De verstikkende cultuur van de beste te willen zijn

Twee weken geleden noemde ik hier Marcel Schiefer, de achtentwintigjarige Duitse chef met Michelin-ster, die onlangs zijn restaurant heeft gesloten, omdat hij genoeg had van de permanente stress en zijn kinderen niet alleen maar slapend wilde zien. Deze week was er weer een topchef in het nieuws, Benoît Violier, vierenveertig jaar oud, baas van het Zwitserse restaurant Hotel de Ville, met maar liefst drie Michelin-sterren. Violier geldt als de beste chef ter wereld. Hij heeft zondag zelfmoord gepleegd, luttele dagen voor de publicatie van de nieuwe restaurantgids van Michelin. Hij is niet de eerste topchef die er een eind aan maakt. Verscheidene anderen zijn hem voorgegaan.

Je geldt als de beste chef van de wereld. Je heb de absolute top bereikt in je vak. Je staat in alle vakbladen. Uit de hele wereld komen mensen naar je restaurant om je lekkernijen te proeven. Je wordt alom geëerd. Je verdient geld als water. En dan pleeg je zelfmoord.

Dat geeft te denken.

Afgelopen zomer was ik met mijn gezin in Berkeley, vestigingsplaats van een van 's werelds bekendste universiteiten. Nog niet zo lang geleden een broedplaats van de linkse tegencultuur, maar in de afgelopen tien jaar veranderd in een kweekplaats van computer-whizzkids, omdat Silicon Valley er vlakbij ligt en een enorme aantrekkingskracht uitoefent op de jonge generatie.

Wie de studenten daar aan het werk ziet, raakt diep onder de indruk van hun gedrevenheid. Ze willen allemaal de top bereiken, allemaal een nieuwe Bill Gates of Steve Jobs worden. Iedereen hitst elkaar daarbij op. De studenten elkaar en de universiteit de studenten. Excellentie is het enige wat telt. Iedereen wil de beste van de klas zijn. Die wordt geeerd. Die krijgt de hoogstbetaalde baan. En ja, die heeft de ruimste keus uit potentiële echtgenoten.

Een daar werkzame studentenpsycholoog vertelde mijn man echter: "Ze zijn allemaal slim, ze zien er allemaal goed uit, en iedereen lijkt het goed te doen. Maar ze zijn stuk voor stuk depressief."

De beste zijn. Het klinkt mooi. Wie wil dat nou niet? De menselijke ambitie gaat zover dat als hij niet de beste kan zijn in iets normaals, sommigen er alles aan doen om de beste te worden in iets abnormaals, iets krankzinnigs. Vandaar het 'Guinness Book of Records', een megaseller waarin de meest absurde wereldrecords staan opgesomd. Wie heeft de langste nagels, wie kan het langst zoenen, wie in een minuut de meeste messen werpen? Enzovoort. Maar is de Michelingids, of welke ranking dan ook, niet net zo absurd?

In de film 'The Hundred-Foot Journey' strijkt de Indiase familie Kadam neer in Zuid-Frankrijk om een Indiaas restaurant te openen. Zoon Hassan Kadam gaat echter werken voor een Frans restaurant dat, dankzij de recepten van deze jonge Indiër, een tweede begeerde Michelinster behaalt. Ambitieus als Hassan is, vertrekt hij naar een toprestaurant in Parijs om nog grotere hoogten te bereiken. Maar gelukkig wordt hij niet van dat non-stop-knokken aan de top.

Aan het einde van de film keert hij terug naar Zuid-Frankrijk en naar zijn familie, die hij miste. Eind goed, al goed.

Dat geeft te denken.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden