De triomfantelijke terugkeer van Orfeo

Met Luigi Rossi's 'Orfeo' begon in 1647 de Franse operageschiedenis. De bijzondere opera is nu voor het eerst sinds de première weer uitgevoerd in Frankrijk. Met een belangrijk Nederlands aandeel.

In Nancy keerde 'Orfeo' afgelopen week naar Frankrijk terug. Niet de bekende 'Orfeo' van Monteverdi of Gluck, maar die van Luigi Rossi. In 1647, precies veertig jaar na het meesterwerk van Monteverdi met dezelfde titel, ging deze 'Orfeo' van de Italiaanse Rossi uit Rome in Parijs in première. De componist uit het land waar het operagenre een halve eeuw eerder was geboren, werd naar Frankrijk gehaald door kardinaal Mazarin. Deze opvolger van kardinaal Richelieu wist uit zijn Italiaanse periode hoe je op een prima manier politiek kon bedrijven via muziek en opera - epateren en verbluffen, waardoor je uiteindelijk meer van je mede- en tegenstanders gedaan kunt krijgen.

Het was in Frankrijk de tijd van het regentschap van Anna van Oostenrijk, moeder van de toen nog jonge Lodewijk de Veertiende. Rossi kreeg voor opvoeringen gedurende de carnavalstijd de opdracht tot het schrijven van een spektakelopera. En zo werd 'Orfeo' de allereerste opera die op Frans grondgebied werd gemaakt en opgevoerd. Dat de operageschiedenis van Frankrijk door toedoen van Louis XIV en componist Jean-Baptiste Lully uiteindelijk een heel andere loop had dan die in Italië - in Parijs hield men niet van castraatzangers - doet niets af aan de bijzondere plek die Rossi's 'Orfeo' in die geschiedenis inneemt.

Het succes van de opvoeringen in het Palais Royal was groot, men keek zijn ogen uit. Maar door de enorme kosten - opera was toen al duur - kwam er ook kritiek, waardoor het hof zich een jaar later genoodzaakt zag Parijs in te ruilen voor Versailles. Grappig wel dat de nieuwe productie van 'Orfeo' over tien dagen juist ook in Versailles te zien zal zijn.

De jonge, Franse barokspecialist Raphaël Pichon, voorheen countertenor, werd met zijn Ensemble Pygmalion door de Opéra national de Lorraine gevraagd om Rossi's werk te herintroduceren in Frankrijk. Voor het eerst sinds 1647 is de opera er opnieuw te zien en te horen. Het klassieke operatheater aan de schitterende Place Stanislas in Nancy heeft Rossi's 'Orfeo' dit seizoen opgenomen in een trilogie van Orpheus-opera's. Vorige maand waren er opvoeringen van de satirische 'Orphée aux Enfers' van Jacques Offenbach en volgende maand is de beroemde opera 'Orphée et Eurydice' van Gluck er te zien. Mooi staaltje van betekenisvol programmeren.

Hartverscheurend mooi

Een belangrijk Nederlands aandeel in deze productie kwam van regisseur Jetske Mijnssen en van sopraan Judith van Wanroij in de titelrol. Beiden werden aan het slot hartstochtelijk toegejuicht door het publiek in Nancy. Zoals trouwens iedereen in deze magnifiek bedachte en uitgevoerde enscenering enthousiast werd onthaald. In Nancy bleef het publiek, waaronder veel jongeren, maar gescandeerd klappen, nadat het meer dan drie uur zeer geconcentreerd had zitten luisteren en kijken.

Mijnssen voegde met deze 'Orfeo' een belangrijk wapenfeit aan haar immer uitdijende internationale carrière toe. Het wordt nu zo langzamerhand toch echt tijd dat zij een kans krijgt op het hoogste operaniveau in Nederland. En die superieure sopraan Van Wanroij, inmiddels zeer geliefd in Franse contreien, wist haar Orfeo een hartverscheurend mooi geluid mee te geven. Samen met Mijnssen had zij bovendien haar personage minutieus uitgewerkt in blik, gebaar en houding.

De avond begon meteen al ijzersterk. Mijnssen en Pichon hebben de destijds obligatoire proloog, een lofzang op royalty, weggelaten en bedachten een geheel eigen en originele opmaat. Tergend langzaam gaat het voordoek op, en op een leeg toneel staat Orfeo - bange voorgevoelens tekenen zijn gezicht - in een wit maatkostuum de zaal in te kijken. Onderin de orkestbak preludeert een eenzame harp. Er wordt niet gezongen. Hier staat hij dan, de mythische Orpheus die met zijn lier iedereen kan vermurwen, maar die er uiteindelijk zijn Euridice niet mee terugwint. Ruim drie uur later laat Mijnssen haar Orfeo daar weer staan, wederom zwijgend en turend in het auditorium. Wijzer, en illusies armer. Gelijk een ieder van ons. Ook hier geplukte muziek op drie luiten, een viola da gamba en een harp. Totdat uiteindelijk die ene harp weer overblijft.

Wat een schitterende beeldrijm bedacht Mijnssen hier. En wat een simpel en ontroerend beeld van de verschrikkelijke eenzaamheid die iemand moet voelen als een geliefde plots wegvalt. Jammer dat het publiek door het langzaam zakkende doek heenklapte en daarmee de betovering verstoorde. Al was dat enthousiasme alleszins te begrijpen. Of misschien klapte het wel de eigen angsten weg, want daarover vooral gaat deze subtiele en poëtische enscenering.

Mijnssen en Pichon hadden meer overtolligheden weggesneden. Het gekonkel van de goden was tot een minimum teruggebracht, waardoor het verhaal onnoemelijk veel won aan humane dimensies. De rol van Euridice is in deze opera veel substantiëler dan in die van Monteverdi of Gluck. Bij Monteverdi gaat ze in de eerste minuten al dood en bij Gluck is ze zelfs al gestorven als de opera begint. Daar komen we haar pas tegen in de onderwereld. Rossi en zijn librettist Francesco Buti laten Euridice maar liefst twee uur lang leven. Pas aan het eind van de tweede akte sterft zij aan een slangebeet, en pas daar last Mijnssen een pauze in.

Liefde en verdriet

Zo krijgt de voorstelling een simpele, maar duidelijke indeling. De twee uur voor de pauze zijn voorbereidingen op het huwelijk van Orfeo en Euridice, het uur erna zijn we ineens op de begrafenis van Euridice. En dat allemaal in een moderne setting, op van die huwelijksrecepties en condoleances waar we allemaal weleens aanwezig zijn geweest. Mijnssen en haar team zetten in op directe herkenbaarheid en gebruiken de mythe om zo dicht mogelijk op de huid van hun personages te zitten. Gewone mensen met hun intermenselijke relaties. Een verhaal over diepe liefde en onmetelijk verdriet.

Het geheel speelt zich af in een eenheidsdecor, een prachtige, halfronde, houten ruimte, een koepelzaal met een draaiend vloerplateau van de hand van Ben Baur. In de eerste helft dragen de bruiloftsgasten prachtige crème-witte kostuums en hoeden (ontwerp Gideon Davey). Als Euridice uiteindelijk sterft bovenop een van de overgebleven tafels van de huwelijksreceptie - een fantastisch uitgewerkte scène - komen de gasten ineens op in zwarte kostuums en met zwarte hoeden om hun schitterende a-cappellatreurzangen te zingen. Wederom een uitermate simpel maar verbluffend effect.

Deze 'Orfeo'-opera is bijzonder vanwege de grote rol voor Aristeo, eveneens verliefd op Euridice, maar door haar versmaad. In een steekspel tussen moeder Venus en zoon Amor wordt Aristeo ingezet om te zien wie van de twee de sterkste is. Venus verkleedt zich daartoe als oude vrouw om als ervaringsdeskundige Euridice ertoe te verleiden om zich niet bij één geliefde te houden. Het is in dit drama een uitermate komische rol, als het ware op het lijf van countertenor Dominique Visse geschreven. Toen William Christie in 1990 met Les Arts Florissants de opera op plaat vastlegde, was Visse er in deze rol met zijn scherpe stem al bij. Een kwarteeuw later is hij er als het ware nog beter in gegroeid en samen met Mijnssen maakt hij er een onvergetelijk en komisch personage van. Bovendien in een outfit waar menige vrouw jaloers op zou zijn.

Mijnssen laat Aristeo tijdens de bruiloftsvoorbereidingen opkomen in een hoodie, teken dat er met hem onraad en onrust op komst is. Hij is het tenslotte die Euridice tegengif aanbiedt voor de slangebeet in ruil voor haar liefde. Hierin en in tal van andere kleine details toont Mijnssen haar perfecte handwerk als regisseur.

Nog zo'n scène. Vlak voor haar dood wordt Euridice in slaap gezongen. Orfeo hoort bij deze scène niet aanwezig te zijn, maar Mijnssen laat zich de kans niet ontnemen om de twee voor een laatste keer innig omstrengeld samen te brengen. Droom of werkelijkheid? Doet er niet toe, de uitzonderlijke liefde tussen de twee krijgt er, zo vlak voor de dood van de één, diepe dimensies door.

Het bedrijf in de onderwereld heeft Mijnssen gesitueerd in een rouwkamer. Het lijk van Euridice is opgebaard in een kist. Stoelen voor de gasten staan klaar. Voor de houten wanden worden zwarte gordijnen geschoven, zoals de ogen van Orfeo een sluier, een waas hebben gekregen. In een van de beroemdste aria's uit de opera vraagt Orfeo zich af waar zijn tranen blijven. Van Wanroij is hier vocaal op de top van haar kunnen en geeft haar zang een onvoorstelbaar mooie intensiteit mee. In deze 'onderwereld' moet Orfeo zijn eigen innerlijke monsters tegemoet treden en de gasten verschijnen hier als Jeroen Bosch-achtige fantasiewezens. De bruiloftsgasten zijn begrafenisgasten geworden. Zoals dat gaat in het leven. Simpel, maar o zo aangrijpend.

Eb en vloed

In deze slimme, simpele, soepele en zeer doeltreffende enscenering heeft Mijnssen het bijzonder getroffen met haar veelal jonge zangers. Die hebben zich met zichtbaar plezier laten meeslepen in de gedachtenwereld van de regisseur. Francesca Aspromonte is een zeer jonge, maar fantastische Euridice, beweeglijk in stem en lijf en onvergetelijk in haar sterfscène op die eenzame tafel. Giuseppina Bridelli is al even goed als Aristeo en maakt van haar waanzin in de derde akte een vocaal-theatraal hoogtepunt. Samen met Van Wanroij vormen deze twee Italiaanse zangeressen de vocale spil van deze voorstelling. Een trio sopranen van hoogstaande allure. Goed zijn ook Giulia Semenzato (Venus), Luigi de Donato (Pluto), Ray Chenez (Nutrice en Amor), Victor Torres (Endimione) en Marc Mauillon (Momus).

Raphaël Pichon, die de baton in zijn linkerhand houdt, zorgt in de rijk gevulde orkestbak voor wondertjes. Twee klavecinisten zitten aan zijn zijde, een derde zit even verderop. Die bespeelt een claviorganum, klavecimbel en orgel in één. Er zijn luiten in soorten en maten, cornetten, dulcianen, (blok)fluiten, een regaal, slagwerk en een grote groep strijkers. Het maakt nu nog even veel indruk als het destijds in 1647 moet hebben gedaan.

Pichon voelt de eb en vloed van deze vloeiende muziek geweldig aan. Overgangen tussen recitatieven, ariosi en aria's zijn soepel en hij houdt de boel ritmisch formidabel bij elkaar. De schurende dissonanten wringen in de bak al net zo als de beelden op de bühne. Pichon en Mijnssen zorgen hand in hand voor een emotionerende en triomfantelijke terugkeer van Rossi's 'Orfeo' in Frankrijk. Een belevenis.

'Orfeo' van Luigi Rossi is in Nancy nog te zien op 9 en 10 februari. Op 19 en 20 februari zijn er voorstellingen in de Opéra Royal in Versailles. Volgend seizoen is de productie te zien in de operatheaters van Bordeaux en Caen. Vanavond is er vanaf 20.00 uur een webcast te zien via www.culturebox.fr. Ook via www.medici.tv zal de opera vanaf heden een tijdlang beschikbaar zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden