Reisverslag

De vele Afrikaanse doden worden door de overheid verdeeld

null Beeld George Harinck
Beeld George Harinck

Voor een IKON-documentaire en een boek maakt historicus George Harinck een reis om de Middellandse Zee met als reisgids Abraham Kuypers. Hier doet hij verslag van zijn belevenissen.

30 oktober
Na een overnachting in Catania rijden we naar Taormina, volgens Kuyper het schoonste panorama van Italië. Laat ze het niet horen in Capri en de Cinque Terre, maar mooi is het zeker. Rechts de Etna met besneeuwde top, beneden begroeide hellingen, voor je de zee en links Calabria. Daar kan geen ansichtkaart tegenop. Voordat Kuyper in Taormina aankwam moest hij eerst een uur klimmen vanaf zeeniveau.

Hij voelde zich na enkele dagen rust in Napels helemaal fit, maar ik vermoed toch dat het paard voor zijn wagen die klim voltooide. Reizen deed hij op Sicilië overigens per trein. Hij was met de nachttrein van Napels naar Reggio gereden, en stapte in Messina in de trein tot aan station Giardini-Taormina. Dat traject behoort tot een in 1866 aangelegde pittoreske spoorverbinding tussen Messina en Syracuse en wordt momenteel met geld van de Europese Unie gerestaureerd. Het stationnetje is ook mooi, maar stamt niet uit Kuypers tijd doch uit 1928.

Het is beroemd omdat het fungeerde in diverse films, onder meer als station Bagheria in een scene uit Francis Ford Coppola's The Godfather Part III. Net als Kuyper steken we daarna dwars het eiland over, zij het dat wij dat per Mercedes Vito doen. Ons doel is Mazara del Vallo, de grootste vissershaven van Italië. Onderweg verdwijnt de indruk van het zorgeloze Taormina naar de achtergrond als we achter Palermo het gedenkteken voor de daar vermoorde maffia-bestrijders Falcone en Borsallino passeren. Het onderwerp in Mazaro is ook al niet zorgeloos: de vele naar Europa vluchtende Afrikanen voor wie Sicilië of de Siciliaanse vissers- en marineboten, het zijden draadje zijn waaraan hun betere toekomst hangt.

31 oktober
Op de kade van de haven van Mazara del Vallo schijnt de zon volop. Hier varen de vissers uit om op de Middellandse Zee hun vangst te doen. Maar het gaat niet zo goed met de vissers. Het economisch tij is tegen, maar ook vangen ze te vaak mensen. Ook dode mensen, gelukzoekers uit Afrika. De laatste 25 jaar brachten zij en de vissers van Lampedusa en andere plaatsen in de regio zo'n 20.000 doden aan land - en vooral de laatste jaren zijn het er heel veel. Sicilië ligt op de grens van Europa en Afrika oefent altijd invloed uit op dit eiland, nu ook weer met zijn doden.

1 november
Het is Allerheiligen. Ik moet in november vaak denken aan J.C. Bloems gedicht Scheveningen, over een strandwandeling met een meisje:
O meisje, o jonge bruid,
Uw lippen zijn warm en rood,
Het leven dat niemand stuit,
Bloeit eens uit uw wachtenden schoot
Gij lacht, en uw stap klinkt luid
Maar het eind van dit al is de dood.

Maar wij rijden naar Agrigento en het leven lacht ons toe in een zonovergoten landschap. Dit is óók november. We zien het vrijwel ongeschonden Concordia-tempeltje op een heuvel bij de stad. Kuyper bezocht het Griekse bouwwerk en verklaarde de gaafheid door het gebruik als kerk in plaats van het aan het verval over te geven.

We ontmoeten Gian Pietro en rijden achter hem aan naar het plaatselijke kerkhof, het oude. Daar is het zeer druk. Op Allerheiligen gedenken de Italianen hun doden. Ze doen dat met familieleden op het graf, door er bloemen te leggen, te bidden en te praten. De graven zijn soms platte stenen, zoals wij die ook wel kennen, maar ook vaak huisjes, waar je in kunt door een deurtje te openen en waarin links en rechts verdiepingen zijn aangebracht, waar wel zes of tien doden kunnen liggen.

Aan de natuurstenen buitenkant staat een familienaam, soms foto's met een al dan niet religieus tekstje erbij en ook bloemenvazen aan verticale rails, zodat je meerdere boeketten kwijt kunt. Zo ontstaat een stad van doden met allemaal nauwe, kleurrijke straatjes waarop het voetverkeer vandaag druk is. We zijn hier met Gian Pietro, omdat hij twee plaatsen in zijn familiegraf beschikbaar heeft gesteld voor Afrikaanse migranten/vluchtelingen die op hun reis naar Europa zijn omgekomen, veelal op hun overtocht naar Europa op niet-zeewaardige of te volle boten. Deze doden vormen een geweldige problematiek op Sicilië, omdat het er zoveel zijn.

Wie zijn ze, wie verzorgt hun lijken en begraaft ze, en waar? De identiteit is bij afwezigheid van papieren en van familie of bekenden vaak niet te achterhalen. En waar moeten ze begraven worden? Uit humanitaire overwegingen stellen sommige Italianen hun graven voor hen open. Zo iemand is Gian Pietro. Hij en zijn zus boden twee plaatsen in hun grafhuis aan. Het greep hem aan dat toen de twee kisten arriveerden om bijgezet te worden, een kistje klein was: het ging om een moeder en een kind. Hij is wel bekritiseerd om wat hij deed - hij zou er financieel beter van zijn geworden, maar dat is onzin.

Hij spaarde de gemeenschap eerder geld uit, omdat die niet voor een graf hoefde te zorgen. Hij zoekt nog steeds naar de identiteit van de moeder en haar kind, maar heeft nog weinig resultaat geboekt.
Buiten Agrigento ligt ook nog een nieuwe begraafplaats en die bezoeken we in de middag. Ook daar grafhuisjes aaneengeregen, maar meer in een en dezelfde stijl, een vinex-begraafplaats in beton.

De vele Afrikaanse doden worden door de overheid verdeeld over de verschillende gemeenten, omdat de begraafplaatsen van de kustplaatsen de doden niet meer kunnen bergen. Zo kreeg Agrigento een tachtigtal Afrikaanse doden van de scheepsramp van 3 oktober 2013 te begraven. Sommige grafhuizen zijn lichtgeel gepleisterd, maar die voor de Afrikanen zijn van kaal onafgewerkt beton. Achter zijn hand vertelt de beheerder dat er in opdracht van de gemeente voor twee ton grafhuizen zijn neergezet, met elk een tiental graven, maar dat ze nog niet betaald zijn en daarom nog niet afgewerkt. Vrijwel al deze graven dragen niet meer dan een nummer en de vermelding dat deze doden bij de scheepsramp zijn omgekomen. Soms hangt er een printje van een foto bij, maar meestal niets. Kaler kan de herinnering aan een leven niet zijn. Zo wordt het toch een november van Bloem: het eind van dit alles is de dood.

2 november
Na Allerheiligen komt Allerzielen, maar daarvoor gaan we naar de kerk in Palermo. Padre Cosimo Scordato is priester in een kerk in een arme wijk aan de rand van de binnenstad. In deze wijk heerst de maffia. Wie een winkel heeft wordt door de maffia afgeperst, om een voorbeeld van de macht en invloed van deze organisatie te noemen.

De mis begint om half twaalf en is bomvol, plm. 250 mensen van wie tientallen moeten staan. Het publiek is een doorsnee van de bevolking: oudere mensen, ouders met kinderen, jongeren. Scordato is een antimaffia priester, al wil hij zo niet heten, omdat zijns inziens alle priesters antimaffia zouden moeten zijn. Het feit dat hij toch zo genoemd wordt, geeft al aan dat sein niet hetzelfde is als sollen. In een praatje dat we voor de dienst met hem hebben, legt hij uit dat de maffia ongeveer net zo ingebed is in de Siciliaanse samenleving als de rooms-katholieke kerk. Sterker nog, de maffia claimt christelijk te zijn.

Sommigen stellen daartegenover dat de maffia atheïstisch is, maar dat is volgens Scordato niet zo. Ze zijn idolatra, ze hebben het christelijk geloof verminkt, omdat macht hun centrale thema is. Dit is contrair aan de boodschap van de kerk die neerkomt op het geven van je leven voor anderen. Als we tegenwerpen dat de kerk toch ook een macht is, erkent hij dat dit historisch gezien zo is, maar dat dit een handicap is.

De boodschap van de kerk gaat namelijk niet over macht. In de kerkdienst heet hij ook de protestanten welkom en zegt dat zijn kerk de geloofsbelijdenis van Nicea met hun kerk deelt. Hij is een onderlegd theoloog en legt zelfs nog uit dat de orthodoxe kerk die ook deelt op het filioque na; pittig hoor, ik kijk rond, wie zou het begrijpen? We beginnen en eindigen met het zingen van een Italiaanse vertaling van Amazing Grace - een Anglicaans lied dat onder protestanten in de VS een topper is.

Bijzonder is dat hij in elke dienst bidt om verlossing van de maffia. In verband met Allerzielen noemde hij nogmaals de maffia: hij herdacht wie door hun hand of in de strijd tegen hen en voor rechtvaardigheid hun leven hadden verloren. Zo ongeveer luidt ook de opdracht van zijn boek: Heer, bevrijdt ons van de maffia, dat dit jaar verscheen. Het is een studie van de maffia van kerkelijk standpunt uit (niet atheïstisch, maar afgodisch), met een theologische visie op de rol van de kerk. De kerk moet zich in de samenleving begeven, maar er niet in opgaan en daar haar eigen boodschap spreken. Zijn kerk maakt dat concreet in de wijk. Hij heeft een restaurant, een ijssalon opgezet van de kerk uit, met geld van de kerk en zo onaanraakbaar voor de maffia. Daar stelt hij jongeren te werk die zelf het bedrijf runnen. Ook stimuleert de kerk dat jongeren een opleiding volgen.

's Middags vertel ik in Grand Hotel Des Palmes, waar Kuyper verbleef, dat hij in Palermo het slechtste nieuws van zijn hele reis ontving: tijdens haar verblijf in de VS was bij zijn oudste dochter Henriette een gezwel in haar buik geconstateerd, dat operatief verwijderd moest worden. Onmiddellijk? Hoe ernstig was het? Kuyper wist het niet, maar overtuigde zijn oudste dochter ervan nu naar Nederland terug te keren. Toen hij in Tunesië hoorde dat ze daartoe had besloten, keerde hij ook spoorslags naar Den Haag terug.

Na een overnachting in Catania rijden we naar Taormina, volgens Kuyper het schoonste panorama van Italië. Laat ze het niet horen in Capri en de Cinque Terre, maar mooi is het zeker. Rechts de Etna met besneeuwde top, beneden begroeide hellingen, voor je de zee en links Calabria. Daar kan geen ansichtkaart tegenop. Voordat Kuyper in Taormina aankwam moest hij eerst een uur klimmen vanaf zeeniveau.

Hij voelde zich na enkele dagen rust in Napels helemaal fit, maar ik vermoed toch dat het paard voor zijn wagen die klim voltooide. Reizen deed hij op Sicilië overigens per trein. Hij was met de nachttrein van Napels naar Reggio gereden, en stapte in Messina in de trein tot aan station Giardini-Taormina. Dat traject behoort tot een in 1866 aangelegde pittoreske spoorverbinding tussen Messina en Syracuse en wordt momenteel met geld van de Europese Unie gerestaureerd. Het stationnetje is ook mooi, maar stamt niet uit Kuypers tijd doch uit 1928.

Het is beroemd omdat het fungeerde in diverse films, onder meer als station Bagheria in een scene uit Francis Ford Coppola's The Godfather Part III. Net als Kuyper steken we daarna dwars het eiland over, zij het dat wij dat per Mercedes Vito doen. Ons doel is Mazara del Vallo, de grootste vissershaven van Italië. Onderweg verdwijnt de indruk van het zorgeloze Taormina naar de achtergrond als we achter Palermo het gedenkteken voor de daar vermoorde maffia-bestrijders Falcone en Borsallino passeren. Het onderwerp in Mazaro is ook al niet zorgeloos: de vele naar Europa vluchtende Afrikanen voor wie Sicilië of de Siciliaanse vissers- en marineboten, het zijden draadje zijn waaraan hun betere toekomst hangt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden