Recensie

De verborgen agenda van het 'menselijk-industrieel complex'

Beeld Jeanette Vos001

Zwemmen in de oceaan. Berichten uit een postdigitale wereld
Miriam Rasch
De Bezige Bij 256 blz. € 19,99

De schrijver

Miriam Rasch (1978), onderzoeker en docent aan het Instituut voor Netwerkcultuur van de Hogeschool van Amsterdam, studeerde filosofie en literatuurwetenschappen. Ze publiceert onder andere in De Groene Amsterdammer en De Gids. Voor het in deze bundel opgenomen essay 'Een kleine biologische banaan: fonofilia in twaalf scènes' ontving ze in 2015 de Jan Hanlo Essayprijs Klein.

Opzet van dit boek

Onze wereld is 'postdigitaal': de grote omwenteling is voltooid, de nieuwe media zijn niet langer nieuw. Vanuit de disciplines filosofie en literatuur stelt Miriam Rasch in twaalf essays de vraag wat ons nog werkelijk menselijk maakt, nu alle geledingen van onze samenleving zijn doordrongen van technologie, en de grens tussen reëel en virtueel haast ongemerkt lijkt te zijn geslecht. Daarmee wil Rasch tegenwicht bieden aan het 'menselijk-industrieel complex' van Silicon Valley. Ze pleit voor een open en kritische houding ten aanzien van technologie, ergens tussen de totale onthouding van de luddiet - die zich verzet tegen technologische vooruitgang - en de apathie van de slaafse consument in.

'Mens en techniek zijn verregaand verstrengeld', schrijft Rasch, 'maar dat betekent vooral dat ze, in elk geval vooralsnog, op zichzelf aangewezen niet zo veel vermogen'. Rode draad in haar essays is de pretentie van overheden en bedrijven als Facebook en Google dat de binnenwereld van mensen in kaart kan worden gebracht door zoveel mogelijk persoonlijke data over ze te verzamelen.

Rasch voert Kierkegaard en Nietzsche aan om te betogen dat zo'n stabiel, volledig kenbaar zelf helemaal niet mogelijk is. Tegen de klippen op blijven mensen in het postdigitale tijdperk hongeren naar een echtheid die om méér draait dan lijsten van enen en nullen.

Opvallende zin

"Literatuur kan laten zien wat er gebeurt met de mens die technologie leeft en zich beweegt door de sfeer van het digitale, hoe die haar omringt, soms fris en ademend, soms stroperig, als een rag van data en algoritmes dat aan haar lippen blijft kleven zodra ze probeert te vertellen wat er in haar omgaat."

Reden om dit boek niet te lezen

Rasch wijst naar Karl Ove Knausgård, de Noorse auteur van de 'Mijn strijd'-boeken, als iemand die zijn werkelijkheidshonger stilt door in de eerste persoon over zijn eigen ervaringen te schrijven. De beschreven ervaring kan met anderen gedeeld worden ('intersubjectiviteit') en blijft daarom niet hangen in navelstaarderij. Toch blijft ook deze intersubjectiviteit meer in de sfeer van het persoonlijke hangen dan in die van het politieke. Het delen van een subjectieve ervaring staat nog niet gelijk aan het vormen van een gemeenschap: daarvoor is het te vluchtig, en dus nog te veel onderdeel van de sociale logica van het digitale tijdperk.

Reden om dit boek wel te lezen

Rasch bestempelt zichzelf als lid van een overgangsgeneratie. Ze is, om een modieuze term te gebruiken, een 'xennial': geboren in een analoge wereld en opgegroeid in een zich exponentieel ontwikkelende digitale wereld. Hierdoor is ze in staat om door de onzin van de nieuwe tijd heen te prikken, maar ook vast te stellen wat waardevol is. In haar essays speelt ze regelmatig met de vorm om haar pointe kracht bij te zetten.

Zo opent Rasch haar boek met een lijst van 'terms of service', een vast onderdeel van websites waar we meestal achteloos voorbijklikken. Het is confronterend om dergelijke voorwaarden ineens op papier gedrukt te zien, en dat zegt iets over onze omgang met de kleine lettertjes van het world wide web. Rasch wijst er bovendien op dat verkeerd geïnterpreteerde data ons schade kan berokkenen, helemaal omdat we niet zeker weten wie deze data in de toekomst in handen zal krijgen.

Tegelijkertijd gaat de schrijfster niet klakkeloos akkoord met de cultuurkritiek dat surfen op internet afstompend werkt: in Marcel Proust herkent ze een geestverwant, een auteur die alles en iedereen op een bijna erotische manier observeert. Proust was net als de internet-surfer een 'fenomenofiel', verliefd op het waarnemen. Dat kan je interpreteren als een oppervlakkige vorm van wegkijken, maar Rasch spreekt liever over 'slechtskijken': de onverschillige, niet-oordelende blik die ook een voorwaarde vormt voor het 'echt kijken' van fenomenologen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden