De vergeten landarbeiders

Niet alleen de blanke boeren, maar ook de 350000 zwarte landarbeiders in Zimbabwe zijn getroffen door de landhervormingen van Mugabe. Velen rest een toekomst van armoede en de bedelstaf. Werk is er nauwelijks meer.

'Ik wacht op het laatste geld dat de baas ons nog schuldig is. Als we dat krijgen, moeten we uit onze huizen. Waarheen? Ik heb geen idee'', zegt Piwai. De jonge vrouw in haar gescheurde rok en groezelige T-shirt is een van de 150000 zwarte landarbeiders die hun banen verloren door de onteigening van land van blanke, commerciële boeren in Zimbabwe. Een andere job vinden is schier onmogelijk in een land met een werkloosheidspercentage van maar liefst 70 procent. De nieuwe, zwarte boeren op de verkavelde landerijen kunnen zich vaak niet de uitbetaling van een salaris van 78 euro veroorloven die een landarbeider maandelijks verdient.

Piwai kon door geldgebrek alleen de lagere school doorlopen. Daarna ging ze werken op de Melfort tabaksplantage in Ruwa. Deze streek even ten zuidoosten van de hoofdstad Harare bestaat uit enorme landerijen waarvan de eigenaren inmiddels zijn verdreven. ,,Ik weet niet of ik bij mijn ouders terecht kan. Die werken al hun hele leven op een boerderij in het zuiden. Misschien zijn zij ook hun baan kwijt en staan ze niet te springen om nog meer monden te voeden'', vertelt ze.

Het boerenbedrijf waar Piwai haar toekomst zag, ligt er verlaten bij. Vanaf de snelweg slingert een ongeasfalteerde weg tussen verwelkte tabaksplanten. In een bocht staat een schuur waar vroeger de landbouwmachines stonden. Nu slaapt er slechts een vermagerde hond. De weg eindigt na enkele kilometers op de top van een heuveltje. Achter weelderige bougainville prijkt een groot wit huis. Het is leeg, evenals het zwembad er naast.

Door de landpolitiek van president Robert Mugabe moesten 2900 van de 4500 blanke commerciële boeren in de laatste twee jaar hun werkzaamheden staken. Ze beschikken meestal over genoeg financiële reserves om in de steden of in andere landen een nieuw bestaan op te bouwen. De inmiddels ontslagen landarbeiders, met hun families naar schatting 750000 mensen, hebben vaak weinig of geen alternatieven. Volgens mensenrechtenorganisaties vonden tot nu toe slechts 35000 van hen een goed heenkomen bij familie en vrienden.

De 200000 landarbeiders die nog wel werk hebben, wachten de toekomst met spanning af. Meer boeren zullen de tent moeten sluiten. Hulp van de overheid hoeven de arbeiders niet te verwachten. De regering beschouwt hen als aanhangers van de oppositie.

Een smal pad achter het elegante woonhuis voert naar een cluster van stenen en houten huisjes, de stafwoningen van de 120 werknemers. Velen van hen hangen wat rond. Jonathan rookt, gezeten op een boomstronk, een sjekkie. Hij werkte ruim tien jaar voor de boer. ,,Hij was een goede baas, altijd bereid om ons vervoer naar de grote weg te geven.'' In één adem voegt hij er echter aan toe: ,,Maar hij heeft nooit iets gedaan aan onze woonsituatie. Die is miserabel. De daken lekken en vooral in het regenseizoen hadden we last van diarree en luizen. Hij beloofde het wel steeds maar het gebeurde nooit.''

Gezien de afgelegen ligging van de boerderijen zorgden werkgevers voor onderdak voor de arbeiders. Jonathan toont zijn huis, een kleine eenkamerwoning. De deur en twee raampjes laten weinig licht binnen. Het golfplaten dak, boven de twee bedden die de ruimte vullen, vertoont scheuren en gaten. Naast het huisje heeft Jonathan een ronde hut gebouwd die dienstdoet als keuken.

In Afrikaanse landen staan blanke werkgevers niet altijd bekend om hun goede zorg voor goede huisvesting voor zwarte personeelsleden. Maar de woningen van Jonathan en zijn collega's steken wel erg schril af tegen de luxe waarin de boer leefde. ,,Blanken in Zimbabwe hebben zich altijd afzijdig van ons gehouden. Ze maakten nooit echt deel uit van de maatschappij. Ze realiseren zich misschien niet eens dat wij net als zij behoefte hebben aan menselijke leefomstandigheden'', meent hij gelaten.

Een deel van de landarbeiders zijn tweede of zelfs derde generatie gastarbeiders in Zimbabwe. Hun voorouders stammen uit de buurlanden Mozambique, Zambia en Malawi. Boeren lieten meestal na om nieuw geboren kinderen van de werknemers te laten registreren. Daardoor bezitten ze geen geboorten akten en geen identiteitspapieren.

Simon is een van hen. Zijn overleden ouders waren afkomstig uit

Mozam bique en werkten eveneens in Ruwa. ,,Ik ben al oud en heb geen hoop op werk in dit land. Ik wil naar Mozambique alhoewel ik er nooit ben geweest. Maar eerst moet ik mijn papieren regelen.'' Simon gaat een onbekende toekomst tegemoet. Of zijn verwanten hem welkom zullen heten, is onzeker.

Zonder identiteitspapieren konden kinderen van landarbeiders niet de Zimbabwaanse middelbare staatsscholen bezoeken. Lager onderwijs werd vaak gegeven op schooltjes op de boerderij. De meesten waren niet geregistreerd en stonden onder leiding van de boerin. Veel verder dan rekenen, lezen en schrijven kwamen de kinderen niet. Tijdens het oogsten gingen de schooldeuren dicht en werkten de leerlingen op het land.

Gapwus, de vakbond voor landarbeiders, is een van de weinige organisaties die trachten te helpen. ,,Veel is het niet want we hebben onvoldoende financiele middelen'', vertelt Gertrude Hambira. De kleine, kordate vrouw is adjunct secretaris-generaal van de bond. ,,We bemiddelen in de uiteindelijke financiële afwikkeling tussen werkgever en werknemer. Verder verdelen we wat voedsel onder bejaarden, zieken en wezen. Die laatste groep groeit snel omdat Zimbabwe zwaar getroffen is door de aidsepidemie.''

Vroeger verbouwden de werknemers op de Melfort-boerderij hun eigen groenten op stukjes land die de boer beschikbaar stelde. Nu groeit er niets in de moestuintjes. Door de aanhoudende droogte is de waterput nagenoeg leeg.

Gertrude Hambira maakte de laatste tijd veel overuren. ,,De lange dagen deren me niet. Wel de obstructie van de zogeheten oorlogsveteranen. Omdat ze alle landarbeiders als aanhangers van de oppositie beschouwen, willen ze niet dat hun lot onder de aandacht wordt gebracht. Daarom stelde ik je ook voor als medewerkster van een hulporganisatie. Je weet maar nooit.''

Als er niet snel opvangmogelijkheden voor de werkloze landarbeiders komen, voorziet de vakbondsleidster dat ze in grote aantallen op straat belanden. ,,Ze zullen zich aansluiten bij de toch al groeiende groep in de steden die slaapt in portieken en iets eetbaars zoekt in vuilnisbakken.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden