De verloren glorie van Stavoren

De charmes van de zuidwesthoek van Friesland zijn nog te weinig bekend. Je hebt er ook veel geduld en een boemeltje voor nodig om er te komen, maar dan bieden steden en dorpen een rijke Friese cultuur.

De zuidwesthoek van Friesland heeft een serie parels die je alleen maar aan elkaar hoeft te rijgen tot een ketting om het gebied aantrekkelijk te maken voor de kritische vakantieganger, stelde enkele jaren geleden staatssecretaris Gerrit Ybema van onder meer toerisme. Die moment-consument wil een op maat gesneden uitstapje met cultuur en watersport, een sfeervol onderkomen en avontuur. Die charmes van de zuidwesthoek, zei de bewindsman, zijn nog te weinig bekend bij het grote publiek.

Wij zijn graag bereid die charmes door te vertellen en veeleisend zijn we absoluut niet. Als we onze verkenningstocht maar met een goed zadel onder onze billen kunnen maken en als er maar openbaar vervoer is dat ons en onze fietsen ter plekke brengt. Dat is er, maar om nu te zeggen dat het efficiënt is, nee. Intercity-treinen brengen ons naar Leeuwarden, maar daarna is het weer naar het zuiden afzakken met de boemel. We doden de tijd met het aan de einder speuren naar kerktorens en komen tot de conclusie dat Friesland waarschijnlijk een kerkse provincie is.

Aan het einde van het lijntje is daar Stavoren, bekend van de legende van de hoogmoedige koopmansweduwe die tot de bedelstaf verviel. Ook van de glorie van Stavoren, dat zeker 1500 jaar oud is en eens gold als een rijk knooppunt binnen het Hanzeverbond, lijkt niet zoveel meer over. We willen er niet te lang bij stilstaan en steken, omringd door dagjesmensen, het Johan Frisokanaal in oostelijke richting over. Op de dag dat we in de regio zijn wordt net een wieleromloop gehouden. En omdat we eigengereid zijn fietsen we dus recht tegen de richting van die koers in.

De Zuiderdijk brengt ons naar het Roode Klif, waar ons voor het eerst een blik op het IJsselmeer wordt gegund. En een kijkje in de Friese geschiedenis. Op de tien meter hoge rode bult van keileem staat een grote zwerfkei met het opschrift 'Leaver dea as sleaf'. In het jaar 1345 landde de Hollandse graaf Willem IV op Friese bodem om de bewoners te gaan knechten. Friesland was het enige gebied in de noordelijke Nederlanden waar het leenstelsel niet was ingevoerd en daar moest, meende de graaf, verandering in komen.

In de slag bij Warns beet Willem in het zand. Sindsdien vieren de Friezen bij de kei niet alleen dat ze liever dood dan slaaf zijn, maar maken ze er zich ook sterk voor behoud van taal, cultuur en identiteit. Daartoe behoort zeker ook Laaksum met zijn net gerestaureerde haventje. Laaksum bestaat uit elf huizen en een boerderij maar noemt zich trots en zelfverzekerd 'Europa's kleinste vissersdorpje'.

De weg buigt zich wat landinwaarts zodat de IJsselmeerboorden verder af raken. En zo zien we ook weinig van de Mokkebank, een natuurreservaat op een drooggevallen zandplaat, waar meeuwen en andere vogelsoorten broeden en dat de grootste futenruiplaats van Europa heet te zijn. Via Mirns voert de Nijefurdroute door het prachtige Rijsterbos met smalle fietspaadjes en houten bruggetjes naar Bakhuizen. Het dorpje is een merkwaardige rooms-katholieke enclave gebleven in een streek, die door hervormden en gereformeerden wordt gedomineerd. Als reden voor deze trouw aan Rome wordt de invloed aangevoerd van het tijdens de Reformatie nabijgelegen Sint Odulphusklooster.

Het enige klooster in deze omgeving is Anno Domini 2003 het aan de heilige Nicolaas gewijde gebouw van de Russisch-orthodoxen in Hemelum, het volgende dorp op de route. Dat klooster aan de Buorren -zeg maar de Dorpsstraat- is overigens gehuisvest in een voormalige gereformeerde kerk, die overbodig werd toen de nazaten van Kuyper samen op weg gingen met de hervormde moederkerk.

Het Morrapaed voert ons het natuurgebied van de Morra in dat verbonden is met de grotere Fluessen en het Heegermeer. De drie plassen liggen in een ondergelopen gletsjerdal tussen de stuwwallen van Koudum, Warns en Gaasterland. Na de zuidelijke oever en een stuk van de noordelijke kant van de Morra te hebben gevolgd nemen we met spijt afscheid van water, boterbloemen, klaver en zuring en gaan met een boog naar Koudum en vandaar langs brede vaarten over de Oosterdijk naar Hindeloopen, bekend van onder meer zijn stoelen. Ook dit was eens een bloeiende gemeenschap met een grote koopvaardijvloot. Kapitale kapiteinshuizen uit de 17de en 18de eeuw wijzen nog steeds op de rijkdom van toen.

De Westerdijk gaat ons naar eindpunt Stavoren brengen en het aardige van deze dijk is dat je op diverse plaatsen met een trappetje naar boven kunt, waarna je een fraai uitzicht over het IJsselmeer hebt. Molkwerum, een zeevaardersdorp dat vroeger vanwege zijn vele straatjes en bruggetjes het Friese doolhof heette, laten we links liggen. Omringd door loslopende schapen en lammeren en met naast ons een brede sloot met mooie rietkragen leggen we de laatste kilometers naar Stavoren af, waar het veer naar Enkhuizen wacht. Vanaf het achterdek van de Bep Glasius zien we de zuidwesterkust langzaam een worden met de horizon.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden