De ultieme beloning Ahoy' heeft iets magisch, ook voor verliezers

Van onze korfbalmedewerker ROTTERDAM - Met een gezicht of hij net een dooie muis had gegeten nam Tjeerd de Jong zaterdagavond zijn medaille in ontvangst. Als laatste van zijn ploeg was de DKOD-captain de trap opgesjokt die hem op het erepodium bracht. Daar wachtte de voorzitter van het korfbalverbond met het kleinood. De Jong bekeek het ding niet eens, maar stopte het onverschillig in de zak van zijn trainingsbroek.

De Jong baalde ontzettend. Hij had zich het bereiken van de finale in Ahoy' als een reeel doel gesteld, maar nu hij dat doel bereikt had, had hij ook willen winnen. Niet alleen daarom was het 14-10 verlies tegen Rohda een desillusie, het was vooral de manier waarop. Want het perfect spelende DKOD uit de eerste helft liet zich in een dramatisch slecht tweede bedrijf wegspelen.

Het korfbalverbond verlengde een maand geleden het contract met Ahoy' met nog eens vijf jaar. Tot 1999 zal de finale om de landstitel zich afspelen in de feestelijke entourage die alleen het Rotterdamse sportpaleis biedt. Het besluit van het KNKV leidde alom tot tevredenheid. Bij de sponsors in hun vipboxen die pas halverwege de tweede helft terugkeren van hun uitgebreide the complet. En ook bij de meer dan 9000 korfballiefhebbers die al voor de aanvang van de competitie alle kaarten opsouperen.

Zeker de spelers willen Ahoy' houden. De jaarlijks gecreeerde korfbaltempel oefent een mystieke kracht op hen uit. Rohda-aanvoerder Rene Kruse: “Het fenomeen is boven zichzelf uitgegroeid; het is ver buiten de korfballerij bekend. Als je verliest doet dat pijn, maar je hebt er dan toch maar gestaan.” Tjeerd de Jong: “Ahoy' halen is de ultieme beloning voor een goed seizoen. Iedere topsporter wil zich graag presenteren aan een groot publiek. Hier zitten er een kleine tienduizend. De entourage is compact. Het kuipgevoel stimuleert. Ahoy' is uniek, klein met ontzettend veel mensen.”

Die mensen slikken het overigens jaar na jaar dat het korfbal beneden de maat blijft. Ook dat behoort tot de Ahoy'-mystiek. De vijfde finale in de lopende cyclus sloot zaterdag aan bij de vorige vier draken, al zag dat er in de eerste helft nog niet naar uit. Toen straalde vooral DKOD. De Heelsumse ploeg liet aanvallend totaal-korfbal zien: veel beweging, voortdurende positiewisselingen, elkaar blindelings kunnen vinden en een ijzersterke rebound. Alleen de afwerking liet te wensen over. Daardoor kon Rohda, dat gokte op de trefzekerheid van vrijstaande spelers, bijblijven en zelfs bij rust voorkomen: 8-7.

Dat Rohda-coach Massing het Heelsumse aanvalsspelletje goed geanalyseerd had, bleek na de hervatting. De verdedigers zaten er bovenop en buitten hun lengte-overwicht goed uit. De DKOD-aanval werd buiten de paalzone gehouden en kon slechts geforceerd schieten. Dat geschiedde te gretig en ging ten koste van de aanvalsopbouw. Al snel sijpelde het vertrouwen weg uit de DKOD-ploeg.

Omdat ook de Rohda-aanval faalde, zakte het duel af naar een bedroevend slechte voorstelling vol misverstanden en gerommel. Zelfs verdwaalde ballen wilden niet door de korf. Een periode van dertien scoreloze minuten illustreerde de onmacht. Pas tegen het eind kwam de doelpuntenmachine van Rohda weer op gang en namen de Amsterdammers definitief afstand van de ineengestorte DKOD-ploeg.

En daarom had Tjeerd de Jong zo de pest in. Juist DKOD had zich niet mogen laten imponeren door de Ahoy'-magie. Daar was in Heelsum hard aan gewerkt. Was hij niet vorige week te biecht gegaan bij Erik Wolsink, nu coach van Oost Arnhem, maar als veelvoudig korfballer van het jaar de adviseur bij uitstek vanwege zijn finale-ervaring? Een lange avond hadden zij zitten praten over hoe DKOD optimaal te prepareren.

De beleving

Ondanks de reeks slechte wedstrijden in Ahoy' en ondanks de veel te lage scores (gemiddeld tien treffers minder dan in een normale competitiewedstrijd) zou De Jong er niet weg willen. Ahoy' is toch het mooiste wat er is. Toen zijn ploeg zich twee weken geleden plaatste, had hij zijn emoties niet de baas gekund. Het doel was bereikt. Tjeerd de Jong: “Het gaat om de beleving. Er is geen speler die aan Ahoy' een slecht gevoel overhoudt.”

Het was beide ploegen aan te zien. Aan de stralende opkomst van de spelers, wuivend naar idolate supporters. Aan afscheid nemend Rohda-aanvoerder Rene Kruse, maker van vier doelpunten, die een publiekswissel kreeg en als een held uit Romeinse tijden de arena verliet. Aan De Jongs ploeggenote Heleen van de Wilt, negentien jaar jong, die zich - verlies of niet - met een aantal jeugdige supporters stralend liet vereeuwigen door fotografen. Op de heilige Ahoy'-vloer.

Het gaat om de beleving en om niets anders. Tjeerd de Jong hield aan de climax in zijn carriere slechts een medaille over. “Dat is een materieel ding, dat me niets zegt”, verzuchtte hij anderhalf uur na afloop. “Hij ligt nog in de kleedkamer; ik denk dat ik hem daar maar laat.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden