De verf waaruit Pluk, Otje en Ibbeltje ontstonden, ligt nu in het museum.

De tekentafel van Fiep Westendorp ligt bezaaid met penselen en potloden. Ook staan er schoteltjes met ingedroogde verf en een asbak. Het lijkt alsof de tekenares zo is weggelopen van haar werk. Een bureaulade is half opengetrokken en toont de inhoud: een enorme berg verftubetjes, half of bijna leeggeknepen, krijtjes en potloden. ,,Deze lade ziet er nog precies zo uit als ik hem een jaar geleden aantrof, toen ik het huis van Fiep moest leegruimen'', vertelt Gioia Smid, die de nalatenschap beheert van de vorig jaar februari overleden tekenares Fiep Westendorp (1916-2004). Hoewel ze de laatste paar jaar van haar leven nauwelijks nog tekende, had ze nooit haar spullen opgeruimd. Daar is Smid haar nu nog dankbaar voor. Westendorp bewaarde alles en deed nooit iets weg. Zelfs de schetsjes die ze op de middelbare school in Zaltbommel maakte, vond Smid terug in de vele dozen en zakken die ze aantrof op de zolder van Fieps etage aan de Willemsparkweg in Amsterdam.

Ruim een jaar na haar overlijden is in de Gasthuiskapel in Zaltbommel, waar Fiep werd geboren en opgroeide, te zien hoe de tekenares van onder meer Jip en Janneke, Pluk van de Petteflet, teckel Takkie, Pim en Pom, Ibbeltje en Otje woonde en werkte. Haar tekentafel en stoel staan er, maar ook haar zithoek met twee stokoude crapaudjes en een bankje, de potkachel en een servieskast met allemaal kleine prulletjes die ze verzamelde. Smid: ,,Fiep hield van lieve kleine dingetjes zoals parfumflesjes en poppenserviesjes.'' De servieskast met daar bovenop een houten haan komt bekend voor en dat geldt ook voor de potkachel. Fiep verwerkte veel dingen uit haar eigen leven en interieur in haar tekeningen, vertelt Smid. ,,Als ze een tafeltje tekende, was het altijd het tafeltje met die gekke pootjes dat ook bij haar thuis stond. En die kast met haan duikt ook telkens op in haar tekeningen, net als de potkachel.'' Een aantal illustraties waarop duidelijk is te zien hoe Fiep zich liet inspireren door haar eigen interieur, is ook te zien in de Gasthuiskapel.

Gioia Smid wilde aanvankelijk een museumwoning maken van het huis waar de illustratrice vanaf 1965 tot haar dood woonde en werkte. Toen ze daar geen toestemming voor kreeg, schonk ze Fieps meubels en tekentafel aan het Maarten van Rossummuseum in Zaltbommel. Het museum exposeert ze nu de hele zomer in de onlangs gerestaureerde Gasthuiskapel in combinatie met een tentoonstelling van zestig originele tekeningen van Fiep voor het door Annie M. G. Schmidt geschreven boek Pluk van de Petteflet. Voor het eerst zijn ook de tekeningen te zien die ze maakte voor het boek Pluk redt de Dieren, dat vorig jaar met 150000 exemplaren het best verkochte kinderboek was.

Pluk redt de Dieren is het vervolg op de avonturen van het in 1971 verschenen boek Pluk van de Petteflet, waarvan al bijna een miljoen exemplaren over de toonbank gingen. Annie Schmidt schreef de verhalen over Pluk in 1968 en 1969 als wekelijks feuilleton voor de Margriet en Fiep zorgde voor de illustraties. Om onduidelijke redenen zijn de eerste elf hoofdstukken van deze reeks niet verwerkt in Pluk van de Petteflet. Smid vermoedt dat Annie Schmidt ze niet heeft opgenomen, omdat het boek anders te dik zou worden. Maar het zou ook kunnen dat ze dit verhaal erbuiten heeft gelaten omdat het op zichzelf staat.

Smid, die Fiep Westendorp twintig jaar geleden leerde kennen en de laatste jaren van haar leven ook de boodschappen voor haar deed, kwam de verhalen op het spoor toen ze in 2001 begon met het archiveren van het oeuvre van Fiep. ,,Ik kwam tekeningen tegen die ik nog nooit had gezien, maar op de achterkant stond dat ze ooit in de Margriet hadden gestaan. Via het Margriet-archief kon ik vervolgens de verhalen traceren.'' Alle originele tekeningen, op één na, vond ze terug in de dozen en zakken die Fieps archief vormden. ,,Fiep leefde toen nog en heeft me geholpen bij het uitzoeken.''

In totaal had Fiep Westendorp zo'n 5500 originele tekeningen bewaard. ,,Bij het leegruimen van haar huis kwamen we heel veel werk tegen, dat we nog nooit hadden gezien. Het zal nog zeker een jaar duren, voordat alles is uitgezocht en gearchiveerd.'' Zevenhonderd tekeningen zijn inmiddels gerestaureerd. Het herstel van de rest zal nog járen vergen, verwacht Smid. De meeste tekeningen zijn aangetast door de lijm van het plakband waarmee briefjes met aanwijzingen van opmaakredacteuren of passe-partouts werden vastgeplakt. Op een aantal tekeningen is ook geschreven, bijvoorbeeld de datum waarop ze verschenen in een bepaald tijdschrift. Op sommige tekeningen op de expositie in de Gasthuiskapel zijn de bruine sporen van het plakbank nog te zien. Smid: ,,Die krijg je nooit meer weg, maar door de behandeling die ze hebben ondergaan kan de lijm de tekeningen niet verder aantasten.''

De nalatenschap van Fiep zal nog veel moois opleveren, zegt Smid. Zo zullen de avonturen van Kabeltje, die in 1964 verschenen in het tijdschrift Eva, opnieuw worden gepubliceerd in het kinderblad Bobo. Mies Bouhuys, die de verhalen schreef, zal 20 van de 88 afleveringen herschrijven, omdat het taalgebruik hier en daar verouderd is. Maar de zeggingskracht van de illustraties die Fiep erbij maakte, is nog steeds groot. Smid: ,,Bij al haar werk valt me op hoe fris en tijdloos het is.'' Volgend jaar komen er ook korte tekenfilmpjes op tv over de poezen Pim en Pom, die in de periode 1958-1968 in het Parool figureerden. De orginele tekeningen vond Smid terug in een badkamerkastje. Ze heeft ze inmiddels allemaal bekeken met Mies Bouhuys, die de teksten zal schrijven bij de filmpjes.

Alle rechten en het vermogen van de tekenares zijn ondergebracht in de Fiep Westendorp Foundation. De opbrengsten gaan naar culturele doelen die met kinderen te maken hebben. Dat wilde Fiep graag. Zelf had ze geen kinderen, ook is ze nooit getrouwd. De foundation financiert ook een beurs voor aanstormend illustratie-talent.

En wellicht komt er nog een leerstoel, zegt Smid, om de historie van het illustreren in kaart te brengen.

In de Gasthuiskapel komen ook kinderen volop aan hun trekken. De begane grond is voor de tentoonstelling 'Fiep tekent Pluk' omgetoverd in de Torteltuin. Kinderen kunnen zich laten fotograferen met Pluk en Aagje, het torenkamertje van Pluk beklimmen en tekenen op de muren van de roze kamer van Aagje. Ook mogen ze springen op de bedden van de Stampertjes en heen en weer pendelen over een denkbeeldige rivier met de pont van de heen- en weerwolf . En dat allemaal met de originele Pluk-tekeningen als decor. Alleen de tekening van de eenzame visser heeft Gioia Smid op de bovenverdieping opgehangen. ,,Dat was namelijk haar lievelingsillustratie. Daar hield ze het meest van, vertelde ze me eens, omdat die zo treurig was. ,,Ik denk dat ze veel van zichzelf in die eenzame figuur heeft gelegd. Fiep had iets dubbels: ze tekende een hele vrolijke wereld, maar zelf was ze vrij eenzaam.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden