De val van een industrieel

De man in het arbeiderscafé houdt vol dat dat hij Guido kent. Ze hadden toch samen gevoetbald, voordat hij in 1975 plotseling verdween

Ooit was Fiat voor Turijn en voor heel Italië een lichtend symbool van welvaart en vooruitgang. Tegenwoordig is het vooral een kwakkelend zorgenkind dat recentelijk een uitweg zocht in een fusie met het Amerikaanse Chrysler. De nieuwe roman van Alessandro Perissinotto, 'De dwalingen van de ouders', sluit subtiel aan bij die pijnlijke actualiteit en slaagt erin om de verbinding tussen het turbulente heden en verleden van het moderne Italië boeiend te verhelderen.

De verteller van het boek, net als Perissinotto zelf geboren en getogen in Turijn, staat via autobiografische passages stil bij de lokale geschiedenis, de taal en de gewoonten van de bewoners, en natuurlijk bij de innige verbondenheid met het Fiat-concern. Maar net als in eerdere romans van deze schrijver ('Het lied van Colombano', 'Aan mijn rechter' en 'Wraak') snijdt 'De dwalingen van de ouders' ook thema's aan die bepaald niet tot Italië beperkt blijven. Met 'De dwalingen van de ouders' bewijst Alessandro Perissinotto (1964) opnieuw zijn kwaliteiten als rasverteller. Het leest als een spannende detective over de bizarre ondergang van een Italiaanse captain of industry.

Aan het begin van het boek leren we via de verteller Guido Marchisio kennen, de president-directeur van een grote Turijnse autofabriek, een geslaagd man die op 46-jarige leeftijd al bijna alles in het leven heeft bereikt en wiens ster nog steeds rijzende is.

Na achttien jaar huwelijk is hij gescheiden om samen te gaan wonen met zijn mooie, intelligente en zeer jonge minnares, een erotische trofee die hem overal bewondering en jaloerse blikken oplevert. Guido's omgeving is kapitalistisch en materialistisch, zijn multinational verkeert weliswaar in crisis maar hij voert zonder al te veel scrupules een reorganisatie door die uiterst pijnlijke gevolgen zal hebben voor de arbeiders.

Op een fatale dag ontstaat er een verontrustend scheurtje in dit ogenschijnlijk perfecte leven. Na een bijna-doodervaring - zijn imposante Mercedes wordt net niet overreden door een enorme tankwagen - verlaat hij de normale route naar zijn werk om in een café in een buitenwijk even op adem te komen.

In dit milieu van arme arbeiders herkent een van de aanwezigen hem met grote stelligheid als Ernesto Bullo. Guido denkt dat de man gek is, hij heeft de naam Ernesto Bullo nog nooit gehoord, hij is nog nooit in dit deel van Turijn geweest, maar de onbekende houdt aan: hoe zou hij zich kunnen vergissen? Ze waren toch beste vrienden, onafscheidelijk, ze voetbalden altijd samen, en zijn Ernesto had toch ook twee verschillend gekleurde ogen? Maar waarom was Ernesto toch, al die jaren geleden, in 1975, plotseling in het niets verdwenen? Postmoderne Italiaanse schrijvers gebruiken de formule wel vaker: als in een soort omgekeerde bildungsroman krijgen we niet de vorming van persoonlijkheid en identiteit van de hoofdpersoon te zien, maar juist het omgekeerde: zijn stelselmatige vernietiging, totdat er van het oorspronkelijke geluk, zelfvertrouwen, zekerheid en welzijn weinig meer over is. Dit is precies wat ook Guido ten deel valt: de ontmoeting met zijn volslagen onbekende jeugdvriend in een armzalig café in een Turijnse arbeiderswijk is het begin van het einde.

Meer dan in zijn vorige boeken staat Perissinotto in deze nieuwe roman ook expliciet stil bij de techniek van het vertellen. Doordat de verteller als indirecte getuige van Guido's lotgevallen optreedt - hij heeft hem namelijk uitvoerig geïnterviewd - kan de schrijver moeiteloos een vaak detectiveachtige spanning opbouwen en een geraffineerd spel met de tijd spelen. Verder zijn er interessante beschouwingen over het motief van de dubbelganger zoals gebruikt door auteurs als Dostojevski, Conrad en Borges en bevat het boek onderhoudende passages over de (on)mogelijkheden van literatuur, zoals over de stiltes die een schrijver zijn lezers nooit echt kan laten meevoelen, terwijl dit voor een filmmaker de eenvoudigste zaak van de wereld is.

Minstens zo boeiend zijn de historische verhaallijnen over het Italië van de jaren zestig en zeventig, een gewelddadig hoofdstuk dat nog steeds voortleeft in het Italië van nu. De verontrustende verbindingen tussen het geweld van toen en de crisis en sociale onrust van nu legt Perissinotto bloot met een beproefd middel uit de historische roman: hij hangt het verhaal over de collectieve geschiedenis op aan de lotgevallen van één individu.

Ook al gaat Guido's leven na het incident verder, het zaad van de onrust is gezaaid en de zoektocht naar de waarheid over zijn eigen herkomst en identiteit neemt een aanvang. Gravend in zijn eigen verleden komt hij vanzelf terecht in de donkerste decennia van het naoorlogse Italië met zijn scherpe ideologische tegenstellingen, troebele en tot op de dag van vandaag onverteerde 'loden jaren'.

Het draadje waaraan hij voorzichtig begint te trekken zal uiteindelijk zijn hele identiteit ontrafelen en al zijn zekerheden onherroepelijk ondermijnen. Ernesto Bollo is niet zijn mysterieuze dubbelganger, zijn ouders zijn niet zijn biologische ouders. Die kwamen in 1975 om het leven toen hun auto verongelukte na een wilde vlucht voor de politie. Zijn Zuid-Amerikaanse moeder en Italiaanse vader waren extreem-linkse activisten, gelieerd aan de beruchte Rode Brigades die lijnrecht tegenover de kapitalistische machthebbers stonden en grof geweld niet uit de weg gingen. Uiteindelijk moet de succesvolle captain of industry de pijnlijke waarheid onder ogen zien. Hij komt niet voort uit de wereld van machthebbers en fabrieksdirecteuren, maar uit die van opstandige arbeiders, diezelfde arbeiders die hij nu op het punt staat massaal te ontslaan.

En zo belandt Guido op het punt dat hij alles kwijt is wat eerst vanzelfsprekend was en waarin hij vurig geloofde. Hij voelt zich door iedereen bedrogen. Zijn ouders hebben altijd zijn ware identiteit voor hem verzwegen. Zijn jonge minnares bedriegt hem met een studiegenoot van haar eigen leeftijd. Zijn bewonderde mentor en zijn superieuren binnen de multinational laten hem vallen zodra hij tekenen van zwakheid begint te vertonen.

Als een man zonder eigenschappen staat Guido-Ernesto erbij en kijkt letterlijk toe. Hoe gaat het verder? Wat doet de janusfiguur Guido-Ernesto met de kennis over zijn 'nieuwe' identiteit? Hoe zal dit hem veranderen? Zal hij in opstand komen tegen het onmenselijke fabrieksmanagement en zal hij, net als zijn biologische ouders, de kant van de zwakkeren kiezen?

Alessandro Perissinotto: De dwalingen van de ouders. Vertaald uit het Italiaans door Aafke van der Made. Serena Libri, Amsterdam; 304 blz. euro 23,95

December 1996: Arbeiders van de Fiat-fabriek in Turijn tijdens een demonstratie tegen het openen van een fabriek in Córdoba (Spanje), die hun baan in gevaar kan brengen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden