De trendy maanorchidee is niet meer aan te slepen

De maanorchidee is mooi, bloeit maandenlang, kan tegen de hitte van de cv en is lekker makkelijk. Geen wonder dat hij zo populair is.

Zou er één Nederlandse vensterbank te vinden zijn waar hij niet op staat? En ook in bruidsboeketten, bloemenwinkels en woonmagazines is hij niet meer weg te denken, deze trendy kamerplant met zijn dikke bladeren waaruit een stengel oprijst die eindigt in een rij exotische bloemen.

De vlinder- of maanorchidee (Phalaenopsis amabilis) heeft zijn populariteit te danken aan drie deugden: hij bloeit maandenlang, voelt zich goed thuis in de droge hitte van de centrale verwarming en is lekker makkelijk. Iets dat niet vanzelfsprekend is voor planten die hun oorsprong vinden in de tropen.

Daar, in de dichte regenwouden van Indonesië en Australië groeien de maanorchideeën in bomen. Het zijn epifyten, planten die op een andere plant groeien maar wel voor hun eigen voedsel zorgen. Met hun vlezige wortels hechten ze zich vast aan boomtakken en voeden zich met het regenwater dat langs de stam loopt. Bovendien zitten ze op deze manier mooi hoog, waardoor ze meer licht opvangen dan in de dichte begroeiing op de bodem het geval zou zijn.

Hun bloemen lijken verbluffend sterk op vlinders, zoals Carl Ludwig Blume in 1825 ondervond. Blume, directeur van de Botanische Tuin van Buitenzorg, was afgereisd naar een eiland ten zuiden van Java om de planten aldaar te onderzoeken. Terwijl hij daarmee bezig was, zag hij plotseling een zwerm witte nachtvlinders bij een boom. Althans, dat dacht hij, want het bleken geen vlinders te zijn maar orchideeën. Vanwege hun gelijkenis met nachtvlinders doopte Blume ze Phalaenopsis, naar het Griekse ’phalaina’ (nachtvlinder) en ’opsis’ (gelijkend op). Om ze van andere te onderscheiden voegde hij er ’amabilis’ (lieflijk) aan toe.

Er zijn ongeveer 60 phalaenopsis-soorten. Vooral de afgelopen honderd jaar is er met deze bloemen zoveel gekruist, dat er onderhand tienduizenden hybriden zijn. De soort die bij ons het meest verkocht wordt is Phalaenopsis amabilis. Ze zijn er in het wit, paars, lila, oranje en bruinrood – en zelfs in het knalblauw. Die blauwe zien er heel apart uit. Maar vergis je niet: het zijn doodgewone witte waarin blauwe vloeistof is gespoten. Zijn de bloemen uitgebloeid en komen er nieuwe, dan zijn die opnieuw wit. Pure nep dus.

Orchideeën zijn net poezen, ze houden niet van verhuizen en doen ze dat toch, dan hebben ze tijd nodig om gewend te raken aan hun nieuwe omgeving. Er is maar één manier om het ze naar de zin te maken: kijk hoe ze in hun ’thuisland’ leven en aap die omstandigheden zoveel mogelijk na.

De Phal, zoals kwekers hem gemakshalve noemen, groeit van nature onder het bladerdak van de boom waar hij aan vast zit. Hij wil daarom een lichte plek maar niet in de felle middagzon. In de beschutting van woudreuzen waait het niet en ja hoor: deze plant staat inderdaad niet graag op de tocht. De temperatuur mag overdag lekker warm zijn en als het ’s nachts een stuk kouder is dan overdag, dan stimuleert dat de bloei. Al ligt de grens bij 15°, want dan houden de wortels ermee op en vallen de knoppen af.

In de tropen regent het bijna nooit, maar áls het regent dan is het meteen een hoosbui. Maanorchideeën kunnen daarom goed tegen droogte, maar willen af en toe een flinke plens water hebben. Controleer zijn behoefte aan water door een keer in de week een satéprikker in de pot te steken om te zien hoe vochtig de grond is. Is de prikker droog, geef de plant dan water of – nog beter – houd de pot een minuut lang onder water. Laat hem goed uitlekken, zodat het overtollige water er uit kan lopen. ’s Winters, als de lucht droog is, wil de Phal regelmatig besproeid worden. Bemesten mag ook, liefst met speciale orchideeënmest: van november tot maart één keer per maand, van maart tot november twee keer per maand.

De maanorchidee bloeit van het eind van de winter tot vroeg in het voorjaar. Een enkele bloem kan wekenlang bloeien en omdat ze na elkaar opengaan, is het alsof hij er eindeloos mee doorgaat. Is het eindelijk voorbij met die bloemen, dan kun je hem laten doorbloeien door de uitgebloeide stengel boven het tweede oog van onderen af te knippen. Lukt het niet om de plant opnieuw aan het bloeien te krijgen, zet hem dan in de herfst een paar maanden op een wat koelere plek en geef hem minder water. Omdat de plant die kou en droogte niet is gewend, denkt hij dat het einde nabij is en gaat hij in allerijl voor nakomelingen zorgen door een knop aan te leggen.

Phalaenopsis kan elke drie of vier jaar verpot worden. Dat gebeurt nadat hij heeft gebloeid, dus in het voorjaar. Haal hem uit de pot en snij voorzichtig dode, zwarte of rottende worteldelen weg. Gezonde wortels zijn te herkennen doordat ze stevig zijn en wit, met een groen puntje aan het uiteinde. Zet de plant in een iets grotere pot met op de bodem een laag scherven. Vul die verder met orchideeëngrond, een mengsel van houtschors en turfdeeltjes.

Een grappig verschijnsel is dat aan een uitgebloeide steel een nieuwe uitloper kan groeien. Dat is een ’keiki’, het Hawaïaanse woord voor baby. Na verloop van tijd komen daar ook weer wortels aan. Als het nieuwe plantje minstens drie blaadjes heeft en wat worteltjes, kun je het afknippen en in een apart potje met orchideeëngrond zetten. En misschien is het wel leuk om te zien wat er gebeurt als je nou eens niet zo’n lelijke stok aan de stengel vastbindt?

We sluiten af met een tip voor liefhebbers van orchideeën die nog op zoek zijn naar een gezellig kerst-uitje. Op Eerste en Tweede Kerstdag is de Orchideeën Hoeve in Luttelgeest (Flevoland) open tussen 11 en 18 uur. Alle informatie is te vinden op www.orchideeenhoeve.nl (met vijf e’s!).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden