De valkuilen van een maand zonder drank

Beeld Thinkstock

Een maand geen alcohol drinken, hoe moeilijk is dat? Het Trimbos-instituut lanceert vandaag een campagne via de site www.ikpas.nl, waar mensen zich op kunnen geven om dertig of veertig dagen niet te drinken. Redacteur Andrea Bosman probeerde het voor Trouw al eens eerder uit. "De standaardsituaties waren geen probleem. Moeilijker werd het toen ik gesloopt thuiskwam van een ouderavond".

Ik heb een maand geen alcohol gedronken. Nu ja, eerlijk gezegd was het geen hele maand, het waren vier weken. En eerlijk gezegd waren het ook geen vier hele weken. Het experiment eindigde een paar dagen eerder omdat ik, geveld door rugklachten, vond dat ik voor het slapengaan wel een bodempje cognac kon gebruiken. En tijdens de drieënhalve week die overbleef had ik, heel eerlijk gezegd, nóg een spijbelmoment. Maar daarover later meer.

Nu beschouwde ik mezelf absoluut niet als een problematische drinker. Ik ben ook niet genetisch belast. De keren dat ik mijn ouders licht aangeschoten zag - 'tipsy' noemde mijn vader dat - zijn op een hand te tellen, en waren voor ons kinderen eerder amusant dan pijnlijk. Toegegeven: het is wel eens voorgekomen - niet eens zo vreselijk lang geleden - dat ik met een paar borrels te veel op tegen een geparkeerde auto fietste. Maar dat gebeurt heus niet elke maand.

Ik raakte geïnspireerd toen een vriendin - die het af en toe aardig op een drinken kan zetten - deze zomer vertelde dat ze zichzelf een maand op een dieet zonder alcohol had gezet. Ze wilde een patroon doorbreken. Zien wat er zou gebeuren. Ze vertelde het op de verjaardag van een andere vriendin, in een zomerse kamer vol geanimeerd kwetterende mensen, allemaal een glas witte wijn of een biertje in de hand. Ze stond naast een schaal met koud water waarin de jarige speciaal voor haar allerlei gekke fruitsapjes had verzameld. En straalde iets heel sereens uit.

Op de een of andere manier vind ik alle vormen van zelf opgelegde strengheid intrigerend. Onthouding: het woord dwingt respect af. Je plaatst jezelf buiten heersende patronen, maar ook op een hoger plan. Je bent een spelbreker, maar met een nobel streven en een horizon die verder reikt dan de benevelde visie van de anderen, arme kwezels, die wel alcohol drinken. Of vlees eten. Of zuivel nuttigen. Of iets anders doen dat het zicht op een zuiver, bewust en daardoor zinvol bestaan belemmert.

Aan de andere kant vind ik het ook prettig als mensen zich ergens in kunnen verliezen, de controle laten vieren, zich kunnen overgeven, aangenaam verdoven. Woedend werd ik vroeger op die ene vriendin die altijd als eerste op de klok keek en dan een verstandig besluit nam, terwijl wij nog op de dansvloer stonden. Nooit eens zei ze: 'kom, we nemen er nog een en dan zien we wel.' Het maakte een slechter mens van mij, althans, zo voelde dat.

Laffe maand
Ik had wel een nogal laffe maand uitgekozen voor het experiment, vond ik. De verjaardag van mijn oudste dochter, een gelegenheid waarbij in onze familie altijd één of twee flessen Italiaanse bubbels moeten knallen, was net achter de rug. Wat zou volgen was de maand november met een etentje hier en een kroegafspraak daar. Voor het begin van december zou ik klaar zijn.

Beeld Thinkstock

Op zich een verdachte redenering, bedenk ik nu, achteraf, voor iemand die zichzelf als een niet-problematische drinker beschouwt: dat je al vooruit kijkt naar het moment waarop het weer mag, drinken, en dat je blij bent dat je in december, die gezellige drinkmaand bij uitstek, weer kunt meedoen.

Ik was benieuwd wat ik zou tegenkomen als ik op dit ene onderdeel een tijdje uit de pas zou lopen. Hoe vaak ik 'hè, wat ongezellig' te horen zou krijgen bijvoorbeeld. Of moest uitleggen waarom ik niet dronk. Ik was benieuwd of ik 's ochtends fris mijn bed uit zou springen, en wanneer ik momenten zou beleven van kwellend verlangen naar een glas rode wijn.

De eerste week verliep gladjes. Ik had thuis niets gezegd. Hoe langer ik kon uitstellen dat ik iets moest uitleggen over mijn maand van onthouding, hoe minder het voor mezelf een opgave leek, zo dacht ik. En ik durfde het misschien ook niet te zeggen omdat ik het drinken van een glas wijn of bier ook beschouw als iets wat je samen doet, om met elkaar te kunnen proosten, iets te delen. Een deel van de verbintenis waaraan ik me zou ontrekken.

Matig drinker. Dacht ik.
Gelukkig viel het nauwelijks op. Drinken tijdens het eten doen we door de week eigenlijk zelden, en dat ik dat glas wijn, dat ik later op de avond graag drink, oversloeg en het bij thee of appelsap hield, deed geen alarmbellen rinkelen.

Logisch, mijn man is een matig drinker, ik ben een matig drinker. Dacht ik.

Dat beeld moest ik bijstellen toen ik die eerste week begon met een drinktest van het Trimbosinstituut. Daarin moest ik precies aankruisen hoeveel ik gemiddeld drink, bij welke gelegenheden, of ik makkelijk over te halen bent als er nog een rondje wordt gegeven.

Of ik iemand ben die drinkt bij problemen, bij spanning, bij somberte, bij ziekte, alleen, of juist vanwege de gezelligheid.

Beeld thinkstock

Al tijdens het invullen voelde ik nattigheid. Uit de vraagstelling bleek dat er eigenlijk geen legitieme reden bestaat om te drinken, er bestaan alleen maar slechte excuses. En ja hoor: met het glas wijn - of soms twee - dat ik door de week zo graag 's avonds drink maar niet eens elke dag, en de paar extra glazen die ik - soms - in het weekeinde drink vanwege een etentje, verjaardag of feestje behoor ik tot de categorie 'risicovol': 'Deze uitslag geeft aan dat de kans toeneemt dat je alcoholproblemen hebt of dat deze kunnen ontstaan als je niets aan je alcoholgebruik gaat veranderen. Mensen met dezelfde score zeggen vaak dat ze op sommige gebieden in de problemen (dreigen te) komen in verband met hun drinkgedrag.'

Korter testje
Ik was net op tijd aan mijn bewustwordingsproject begonnen, zo leek het. Gelukkig was er ook nog de test van de Jellinek kliniek, en die weten toch ook heus waar ze het over hebben. Korter testje, minder uitgesponnen. Daar wilden ze bijvoorbeeld weten of er door mijn alcoholgebruik het afgelopen jaar 'iemand gewond was geraakt'. En hoe vaak het voorkwam dat ik niet meer kon stoppen met drinken, en hoe vaak ik meer dan zes glazen alcohol dronk. Fijn, Hier kon ik heel vaak 'nooit' invullen, en zo kwam ik in de laagste risicogroep terecht. Zie je wel. Wie lang genoeg zoekt, vindt vanzelf het prettigste antwoord.

De eerste echte test was een avondje kroeg met een vriendin die ik lang niet sprak. Zij aan de rode wijn, ik aan het alcoholvrije bier. Geen probleem. Bovendien zou zij binnenkort een nog vele grotere uitdaging aangaan: tien dagen vasten! Daar was ik zo van onder de indruk dat mijn hele onderneming kinderspel leek.

De avond daarop volgde een grotere test: een smartlappenfeest, inclusief dresscode en dansvloer. Ook deze doorstond ik. Het grootste probleem waren de alternatieven: voor wie niet dronk, waren er water en cola. Na vijf uur water drinken was het welletjes. En het blijft ook een hard gelag om bij anderen de motoriek langzaam onvast te zien worden, evenals de conversatie, en zelf fris en nuchter te blijven. Wel sliep ik de dag erna een prettig gat in de dag want ja: zonder alcohol slaap je een stuk beter.

Eigenlijk bleken de 'standaardsituaties' (feestje, etentje) geen probleem: daar kon ik me op voorbereiden, ik had een verhaal. Moeilijker werd het toen ik gesloopt thuiskwam van een ouderavond die veel te lang had geduurd, waarna ik mezelf normaal gesproken zou 'belonen' met een flinke bel heerlijk verdovende wijn, vanwege het aanhoren van al die ellenlange verhalen over andermans kinderen.

Variabele grenzen
En dan was er nog de echtelijke woordenwisseling. Die eindigde in het al even aangestipte spijbelmoment. Waarbij voor mij niet de ruzie, maar juist de verzoening het moment was om samen dat glas te doen. Alcohol verbindt. Dat maakt drank zo aantrekkelijk. En gevaarlijk.

Nu is de maand voorbij, en ik mag weer. Maar hoef niet zo nodig. Ik mis - in lichte mate, maar toch - het absolute dat ik mezelf had opgelegd. Nu moet ik weer variabele grenzen trekken. Het blijft moeilijk om het bij één of twee glazen te houden als iemand al bezig is je glas bij te vullen.

Ik heb overwogen helemaal met drinken te stoppen. Het kan, er zijn genoeg mensen die mij voorgingen en toch een leuk leven hebben. Ik zou erg opzien tegen de eeuwigheidsclaim van het 'nooit meer'. Maar een maand per jaar, dat moet kunnen.


En hoe ging het sindsdien?
Bovenstaand verhaal verscheen oorspronkelijk op 1 december 2012 in Trouw. Is het Andrea Bosman inderdaad gelukt om sindsdien een maand per jaar alcoholvrij te blijven? "Nee, het is geen traditie geworden, maar dat komt ook omdat ik sowieso minder alcohol drink dan toen - en er trouwens ook veel minder goed tegen kan. Echt nodig is het voor mij niet meer. Misschien heeft die maand daar wel een aanzet toe gegeven."

Beeld thinkstock
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden