De twee gezichten van het GPV

Een degelijke partij, exclusief voor gereformeerd-vrijgemaakten. Zo stond het Gereformeerd Politiek Verbond (1948-2003) bekend. Een wij-gevoel hield de kleine, geïsoleerde kerkpartij bijeen, stelt historicus Ewout Klei die vandaag in Kampen op het GPV promoveert.

QUIRIJN VISSCHER

Ruim een halve eeuw kende Nederland een afgescheiden minisamenleving met gelovigen van één kerkgenootschap en met één politieke partij: het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV). De oprichting van het GPV in 1948 volgde op de Vrijmaking in 1944, een scheuring in de Gereformeerde Kerken om een theologisch geschil. De grote gereformeerde meerderheid ging sindsdien als 'synodaal' door het leven en de minderheid - zo'n 80.000 rechtzinnige gelovigen - als 'vrijgemaakt'.

In de overzichtelijke gereformeerd-vrijgemaakte samenleving die ontstond, groeide historicus Ewout Klei op. Hij ging naar vrijgemaakte scholen en volgde vrijgemaakte media. "Alles was vanzelfsprekend", herinnert hij zich. Nu de vrijgemaakte zuil dertig jaar na de ontzuiling van de Nederlandse samenleving verbrokkelt en het GPV in de ChristenUnie voortleeft, borrelen vragen op over het verleden. In zijn proefschrift behandelt Klei partijcultuur en relevantie van het GPV (1948-2003). Hij onderzocht de partijarchieven.

De wij-cultuur is een sleutel om het GPV beter te begrijpen, stelt Klei. De buitenwacht kent de partij van degelijke politici als Pieter Jongeling en Gert Schutte. Ondanks alle sympathie die hen ten deel viel, haalde de partij nooit meer dan twee zetels. De eigen kiezersachterban en een handvol sympathisanten leverden meer niet op. Zo constructief als het GPV in politiek Den Haag opereerde, zo emotioneel en polemisch was de partij van binnen. Maar dat tweede gezicht ontging niet-ingewijden.

Ruim een halve eeuw kende Nederland een afgescheiden minisamenleving met gelovigen van één kerkgenootschap en met één politieke partij: het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV). De oprichting van het GPV in 1948 volgde op de Vrijmaking in 1944, een scheuring in de Gereformeerde Kerken om een theologisch geschil. De grote gereformeerde meerderheid ging sindsdien als 'synodaal' door het leven en de minderheid - zo'n 80.000 rechtzinnige gelovigen - als 'vrijgemaakt'.

In de overzichtelijke gereformeerd-vrijgemaakte samenleving die ontstond, groeide historicus Ewout Klei op. Hij ging naar vrijgemaakte scholen en volgde vrijgemaakte media. "Alles was vanzelfsprekend", herinnert hij zich. Nu de vrijgemaakte zuil dertig jaar na de ontzuiling van de Nederlandse samenleving verbrokkelt en het GPV in de ChristenUnie voortleeft, borrelen vragen op over het verleden. In zijn proefschrift behandelt Klei partijcultuur en relevantie van het GPV (1948-2003). Hij onderzocht de partijarchieven.

De wij-cultuur is een sleutel om het GPV beter te begrijpen, stelt Klei. De buitenwacht kent de partij van degelijke politici als Pieter Jongeling en Gert Schutte. Ondanks alle sympathie die hen ten deel viel, haalde de partij nooit meer dan twee zetels. De eigen kiezersachterban en een handvol sympathisanten leverden meer niet op. Zo constructief als het GPV in politiek Den Haag opereerde, zo emotioneel en polemisch was de partij van binnen. Maar dat tweede gezicht ontging niet-ingewijden.

U noemt het GPV uniek Waarom?
U noemt het GPV uniek Waarom?
Klei: "De band tussen kerk en partij beheerste alles. Een GPV-lid moest in de praktijk wel gereformeerd-vrijgemaakt zijn. De achterban van de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) en de Antirevolutionaire Partij (ARP), die is opgegaan in het CDA, komt vanuit verschillende kerken. Onder vrijgemaakten draaide het debat om de handhaving van de gereformeerde belijdenis en het zijn van de 'ware kerk'. Andere gereformeerden voldeden daar niet aan. Na de Vrijmaking radicaliseerde de kerk onder dominee Francke en Jongeling. Zij streefden naar een afgezonderde positie in de wereld. Pas in de Tweede Kamer werd Jongeling milder."

Klei: "De band tussen kerk en partij beheerste alles. Een GPV-lid moest in de praktijk wel gereformeerd-vrijgemaakt zijn. De achterban van de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) en de Antirevolutionaire Partij (ARP), die is opgegaan in het CDA, komt vanuit verschillende kerken. Onder vrijgemaakten draaide het debat om de handhaving van de gereformeerde belijdenis en het zijn van de 'ware kerk'. Andere gereformeerden voldeden daar niet aan. Na de Vrijmaking radicaliseerde de kerk onder dominee Francke en Jongeling. Zij streefden naar een afgezonderde positie in de wereld. Pas in de Tweede Kamer werd Jongeling milder."

Hoe zag zo'n minisamenleving eruit?
Hoe zag zo'n minisamenleving eruit?
"De vrijgemaakte zuil kende naast het GPV een eigen vakbond, omroep, krant en zelfs een gereformeerde caravanclub. De gereformeerde reisvereniging was een huwelijksmarkt. Als jongere kon je eigen onderwijs volgen van basisschool tot hbo en Theologische Universiteit. Er zijn nu 125.000 vrijgemaakten. Maar de kerk kampt met secularisatie. Vrijgemaakten zijn dertig jaar later met ontzuiling dan overig Nederland. Ze gaan nu op in de evangelisch-reformatorische zuil van EO en ChristenUnie. Ze zitten er vaak in het middenkader. Ze zijn wat beter georganiseerd."

"De vrijgemaakte zuil kende naast het GPV een eigen vakbond, omroep, krant en zelfs een gereformeerde caravanclub. De gereformeerde reisvereniging was een huwelijksmarkt. Als jongere kon je eigen onderwijs volgen van basisschool tot hbo en Theologische Universiteit. Er zijn nu 125.000 vrijgemaakten. Maar de kerk kampt met secularisatie. Vrijgemaakten zijn dertig jaar later met ontzuiling dan overig Nederland. Ze gaan nu op in de evangelisch-reformatorische zuil van EO en ChristenUnie. Ze zitten er vaak in het middenkader. Ze zijn wat beter georganiseerd."

Het GPV had steeds één of twee zetels. Hoe zag de partij zichzelf?
Het GPV had steeds één of twee zetels. Hoe zag de partij zichzelf?
"Niet als een klein partijtje, maar als belangrijk. Kerkelijk trok men een rechte lijn van de vroegste christengemeente via de Reformatie en Doleantie naar de Vrijmaking. Zoiets gebeurde ook politiek: van Willem van Oranje en Groen van Prinsterer naar het GPV. Alles in de grote traditie van God, Vaderland en Oranje, net als de ARP in de negentiende eeuw en de eerste helft van de twintigste eeuw. Het GPV noemde dit de nationaal-gereformeerde traditie. De achterban en Kamerfractie verschilden erg. Bij de achterban ging het om 'kerk, kerk en nog eens kerk'. De kerk stond ook centraal in discussies over lidmaatschap en samenwerking met de SGP en Reformatorische Politieke Federatie (RPF). Maar de Tweede Kamerfractie had geen oog voor het kerkelijk vraagstuk. Schutte was net als Jongeling met staatsrecht bezig. Van Middelkoop besteedde aandacht aan kwesties als Srebrenica. Deze onderwerpen interesseerden de kiezers niet. Naast het kerkelijk vraagstuk wilden zij aandacht voor abortus, euthanasie, de Wet gelijke behandeling en het homohuwelijk."

"Niet als een klein partijtje, maar als belangrijk. Kerkelijk trok men een rechte lijn van de vroegste christengemeente via de Reformatie en Doleantie naar de Vrijmaking. Zoiets gebeurde ook politiek: van Willem van Oranje en Groen van Prinsterer naar het GPV. Alles in de grote traditie van God, Vaderland en Oranje, net als de ARP in de negentiende eeuw en de eerste helft van de twintigste eeuw. Het GPV noemde dit de nationaal-gereformeerde traditie. De achterban en Kamerfractie verschilden erg. Bij de achterban ging het om 'kerk, kerk en nog eens kerk'. De kerk stond ook centraal in discussies over lidmaatschap en samenwerking met de SGP en Reformatorische Politieke Federatie (RPF). Maar de Tweede Kamerfractie had geen oog voor het kerkelijk vraagstuk. Schutte was net als Jongeling met staatsrecht bezig. Van Middelkoop besteedde aandacht aan kwesties als Srebrenica. Deze onderwerpen interesseerden de kiezers niet. Naast het kerkelijk vraagstuk wilden zij aandacht voor abortus, euthanasie, de Wet gelijke behandeling en het homohuwelijk."

Het degelijke GPV kende intern volop conflicten en emotionele debatten. Waarom merkte de buitenwacht dat amper?
Het degelijke GPV kende intern volop conflicten en emotionele debatten. Waarom merkte de buitenwacht dat amper?
"Naar binnen was men gewend om elkaar de maat te nemen. Maar naar buiten domineerde het beeld van Schutte en Van Middelkoop. Die kregen carte blanche en werden niet op de vingers gekeken. Ook Jongeling gedroeg zich in het parlement anders dan voor de eigen achterban. Hij wilde geen politieke desperado zijn. Zo werd het GPV relevant voor de Nederlandse politiek. Het GPV had succes doordat Kamerleden zich soms niets van de achterban aantrokken."

"Naar binnen was men gewend om elkaar de maat te nemen. Maar naar buiten domineerde het beeld van Schutte en Van Middelkoop. Die kregen carte blanche en werden niet op de vingers gekeken. Ook Jongeling gedroeg zich in het parlement anders dan voor de eigen achterban. Hij wilde geen politieke desperado zijn. Zo werd het GPV relevant voor de Nederlandse politiek. Het GPV had succes doordat Kamerleden zich soms niets van de achterban aantrokken."

Is het GPV nog herkenbaar in de ChristenUnie?
Is het GPV nog herkenbaar in de ChristenUnie?
"In de ChristenUnie gaan discussies niet meer over de zuiverheid van de kerkelijke leer. Maar de manier waarop de ChristenUnie met conservatieve verontrusten omgaat, lijkt op die van het GPV. In de jaren negentig speelde bij het GPV de samenwerking met de RPF; recenter bij de ChristenUnie de toelating van homo's. Rechtse partijleden binnenboord weten te houden om de eenheid te bewaren, daarin herken je in de ChristenUnie nog het GPV."

"In de ChristenUnie gaan discussies niet meer over de zuiverheid van de kerkelijke leer. Maar de manier waarop de ChristenUnie met conservatieve verontrusten omgaat, lijkt op die van het GPV. In de jaren negentig speelde bij het GPV de samenwerking met de RPF; recenter bij de ChristenUnie de toelating van homo's. Rechtse partijleden binnenboord weten te houden om de eenheid te bewaren, daarin herken je in de ChristenUnie nog het GPV."

Herinneringen genoeg, maar geen heimwee
Van buitenparlementair tot ChristenUnie
Ewout Klei

promoveert aan de (vrijgemaakte) Theologische Universiteit Kampen. Zijn proefschrift verschijnt ook in boekvorm: 'Klein maar krachtig, dat maakt ons uniek. Een geschiedenis van het Gereformeerd Politiek Verbond 1948-2003', Uitgeverij Bert Bakker/ Prometheus.

Brandende politieke ambities waren in 1974 niet de reden waarom Lammert van Dijk (70) in de gemeenteraad van Kampen belandde namens het GPV. Het familiebedrijf in studieboeken vroeg al volop energie. Maar als lid van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) was het niet gebruikelijk om je te onttrekken aan je maatschappelijke verantwoordelijkheid. "Ik zag het als een roeping", zegt Van Dijk terugblikkend. "Je werkt niet alleen voor je zelf."

Een kerkelijk wij-gevoel doordesemde het GPV ook in Kampen. Dat was vanzelfsprekend. "Je ging naar dezelfde kerk en je las allemaal het Gereformeerd Gezinsblad, later het Nederlands Dagblad", vertelt plaatsgenoot Remmelt de Boer (68).

De Boer leidde de eenmansfractie van het GPV vanaf 1986. Toen de partij lokaal opging in de ChristenUnie werd hij namens de CU wethouder van Kampen (2001-2006) en senator (2007-2011). Is er in Kampen nog iets over van een wij-gevoel onder oud-GPV'ers?

Wonderlijk genoeg was het GPV jarenlang absent in de stad waar in 1944 onder leiding van theoloog Klaas Schilder de Vrijmaking plaatshad. Net als elders in Nederland verlieten toen veel families in Kampen de bestaande Gereformeerde Kerken om een rechtzinniger variant voor te zetten. Deze gereformeerd-vrijgemaakten stichtten nieuwe verzuilde instellingen, ook in de politiek. In Kampen ontstond het Comité van Gereformeerde Kiezers. Maar de aansluiting bij het GPV achtte men onnodig.

Ook Van Dijk ging deze weg. Zijn vader was actief voor het kiezerscomité. "Maar het comité deed niet meer dan kandidaten afvaardigen voor de gemeenteraad", zegt Van Dijk.

De kerk domineerde in de beginjaren elk debat. Maar in de jaren zestig kwam een jonge generatie vrijgemaakten op die praktische politiek wilde met een christelijke visie op de wereld. "We waren jonge honden", zegt Van Dijk over het clubje jonge mannen dat daarom tussen 1966 en 1974 het GPV in Kampen alsnog opzette.

Kerkelijke twisten maakten de komst van het GPV in de stad er niet makkelijker op. In 1967 zorgde een nieuwe scheuring ervoor dat veel vrijgemaakten buiten het kerkverband raakten. In Kampen had dit schisma grote invloed. De 'buitenverbanders' bleven massaal actief in de stadspolitiek via het Comité van Gereformeerde Kiezers en stonden in 1975 aan de wieg van de nieuwe nationale partij RPF.

De grondleggers van het GPV in Kampen meden zulke kerkelijke discussies. Ook gingen ze niet naar de plechtige nationale toogdagen van het GPV.

"We wilden frisse politiek", zegt Tom Kuper (68) die fractiemedewerker was in die jaren. "Andere christelijke partijen hadden verstofte visies. Wij wilden iets nieuws." Kuper schreef sport- en cultuurnota's. "We kozen voor sport om te laten zien dat het GPV in Kampen praktische politiek bedreef vanuit een brede cultuurvisie. Geen getuigenispolitiek dus."

Het GPV mocht dan bestaan uit mannen en vrouwen uit één kerkverband, het was toch geen eenheidsworst, stelt De Boer. Het wij-gevoel is vooral een kerkgevoel, meent hij. Tussen de kiesverenigingen van het GPV bestonden onderling grote verschillen. Dat het GPV praktisch alleen voor vrijgemaakten openstond, ervoer hij niet als probleem. "Ik kwam eerlijk gezegd ook nooit anderen tegen die GPV-lid wilden worden", zegt hij.

In Kampen ontstond stilaan een samenwerking met andere christelijke partijen, al kwam die door principiële verschillen moeizaam tot stand. "In die tijd had je dat meer", nuanceert Van Dijk. "Je zag die debatten ook bij linkse partijen: PPR, PSP en de CPN."

Halverwege de jaren tachtig vormden RPF, SGP en GPV een nauwe raadssamenwerking, wel betiteld als 'groot rechts'. "We noemden de RPF-wethouder onze wethouder", zegt De Boer. "Voor elke b. en w.-vergadering vergaderden we samen met hem."

Heimwee naar het GPV hebben De Boer, Kuper en Van Dijk niet. Ze schudden resoluut van nee. De partij was maar een middel voor een hogere christelijke missie, geen doel op zich, zeggen ze. Het wij-gevoel was niet alleen maar goed, stelt Van Dijk. "Bij meningsverschillen trek je toe naar mensen met wie je het al eens bent. Zo gaat dat nu eenmaal. Dat ging bij de Vrijmaking zo en in 1967 heb ik dat opnieuw ervaren. Het wij-gevoel in het GPV verduisterde de manier waarop je naar anderen kijkt. Die les trek ik."

"Het wij-gevoel heeft me nooit belemmerd in mijn denken", stelt De Boer echter. Van Dijk wijst hem op het GPV-taboe op lijstverbindingen. Dat waren de jaren zestig, vindt De Boer. "In de jaren tachtig ontstond het klimaat samen dingen te doen."

Anno 2011 is niet langer politieke samenwerking tussen christenen een struikelblok, maar de partijkeus die gelovigen soms maken. De Boer: "Ik kan niet begrijpen dat christenen lid worden van andere, niet-christelijke partijen."

1. Buitenparlementair (1948 - 1963)

Dominees domineren het jonge GPV dat vooral in Groningen en Overijssel sterk is. De partij is vooral een middel om te getuigen in de wereld. Een stem op het GPV is, stelt Klei, voor de kiezers een soort geloofsbelijdenis. Tot 1956 is de parlementaire kiesdrempel van 1 procent te hoog voor nationale getuigenispolitiek. De nieuwe kiesdrempel van 0,67 procent biedt echter wel perspectief: in 1959 komt het GPV maar 24 stemmen tekort voor een Kamerzetel.

2. Jongelings succes (1963 - 1972)

In 1963 debuteert journalist Pieter Jongeling namens het GPV in de Tweede Kamer. Hij blijkt mediageniek in het nieuwe tv-tijdperk. Jongeling is bekend als schrijver van 'Snuf de Hond'. Intern neemt outsider Bart Verbrugh de touwtjes in handen. Klei stelt dat deze ex-hervormde chemicus de partijdominees intellectueel overvleugelt. Verbrugh gaf het kerkelijke GPV een concreet partijprogramma en 'en passant' een radicaalrechtse koerswending. Jongeling strijdt succesvol tegen hogere kiesdrempels. Het GPV behaalt in 1971 een tweede zetel.

3. Isolement en verzakelijking (1972 - ca. 1990)

Protest tegen opbloeiende samenwerking met niet-vrijgemaakten brengt de partij terug in een isolement. Een kerkscheuring leidt ook tot stemmenverlies. Jongeling treedt terug. Opvolger Verbrugh gedijt niet in de politieke schijnwerpers. Met oud-gemeentesecretaris Schutte treedt verzakelijking in. Hij neemt de erfenis van Jongeling over: veel aandacht voor staatsrecht, constructief in het debat in de Tweede Kamer.

4. Generatieconflict en openstelling (ca. 1990 - 2003)

Nieuwe generaties vrijgemaakten beginnen vragen te stellen over het bestaansrecht van het geïsoleerde GPV en de exclusieve minizuil. Toenadering tot geestverwanten in de RPF leidt tot generatieconflicten tussen oude en jongere vrijgemaakten. De RPF blijkt met zijn hippe EO-uitstraling ook vrijgemaakten te trekken. In 2000 gaan de Kamerfracties samenwerken, in 2003 fuseren GPV en RPF tot ChristenUnie.

Ewout Klei promoveert aan de (vrijgemaakte) Theologische Universiteit Kampen. Zijn proefschrift verschijnt ook in boekvorm: 'Klein maar krachtig, dat maakt ons uniek. Een geschiedenis van het Gereformeerd Politiek Verbond 1948-2003', Uitgeverij Bert Bakker/ Prometheus.

Van buitenparlementair tot ChristenUnie
1. Buitenparlementair (1948 - 1963)

Dominees domineren het jonge GPV dat vooral in Groningen en Overijssel sterk is. De partij is vooral een middel om te getuigen in de wereld. Een stem op het GPV is, stelt Klei, voor de kiezers een soort geloofsbelijdenis. Tot 1956 is de parlementaire kiesdrempel van 1 procent te hoog voor nationale getuigenispolitiek. De nieuwe kiesdrempel van 0,67 procent biedt echter wel perspectief: in 1959 komt het GPV maar 24 stemmen tekort voor een Kamerzetel.

2. Jongelings succes (1963 - 1972)

In 1963 debuteert journalist Pieter Jongeling namens het GPV in de Tweede Kamer. Hij blijkt mediageniek in het nieuwe tv-tijdperk. Jongeling is bekend als schrijver van 'Snuf de Hond'. Intern neemt outsider Bart Verbrugh de touwtjes in handen. Klei stelt dat deze ex-hervormde chemicus de partijdominees intellectueel overvleugelt. Verbrugh gaf het kerkelijke GPV een concreet partijprogramma en 'en passant' een radicaalrechtse koerswending. Jongeling strijdt succesvol tegen hogere kiesdrempels. Het GPV behaalt in 1971 een tweede zetel.

3. Isolement en verzakelijking (1972 - ca. 1990)

Protest tegen opbloeiende samenwerking met niet-vrijgemaakten brengt de partij terug in een isolement. Een kerkscheuring leidt ook tot stemmenverlies. Jongeling treedt terug. Opvolger Verbrugh gedijt niet in de politieke schijnwerpers. Met oud-gemeentesecretaris Schutte treedt verzakelijking in. Hij neemt de erfenis van Jongeling over: veel aandacht voor staatsrecht, constructief in het debat in de Tweede Kamer.

4. Generatieconflict en openstelling (ca. 1990 - 2003)

Nieuwe generaties vrijgemaakten beginnen vragen te stellen over het bestaansrecht van het geïsoleerde GPV en de exclusieve minizuil. Toenadering tot geestverwanten in de RPF leidt tot generatieconflicten tussen oude en jongere vrijgemaakten. De RPF blijkt met zijn hippe EO-uitstraling ook vrijgemaakten te trekken. In 2000 gaan de Kamerfracties samenwerken, in 2003 fuseren GPV en RPF tot ChristenUnie.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden