De verkeerde schepen worden aan de ketting gelegd

Twee schepen, twee verschillende behandelingen. De Probo Koala mocht in juli gewoon uitvaren met een gevaarlijke lading. De Martens 7 werd aan de ketting gelegd, terwijl er eigenlijk niets bijzonders aan boord was.

Als de Martens 7 op 14 september richting Moerdijk vaart, wordt een van de twee bemanningsleden onwel. Bij het sluiten van luiken op het binnenvaartschip komen dampen vrij. Dat voorval wordt direct aan de politie gemeld.

Aan boord is lichte paniek ontstaan. De lading van opdrachtgever Amsterdam Port Services (APS) zou dezelfde stoffen bevatten die eerder in Abidjan, Ivoorkust voor een ramp hebben gezorgd. In de communicatie met iedereen op de wal krijgen de woorden ’ramp, Probo Koala, gif’ een onheilspellende betekenis. Zou hier een deel van het gif dat het Griekse schip in Abidjan, Ivoorkust dumpte richting Moerdijk varen?

Aan de wal wordt alles in het werk gesteld om de Martens 7 een andere behandeling te geven dan de tanker Probo Koala kreeg in Amsterdam. Die mocht vertrekken, wat uiteindelijk leidde tot een ramp in Ivoorkust. Die fout wil bestuurlijk Noord-Brabant koste wat kost voorkomen.

Die donderdag 14 september wordt het Openbaar Ministerie ingeschakeld om het schip aan de ketting te leggen. Volgens betrouwbare bronnen kan Justitie dan echter geen juridische grond vinden om het schip voor de Afvalstoffen Terminal Moerdijk (ATM) te blokkeren. De provincie neemt geen genoegen met die houding van Justitie, en zet die nacht zelf toezichthouders in.

De volgende dag wordt een hernieuwde poging gedaan om Justitie op andere gedachten te brengen. De sfeer is inmiddels geladen, kapitein en stuurman slapen uit veiligheidsoverwegingen in een hotel op de wal. Alle nuances lijken weg te vallen: het afval dat de Martens 7 aan boord heeft – een olie-watermengsel – wordt zo ongeveer identiek verklaard met het mengsel dat de Probo Koala in Amsterdam wilde laten verwerken. Op vrijdag doet Justitie, onder zware druk van de provincie, wat zij een dag eerder nog niet wilde: de boot wordt toch aan de ketting gelegd.

Justitie maakt daarbij gebruik van de bevoegdheid om een zogeheten voorlopige maatregel te treffen. Dat kan in spoedeisende gevallen als er sprake is van mogelijke schade voor milieu en of een bedreiging van de volksgezondheid. Waarom justitie deze keer overstag gaat, en enkele weken daarvoor bij de Probo Koala in Amsterdam niet, is volstrekt onduidelijk. In Amsterdam zorgde de lading van de Probo Koala immers voor stankoverlast, werd de milieupolitie ingeschakeld en zelfs een justitieel onderzoek gelast. Justitie wil nu hangende het onderzoek niet uitleggen waarom in Moerdijk kon wat in Amsterdam twee maanden eerder niet lukte.

Dat het gif van de Martens 7 op gelijke voet gezet moet worden met de afvalstoffen van de Probo Koala is onjuist. De lading van de Martens 7 is gebruikelijk afval. Het past binnen de vergunning die de terminal in Moerdijk heeft. Het enige opvallende is dat er sporen worden gevonden die overeenkomen met de monsters die uit de Probo Koala zijn getrokken.

Maar is dat onbekend en schokkend? Welnee, zeggen direct betrokkenen, op basis van anonimiteit. De verklaring voor die sporen is simpel. Toen begin juli de Probo Koala weigerde zijn afval in Amsterdam achter te laten, werd reeds overgeladen afval teruggepompt in het schip. Het leidingsysteem raakte daardoor vervuild. En laat nu net de Martens 7 via diezelfde leidingen en tanks zijn lading voor Moerdijk hebben ontvangen.

Een ramp? Welnee, zeggen de bronnen. APS in Amsterdam heeft direct aangegeven hoe de sporen in de Martens 7 zijn gekomen en heeft daar ook nooit geheimzinnig over gedaan. En bij ATM in Moerdijk ontstonden daardoor ook geen problemen. Men was op de hoogte van de samenstelling van de lading en kon die gewoon verwerken. Daadkracht tonen waar eerder daadkracht ontbrak, gevoed door de hysterie die in de weken daarvoor ontstond naar aanleiding van de episode met de Probo Koala – dat is de verklaring die de bronnen geven voor het van Amsterdam afwijkende Brabantse gedrag.

Terug naar de Probo Koala, terug naar Amsterdam, 2 juli. De Probo Koala biedt daar ruim 500 ton afval aan, een mengsel van olie, water en caustic soda (gebruikt voor het reinigen van de tanks). Maar bij het nemen van de monsters blijkt het afval niet overeen te komen met de opgave van de kapitein. Op grond van de eerste opgave zou de afvalverwerking enkele tientjes per ton kosten. Op basis van de werkelijke samenstelling valt de prijs aanzienlijk hoger uit. Volgens betrouwbare bronnen kon het afval niet als alternatief voor brandstof benut worden en daardoor schoot de verwerkingsprijs omhoog. Afvalverwerker APS, die de klus niet direct kon klaren, kreeg van collega’s offertes. Die lagen op een prijs van circa 750 euro per ton. De klus kon dus geklaard worden voor 375.000 euro. APS zelf vroeg voor de helft van de lading 225.000 euro. De rekening die Trafigura-Londen uiteindelijk in Ivoorkust betaalde voor het bewerken van het vuil was 18.700 dollar.

De aanbieder van het afval, de gigantische olie- en metalenhandelaar Trafigura, met een statutaire vestiging in Amstelveen en een omzet van 28 miljard dollar, vond de offertes veel te hoog. De helft van het afval is echter dan al overgepompt in een lichter. En om te voorkomen dat afvalverwerker APS voor de kosten opdraait van de verwerking van dat vuil, vroeg dat bedrijf een bankgarantie. De Probo Koala wenste niet op het juridisch getouwtrek te wachten, wilde de garantie niet afgeven en maakte aanstalten om te vertrekken.

Dat nooit, dachten ze bij APS. Via tussenkomst van advocaten werd het schip aan de ketting gelegd, zegt althans APS. In het logboek van de Probo Koala staat er niets over vermeld. Het antwoord van Trafigura daarop was simpel, dan maar terugpompen en vervolgens wegvaren. Maar kon dat wel? APS vond van niet en schakelde zo ongeveer alle instanties in om het wegvaren te voorkomen. Opmerkelijk genoeg kon niemand, ook Justitie niet, bedenken wat blijkbaar twee maanden later in Moerdijk met de Martens 7 wel kon: het aan de ketting leggen van het schip.

Wat er mis is gegaan, wordt onderzocht door justitie, de gemeente Amsterdam en de rijksoverheid. De onderste steen moet nu bovenkomen.

De grote vraag is waarom de Probo Koala kon vertrekken. Omdat het afval als scheepsafval gekwalificeerd diende te worden, was het hoogstwaarschijnlijk te snel gegeven antwoord. Scheepsafval valt onder andere internationale regelgeving dan afval. Voor die categorie afval is een aparte regeling getroffen omdat anders de economische activiteit, het varen van het schip, te veel verstoord zou worden.

Maar was het wel scheepsafval? Deskundigen van afvalverwerkers in Nederland bestrijden dat. Toen het afval werd overgepompt ’verschoot het van kleur’. Als het eenmaal overgepompt is in een tank, een ander schip of wat dan ook, wordt het aangemerkt als een zogeheten ’landstroom’. Hoewel het om hetzelfde gif ging was de teruggepompte lading dus geen scheepsafval meer, maar gewoon afval.

En met die kwalificatie in de hand hadden de havenautoriteiten, justitie en de diensten milieubeheer over een juridisch kader kunnen beschikken dat nu juist enkele jaren geleden is ontworpen om te voorkomen dat Azië en Afrika als stortplaatsen van illegaal afval dienen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden