De valkuil van het idealisme

In 1986, op studiereis in Zuid- Afrika, ontmoette ik in Potchefstroom een hoogleraar die mij bijzonder veel informatie verschafte en mij bovendien het genoegen deed de kennismaking een jaar later te hernieuwen door met een groep studenten een bezoek te brengen aan de Erasmus Universiteit. Op zijn verzoek lichtte ik het gezelschap gedetailleerd in over de in Nederland heersende anti-apartheidsstemming, de belangrijkste uitingen en de historisch en politieke achtergronden.

Mijn collega was van het sombere relaas duidelijk onder de indruk maar werkelijk geschokt toonde hij zich pas toen ik tussen neus en lippen door liet weten dat ik bij het reserveren van het zaaltje bewust verzwegen had dat het gezelschap uit Zuid- Afrika afkomstig was. Ik vreesde voor een weigering of in ieder geval voor ophef.

Such were the joys in die tijd. Het waren de jaren dat de Utrechtse universiteit een eredoctoraat toekende aan Winnie Mandela, die nog maar een paar maanden eerder haar instemming had betuigd met de gruwelijke manier waarop in zwarte woonwijken met politieke verdachten werd afgerekend: Lynchen door middel van een brandende autoband om de nek.

De herinneringen kwamen bij mij boven toen ik deze week kennisnam van het overlijden van Pieter Botha, de laatste Zuid- Afrikaanse president die het apartheidsregime in stand probeerde te houden. Het bericht viel samen met een artikel in NRC Handelsblad waarin meerdere prominente Zuid-Afrikaanse intellectuelen zich ontzet tonen over de ellendige toestand waarin hun land is komen te verkeren: het voortdurend geweld – 19.000 moorden per jaar –, de corruptie in de hoogste regeringskringen en de officiële weigering het gigantische aidsprobleem – 140.0000 patiënten – serieus te nemen. Het is tijd, schreef Rian Malan, auteur van een befaamd anti-apartheidsboek, ’in paniek te raken’.

De positie van deze intellectuelen is zonder meer tragisch. Mensen als Malan, de dichter André Brink en de schrijfster Nadine Gordimer, winnares van de Nobelprijs voor literatuur in 1991, hebben in het verleden jarenlang hun reputatie op het spel gezet door tegen de stroom in, het apartheidsbeleid van de regering fel te attaqueren. Ze hebben geloof gehecht aan de levensvatbaarheid van een door zwarten geregeerd Zuid-Afrika en ze hebben dankzij de geweldloze regimewisseling en de unieke pacificerende rol van Nelson Mandela de overtuiging gekoesterd dat een democratisch multicultureel Zuid-Afrika in het verschiet lag. Ze moeten nu ontdekken dat ze in dromenland hebben geleefd.

Toch was de toekomst die nu is aangebroken niet moeilijk te voorspellen. De grote zwarte meerderheid kreeg weliswaar toegang tot de stembus, maar onderontwikkeld als zij is, heeft zij geen greep gekregen op de kleine zware elite die zich van de macht en van alle lucratieve posities heeft meester gemaakt.

Merkwaardig genoeg is de structuur van de politieke orde in stand gebleven. Het voormalig machtsmonopolie van de blanke Nationale Partij – vorig jaar opgeheven – is niet vervangen door een open democratisch bestel met keuzemogelijkheden, maar door het nieuwe machtsmonopolie van het zwarte ANC, een garantie voor politieke arrogantie en corruptie.

De arme massa is nog altijd arm, het bedrijfsleven nog altijd blank. Mede door de gigantische bevolkingsexplosie heeft het scheppen van banen voor zwarten nauwelijks effect. Nog altijd bestaan verpauperde zwarte getto’s, deels door overheidsfalen, deels ook door de lethargie die veel zwarten eigen is. Een samenleving is nu eenmaal moeizaam maakbaar, zoals we weten, een samenleving als de Zuid-Afrikaanse eigenlijk helemaal niet.

De gewelddadige criminaliteit is niet bedwongen, eerder gegroeid. Tragisch genoeg richt ze zich zeer overwegend tegen de zwarten zelf, want hoewel ook blanken het slachtoffer worden, zijn deze beter beveiligd en worden ze eerder te hulp geschoten.

Dit alles wil niet zeggen dat de strijd tegen de apartheid afkeurenswaardig zou zijn geweest. In ieder geval valt de meerderheid van de bevolking, de onderdrukte zwarte massa, niets kwalijk te nemen. Zij wensten het juk af te werpen en tot op zekere hoogte zijn ze daarin geslaagd. Dat ze niet doorzagen hoe betrekkelijk de winst zou zijn en welke risico’s een simpele regime change met zich mee zou brengen, is hun niet aan te rekenen. Ze wisten het niet, en ze wilden het begrijpelijkerwijs ook niet weten.

Iets anders geldt voor de anti- apartheids-activisten, in Zuid- Afrika maar ook in ons land. Hen kan worden verweten dat ze een faciel optimisme hebben gekoesterd, geen oog hebben gehad voor de harde feiten en onvoldoende hebben nagedacht over de onbeheersbare politieke dynamiek die ontstaat indien een onderontwikkelde etnische meerderheid alle macht in de schoot krijgt geworpen.

Vooral intellectuelen hebben de plicht te blijven nadenken over en te pleiten voor politieke en maatschappelijke formules die risicobeperkend werken. Mogelijk zou hun interventie in de praktijk weinig hebben geholpen maar het zou hun intellectuele reputatie hebben gered. En niet te vergeten: het zou hen hebben behoed voor hun huidige lot, geconfronteerd te worden met de scherven van een naïef wereldbeeld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden