De uiteenlopende stijlen van North Sea Jazz

Vorig jaar was Bela Fleck & The Fleckstones een van de ontdekkingen van het North Sea Jazz Festival. Dit jaar speelt hij zondag in het Tuinpaviljoen. Fleck bespeelt geen gewoon jazzinstrument, maar banjo. In zijn muziek staat hij een vreemde mix voor van country'n western, conventionele jazz en eigentijdse improvisatiemuziek.

Op de cd TALES FROM THE ACOUSTIC PLANET (Warner 9362-45854) gaat hij verder met zijn verkenning van dit merkwaardige gebied. Deze keer gebeurt dat niet met zijn vaste trio (banjo, basgitaar en een zogenaamde 'drumitar', een drumcomputer/gitaar), maar werkt hij met uiteenlopende gastmusici. Daaronder belangrijke kopstukken uit new age en wereldmuziek (hoboïst/saxofonist Paul McCandles en bassist Edgar Meyer), en jazz (pianist Chick Corea en saxofonist Branford Marsalis). Zoals de titel van de cd al zegt, is de aanpak nadrukkelijk akoestisch. Dat levert boeiende excursies op waarin country'n western en bluegrass een geslaagd huwelijk aangaan met moderne improvisatie - gevat in pakkende melodieën.

Bela Fleck speelt op TALES FROM THE ACOUSTIC PLANET slechts een 'standard', de bekende folk-tune 'Arkansas Traveler'. Veel jazzmusici grijpen graag terug naar jazzstandards uit het Real Book. Op THE REAL QUIET STORM (Atlantic 7567-82742) speelt de jonge tenorsaxofonist James Carter maar liefst zeven standards. Daaronder Thelonious Monks 'Round Midnight', Duke Ellingtons 'The Stevedore's Serenade' en Don Byas' '1944 Stomp'. James Carter, wiens kwartet zaterdag in de Jan Steenzaal speelt, is een van de aankomende grootheden op de saxofoon. In zijn spel verenigt hij de verworvenheden van de groten uit de jazzgeschiedenis, al gaat hij daarin minder ver dan David Murray en Branford Marsalis dat doen. Niettemin valt er veel te genieten van Carters romig volle sound. En dat op zowel tenor-, bariton-, alt- en sopraansaxofoon. Daarnaast speelt hij ook basfluit en basklarinet.

Carter speelt jazz, zoals die al decennia wordt gespeeld. Een standard dient daarin uitsluitend als vehikel voor solo's. Het Newyorkse kwartet Junk Genius, dat zaterdag de Knitting Factory-serie in de Escherzaal opent, plaatst bekende standards daarentegen nadrukkelijk in het heden. Op de simpelweg JUNK GENIUS getitelde debuut-cd (Knitting Factory Works KFW 160) brengen ze nauwelijks herkenbare, van energie bruisende versies van onder meer Charlie Parkers 'Koko', Dizzy Gillespie's 'Bebop', Miles Davis 'Donna Lee' en Bud Powells 'Un Poco Loco'. Het leuke is niet alleen dat het fascinerende muziek oplevert, maar dat je ook weer benieuwd raakt naar hoe Parker, Gillespie, Davis en Powell die stukken speelden.

Dat jonge jazzmusici zich niet hoeven te beperken tot het 'real book', toont de nog vrij onbekende freefunkgitarist Charlie Hunter (vrijdag in de Mariszaal). Op BING, BING, BING! (Blue Note CDP 7243 8 31809) speelt hij eigen stukken, bijdragen van zijn partners (tenorsaxofonist Dave Ellis en drummer Jay Lane) en een nieuwe standard: Kurt 'Nirvana' Cobains grunge-song 'Come as you are'. Het is een aardige vertolking, waarin het gemis van Cobains ijzingwekkende vocalen goed opgevangen wordt door Hunters fantasievolle spel op 8-snarige gitaar.

Van ander kaliber is de Duitse gitarist Wolfgang Muthspiel, die zaterdag speelt op het Dakterras. Op zijn kwartet-cd LOADED, LIKE NEW (Verve/Amadeo 527 727). Muthspiel houdt meer van een mix van fusion en blues. Variatie is zijn geheim. Nu eens speelt hij ingetogen akoestische gitaar, dan weer scheurt hij op een elektrisch exemplaar of kiest hij voor het vervreemdende geluid van de gitaarsynthesizer. Ritme is in alle gevallen zeer belangrijk. Vooral percussionist Don Alias kleurt de muziek met fijn ritmisch spel mooi in.

Het handelsmerk van gitarist Bill Frisell, die vrijdag op het dakterras te horen is als lid van het Paul Motian Trio, is een met veel elektronica en filters gekleurd geluid. Niet te evenaren. Daarbij komen Frisells melancholische melodieën, zoals die te beluisteren zijn op zijn recente trio-cd's GO WEST (Elektra Nonesuch 7559-79350) en THE HIGH SIGN/ONE WEEK (Elektra Nonesuch 7559-79351). Beide maken deel uit van Frisells tweeluik 'Music for the films of Buster Keaton'. Deze cd's, waarop Frisell speelt met contrabassist en basgitarist Kermit Driscoll en slagwerker Joey Barron, bevatten natuurlijk filmmuziek, maar dan wel hele speciale. De luisteraar hoeft Buster Keatons films niet te kennen. De (vergelijkbare) beelden komen vanzelf.

Onnavolgbaar is ook de in 1970 gestorven gitarist Jimi Hendrix gebleken. Daarom was het recente eerbetoon aan Hendrix van de Utrechtse saxofonist Dick de Graaf ook zo aardig. Met zijn European Quintet, waarmee hij vrijdag in de Rembrandtzaal staat, richt De Graaf zich als vanouds op de jazztraditie. Met dezelfde groep - met onder meer het Engelse trompettalent Gerard Presencer - maakte hij de cd SAILING (Challenge CHR 70024; distributie Munich). Ondanks de lovende inlay-tekst van collega-saxofonist Joe Lovano bevat de cd overwegend tamme, weinig originele neobop. Bekende standards als Kenny Barrons 'Voyage' en Wayne Shorters 'Black Nile' bevestigen het gematigde karakter. Maar zelfs de stukken van De Graaf zitten zodanig verankerd in het verleden, dat het lijkt alsof hij, toen hij ze schreef, nog nooit van Hendrix gehoord had.

Dick de Graaf is niet de enige Nederlander op het North Sea Jazz Festival. Ook de Nederlandse zangdiva Denise Jannah, het Marc van Roon Trio en Brand New Orleans doen dat, om slechts enkele te noemen. Met haar eigen, Nederlandse kwintet treedt Denise Jannah zaterdag aan in de Van Goghzaal. Haar cd I WAS BORN IN LOVE WITH YOU (Blue Note CDP 7243 8 33390) maakte Jannah met Amerikaanse musici. Het resultaat mag er zijn. De Utrechtse zangeres van Surinaamse afkomst laat niet alleen horen dat ze de beste jazzzangeres van ons land is, maar ook dat ze internationaal een eind komt. Luister alleen al naar de schitterend, verstild gezongen titelsong! Leuk is ook om te merken dat Jannah's eigen bijdrage, 'Alone, never lonely', het op kan nemen tegen standards als 'Bye Bye Blackbird' en 'They didn't believe me'.

Het Marc van Roon Trio (vrijdag met saxofonist Dave Liebman op het Dakterras) en Brand New Orleans (zaterdag in de Rembrandtzaal) zijn elkaars tegenpolen. Beide groepen baseren zich in hun muziek op de jazztraditie. Van Roon gaat daarin tot het heden; Brand New Orleans, de voortzetting van het Ben van den Dungen/Jarmo Hoogendijk Kwintet, onderzoekt de combinatie van oude New Orleans-jazz, Afrikaanse ritmes en moderne vormen van improvisatie. Op B.N.O. (PTSD 8328562; distributie EMI) levert dat muziek op, waarin Van Dungen (saxofoons) en Hoogendijk (trompet) zich maar een enkele keer ver van de muziek verwijderen die ze met hun vorige groep brachten. Het verst gaan drummer John Engels en percussionist Willem Janssen.

Op FALLING STONES (Mons Records 874730; import) dient de Amerikaanse sopraansaxofonist als sparringpartner voor het Marc van Roon Trio. Hoewel Liebman de ster is (hij levert ook de mooiste stukken), zijn Van Roon (piano), Tony Overwater (bas) en Wim Kegel (drums) meer dan onderdanige begeleiders. Zij weten de saxofonist tot krachtig spel aan te zetten, maar laten zichzelf ook niet onbetuigd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden