Column

De val van de Muur als bijltjesdag

Beeld anp

Ik heb te veel tijd doorgebracht in het Oost-Europa van voor 1989 om de betekenis van de val van de Muur ook maar een minuutje te willen relativeren. Oost-Europeanen die zeggen terug te verlangen naar de dagen van het communisme, houd ik altijd voor dat ze direct in opstand zouden komen als hun wens werd vervuld.

De 9de november van 1989, waaraan overigens een zomer vol wonderen vooraf was gegaan - gedeeltelijk vrije verkiezingen in Polen, het openknippen van de grens tussen Hongarije en Oostenrijk - was een bevrijdingsdag, niets minder.

Vijf jaar geleden legde ik per auto het traject Berlijn-Warschau-Praag-Bratislava-Boedapest-Boekarest af - een heimwee-tour - om de stand van zaken in het voormalige Oostblok op te nemen. Natuurlijk stuitte ik er op problemen, nergens was het paradijs uitgebroken, maar de algehele teneur was toch die van vooruitgang, in de beste gevallen zelfs van optimisme.

Wereldwijde botsing
Maar dit jaar, bij de 25ste herdenking, is de stemming somber, in elk geval bij mij. Zowel vanwege de toestand in sommige van de Oost-Europese landen - pijnlijk om te zien hoe de Hongaarse premier Orbán het Poetinisme omhelst en Tsjechië almaar corrupter wordt - als vanwege de terugkeer van de wereldwijde botsing tussen Oost en West.

Misschien komt het doordat ik net in Noord-Korea en China ben geweest, maar mij lijkt dat de toon internationaal veel meer dan vijf jaar geleden wordt gezet door lieden die in de 9de november 1989 geen bevrijdingsdag zien, maar een bijltjesdag. In Pyongyang zwaait men nog altijd met foto's van de Noord-Koreaanse leiders met hun vrienden Erich Honecker en Nicolae Ceausescu, niet iets om wakker van te liggen, zo belangrijk is Noord-Korea niet, maar je begrijpt meteen wat Kim Jong-un denkt bij het jaartal 1989: dat nooit. Niet hier. En er zijn belangrijkere landen waar de leiders precies hetzelfde denken; China en Rusland. Xi Jinping heeft dan het schrikbeeld van de protesten op het Tiananmenplein voor ogen, Vladimir Poetin herinnert zich hoe hij als KGB-agent in Dresden codeboeken moest verbranden, uit angst voor het oprukkende volk.

In de eerste twintig jaar na 1989 had China het te druk met zichzelf en was Rusland te zeer verzwakt om zich op het wereldtoneel te kunnen laten gelden, maar het ressentiment jegens het Westen groeide er groter en groter, en inmiddels is het zelfvertrouwen in Peking en Moskou zodanig toegenomen dat ze de confrontatie weer aandurven, Moskou voorop.

Schok
De geopolitieke veranderingen in Europa kon Poetin niet meer terugdraaien - Oost-Europa wordt nooit meer Oostblok - maar wat hij wel kon doen, en ook heeft gedaan, is een definitief einde maken aan de verwachting die velen koesterden na 1989, de verwachting van een nieuw evenwicht, gebaseerd op samenwerking.

Voor het Westen kwam dat, in de confrontatie rond Oekraïne, misschien als een schok, maar het was in feite de bevestiging van een al veel langer bestaande realiteit. De annexatie van de Krim en het neerhalen van de MH17 markeerden voor ons het einde van een internationale orde die, zo schrijft Michael Ignatieff, voor Rusland en China al vijftien jaar eerder schipbreuk liep: "Toen Navo-gevechtsvliegtuigen Belgrado zonder VN-toestemming bombardeerden en daarbij de Chinese ambassade raakten. Dat moment smeedde de Chinese en de Russische autocraten samen."

Het is een mismoedige conclusie, die echter niets afdoet aan de waarde van het mirakeljaar 1989.

Integendeel, je zou veel meer van dat soort jaren willen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden