‘De Turkse regering bouwt een muur van angst’

Demonstranten, van wie velen kort daarvoor zijn ontslagen, voor de fabriek van cosmetica­bedrijf Flormar. Beeld AFP

Miljoenen Turkse arbeiders kunnen nauwelijks rondkomen. Hun woede groeit, maar verzet wordt gesmoord. Erdogan wil geen onrust in de aanloop naar de lokale verkiezingen, eind deze maand.

 Net buiten de stadsgrenzen van Istanbul ­liggen de uitgestrekte industrieterreinen van het stadje Gebze. Stukken ijzer rotten weg in de zwarte modder tussen de fabriekshallen. Minibusjes verschepen iedere ochtend massa’s arbeiders van hun betonnen flatgebouwen naar hun werk.

Aan het eind van ‘Straat 700’ staat de fabriek van Flormar. Het Turkse bedrijf is voor 51 procent in handen van de Franse cosmetica-gigant Yves Rocher en produceert lippenstift, nagellak en andere schoonheidsproducten. Maar het gebouw doet eerder denken aan een bunker. Prikkeldraad en kippengaas ommuren het terrein. De arbeiders in de fabriek mogen niet zien wat er buiten gebeurt.

Verzet is schoonheid

Eind februari. In een witte tent aan de overkant van de weg zitten een kleine honderd vrouwen en mannen te rillen voor elektrische kacheltjes. Ze zijn ontslagen door Flormar. Om klokslag twaalf uur staat iedereen op, steekt de straat over en balt een vuist naar de fabriek. “Flormar is geen schoonheid, verzet is schoonheid!”, schreeuwen de demonstranten, waarna ze hun tent weer inkruipen voor een bord rijst met lamsvlees. “We houden de moed erin”, lachte vakbondsleider Sivan Kirmizicicek.

Een week later is de tent opgedoekt. Na 297 dagen staakten de ontslagen werknemers de strijd. Het verhaal achter dit gesmoorde verzet is dat van een land dat vastzit. Een land waarin miljoenen gezinnen wegzinken in economische zorgen, maar daar niets tegen kunnen doen.

De protesten begonnen vorig jaar lente. “Flormar ontsloeg twaalf werknemers die hun collega’s wilden betrekken bij de vakbondsbeweging”, vertelt Kirmizicicek. “Wie sympathiseerde werd ontslagen.” In totaal verloren 133 van de 1500 werknemers hun baan, verreweg de meesten zonder enige finan­ciële compensatie. Sinds 15 mei demonstreerden zij om weer aan het werk te mogen, maar dan mét het recht op vakbondsactiviteit.

Een sterke vakbond had garant kunnen staan voor betere arbeidsvoorwaarden. Volgens de ontslagen werknemers betaalde Flormar vrouwen minder dan mannen. Beloofde loonsverhogingen bleken veel lager dan verwacht. Dat is de norm in Turkije. Volgens een rapport van de linkse vakbond DISK verdient maar liefst 60 procent van de Turken in loondienst niet meer dan 400 euro per maand. Ruim 40 procent werkt tegen het minimumloon, dat onlangs is verhoogd van 260 naar 330 euro.

Zeker in de huidige economische crisis is dat veel te weinig, aldus econoom Mustafa Sönmez. De vooruitzichten zijn bovendien gitzwart, waarschuwt hij. De Turkse economie kromp met 2,4 procent in het laatste kwartaal van 2018, de werkloosheid staat op 14 procent, de inflatie op 20 procent en de prijs van vers groente en fruit is zelfs meer dan verdubbeld. “Een huishouden waarin twee personen het minimumloon verdienen, kan simpelweg niet meer rondkomen.”

Maar de vakbonden zijn gekortwiekt. “De arbeidswet is ontworpen in het voordeel van de werkgever”, legt vakbondsleider Kirmizicicek uit. “In theorie bestaat er recht op vakbonds­activiteit, maar in de praktijk zijn er ­allerlei mazen in de wet waarmee de werkgever de vakbonden kan tegenwerken. De AKP-regering kiest altijd de kant van de bazen.”

Bovendien is het bestuur van de vakbonden eveneens vervlochten geraakt met het bedrijfsleven en de regering. “Alle bestuursleden van de grootste vakbond Türk-Is zijn verbonden aan de regering. Daardoor zetten ze hun gewicht niet in tijdens onderhandelingen, bijvoorbeeld als er een nieuw minimumloon wordt vastgesteld. Hun taak is in feite om de arbeidersklasse in het gareel te houden.”

De ontslagen werknemers van Flormar vonden aanvankelijk steun in een lokale voorzitter van hun vakbond Petrol-Is, Süleyman Akyüz. “De Flormar-strijd is klassenstrijd!”, riep Akyüz eind vorige maand nog door de megafoon.

Een week later liet hij zijn kameraden vallen. Ineens kondigde Akyüz aan dat de ontslagen werknemers hun strijd misschien toch maar beter konden staken. Daar had het landelijk bestuur van Petrol-Is op aangedrongen. Daarbij kwam Flormar onverwachts met een genereus aanbod: iedere ontslagen werknemer zou tussen de 15.000 en 16.000 euro in compensatie ontvangen als ze hun verzet neerlegden.

Vijf uur vergaderde de arbeidersbeweging over haar eigen einde. ­Kirmizicicek was vastbesloten door te gaan, maar Akyüz kwam met verkapte dreigementen over de risico’s. Uiteindelijk stemden twee derde van de demonstranten om het aanbod van Flormar aan te nemen. Een protest van 297 dagen kwam ten einde.

Geen toeval

In een schriftelijke verklaring aan Trouw laat Flormar weten dat de grote geldbedragen die het bedrijf aanbood niet wijzen op een plotselinge koerswijziging: “Het herstellen van een vreedzame sociale omgeving is altijd onze prioriteit geweest.” Het bedrijf zegt de werknemers hun banen helaas niet terug te kunnen geven omdat die inmiddels zijn ingenomen door anderen. Ook ontkent het dat de onderhandelingen zijn afgestemd met de Turkse autoriteiten.

Maar volgens vakbondsleider Kirmizicicek is het ‘overduidelijk’ dat de Turkse regering heeft ingegrepen. Hij wijst op een plotselinge politieaanwezigheid voor de fabriek vlak voordat Flormar met het aanbod kwam. De timing is geen toeval, stelt hij. “Het akkoord viel aan de vooravond van internationale vrouwendag. De AKP wist dat talloze organisaties op die dag van plan waren om met ons te komen demonstreren. Dat soort protesten willen ze koste wat het kost voorkomen, want eind deze maand zijn er gemeenteraadsverkiezingen.”

Het is een teken van zwakte, stelt de vakbondsleider. “De AKP is bang dat haar eigen achterban in opstand komt. Precies daarom vormen wij een bedreiging, want zo’n 60 procent van onze beweging stemde voorheen op de AKP. Onze zorgen worden gedeeld door miljoenen anderen.”

Die economische onvrede vormt een nieuw risico voor president Erdogan. “Eerdere protesten tegen de regering waren vooral afkomstig uit welvarende en seculiere delen van de samenleving”, legt Kirmizicicek uit. “Maar als het dit keer uitbarst, gaat ook de conservatieve arbeidersklasse de straat op. Dan wordt het pas echt groot.”

Vroeg of laat zal dat moment komen, voorspelt de vakbondsleider. “De regering heeft een muur van angst gebouwd”, zegt hij verbeten. “Niemand mag kritiek uiten. Niemand durft in opstand te komen. Iedereen is bang zijn baan kwijt te raken. Maar achter die angst zit de woede. Die zal almaar groter worden, totdat de muur breekt.”

Waarom een nieuwe vakbond? 

Drie ex-werknemers van het Turkse cosmeticabedrijf Flormar vertellen waarom ze de nieuwe vakbond steunen.

‘Mijn ogen zijn geopend'

Sebahat Zengin Beeld Melvyn Ingleby

Sebahat Zengin (26) heeft zichzelf ­beloofd nooit meer op de AKP te stemmen. “Tijdens ons protest bleek dat deze regering helemaal niet aan de kant van gewone mensen staat. Alle partijen zijn op bezoek geweest, maar als de AKP kwam, kozen ze altijd de kant van de werkgever. Had ik dat maar eerder geweten. Ik heb spijt dat ik ze aan de macht geholpen heb.”

Zengin werkte vijf jaar voor cosmetica­bedrijf Flormar. Haar manager sloot haar op omdat ze probeerde haar ontslagen collega’s te steunen. “Toen ik die avond thuiskwam, zag mijn vader dat ik gehuild had. Hij is net als ik van politieke kleur veranderd. Hij was een overtuigde AKP’er, maar is razend dat de regering ons niet geholpen heeft.”

Buiten haar familie vond Zengin minder steun. “Binnen AKP-kringen is het niet makkelijk om af te wijken van de norm”, vertelt ze aarzelend. “Mijn vrienden reageerden heel negatief. Ze zien protest als verraad van de regering. Er valt niet met ze te discussiëren, ze volgen blind hun leider. Maar mijn ogen zijn geopend. Ik kan alleen hopen dat hun ogen ook ooit geopend worden. Dat proces moet ­iedereen zelf doorlopen.”

De ex-AKP’er stemde tegen het financiële aanbod van Flormar. “Het was duidelijk een vooropgezet plan om ons af te kopen. De regering wilde voorkomen dat we protesteerden op internationale vrouwendag. Als het aan mij lag waren we doorgegaan tot het eind. Al stuurden ze de mobiele eenheid.”

‘Geen partij is verbonden met de arbeidersklasse'

Selman Sakarya Beeld Melvyn Ingleby

Selman Sakarya (33) studeerde grafisch ontwerpen, maar bestuurde in Flormar de machine die potjes nagellak vult. “Het is in Turkije heel moeilijk om een baan te vinden die bij je kwalificaties past. Na de universiteit werkte ik ieder jaar ergens anders. Je pakt elke baan die je pakken kan.”

De dertiger woont nog thuis. In tegenstelling tot de meeste Flormar-medewerkers komt hij uit een links nest. Aan zijn collega’s legt hij uit hoe het wereldwijde kapitalisme in elkaar steekt. “Vergeet niet dat Flormar voor de helft van Yves Rocher is. We hebben honderden e-mails naar Frankrijk gestuurd, maar tevergeefs. Westerse bedrijven willen gewoon gebruikmaken van goedkope Turkse arbeid.”

Ondanks zijn glasheldere politieke overtuigingen heeft Sakarya geen idee op welke partij hij zou moeten stemmen. “Natuurlijk hebben alle oppositiepartijen ons protest bezocht”, zegt hij met een cynisch lachje. “ Ze maakten een foto en vertrokken weer. Geen enkele grote partij in Turkije is echt verbonden met de arbeidersklasse. Dat is precies waarom de AKP aan de macht blijft.”

Maar volgens Sakarya is die macht fragiel. “Mijn collega’s uit AKP-gezinnen zijn net zo goed woest op deze regering. Het is denk ik geen toeval dat Flormar vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen met een financiële compensatie kwam. De regering is bang dat ons protest zich verspreidt naar hun eigen achterban.”

‘Ik dacht aan mijn kinderen’

Zuhal Aktas Beeld Melvyn Ingleby

Zühal Aktas (35) is een alleenstaande moeder van twee kinderen. Tien jaar geleden verloor ze haar man. Het ­minimumloon dat Flormar haar betaalde was niet genoeg om rond te komen. “Iedere maand gaat het slechter. Eerst kan je geen kleren meer betalen, de maand erop is zelfs een stuk kaas te duur.”

De verlegen vrouw is naar eigen zeggen niet het type dat snel protesteert. “Maar de dag dat mijn vrienden werden ontslagen heb ik in het minibusje terug naar huis zitten huilen. Drie dagen later besloot ik ze te steunen. Het was de eerste dag van de ramadan. Ik dacht: hoe kan een moslim zijn werknemers op straat zetten als ze aan het vasten zijn? God ziet dat wij gelijk hebben.”

Aktas zegt dat de protesten haar leven hebben veranderd. “Ik was het soort vrouw dat overdag in de fabriek stond en ’s avonds in de keuken.

Maar deze beweging heeft mij zelfvertrouwen gegeven. Je voelt je zoveel sterker als je lid bent van een vakbond. Voor het eerst had ik het ­gevoel dat ik als vrouw ook iets kon veranderen.”

Falen doet daarom des te meer pijn. Aktas aanvaardde het financiële aanbod van Flormar. “We zijn omgekocht”, zegt ze schaamtevol. “Ik dacht aan mijn kinderen. Ze hebben schoolboeken nodig. Hun schoenen zijn al een jaar te klein. Maar als vrouw voel ik me verschrikkelijk. Het is alsof we onze trots hebben ­verloren.”

Lees ook: 

Erdogan strijdt tegen ‘groente- en fruitterroristen’

De Turkse president heeft een nieuwe volksvijand aangewezen. Groente-en fruitverkopers. Landverraders noemt hij hen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden