen meldt dan een collega elders in het land.'Maar de branche is heel eerlijk, het wij-gevoel is bij ons nog tamelijk sterk', verzekert de manager marketing.

In de expeditieruimte van het Boekhuis - hoe is het mogelijk - ruikt het naar vers papier. Jakobsladders met losse boeken of dozen lopen af en aan, in horizontale, verticale en diagonale richting. Daartussendoor bewegen mini-skiliften op weg naar het rangeerterrein voor de sorteermachines. De enorme horizontaal draaiende transportband in de laad- en loshal (Deens fabrikaat) zoeft net zo vanzelfsprekend zijn ovaal alsof hij doosjes kruisbessen in plaats van duizenden kilogrammen torst.

Maar ronduit adembenemend is het centrale magazijn. Er moet even naar de geheime plaats gezocht worden waar de sleutel voor deze ruimte ligt, en even later begrijp je waarom. Hier werkt geen mens en draait de expeditie desondanks 24 uur per etmaal op volle toeren. De plaatstalen toren van 35 meter hoog is in vijf straten verdeeld, waar onbemande vorkheftrucks op rails doorheen racen. Zielloze wezens, die karretjes, maar vergis je niet in hun denkvermogen en daadkracht. Opeens begint een vorkheftruck en meteen in straf tempo te rijden, stopt ergens diep de straat in, je ziet 'm even aarzelen voordat een vracht boeken mijlen boven je hoofd op de 'palletlokatie' wordt neergezet, hij denkt even na, ontvangt onzichtbare bevelen, en keert als de wiedeweerga naar het beginpunt terug. Tenzij je James Bond heet kun je hier als mens maar beter niet te werk worden gesteld, want zelfs een doorgewinterde zelfmoordenaar (zo eentje die nooit doet wat-ie al jarenlang zegt) legt het af tegen de grilligheid, onverschrokkenheid en vooral snelheid van zo'n mechanische krachtpatser.

Het ergste is wel dat die vijf monsters nog kunnen lezen ook. Wat zou er eigenlijk van het Centraal Boekhuis geworden zijn als de streepjescode niet uitgevonden was?

Ogenblikkelijk beteugelt Bertina z'n glimlach: 'Dan hadden we iets anders verzonnen.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden