De vergeten verve van de Verveers

De broers Salomon, Maurits en Elchanon Verveer hadden in de 19de eeuw een belangrijke plaats in de Haagse kunstwereld.

Op een foto uit 1867 poseren ze wat onwennig, de leden van de Haagse kunstenaarsvereniging Pulchri Studio. Salomon Verveer had de heren verzameld, want een van de beroemdste leden van de vereniging, Andreas Schelfhout, zou zijn tachtigste verjaardag vieren - en wat was er nu een mooier kado dan een foto van al zijn vrienden en collega's? De initiatiefnemer staat er zelf ook op. Maar wie op de namenlijst kijkt, ziet nog twee keer 'Verveer' staan: jongste broer Elchanon en middelste broer Maurits. Hij maakte samen met een assistent de foto.

'Sam Verveer zal niet licht in Den Haag vergeten worden', schreef het Algemeen Handelsblad bij het overlijden van de oudste Verveer, in januari 1876. Niet alleen zouden 'zijn geestige gezegden, zijn onbetaalbare grappen nog jarenlang menigeen opvroolijken en gefronsde voorhoofden ontplooien', ook zou 'zijn naam als kunstenaar in den cyclus der Nederlandsche kunst onvergetelijk blijven'. De krant kreeg ongelijk. Toch heeft Salomon Verveer samen met zijn twee broers wel degelijk een belangrijke rol gespeeld in de kunstwereld van de negentiende eeuw. Dat ze een Joodse achtergrond hadden, maakte daarbij niets uit - voor het eerst. In het Joods Historisch Museum in Amsterdam is nu een expositie over de gebroeders Verveer te zien.

Salomon werd in 1813 geboren als de eerste van zeven kinderen van winkelier Leonardus Verveer, die een 'Magazijn van omslagdoeken' had. Het gezin woonde in de Joodse buurt waar volgens een tijdgenoot 'harder gesproken, heftiger met armen en beenen gezwaaid en luidruchtiger geloofd en geboden' werd dan elders. Leonardus deed goede zaken, en na een paar jaar kon het jonge gezin verhuizen naar een huis aan de veel chiquere Dunne Bierkade. Die verhuizing was doorslaggevend in de familiegeschiedenis van de Verveers: het was in de negentiende eeuw een buurt waar veel kunstenaars woonden.

Op z'n twaalfde ging Salomon naar de Haagse tekenacademie, vier jaar later zou hij bij de buurman, de schilder Bartholomeus van Hove, in dienst gaan. Salomon assisteerde de meester, samen met buurjongen Johannes Bosboom, in het schilderen van stadsgezichten.

De leerling bleek getalenteerd, op z'n negentiende nam Salomon deel aan een eerste tentoonstelling in Amsterdam, later zou dat steeds vaker ook nog verder zijn, tot in New York en Sint-Petersburg aan toe. Hij maakte zijn hele leven stadsgezichten volgens de ideeën van de Romantiek - hij combineerde bestaande gebouwen met fictieve uitzichten, en hij had een groot talent voor het schilderen van levendige tafereeltjes op de voorgrond. Verveer werd wat we nu een 'topkunstenaar' zouden noemen. Al tijdens zijn leven was zijn werk zo gewild dat het vaak werd nagemaakt, inclusief de handtekening. Hij had een brede klantenkring, van verzamelaars tot musea, en ook de koninklijke familie kocht doeken van de kunstenaar. En na zijn inzending voor de wereldtentoonstelling van 1855 had zelfs de Franse keizer Napoleon III een werk van Verveer in bezit.

Sint-Lucasgilde

Dat Salomon als Jood kunstenaar kon worden, was nieuw in Nederland. Dat had te maken met de afschaffing van het gildestelsel, in 1818. Joden mochten geen lid worden van de gilden, en als je geen lid was van het Sint-Lucasgilde, had je geen kans om als kunstenaar serieus genomen te worden. Vanaf 1818 namen verenigingen de rol van de gilden over, en daar gold zelden een verbod voor Joden. Vanaf toen zetten kunstenaarsverenigingen met tentoonstellingen en andere activiteiten de artistieke toon, en Salomon plukte daar de vruchten van. Sterker nog, hij was niet alleen lid van het Amsterdamse Arti et Amicitiae, hij was ook een van de oprichters van het Haagse 'schilderkundig genootschap' Pulchri Studio. Salomon was een gangmaker, die ook zijn jongere broers mee wist te trekken in het kunstenaarschap.

Maurits Verveer (1817-1903) had eigenlijk de winkel van zijn vader moeten overnemen, en werd daartoe ook opgeleid. Tevergeefs, want op z'n zevenentwintigste stapte hij over naar de schilderkunst, met zijn broers als leermeesters. Hij specialiseerde zich in strandgezichten, maar ontbeerde toch het talent, en zo belandde hij in de fotografie. Met succes: hij werd een van de eerste Nederlandse fotografen die van de commerciële mogelijkheden van het Parijse 'carte-de-visite'-principe profiteerden. Het verzamelen van de kleine, relatief goedkope portretfotootjes van bekende personen werd een ware rage. En zo werd Maurits (die eigenlijk Mozes heette) degene die tout Den Haag in zijn studio kreeg, van de kunstenaarsvrienden en klanten van zijn broers, tot de adel en zelfs het hof. Vanaf 1861 mocht hij het wapen van koning Willem III in zijn logo voeren, en dat privilege duurde zeker tot 1880, toen hij het eerste fotoportret van prinses Wilhelmina 'ten Paleize' mocht maken.

Karikaturen

De jongste broer, Elchanon (1826-1900), had hetzelfde talent als oudste broer Salomon. Hij begon met het maken van houtgravures - in de negentiende eeuw de meest gebruikelijke techniek voor het illustreren van boeken. Elchanon was bijzonder succesvol: hij maakte tekeningen bij boeken van Jacob van Lennep, en maakte reproducties van kunstwerken voor kunsttijdschriften. Na een verblijf in Brussel en Parijs zocht hij meer vrijheid in zijn werk: hij begon met het schilderen van zoete strandscènes, die zowel in Nederland als in Engeland en de VS erg populair waren. Het meest blonk hij uit in het tekenen van karikaturen. En ook daarbij kwam de sterke band met Pulchri Studio van pas: tussen 1880 en 1899 maakte hij een serie van bijna veertig grote, nog steeds vermakelijke karikatuurportretten van de kunstenaars van de Haagse School.

Hoewel de drie joodse broers dus volledig geïntegreerd waren in de Haagse kunstwereld - er werd niet of nauwelijks verwezen naar hun afkomst of geloof - en ze tegelijkertijd ook een band onderhielden met de Joodse gemeenschap, moet er toch een barrière zijn geweest. Geen van de drie heren vond een huwelijkspartner, niet in joodse en niet in christelijke kringen. Ze woonden samen met hun vier ongetrouwde zusters het grootste deel van hun leven onder hetzelfde dak.

In het Joods Historisch Museum in Amsterdam is tot en met 1 november de tentoonstelling 'Haagse meesters van de romantiek. De gebroeders Verveer herontdekt' te zien. De catalogus kost 19,95 euro.

Een Joodse achtergrond stond een artistieke carrière niet in de weg.

Al tijdens zijn leven was Salomon Verveers werk zo gewild dat het vaak werd nagemaakt, inclusief de handtekening

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden