DE VERNIELING

32 jaar geleden stierf Tommy Simpson. In de verzengende hitte op de flanken van de Mont Ventoux. Ik ben niet bijgelovig, maar Simpson stierf op 13 juli tijdens de dertiende etappe van de Tour dat jaar, die voerde van Marseille naar Carpentras. De 211 kilometer lange rit werd gewonnen door Jan Janssen en dat was aanvankelijk dan ook het belangrijkste nieuws die dag. Janssen, de niet-klimmer, lukte het om zijn medevluchters Felice Gimondi (de Tourwinnaar van 1965), Lucien Aimar (de winnaar van 1966), Roger Pingeon (die dit rampjaar 1967 de eindoverwinning zou halen) en de klimmer Franco Balmanion aan de finish voor te blijven! Maar niemand die nog van de zege kon genieten. In die zin leek Janssens winst op die van het virus dat Virenque heet in de Pyreneeënrit naar Cauterets op 18 juli 1995. Toen hij over de eindstreep ging, wist de hele wereld al dat in de afdaling van de Portet d'Aspet de jonge Italiaanse renner Fabio Casartelli gevallen was om nooit meer op te staan. Weg trots, rest de wanhoop.

Ik denk nog vaak aan de dag dat Tommy Simpson (niet voor niets koos ik hem als ikoon voor deze wielerstukjes) stierf. Hoe wrang ook, die dag, om tien over half zes, werd de kiem gelegd voor mijn wielerliefde. Niet met Anquetil, Gimondi of zelfs Janssen; nee, met Simpson wenste ik me te identificeren. Hoe kon dat voor een jongetje van negen? Was dat niet bizar? Zeker, maar het was niet anders. Het was de tijd dat er tegen zware astma nog geen afdoende medicijnen gevonden waren. Dus wat slikte je; sprays met merknamen die je later ook in het peloton onder de noemer doping terugvond. Alupent, Berotec, Becotide en nu nog (denk aan Ballerini en Indurain) Ventolin. Allemaal brekers voor de luchtwegen en, Ventolin daargelaten, bepaald niet onschuldig. Terwijl Simpson zwoegde op een berg zonder schaduw in een temperatuur van 55 graden Celsius, kwam ik in de schaduw van het huis van mijn grootouders de trap niet op. Dat was de associatie. Het was slikken of stikken.

Ik lees in het mooiste boekje dat ooit over de wielersport geschreven is. 43 Wielerverhalen heet het. Van Tim Krabbé. In een van de stukken pleit hij voor gecontroleerd dopinggebruik. Bij Simpson speelde - behalve de hitte, een slokje alcohol dat hij van een toeschouwer kreeg aangereikt en zijn karkatertrek om nooit op te geven - het verbod op alle soorten injecties een beslissende rol. Het gevolg was dat Tommy zijn toevlucht tot een minder goed middel nam, waarvan hij de werking niet precies kende. Zie de mens. Maar ook: dood waar is uw prikkel? De clichés van het afzien en het lijden die in de wielerjournalistiek vaak zo vet gebruikt worden, hebben er alles mee te maken. Want vooral in het afzien, in het tarten van het ongeluk, dat in vele gedaanten altijd op de loer ligt - kijk maar naar Armstrong en Julich afgelopen zondag - vindt het wielrennen zijn heroïek. Sommigen noemen de doodsverachting die de renners kenmerkt daarom gekkenwerk. Ik twijfel: doodsangst is een beter woord.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden