De verloren ziel van Maracanã

Brazilië hield van zijn roemruchte Maracanã. Het stadion was een reservaat van eenheid in het land vol schrijnende contrasten tussen rijk en arm. Maar na vele verbouwingen is het volksstadion een theater van de elite geworden.

RIO DE JANEIRO - Lang voor de opleveringsdatum, de dag waarop het WK van 1950 begon, werden in Estádio do Maracanã al triomfen gevierd. Arbeiders testten tijdens de bouw de constructie door massaal te juichen voor denkbeeldige doelpunten.

Dat past in de illusie waarin dit vermoedelijk eeuwig onvoltooide monument is opgetrokken. Het destijds met 183.000 plaatsen verreweg grootste stadion in de wereld stond model voor de groeiende economische macht van Brazilië. Als vanzelfsprekend zou de bouwer van dit toneel de wereldtitel toekomen.

De krant A Noite sprak niet alleen van het grootste maar ook meest volmaakte stadion ter wereld, ofschoon het nooit werd afgebouwd. "Het is een eerbetoon aan de bekwaamheid van zijn volk en zijn ontwikkeling in alle takken van menselijke activiteit. Nu hebben we een toneel van fantastische afmetingen zodat de hele wereld ons aanzien en onze sportieve grootheid kan bewonderen."

Jornal dos Sports schreef beeldend: "Maracanã geeft Brazilië een ziel waardoor de reus die in het land schuilt uit zijn sluimer zal ontwaken."

Met een superieur Braziliaans elftal op het WK leek die reus inderdaad klaarwakker. Tot in de slotwedstrijd de hoogmoed het verloor van het onverzettelijke Uruguay. De illusie had plaatsgemaakt voor de grootste aller voetbalvernederingen. Alcides Ghiggia zorgde met zijn winnende doelpunt voor een oorverdovende stilte, waarna de liedjesschrijver Chico Buarque concludeerde: "Toen de spelers Maracanã het meest nodig hadden, was het stil. Je kunt jezelf niet aan een stadion toevertrouwen - dat is de les van 1950."

Verbouwingen

Is Brazilië eigenwijs, of is de les vergeten? Op zondag 13 juli, op 3 dagen na 64 jaar na dato, is Maracanã weer het decor van een WK-apotheose. Brazilië heeft één zekerheid ingebouwd: het land zal er zelf pas spelen als de finale is behaald. Die beslissing komt voort uit een soortgelijke onzekerheid als in 1950, toen op aandrang van Brazilië voor eenmaal geen finale werd gespeeld maar een finalecompetitie met vier landen.

Waar Brazilië ondanks wereldtitels in toenemende mate leed onder de deceptie, daar groeide de status van het in verval rakende Maracanã, in de volksmond Maraca, uit tot mythische proporties. Dat heeft niet in het minst te maken met het onwaarschijnlijke aantal van 200.000 mensen dat tegen het in hemelsblauw gestoken Uruguay binnenstroomde. Dat was meer dan tien procent van het toenmalige inwonertal van Rio.

Officieel waren er 173.850 kaarten verkocht. Dat wereldrecord werd in 1963 tot 177.020 bijgesteld tijdens de beslissende wedstrijd Flamengo-Fluminense ('FlaFlu') om het kampioenschap van Rio en in 1969 tot 183.341 tijdens de WK-kwalificatiewedstrijd Brazilië-Paraguay. Frank Sinatra (1980) Tina Turner (1988) en Paul McCartney (1990) traden er op voor meer dan 180.000 toeschouwers en paus Johannes Paulus II ging er voor tijdens massale vieringen.

"Dat aantal van 200.000 tegen Uruguay is geen verzinsel", zegt publicist Roberto Muylaert, die tijdens het WK in Maracanã vier wedstrijden bezocht. "Eerder kon je op het beton gaan zitten, dat was toen onmogelijk. De toeloop was volkomen uit de hand gelopen, ze hebben de poorten moeten openzetten."

Binnen het schrijnende Braziliaanse contrast tussen rijk en arm werd Maracanã het reservaat van eenheid. Waar zelfs op de stranden van Rio de scheiding van sociale klassen zichtbaar was (en nog altijd is), kwamen alle rangen en standen in Maracanã samen. Zij zagen er Brazilië uitgroeien tot belangrijkste voetbalgrootmacht, met sterren als Pelé (hij scoorde er zijn duizendste doelpunt), Garrincha, Zico, Socrates, Romario en de Ronaldo's.

Dat alles is na de laatste van drie verbouwingen verleden tijd. De van 1948 tot 1950 opgetrokken karakteristieke ellips is van binnen onherkenbaar geworden. De immensheid heeft plaatsgemaakt voor een 'gemiddeld groot' stadion met luxe en veiligheid voor 78.838 toeschouwers dat onbereikbaar is geworden voor de armste bevolkingslaag. Maracanã is van volksstadion een theater van de elite geworden, en heeft daarmee zijn ziel verloren.

"Maracanã was uniek in zijn sfeer, nu is het net als elke moderne arena in Europa", zegt Luiz Anthony Simas, een vaste bezoeker die het stadion de rug heeft toegekeerd. "De identiteit is weggegooid." Sergio Manhaes (54) blijft Maracanã wel bezoeken, de bankmedewerker is er in zijn vrije tijd gecertificeerd gids.

De bouw van het stadion was een idee van de journalist Mário Filho, naar wie het bouwwerk in eerste instantie vernoemd werd. 'Maracanã' komt van de rivier die door de gelijknamige buurt stroomt.

Het originele Maracanã had twee ringen met daarvoor een brede, licht aflopende parterre. "Daar liepen supporters van beide partijen door elkaar, je kon het hele veld rondlopen", aldus Manhaes. "Dat waren de plaatsen voor het gewone volk dat nu niet meer komt. Je betaalde twee of drie reales, nu is de prijs achter het doel 60 reales (20 euro, red.)." De bezoekers op die goedkoopste rang stonden lager dan het veld, en keken er op ooghoogte overheen.

In 1999 werd het inmiddels vervallen en onveilige bouwwerk gerenoveerd voor het WK clubs. De staanplaatsen verdwenen, de capaciteit werd met 90.000 ruim gehalveerd. Voor de Pan Amerikaanse Spelen in 2007 volgde opnieuw een kostbare verbouwing, waarbij de identiteit van het oude stadion overeind bleef.

In 2010 ging Maracanã meer dan twee jaar dicht om voor 350 miljoen euro geheel op de schop te gaan. De twee ringen verdwenen en het veld werd verlaagd waardoor de tribunes nu verder doorlopen. Gaandeweg de verbouwing werd duidelijk dat de oude constructie van het betonnen dak ontoereikend was. Er werd een lichtere kabelconstructie gebouwd met een overkapping van glasvezel en teflon.

Niet voltooid

Net als in 1950, toen tienduizend arbeiders aan het monument werkten, hielden tal van problemen de bouw op. Ofschoon de in 1948 gestarte bouw zich in recordtempo voltrok, was Maracanã op de dag van de eerste WK-wedstrijd niet voltooid en zou dat nooit worden. Net als vorig jaar, toen het 'nieuwe' Maracanã tijdens de Confederations Cup verre van af was. Daarbij liepen de kosten volledig uit de hand, vermoedelijk ook door fraude en verduistering. Antropoloog Robert DaMatta laat er een cynisch bulderende lach op los: "Dit grootste stadion moest de wereld tonen hoe groot Brazilië was. Het was niet eens af, hier in Brazilië is nooit iets op tijd af. En het is na 70 jaar nog altijd niet af."

Voor 2010 betraden vips en pers het stadion via met tralies afgeschermde trappen, vlak langs de uitgelaten supporters. Nu is de beleving vergelijkbaar met een bezoek aan kantoor of theater, waar liftbedienden zorgen dat je op de goede verdieping wordt afgezet. Manhaes: "Alles is veranderd, ik probeer me bij binnenkomst elke keer weer te herinneren waar ik vroeger was."

"Ik ben voor het eerst naar Maracanã meegenomen door mijn vader, die in 1950 als militair gratis naar Brazilië-Spanje mocht", aldus Manhaes. "Dat was de tijd dat Zico er speelde en er soms 150.000 toeschouwers waren. Je stond op beton en het was zo vol dat je niet naar het toilet kon. Maar de sfeer was onovertroffen."

Die voor Europese begrippen totaal afwijkende atmosfeer dreigde vorig jaar uit Maracanã te worden gebannen. De nieuwe uitbaters verboden alles: het kleurrijke Bengaals vuurwerk, confetti en serpentines, de reusachtige vlaggen, de karakteristieke drums. In cafés rondom het stadion mocht uren voor de wedstrijden geen alcohol meer worden geschonken. De fans van de vier clubs die hun thuiswedstrijden in Maracanã spelen, kwamen gezamenlijk in opstand en wonnen.

Manhaes: "Er komt door de dure kaarten ander publiek, daarmee is de sfeer veranderd. Vroeger konden we staan en zitten waar we wilden, nu is elke plaats genummerd. Ze willen dat je lid wordt door korting op kaartjes te geven. Die gebondenheid is normaal in Europa, voor ons is het nieuw."

Tot 2010 stond een bezoek aan een wedstrijd in Maracanã in de topvijf van Rio's toeristische attracties. De vraag is of dat zo blijft nu de unieke sfeer is verdwenen en ook de clubs er niet gelukkig lijken. Ze krijgen voor hun wedstrijden slechts de recettes van de tribunes achter de doelen. De opbrengst van de beste (vip-) plaatsen is voor de uitbaters van het stadion.

Vasco da Gama is de enige grote club in Rio met een eigen stadion. Daaraan wordt de voorkeur gegeven bij beperkte toeschouwersaantallen. Botafogo speelt liever in het zes jaar geleden gebouwde Engenhão, dat vorig jaar wegens constructiefouten tijdelijk werd gesloten. En Fluminense wijkt vaak voor veel geld uit naar Brasilia, de hoofdstad met een nieuw WK-stadion zonder club.

Muylaert: "In 2006 is Maracanã compleet verbouwd voor de PanAm Games. Het was perfect in zijn karakteristiek, perfect om in te spelen, alleen niet onder Fifa-condities. Waarom niet Maracanã Maracanã gelaten? Nu is geld voor twee stadions geïnvesteerd in één stadion dat zijn ziel kwijt is. Gaan ze het voor de Olympische Spelen dan weer verbouwen?"

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden