Panama Papers

De val van Mossack Fonseca

Beeld Brechtje Rood

Tevergeefs probeerde het juridisch adviesbureau zijn klanten gerust te stellen. Twee jaar na de eerste publicatie over de Panama Papers sluit Mossack Fonseca zijn deuren.

De datum 3 april 2016 staat in het geheugen gegrift van Jürgen Mossack en Ramón Fonseca. Het is drie uur ’s middags in Panama-Stad als meer dan honderd media wereldwijd het juridisch adviesbureau, dat ze samen hebben opgericht en hun namen draagt, vol in de schijnwerpers zetten. Vrijwel de gehele administratie van Mossack Fonseca is gelekt. En het bedrijf staat er niet goed op, want het blijkt veel geheime vennootschappen in Panama en de Britse Maagdeneilanden te hebben opgericht voor publieke figuren en politici wereldwijd.

De chaos in de dagen voor en na publicatie van deze Panama Papers is compleet. ‘Een Franse journalist wil een artikel publiceren in Le Monde, dat is niet acceptabel voor mij!!!’, mailt een Zwitserse adviseur in tekst met gele highlights. ‘URGENT…welke documenten [...] zijn onderschept en wanneer’, schrijft Charles Hotton van de Bank of Singapore ongerust. Mossack Fonseca probeert klanten gerust te stellen door te beloven dat het gat is gedicht en dat er een nieuwe firewall en encryptiesysteem zijn geïnstalleerd om toekomstige datalekken te voorkomen.

Nieuwe documenten

Niets blijkt minder waar. De Süddeutsche Zeitung, die de Panama Papers als eerste ontving, heeft de beschikking gekregen over nog eens 1,2 miljoen documenten afkomstig uit de interne administratie van Mossack Fonseca, vooral e-mails en bijlagen uit 2016 en 2017. De krant heeft deze data opnieuw gedeeld met het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) en via hen met media wereldwijd, waaronder in Nederland Trouw en Het Financieele Dagblad.

Kort na publicatie wordt Mossack Fonseca overspoeld met verzoeken van klanten die hun bedrijven willen opheffen of verplaatsen. Ook klanten van Gregory Elias, eigenaar van het Nederlandse trustkantoor United Trust met filialen op onder meer Curaçao en Aruba, weten niet hoe snel ze na publicatie van de Panama Papers weg moeten bij Mossack Fonseca, blijkt uit de nieuwe gelekte gegevens. ‘Onze klant heeft ons laten weten dat hij per direct drie bedrijven wil opheffen’, mailt een medewerker van United Trust Curaçao aan Mossack Fonseca drie dagen na de publicatie van de Panama Papers.

Gregory Elias snapte alle ophef niet toen hij vorig jaar werd opgeroepen voor de parlementaire ondervragingscommissie die naar aanleiding van de Panama Papers werd ingesteld. “Kunt u mij uitleggen wat er verkeerd aan is”, vroeg Elias toen voorzitter Henk Nijboer hem vragen stelde over belastingontwijking. Over Mossack Fonseca zei Elias: “Zij hebben ons altijd correct en netjes behandeld en zijn altijd heel professioneel geweest.” Elias was goed te spreken over het verplichte klantenonderzoek van Mossack Fonseca: “Ze hebben altijd de juiste vragen gesteld: wie zit daar achter, waarom?”

Dat is ook het beeld dat het Panamese bedrijf naar buiten wil brengen. In persberichten benadrukt het dat het klantenonderzoek op orde is. Maar uit intern onderzoek van Mossack Fonseca zelf blijkt, anderhalve maand na publicatie van de Panama Papers, iets heel anders. Van de meer dan 28.000 nog actieve vennootschappen die de Panamezen beheren op de Britse Maagdeneilanden blijken ze van meer dan zeventig procent niet te weten wie de eigenaren zijn. En van de bijna 11.000 bedrijven en stichtingen die Mossack Fonseca in Panama beheert, is slechts van 25 procent bekend wie de uiteindelijke eigenaar is.

Woedende klanten

In een poging de gaten in de administratie te dichten probeert het Panamese bedrijf uit alle macht de ontbrekende informatie te achterhalen om zo te voldoen aan wet- en regelgeving in de dertig landen waar het actief is. Tot woede van sommige klanten. ‘Dit is belachelijk’, schrijft Eliezer Panell, een advocaat uit Florida, nadat Mossack Fonseca een dag na een eerste informatieverzoek alweer nieuwe informatie van dezelfde klant opvraagt. ‘WE LIJKEN WEL FUCKING AMATEURS. Een Mickey Mouse-operatie.’

Klanten die hun bedrijf willen opheffen of verplaatsen kunnen niet zomaar vertrekken. Zij moeten eerst alle ontbrekende informatie inleveren en openstaande rekeningen betalen. Dat is overigens niet makkelijk: Mossack Fonseca is bij haar eerdere banken niet meer welkom en moet daarom bedrijven inhuren die voor Mossack Fonseca het geld ontvangen. Sommige klanten betalen zelfs in cash.

Ook van de zeven bedrijven die Elias voor zijn cliënten aanhoudt bij Mossack Fonseca, zijn in de administratie van het Panamese bedrijf geen aandeelhouders te vinden. Uit e-mails blijkt dat van drie bedrijven die direct na de publicaties moeten worden opgeheven, informatie ontbreekt over de uiteindelijke eigenaren (ubo) en de oorsprong van het vermogen, kennis die Mossack Fonseca verplicht is te weten.

In een poging de administratie alsnog op orde te brengen weigert het Panamese kantoor bedrijven op te heffen zolang niet alle informatie is opgestuurd. Kopieën van paspoorten en bewijzen van huisadres moeten worden opgestuurd. Elias’ klant ziet dat niet zitten. “De cliënt wil de gevraagde informatie niet geven. Kunnen de bedrijven niet gewoon worden opgeheven door ze uit te schrijven of zo….?”, mailt een medewerker van United Trust.

Na veel mails over-en-weer blijkt dat de drie bedrijven eigendom zijn van twee leden van de familie Mansur, volgens The Washington Post veruit de rijkste en machtigste familie van Aruba. De Mansurs bezitten de grootste krant van Aruba, een bank, een luxe hotel, vrachtschepen, winkels en een groot aantal bedrijven in de vrijhandelszone. Verschillende leden van de familie zijn in de jaren negentig aangeklaagd voor witwassen, maar voor zover bekend nooit veroordeeld. Elias meldt in een reactie op vragen van Trouw en FD dat hij slechts zeer beperkt zaken deed met Mossack Fonseca en dat “indien u stelt dat Mossack Fonseca niet zou weten wie de ubo is van de bedrijven die zij voor cliënten beheerde, dat laat zien dat uw feitenmateriaal tekortschiet en uw dossiers incompleet zijn”.

United Trust is overigens niet het enige Nederlandse trustkantoor dat zaken deed met Mossack Fonseca. Uit een rondgang van toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) blijkt dat 34 procent van de trustkantoren op enige manier betrokkenheid heeft of had met de Panamese dienstverlener.

Nieuwe naam

Mossack Fonseca probeert haar klanten aanvankelijk te behouden door kortingen te geven en aan te bieden om de namen van de brievenbusbedrijven te veranderen, zodat cliënten vertrouwelijkheid kunnen behouden. Ook verandert het de eigen bedrijfsnaam om de relatie met de Panama Papers te verhullen: in Samoa wordt dat Central Corporate Services Ltd. en in Panama zelf verwijst het naar Orbis Legal Services, een bedrijf dat een aantal oud-medewerkers van Mossack Fonseca inhuurde om ‘hetzelfde serviceniveau’ te bieden.

Maar de val is niet te stuiten. In mei 2016 sluit het kantoor van Mossack Fonseca op het eiland Man, wat later de kantoren in Jersey en Hongkong.

Als het Panamese Openbaar Ministerie in februari 2017 bekendmaakt dat de bedrijven van Mossack Fonseca zijn gebruikt om steekpenningen te betalen in een groot corruptieschandaal rondom het Braziliaanse staatsoliebedrijf Petrobras, is het einde in zicht. Openbaar aanklager Kenia Porcell noemt Mossack Fonseca “een criminele organisatie die erop is gericht om geld van verdachte oorsprong te verbergen”. Ze geeft opdracht om de oprichters Mossack en Fonseca gevangen te zetten op verdenking van witwassen. De twee, die ontkennen iets fout te hebben gedaan, brengen een aantal maanden in de gevangenis door, voordat ze op borgtocht vrijkomen.

In mei 2018 sluit Mossack Fonseca definitief haar deuren. Deze maand volgt een laatste persbericht, waarin de advocaten van Mossack en Fonseca herhalen dat het kantoor, haar medewerkers en haar oprichters “nooit betrokken waren bij illegale activiteiten”.

Deze productie kwam tot stand in samenwerking met Gaby de Groot en Vasco van der Boon van het FD.

Beeld Brechtje Rood

Mossack Fonseca wist vaak niet wie er achter de bedrijven zaten aan wie zij juridisch advies gaven. Deze drie bijvoorbeeld.

Amsterdamse vastgoedkoning Sandmann zit al 40 jaar in Panama

Hij behoort tot de grootste spelers op de Amsterdamse vastgoedmarkt, maar is ook al decennia actief in Panama, blijkt uit de nieuwe gegevens. Niek Sandmann (72), die volgens onderzoek van Het Parool vorig jaar meer dan tweehonderd adressen bezit in de hoofdstad, was een van de eerste klanten van Mossack Fonseca. Een jaar na de oprichting van de juridisch dienstverlener in 1977 koopt Sandmann Batim Inc, een Panamees bedrijf waarin onroerend goed in de Amerikaanse staat Californië zit.

Mossack Fonseca wist in april 2016 niet dat Batim Inc. eigendom was van Sandmann. De vennootschap had aandelen aan toonder en de bezitters ervan waren onbekend. Mossack Fonseca vraagt de gegevens pas begin vorig jaar op bij tussenpersoon United Trust op Curaçao. De eigenaar daarvan, Gregory Elias, handelt het verzoek af.

Elias is vanaf 1986 zelf bestuurder van Batim, de eerste tien jaar samen met Jürgen Mossack, een van de twee oprichters van de Panamese dienstverlener.

In een reactie gaat Niek Sandmann niet in op de vraag waarom zijn naam niet bekend was, hij zegt zelfs nooit te hebben geweten dat Batim werd beheerd door Mossack Fonseca. Zijn accountant in de Verenigde Staten moet er volgens hem wel van hebben geweten. Sandmann meldt dat het oorspronkelijke vastgoed in Batim Inc allang is verkocht, waarna hij er ander Amerikaans vastgoed in heeft ondergebracht. In 2016 is het laatste restant, een belang in een hotel in Miami, verkocht. Sandmann verwacht nog belasting terug te krijgen en zegt het bedrijf daarna te zullen opheffen. Hij benadrukt verder de bezittingen altijd te hebben opgegeven bij de Amerikaanse belastingautoriteit IRS. 

Minderhoud: honorair consul in Oezbekistan 

Hugo Minderhoud, honorair consul in Oezbekistan voor Nederland en België, is al tien jaar klant bij Mossack Fonseca. Uit de nieuw vrijgekomen stukken blijkt onder meer dat op verzoek van een vertegenwoordiger de documenten worden geantedateerd, een kunstmatige en vaak illegale ingreep om de ingangsdatum van documenten te vervroegen.

Minderhoud is oud-directeur van ABN Amro Bank in Oezbekistan, heeft een financieel adviesbureau (Akte LLC) en adviseert Oezbeekse bedrijven. Hij is daarnaast mede-aandeelhouder van Nelford Holding Finance Inc., een bedrijf op de Britse Maagdeneilanden. Dit bedrijf heeft hij samen met Zafar Khasimov, een Oezbeekse ondernemer en eigenaar van Korzinka.uz, een supermarktconcern met 36 winkels.

Minderhoud meldt Mossack Fonseca dat hij Nelford gebruikt om ‘financiële adviesdiensten te leveren in Centraal-Azië’. Hijzelf legaliseert in 2008 als consul een kopie van zijn paspoort die Mossack Fonseca ter controle aan hem vraagt, omdat in die tijd volgens hem legalisaties door notarissen uit Oezbekistan internationaal nog niet werden geaccepteerd.

Zakenpartner Khasimov wil Minderhoud in september 2016 machtigen voor het besturen van twee van zijn bedrijven. Dat gaat echter niet zomaar: sinds de publicatie van de Panama Papers vijf maanden eerder doet Mossack Fonseca beter onderzoek naar haar klanten en worden ‘politically exposed persons’ (PEP’s) extra gecontroleerd. Minderhoud is zo’n PEP en Mossack Fonseca heeft een half jaar nodig voor de controles. Uiteindelijk wordt hij in maart 2017 aangesteld als gevolmachtigde per 13 december 2016, maar op verzoek van Khasimov’s vertegenwoordiger worden de documenten met terugwerkende kracht op 1 oktober 2016 gedateerd.

Volgens Minderhoud was er haast geboden, vanwege het plotselinge overlijden van de eerdere volmachthouder. Op de vraag waarom documenten van eerdere datum zijn voorzien antwoordt hij: “Hoe een en ander juridisch is geregeld weet ik niet precies.”

Een honorair consul (een onbetaalde functie) is overigens niet verplicht om belangen in offshore vennootschappen te melden, zegt het ministerie van buitenlandse zaken. “Wel is er continue aandacht voor integriteit en worden honorair consuls aangemoedigd om dilemma’s bespreekbaar te maken.”

De achterkleinkinderen Dreesmann

Het warenhuis Vroom & Dreesmann was een familiebedrijf tot het in 1995 naar de beurs ging. Daarna verkocht de familie Dreesmann zijn aandelen en kregen de achterkleinkinderen van grondlegger Anton Dreesmann miljoenen guldens binnen. Quinten en Barbara Dreesmann, twee van hen, brachten een deel van dat geld in 1999 onder op de Britse Maagdeneilanden, blijkt uit de nieuw gelekte stukken.

Mossack Fonseca lijkt jarenlang niet te hebben geweten van wie de bedrijven waren. Bixa Limited, dat nu van Quinten Dreesmann blijkt te zijn, had zogenaamde ‘aandelen aan toonder’: wie de papieren aandelen letterlijk in zijn handen heeft, is de aandeelhouder. Anonimiteit is hierbij gegarandeerd.

Toen het gebruik van dit type aandelen in 2006 aan banden werd gelegd, bleef Dreesmanns identiteit verborgen, doordat Duncan Lawrie, een trustkantoor op het eiland Man, namens hem ging optreden als directeur en aandeelhouder. Pas begin 2016 vroeg Mossack Fonseca bij Duncan Lawrie naar de uiteindelijke eigenaar van Bixa Limited. Die meldde de naam van Dreesmann, diens adres in Londen en de oorsprong van het vermogen: de erfenis uit de verkoop van V&D-aandelen, een kunstcollectie, inkomsten als private bankier en vastgoedinvesteringen. Ook het bedrijf Central Holdings International Limited op de Britse Maagdeneilanden blijkt van Quinten Dreesmann te zijn en vermogen uit de V&D-erfenis te bevatten.

Mossack Fonseca wist eveneens niets over Quintens zus Barbara als uiteindelijk gerechtigde (ubo) van Keir Field Limited op de Maagdeneilanden. Volgens trustkantoor Duncan Lawrie heeft Barbara Goldberg-Dreesmann dit bedrijf via de Four of a Kind Trust in handen, een trust opgezet door Quinten Dreesmann ten gunste van zijn broers en zus. Quinten en Barbara Dreesmann reageerden niet op verzoeken om commentaar.

Lees ook: Opnieuw zijn er Panama Papers gelekt

Mossack Fonseca wist zelf niet wie zijn klanten waren - de chaos en paniek waren groot bij de juridisch dienstverlener toen de Panama Papers in april 2016 uitkwamen. Nu is er een nieuw lek.

Lees ook: De Panama Papers van april 2016

Op www.panamapapers.nl leest u alle berichtgeving terug over de Panama Papers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden