De vergeten drukkers van Trouw

Tiede van der Weij bij de zetkast in de drukkerij. Beeld Trouw

Drieëntwintig verspreiders van Trouw werden in augustus 1944 gefusilleerd in Kamp Vught. Veel minder bekend is dat op 5 september van dat jaar twaalf drukkers van de verzetskrant vanuit Vught op transport werden gezet naar Duitsland. Slechts twee van hen keerden terug.

Het is maandagmorgen 20 maart 1944 wanneer Pieter van der Weij, 33 jaar oud, vader van drie kinderen (de vierde is onderweg), monter op zijn fiets springt. "Hij had een brood op zijn bagagedrager", vertelde zijn zoon later, "en hij zwaaide naar mijn moeder".

Zes dagen in de week fietst Pieter van der Weij van zijn woning in de Gerard Terborchstraat naar Schrans 91, een halve kilometer noordelijker waar zijn vader Tiede de drukkerij en boekhandel Victoria runt. Ook Pieters jongere broers Sjouke en Theun werken in de zaak in Leeuwarden. Van alles rolt bij de vier gereformeerde drukkers van de pers: kranten, tijdschriften, boeken. En ze drukken verzetsbladen, eerst Vrij Nederland, later Trouw.

In de boeien geslagen
Op die twintigste maart, rond halfnegen, staat de Sicherheitsdienst (SD) ineens in de drukkerij. Vader Tiede en zijn drie meewerkende zoons worden in de boeien geslagen en overgebracht naar de Blokhuispoort, het Leeuwardense huis van bewaring. Honderd kilometer zuidelijker, in Hilversum, valt de SD de zaak van de rooms-katholieke drukker Jan Pel binnen.

Pel wordt vastgezet in het huis van bewaring aan de Amsterdamse Weteringschans. Daar verdwijnt ook de Amsterdamse drukker Allard Honing achter een celdeur. Zijn bedrijf, aan de Prinsengracht, is in ondergrondse kringen een bekend adres. Hier zijn onder meer de eerste twee edities van het 'Geuzenliedboek' gedrukt, een bundel met hartversterkende verzetsverzen waarvan de opbrengst is bestemd voor slachtoffers van de Duitse bezetting.

Zeventien drukkers achter de tralies
Uiteindelijk, wanneer de avond van die kwade twintigste maart 1944 valt, zitten verspreid over het land maar liefst zeventien drukkers achter slot en grendel. Negen dagen later worden ze naar de SD-Polizeigefängnis in het Noord-Brabantse Haaren vervoerd. Op 4 april 1944 wordt er nóg een drukker binnengebracht: nummer achttien.

Voor Trouw is het een klap van jewelste, weldra gevolgd door geruchten over 'verraad', niet zelden een containerbegrip dat gemakzucht en nalatigheid moet toedekken. Voeg hierbij de fouten en vergissingen die ook verzetswerkers maken, alsmede een flinke dosis onderzoeksvernuft en vuistkracht bij de betreffende SD-Kriminalsekretär, en zie daar de vermoedelijke verklaring voor de arrestatie van zeventien Trouw-drukkers op een maandag in maart 1944.

(Tekst loopt door onder afbeelding.)

Wie is Peter Bak?
Historicus Peter Bak (1963) werkt aan een boek over ‘de 23 van Trouw’, de 23 verspreiders van deze verzetskrant die in augustus 1944 werden gefusilleerd in Kamp Vught. Bak promoveerde in 1999 op het proefschrift ‘Een ‘meneer’ van een krant’, over de eerste 25 jaar van Trouw.

Beeld Peter Bak
SD-Kriminalsekretär Erich Gottschalk. Beeld Beeldbank NIOD

Optimistisch
Zes drukkers worden in de eerste week van april 1944 weer vrijgelaten: ze kunnen aantonen dat ze niets met Trouw te maken hebben. Twaalf drukkers blijven in de Haarense gevangenis. Het leven is er niet slecht; het eten is zelfs goed, de behandeling door de bewakers doorgaans ook. 'Streng maar correct', laat de Rotterdamse drukker Jo Jurgens het thuisfront op 13 april 1944 in zijn eerste brief weten.

Ofschoon de onzekerheid aan hem knaagt ('Je mist je vrijheid en je weet nog niet voor hoe lang') is Jurgens optimistisch gestemd. Gottschalk, de SD'er die sinds de zomer van 1943 achter Trouw aanjaagt, heeft hem tijdens verhoor verzekerd dat het allemaal meevalt en hij gauw naar huis mag. Jurgens weet nog niet dat geruststellende woorden tot Gottschalks trukenrepertoire behoren. Ach, uw delict is klein bier, dus waarom zouden we moeilijk doen... Sagen Sie mal.

Kamp Vught
Op 30 juli 1944 worden de drukkers, samen met de eveneens in Haaren vastzittende verspreiders van Trouw, naar het naburige Kamp Vught overgebracht. Daar verblijven ze voor het eerst in één ruimte. In Haaren hebben ze gescheiden vastgezeten: verspreiders bij verspreiders, drukkers bij drukkers. In Vught worden ze in dezelfde barak ondergebracht. En dat geeft spanning, vertelde de Vlaardinger Ad Noordermeer, een van de twee drukkers die de oorlog zou overleven.

De drukkers verdenken de verspreiders ervan tijdens verhoor eerder hún namen dan die van medeverspreiders te hebben prijsgegeven. Onbekend maakt onbemind. Eens in de drie, vier weken hebben ze de krant gedrukt, veelal gewoon tegen betaling, en voor de rest hebben ze weinig tot niets met Trouw van doen gehad.

Noordermeer werpt zich de eerste dagen in Vught als verzoener op. Niet zonder resultaat, maar 'helemaal in orde is het nooit gekomen', bekende hij eind 1945.

Geen doodvonnis
Door hun los-vaste verbintenis met Trouw ontkomen de drukkers aan het doodvonnis dat 5 augustus 1944 over de verspreiders wordt geveld. SS-rechter Ernst Härtel oordeelt dat ze niet als leden van de 'terroristische' Trouw-organisatie kunnen worden aangemerkt. De twaalf drukkers worden abgetrennt en teruggevoerd naar de barak.

In de weken die volgen rukken de geallieerde legers op. De berichten over de naderende bevrijders dringen ook in Kamp Vught door en geven de twaalf drukkers moed, al is er ook vertwijfeling. Dagelijks worden uit het SD-lager, waarin de twaalf zitten, gevangenen opgehaald en doodgeschoten. Hoe langer de dag van de bevrijding op zich laat wachten, des te groter de kans dat ook zij aan de beurt komen en alsnog dezelfde weg moeten gaan als de drieëntwintig verspreiders: naar de fusilladeplaats.

(Tekst loopt door onder afbeelding.)

De drukkerij van Van der Weij in Leeuwarden. Beeld Trouw

Kanongebulder
Maandag 5 september 1944, middaguur: de gevangenen in Kamp Vught worden op de appèlplaats verzameld. Lijsten komen voor de dag, namen worden afgeroepen. In rijen van vijf worden de gevangenen naar station Vught gedreven en in veewagons geduwd. Ook de twaalf drukkers.

In de wagons is plaats voor veertig mensen, maar wanneer de locomotief zich uren later in beweging zet, happen tachtig en meer gevangenen vertwijfeld naar lucht. Door de ventilatieroosters slaat verstikkende rook naar binnen; in het crematorium worden in allerijl de kampdossiers verbrand. Uit het zuiden klinkt kanongebulder: de geallieerden naderen de Nederlandse grens.

Hel op aarde
Op station Den Bosch staat de trein weer geruime tijd stil. Gevangenen horen dat het traject Boxtel-Gennep-Venlo is gestremd (werk van het verzet) en dat passagiers via Utrecht en Zwolle moeten reizen. Ook de gevangenentrein gaat die weg. Tussen Amersfoort en Nijkerk slaagt Jo Jurgens erin een briefje naar buiten te gooien: 'Ben op transport, waarschijnlijk Duitschland'. Zéker naar Duitsland, en heel ver. Pas drie dagen later, na een reis zonder eten en met nauwelijks drinken, wordt de eindbestemming bereikt: concentratiekamp Sachsenhausen, bij Berlijn.

Vijf weken later, op 16 oktober 1944, gaan acht van de twaalf drukkers opnieuw op transport. Ze komen in Neuengamme terecht, een kamp in de omgeving van Hamburg. Hel op aarde. Twee drukkers blijven in Neuengamme, voorgoed: ze sterven in het Krankenrevier. De andere zes worden naar buitenkampen (Aussenkommandos) versleept, ook de Amsterdammer Allard Honing, die in Hannover-Stöcken belandt en dagelijks twaalf uur of langer in een accufabriek moet werken.

Cliché van het logo van Trouw. Beeld Trouw

Weg van ontberingen
Op 8 april 1945 wordt het terrein voor de naderende geallieerden ontruimd en gaat Honing op transport naar Bergen-Belsen. De reis eindigt echter op 13 april in Gardelegen, vijfentwintig kilometer ten noorden van Magdeburg. Ook transporten uit andere kampen lopen hier vast. Ouden en zieken worden uit de menigte gevangenen gehaald en een schuur binnengedreven. Die wordt in brand gestoken. Meer dan duizend gevangenen komen om.

Aan de hand van Häftlingnummer en kleding kunnen driehonderd slachtoffers worden geïdentificeerd. Allard Honing (58346) is een van hen. Vanuit Sachsenhausen voert de weg van ontberingen voor Rotterdammer Jo Jurgens naar Buchenwald. Begin april 1945 naderen de Amerikanen en gaat Jurgens op transport naar Dachau. Wanneer de overvolle trein in Zeitz, honderd kilometer ten oosten van Buchenwald, een tussenstop maakt, duiken geallieerde jachtvliegtuigen op de trein. Ze zaaien dood en verderf, maar Jurgens blijft als bij een wonder ongedeerd.

De treinreis gaat verder, om op 14 april 1944 te eindigen in het Sudetenduitse Tachau, nu: Tachov in Tsjechië. Vandaar gaan de gevangenen op voettocht naar kamp Flossenbürg, een dodenmars die Jurgens fataal wordt.

Bevrijding
Dan zijn nog drie van de twaalf drukkers in leven: Sjouke van der Weij, Ad Noordermeer en Rudolf Heer, een Bredanaar die bij drukkerij Broese en Peereboom werkt. Van der Weij zit in een van de laatste treinen die op 10 april 1944 uit Bergen-Belsen vertrekt, richting Theresienstadt. Bij Tröbitz, vijftig kilometer boven Dresden, wordt Van der Weij door het Rode Leger bevrijd. Leeuwarden zal hij echter niet terugzien. De Friese drukker is er, zoals de meeste anderen in de trein, slecht aan toe en zal op 30 mei 1945 op Duitse bodem overlijden.

Voor Rudolf Heer, een van de acht drukkers die in oktober 1944 naar Neuengamme zijn vervoerd, komt op 30 april 1945 een einde aan de oorlog. Dan bevindt hij zich, zestig kilometer boven Berlijn, in de mannenafdeling van kamp Ravensbrück. Op die dertigste april, Hitlers sterfdag, bevrijden de Russen het kamp. Driehonderd kilometer westelijker bereiken Amerikaanse troepen op 4 mei Neuengamme en wordt ook Ad Noordermeer weer vrij man. Een maand later keren Heer en Noordermeer in Nederland terug.

Twaalf Trouw-drukkers

Rudolf Heer 27 augustus 1909 - bevrijd op 30 april 1945 in Ravensbrück

Allard Honing 1 februari 1892 - omgekomen op 13 april 1945 in Gardelegen

Jo Jurgens 22 februari 1882 - voor het laatst gezien op 14 april 1945 in Tachau (Sudeten-Duitsland), nu: Tachov (Tsjechië)

Willem Kok 8 januari 1902 - omgekomen op 22 januari 1945 in Neuengamme

Bram Maat 9 april 1906 - omgekomen op 2 maart 1945 in Versen

Ad Noordermeer 7 februari 1899 - bevrijd op 4 mei in Neuengamme

Jan Pel 7 november 1895 - omgekomen op 13 maart 1945 in Neuengamme

Roel Verseveldt 30 mei 1897 - omgekomen op 21 april 1945 tijdens transport naar Dachau

Tiede van der Weij 4 juni 1884 - omgekomen op 22 januari 1945 in Gross-Rosen

Pieter van der Weij 25 september 1910 - omgekomen op 16 december 1944 in Engerhafe

Theun van der Weij 5 oktober 1920 - omgekomen op 17 december 1944 in Engerhafe

Sjouke van der Weij 22 oktober 1916 - gestorven op 30 mei 1945 in Tröblitz

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden