De veinzer wordt zijn eigen held

Oprecht veinzen. Ruim twintig jaar geleden omschreef Frans Kellendonk zo zijn geloofshouding. De schrijver overleed, de term overleefde. Werd een credo voor gelovigen en ongelovigen. Maar wat verstaan we eronder? Korte serie over een begrip.

Voor zichzelf zou de predikant Arjan Plaisier het credo van Frans Kellendonk niet snel gebruiken. Plaisier: „Er zijn nogal wat predikanten die onderweg het geloof verloren zijn, en hooguit nog oprecht kunnen veinzen. Maar als ik mijn geloofshouding zo moest omschrijven, dan zou ik op een dag mijn toga aan de kapstok hangen.’’

Dit betekent niet dat Plaisier geen waardering kan opbrengen voor Kellendonks houding. „Kellendonks oprechte veinzen heeft een hardheid die ik waardeer, zeker als je zijn houding afzet tegen het hedendaagse ietsisme. Een ietsist zegt: ’Ik ben authentiek, ik luister naar mijn eigen geweten, ik heb een privé-geloof’.

Dat klinkt mooi. Maar de ietsist blijft binnen de kaders van zijn eigen overtuiging. Oprecht veinzen erkent: goed, er is een grootse, misschien wel verschrikkelijke traditie, die christendom heet. Of het christendom de waarheid in pacht heeft, weet ik niet, maar er is niets sterkers voorhanden. Dus ik kan er maar beter aan meedoen.’’

Volgens Plaisier eindigt het ietsisme waarschijnlijk in een mini-geloofje. „Dan baart de berg een muis. Het is beter om oprecht veinzend op de rug van de reus te zitten, ook al heb je niet meer de ogen van de reus. Oprecht veinzen kan de uitkomst zijn van een zoektocht, maar nadat je tot deze formulering gekomen bent, ben je er niet, daarvoor klinkt in deze geloofshouding te veel tragiek door. Want de veinzer lijkt te denken dat er ten slotte toch niets is.”

Plaiers bezwaar tegen de term is dat de oprechte veinzer ’alle heroïek bij de gelovige legt’. „De gelovige is oprecht en moedig, hij waagt stappen te zetten op een pad dat misschien tot niets leidt. Waar blijft in deze houding de heroïek van degene in wie ik geloof, die niet heeft geveinsd, maar ons heeft gezocht en gevonden?’’

Bij Jezus dus. „Ja. Maar ook Jezus valt makkelijk onze kant op te trekken. Het is niet moeilijk te zeggen dat Jezus een oprechte godzoeker was, een groot voorbeeld, die aan het kruis gestorven is, en daar oprecht veinzend heeft uitgeroepen: ’Mijn God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?’ Zijn leven eindigt met die schreeuw, maar of hij gehoord wordt – niemand die het weet, Jezus ook niet.

Ik interpreteer het kruis anders. Uiteindelijk is Jezus’ kruisiging een appèl waarmee God iets heel kostbaars van zichzelf laat zien. Ik interpreteer de kruisigingscène niet als een laatste, wanhopige menselijke schreeuw in een lege ruimte, maar als onderdeel van een toneelspel tussen God en de mens: Jezus is Gods meest vooruitgeschoven post, die ons iets toont van hem.

Laat ik nog even doorgaan op de metafoor van het toneelspel. De oprechte veinzer speelt een toneelstuk, waarbij hij net doet alsof er een tegenspeler is. Wat doet zo’n veinzende toneelspeler? Hij spreekt, maakt gebaren, heeft de hoop dat er nog een speler is die zijn woorden en gebaren zal verstaan. Daar weet hij alleen niets over. Sterker nog, hij vermoedt dat zijn tegenspeler niet meer is dan een masker, en dat er een tijd zal aanbreken dat hij dit masker zal ontmaskeren, waarna hij een blik zal werpen op het grote Mysterie, het Oergeheim. Zo’n toneelspeler kan niet uitgedaagd worden en speelt uiteindelijk zichzelf.

Het toneelstuk is aantrekkelijker wanneer er twee spelers zijn, die op elkaar betrokken zijn, elkaar uitdagen en aan het twijfelen brengen. Voor zo’n speler stel ik mij open, op een kritische manier. Er verschijnt veel op de wereld wat zich aandient als God of goddelijk. Daar moet ik me tegen te weer stellen, maar ik moet me ook kunnen laten overtuigen. Dat kan de oprechte veinzer niet.

De Engelse letterkundige en journalist G. K. Chesterton (1874-1936) schrijft ergens: ’Ooit was de mens bedoeld om aan zichzelf te twijfelen maar niet aan de waarheid. Nu is het precies omgekeerd: wij twijfelen aan de waarheid maar niet aan onszelf.’ Dit geldt ook voor de oprechte veinzer, hij twijfelt niet aan zijn eigen oprechtheid, wel aan datgene waarin hij veinst te geloven.

Uiteindelijk is oprecht veinzen een ijdele houding die goed bij onze cultuur past. Het spel begint onszelf, maar als je dit spel tot het einde wilt doorspelen, kom je uit in een naargeestig steegje. En wat ben je dan blij als aan het einde van het steegje een deur zit, die tot je verrassing ook nog opengaat en er iemand jouw wereld in stapt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden