De vader van Zusje over zonen

roadmovie | interview| Robert Jan Westdijk maakte met 'Waterboys' een ontroerende film over een gesjeesde vader en zijn gemankeerde zoon.

Zelden heeft één film de Nederlandse filmwereld opgeschud zoals Robert Jan Westdijks 'Zusje' in 1995. Jonge honden, nieuwe vorm, nieuw elan. Doorbraakrollen voor Kim van Kooten en Roeland Fernhout. Een nieuwe toon was gezet. In 2006 verscheen zelfs een boek over de invloed van Zusje op de films die erna kwamen: 'De broertjes van Zusje'.

Westdijk (1964) deed tussen toen en nu een heleboel ('Phileine zegt sorry', 'De eetclub') maar het was lastig opboksen tegen dat fenomenale debuut. Voor 'Waterboys' trok hij met een klein team en een bescheiden budget naar Schotland en maakte een komische en uiteindelijk diep ontroerende film over gesjeesde vaders en gemankeerde zonen.

Had u het gevoel dat u terug naar de basis moest?

"Dat gevoel had ik heel sterk na De eetclub. Ik zat echt in de knoop met mezelf. Het moest simpeler en kleinschaliger. Waterboys groeide min of meer organisch. Toen het script klaar was, moest ik zanger Mike Scott van The Waterboys zien te overtuigen, want ik wilde zeker weten dat de band mee zou doen. Anders moest ik de film niet maken, of een hele nieuwe band verzinnen.

"Als je het concert aan het eind van de film ziet, dan weet je dat een fictieve band dat nooit had gekund.

"Het project begon met het idee van een vader-zoonrelatie en de vraag welke invloed huwelijksproblemen hebben op kinderen. Of de vraag of je zoiets als liefdesverdriet met je vader kunt delen. Onmiddellijk schoot de muziek van The Waterboys me te binnen. En toen Edinburgh, waar ik altijd al heen wilde, omdat ik van boeken hield die zich in die sfeer afspeelden. Plus: het is de geboorteplaats van Mike Scott. Het voelde allemaal logisch."

Het voelt ook autobiografisch.

"Nou ja, ik ben wel zo'n man die net als Victor alles weg kan lachen. Maar dat is het niet alleen. Victor wil tegen Zack zeggen: 'Je ziet toch hoe ik naar je kijk? Je moet niet zo serieus nemen wat ik zeg.' Zo ben ik misschien ook naar mijn zoon toe. Zo was ik vroeger ook als regisseur. Bij Zusje kon ik me niet uiten. Bleef ik maar doorzeiken en doorgaan om te krijgen wat ik wilde. Ik was drammerig. Nu kan ik uitleggen wat ik wil. Zo leert Victor dat wat voor hem vanzelfsprekend lijkt, de liefde voor zijn zoon, ook al verstopt ie die tussen allerlei kutopmerkingen, dat het toch goed is om die soms hardop uit te spreken."

Is Waterboys een commentaar op de generatie die in de jaren tachtig groot werd en die net als Victor feestend door het leven kon fietsen?

"Nee. Toen ik in 1983 naar de Filmacademie ging, was dat een garantie voor werkeloosheid. Maar dat was niet erg, want die hele generatie had sowieso geen toekomst. In de jaren tachtig was je kansloos als twintiger, dat vergeten mensen nu. Wel waren wij een generatie die met vrijheid, blijheid was opgevoed. Ik had hele jonge ouders ... heb ... had ... die me alle ruimte gaven, zodat we later niet allemaal van die heel serieuze volwassenen zouden worden. Maar een feestende generatie? Nee. Ik draaide The Cure en Joy Division voordat ik The Waterboys leerde kennen. Ik had echt het gevoel dat er geen toekomst was. Maar als kind had ik gelukkig naar The Beatles geluisterd, dus ik wist ook dat er liefde bestond."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden