Boekrecensie

De vervloekte olierijkdom van de Osage

Beeld RV

Het bijzondere verhaal van indianen die in luxe kunnen leven, tot blanke hebzucht er een eind aan maakt.

Wat Tolstoj zei over families, kun je ook zeggen over Amerikaanse indianenstammen: ze zijn allemaal ongelukkig op hun eigen manier. We kennen de verhalen over verbroken verdragen, ziekten waartegen geen weerstand was, gedwongen verhuizingen naar steeds slechter land. Maar één stam, de Osage, werd wel op een heel bijzondere manier ongelukkig: ze werden steenrijk. Over wat dat voor gevolgen had, schreef de Amerikaanse journalist David Grann een fantastisch boek.

De gebeurtenissen in ‘De maand van de bloemendoder’ - een verwijzing naar de poëtische naam van de Osage voor de maand mei, waarin mooie kleine prairiebloemen bedekt raken door grotere planten - spelen zich af in Oklahoma in de vroege jaren twintig van de vorige eeuw. Wie daarbij denkt aan een jonge versie van het moderne Amerika, moet dat beeld even bijstellen. De tijd van het Wilde Westen was daar nog nauwelijks voorbij.

In Grey Horse, een van de nederzettingen van de Osage, zag je op straat dat recente verleden en de moderne wereld dwars door elkaar lopen: “Gelukszoekers, stokers van illegale drank, waarzeggers, medicijnmannen, outlaws, U.S. marshals, financiers uit New York en oliebaronnen. Waar eerst paarden hadden gelopen, reden nu auto’s over verharde wegen, en de geur van benzine overheerste die van de prairie. Rijen kraaien tuurden omlaag van telefoondraden. Er waren koffiehuizen en operatheaters en polovelden” schrijft Grann.

Olie

Al die nieuwe gemakken konden de Osage zich permitteren dankzij de olie die onder hun reservaat was gevonden. En dankzij slim onderhandelen. Ze waren naar Oklahoma verbannen, met achterlating van hun enorme woongebied in het midden van de VS, in wat nu Kansas en Missouri is, en dat door blanke boeren werd begeerd. Maar daar werden ze nog niet met rust gelaten. De federale overheid verordonneerde een opdeling van alle reservaten in Oklahoma in stukken privégrond, eigendom van individuele indianen in plaats van de gemeenschap. Dat moest hen beter integreren in de blanke maatschappij - en het gaf blanke boeren de kans om indiaans land te kopen.

Tegenstribbelend gingen de Osage akkoord. Maar in de overeenkomst die ze er in 1904 over sloten, wisten ze één belangrijke voorwaarde opgenomen te krijgen: “Dat olie, gas, kolen en andere mineralen onder het land ten bate komen aan de Osage-stam.” Dertien jaar later hadden verkennende boringen succes: de olie spoot de grond uit.

Dat leidde in de jaren daarna tot een situatie die voor Amerikaanse begrippen ongewoon, en bijna onacceptabel was: leden van de stam kregen uitkeringen uit het oliefonds en konden een luxe leven leiden. In mooie huizen in Grey Horse of in de hoofdstad Pawhuska werden sommigen bediend door blank personeel. In krantenartikelen werd er schande van gesproken.

Blanke elite

Tegelijkertijd zaten de Osage ook onder de knoet van een blanke elite: de bankier, de advocaat, de dokter en de sheriff. En van veel stamleden stond het vermogen verplicht onder toezicht van zo’n vooraanstaande blanke - want van indianen werd niet verwacht dat ze goed met geld om konden gaan.

Aan het begin van ‘De maand van de bloemendoder’ maken we kennis met Osage-vrouw Mollie Burkhart. Die heeft geen last van haar toezichthouder, want dat is een blanke waar ze mee getrouwd is. Deze Ernest Burkhart was uit Texas gekomen om bij een oom op de ranch te werken, en verliefd geworden. Hij had zelfs haar taal geleerd. Zo zijn er vele gemengde relaties in het Osage-gebied.

Mollie heeft het goed. Maar in mei 1923 treft haar een groot ongeluk: haar zus Anna wordt vermoord. Het zoeken naar de daders van die moord, en van nog een, en nog een, neemt je als lezer mee tot in de haarvaten van de Osage-samenleving. En tot de kern van hun grote ongeluk: blanke hebzucht.

Het is zonde om precies te vertellen wie die moorden pleegt, en waarom bijvoorbeeld eerst Anna, dan Mollies zus, dan haar moeder en uiteindelijk zijzelf doelwit worden, samen met vele andere Osage. ‘De maand van de bloemendoder’ leest als een detectiveroman, zo een die de spannende ontwikkelingen prettig onderbreekt met interessante dingen over het land of de sector waar het verhaal zich afspeelt.

Politie

Zo is het fascinerend dat er nog geen honderd jaar geleden in het westen van de VS geen politie bestond. Misdaden werden onderzocht door lawmen, zoals de lokale sheriffs (van een district) of town marshals (van een stad). Die mensen waren vaak beter thuis in de techniek van het pistooltrekken dan in opsporingsmethoden of wetboeken.

Het ‘Bureau of Investigation’ (nu: FBI) had weinig bevoegdheden en de agenten mochten niet eens een wapen dragen. Maar de nieuw aangetreden baas J. Edgar Hoover wilde er een serieuze federale politiedienst van maken. Het onderzoek naar de Osage-moorden moest, na pijnlijke betrokkenheid bij een corruptieschandaal, de reputatie van het bureau oppoetsen. Hoovers voorliefde voor moderne managementtechnieken maakte zijn ondergeschikten vaak horendol, maar dankzij de daarbij horende gedetailleerde rapportages kan Grann het verhaal vertellen alsof het vorig jaar gebeurd is.

Cowboyhoed

De FBI slaagde, waar de lawmen, en door de Osage ingehuurde privé-detectives, faalden. Toch was degene die Hoover op de zaak zette zelf ook een lawman-oude-stijl, die tot Hoovers afschuw tijdens dienstreizen naar Washington zijn cowboyhoed op hield. Deze Tom White stelde een undercoverteam samen dat er stap voor stap achter kwam wie welke rol speelde.

De daders werden, zoveel kan wel verteld worden, ontmaskerd en voor de rechter gebracht. Maar tegelijkertijd zat ook de FBI ernaast, betoogt Grann. Op basis van al die archiefstukken, maar ook gesprekken met Osage van vandaag, afstammelingen van slachtoffers voor wie de angst van generaties geleden nog voelbaar is, maakt de schrijver aannemelijk dat destijds niet het hele verhaal naar boven kwam. Dat wat de Osage nu ‘de Terreur’ noemen, groter was, dieper stak.

Vandaag de dag komt er nauwelijks nog olie uit de bodem van het Osage-gebied. Het geld van de cheques komt nu vooral van casino’s, de bedragen die daar worden verdiend, zijn bescheiden. Maar ze zijn het in Oklahoma niet vergeten: dat toen indianen rijk werden, hun leven elke waarde verloor.

David Grann: De maand van de bloemendoder. Vertaling Pon Ruiter.
Uitgeverij Q 368 blz. € 22,50
Oordeel: prachtig boek, leest als een spannende detective

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden