De tweederangs burgers van Italië

(Trouw) Beeld
(Trouw)

In Italië is homoseksualiteit nog steeds een groot taboe, ontdekten de journalisten Luca Ragazzi en Gustav Hofer toen ze een documentaire over het onderwerp maakten. „Voor je eigen land besta je als homo in feite niet.”

Pauline Valkenet

Luca en Gustav vragen aan winkelende Italianen in Rome wat ze van een samenlevingscontract voor homoseksuele stellen vinden. „Homoseksualiteit is tegennatuurlijk”. „Een homostel is geen echt stel. Een homo is geen echte man”. „Homofilie is een ziekte die moet worden behandeld”. „Als we aan samenlevingscontracten voor homo’s beginnen, is het einde zoek. Voor je het weet mogen jullie dan ook kinderen adopteren”. Luca is geschokt en verbijsterd door de reacties; zoveel weerzin had hij niet verwacht. Hij constateert in de camera: „Ik ben bang dat wij tweeën in een microkosmos leven, waarin we ons beschermd en bemind voelen, door onze familie en vrienden. Maar daarbuiten is die acceptatie een illusie.”

Luca Ragazzi (38) en Gustav Hofer (33) zijn twee Italiaanse homo’s die al jaren van elkaar houden. Ze zijn allebei journalist: Luca is filmcriticus, Gustav maakt tv-reportages. De twee wonen samen en zouden hun relatie graag in een officiële vorm willen gieten, met min of meer dezelfde rechten en plichten als getrouwde stellen. Wanneer Italië in 2006 een centrum-linkse regering krijgt die een wettelijk samenlevingscontract belooft, zijn ze hoopvol. Ze besluiten met hun camera vast te leggen hoe en of dat contract tot stand komt, en hoe de Italianen over het contract denken. Terwijl ze voor de documentaire – als regisseurs, cameramannen en hoofdrolspelers in het ironische en humoristische ’Suddenly, last winter’ – ministers interviewen, naar de Gay Pride gaan, parlementsleden volgen en de Family Day bezoeken, ontdekken ze een wereld vol homofobie en discriminatie.

]]>

De paus komt in beeld, hij zegt: „Het huwelijk is gebaseerd op de liefde tussen man en vrouw. Als we dat vergeten, verzwakken we het gezin en komt de toekomst van de maatschappij in gevaar. Ik kan daarom niet zwijgen over mijn zorgen omtrent de wet voor samenwonenden.” En senator Rocco Buttiglione (die in 2004 door het Europees Parlement werd afgewezen voor de baan van eurocommissaris omdat hij homoseksualiteit ’een zonde’ noemde, PV) komt voor de camera: „Zo’n wet is niet hard nodig. Want 96,1 procent van de stellen is gewoon getrouwd. Als het over homo’s gaat, mogen we het dan hebben over hun recht op het vormen van een gezin? Nee. Het gezin is gebaseerd op het huwelijk en is bedoeld voor de geboorte en de opvoeding van kinderen. Geen kinderen, geen gezin.”

De documentaire is in 2007 voltooid, en succesvol gebleken. Hij is al op veel plekken in de wereld op televisie geweest: van Zuid-Korea tot Frankrijk, van Duitsland tot Uruguay. Maar de Italiaanse televisie ontbreekt in het rijtje.

Plotseling, afgelopen winter gaat over de opkomst en ondergang van het samenlevingscontract. Dat samenwonende homo’s en lesbiennes hun relatie nu nog steeds niet wettelijk kunnen vastleggen, hoeft eigenlijk niemand te verbazen. In Italië is homoseksualiteit taboe. Zo kan het gebeuren dat een man die bij de keuring voor militaire dienst verklaart homo te zijn, niet alleen wordt afgekeurd maar ook zijn rijbewijs moet inleveren omdat hij niet aan de juiste ’psychofysieke eisen’ voldoet. Er zijn hier geen Paul de Leeuws, Albert Verlindes, Gordons of Barbara Barends. Bekende Italianen die openlijk voor hun homoseksualiteit uitkomen, zijn letterlijk op de vingers van één hand te tellen. In de prominente en belangrijke mode-industrie, bijvoorbeeld, zijn alleen Domenico Dolce & Stefano Gabbana uit de kast gekomen. Op straat hand in hand lopen of zoenen, doen homo’s en lesbiennes niet.

Uit een recent Eurobarometer-rapport van de Europese Commissie blijkt dat 61 procent van de Italianen vindt dat discriminatie vanwege seksuele oriëntatie in hun land wijdverbreid is. Het Europese gemiddelde is 43 procent. En in een rapport over Italië van het Bureau van de Europese Unie voor de Grondrechten staat dat veel homo’s te maken hebben met homofobisch geweld, in verbale of fysieke vorm. Er staat ook dat ’de Italiaanse wetgeving wordt gekenmerkt door een ontkenning van homoseksualiteit’ en dat ’homoseksuele relaties en homofobie onzichtbaar zijn in de regelgeving van de overheid’.

En zo kan het dat Gustav en Luca anno 2010 in hun Romeinse appartement aan de keukentafel zitten en zich verheugen op hun bezoek aan Nederland voor het filmfestival van Amnesty International, maar als stel nog altijd niet erkend worden door de overheid. „Voor je eigen land besta je als homo in feite niet”, vertelt Gustav – blond haar en blauwe ogen. „Alleen op de telefoonrekening staan allebei onze namen. Voor de rest bestaat er officieel geen spoor van onze relatie. Daardoor voel ik me geen volwaardige burger. Ik ben in mijn eigen land een tweederangs burger”. Luca – zwart haar en bruine ogen – schenkt thee in en zegt: „Wanneer mij wordt gevraagd naar mijn burgerlijke staat, moet ik altijd ’alleenstaand’ invullen. Maar ik ben helemaal niet alleenstaand!” Gustav: „We hebben wel de plichten van alle anderen, maar niet de rechten. Dat onze overheid de rechten van een minderheid niet verdedigt, zegt veel over de kwaliteit van onze democratie.”

Ze kennen verhalen van stellen die vanwege het ontbreken van een samenlevingscontract of homohuwelijk praktische problemen hebben gehad. „Twee lesbiennes woonden al vijftig jaar samen. Toen een van hen in het ziekenhuis belandde, begon een verre neef zich plotseling over haar te ontfermen. Die was uit op de erfenis. En die heeft hij nog binnengesleept ook. Omdat de partner van de zieke vrouw niet als zodanig werd erkend, mocht die niets beslissen over de behandeling. Kan je je voorstellen hoe gefrustreerd die vrouw moet zijn geweest? De verre neef had meer rechten dan zij, de levensgezel.”

De oorzaak van het feit dat Italië – in tegenstelling tot veel andere EU-landen – wettelijk niets heeft geregeld voor homostellen wordt vaak gezocht in de aanwezigheid van het Vaticaan. „Het helpt natuurlijk niet”, meent Gustav. „Maar we hebben geen kritiek op het Vaticaan, hoor. Die lobbyt voor haar eigen zaak, dat is logisch. Waar we wél kritiek op hebben, zijn de Italiaanse politici die geen grenzen stellen aan de invloed van de katholieke kerk. Die eerst een bisschop bellen om te horen wat die vindt voordat ze een beslissing nemen. Die het Vaticaan alle ruimte geven om onze maatschappij te beïnvloeden”. Luca: „Het is de taak van onze politici om de levens van de Italianen verbeteren. Maar dat doen ze niet. Ze zijn alleen maar bezig met het behouden van hun positie, en bang om de gematigde, katholieke kiezer te verliezen.”

Sinds Silvio Berlusconi met zijn centrum-rechtse coalitie in 2008 aan de macht is gekomen, is het samenlevingscontract helemaal van de politieke agenda verdwenen. Denken zij dat het er in de komende jaren toch van gaat komen? „Nee, dat denk ik niet”, antwoordt Gustav. „Onze hoop is gevestigd op de Europese Unie. Die moet ophouden om Italië vriendelijk te vragen bepaalde wetten te maken en overgaan tot bevelen uitdelen”, vindt Luca. Gustav: „Italië heeft het Verdrag van Lissabon wel gerectificeerd en zou dus ook iets moeten gaan doen voor ongetrouwde stellen. We gaan het zien. Maar ik ben pessimistisch.”

Gustav Hofer en Luca Ragazzi. (Trouw) Beeld
Gustav Hofer en Luca Ragazzi. (Trouw)
(Trouw) Beeld
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden