De vele vormen van jazzmuziek

Twee jaar geleden imponeerde het trio Medeski Martin and Wood met het album Shack-Man (uitgebracht op Grammavision). In positieve zin brachten MM & W een zekere lulligheid terug in de jazz met een bezetting van Hammond orgel-drums en bas.

Merkwaardigerwijs wordt het trio sindsdien veelvuldig ingeschakeld als begeleidingstrio. Gitarist John Scofield schakelde MM & W in voor zijn cd A GO GO (Verve 539 979-2), Oren Bloedow deed het voor zijn album THE LUCKIEST BOY IN THE WORLD (Knitting Factory, KFR-120).

De titel 'A Go GO' geeft aardig weer wat voor koers Scofield op deze cd is ingeslagen. De term 'lulligheid' gaat ook op voor deze jazzmuziek - opnieuw in positieve zin. De nummers zijn ouderwets ontspannen, Scofield speelt voor zijn doen opmerkelijk ingetogen en zijn spel klinkt tegen een fijne achtergrond met vriendelijk borrelend orgelspel en delicaat slagwerk. THE LUCKIEST BOY IN THE WORLD is geen jazz, maar eerder uitdagende popmuziek. Toch past MM & W de songs van gitarist en zanger Bloedow als een goede jas: niet te ruim, niet te nauw. Sommige nummers gaan verder dan het popkader door het slidegitaarspel van gastgitarist Dave Tronzo en de twee blazers die af en toe opduiken.

John Scofield speelt ook een rol op de cd BLOOD ON THE FLOOR (ARGO 455 292-2) van de Britse componist Mark-Anthony Turnage (1960). Scofield is niet de enige jazzmusicus die het modern klassieke Ensemble Moderne bijstaat. Ook drummer Peter Erskine en rietblazer Martin Robertson doen dat. 'Blood On The Floor' is Turnage's eerste werk waarbij hij improvisatie consequent betrekt als wezenlijk onderdeel. Niet voortdurend, maar regelmatig nemen de jazzmusici even het voortouw.

Ondertussen heeft Turnage's 'Blood on the Floor' geen zoveelste variant verzonnen op Gunther Schullers Third Stream-muziek. Hoe groot het belang van de improvisaties ook is, de dwingende structuur en opzet van de compositie bepaalt het karakter van de muziek. Turnage laat zich kennen als een goede orkestrator, die instrumenten fraai laat samenklinken en pakkende en grillige vormen verzint die de luisteraar blijven boeien.

Niet minder boeiend zijn de stukken op de Willem Breuker dubbel-cd JOHAN VAN DER KEUKEN - MUSIC FOR HIS FILMS 1967-1994 (BVHAAST CD 9709/10). Breuker kan min of meer worden beschouwd als de huiscomponist van filmer Johan van der Keuken. Die muziek schreef hij soms voor zijn eigen Kollektief, maar dit album bevat ook stukken voor uitgedunde versies van dat Kollektief en heel andere ensembles. Op die manier verschaft 'Music for His Films' niet alleen een historisch overzicht van Breukers soundtracks, maar ook van de diverse stadia van zijn Kollektief door de jaren heen en van de ontwikkeling van zijn ideeën over filmmuziek.

Fraaie voorbeelden daarvan zijn de ruim veertig minuten durende soundtrack (13 stukjes muziek) die Breuker in 1980 met een acht-koppig Kollektief maakte voor de film 'The Master and the Giant', of de drie stukken met altsaxofonist John Tchicai voor de film 'Velocity 40-70' (1970). De oudste opname maakte Breuker op 27 december 1966 voor 'A Film for Lucebert' met een kwartet met Gilius van Bergeijk op hobo, bassist Viktor Kaihatu en slagwerker Han Bennink. Maar de mooiste stukken zijn twee duo's van Breuker met bassist Arjen Gorter. Het eerste dateert uit 1981. Het laat Breuker horen op basklarinet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden