De trefzekere taal van de paus

De paus heeft het woord zorgvuldig gekozen. Het Ottomaanse Rijk heeft genocide op de Armeniërs bedreven. Als onderdeel van een Heilige Oorlog.

Antoine Bodar (1944) is onder andere filosoof, priester en kunsthistoricus. Hij woont beurtelings in Amsterdam en Rome, in het pauselijke priestercollege Santa Maria dell'Anima.

'Wij mogen niet verzwijgen wat wij gezien en gehoord hebben", zei paus Franciscus daags na zijn veroordeling van de Turkse genocide op Armeniërs, in de Petrusbasiliek in Rome. "Zaken in vrijheid bij de naam noemen", lichtte hij zijn woordgebruik monter toe. Dat onderscheidt de geestelijk leider van de politieke pragmaticus die moet denken aan de centen en daarom gemakkelijker spreekt van 'de kwestie van de genocide' - met opzet vaag, om de naakte waarheid dof te houden.

Ik was op zondag 12 april naar de pontificale plechtigheid getogen om te getuigen van mijn saamhorigheid met de Armeniërs. Mijn medeleven is persoonlijker geworden door mijn zwager, nazaat van ballingen die deel uitmaakten van de Armeense gemeenschap in Parijs.

Nog voorafgaand aan de Heilige Mis meteen na zijn begroeting deed paus Bergoglio zijn uitspraak, waaromtrent Turkije terstond in woede is ontstoken, over de drie beeldbepalende Europese genociden in de twintigste eeuw - de eerste onder de Armeniërs, de tweede als gevolg van het nazisme, de derde van het stalinisme. En ook nu, in deze 'Derde Wereldoorlog stuksgewijze' zijn volkerenmoorden gaande, betoogde de paus. Een bescheiden applaus van instemming vulde even de Vaticaanse basiliek.

Later bij het uitreiken van de Communie - altijd een ogenblik van ontmoeting - kwam ik terecht bij de Armeniërs van de formele afvaardiging en kon hen zo in het gezicht zien - het oudste christelijke volk dat hier dankzij de fermheid van paus Franciscus enigermate Gods gerechtigheid gewaarwordt.

In 2000 al had Johannes Paulus II gezegd dat de Armeense genocide een proloog was tot verschrikkingen. Hij verving het jaar daarop het begrip 'genocide' door de aanduiding die de Armeniërs zelf aanwenden: 'het grote kwaad'. Deze aanduiding koos ook Benedictus XVI in 2006. Maar Franciscus noemt 'de kwestie' bij de naam - niet alleen nu, maar ook al na drie maanden pausschap.

Hoe was de reactie van Turkije toen, in juni 2013? 'Absoluut onaanvaardbaar.' En: "Van de paus wordt verwacht dat hij aan de wereldvrede bijdraagt en niet dat hij vijandigheden over historische gebeurtenissen aanwakkert."

Nu is de Turkse toon harder en bitser dan toen: "De paus hitst op tot haat." Het past religieuze ambten niet 'met ongegronde verwijten vijandschap en haat te zaaien'. De uitspraken van de paus zijn 'ongelukkig gekozen, boosaardig, ongerijmd' en berusten op een verkeerde uitleg van de geschiedenis. "Gelijktijdig dragen ze bij aan het toenemende racisme in Europa." Moslims en Turken worden zo gezamenlijk van schuld beticht.

In het door (toen nog) kardinaal Jorge Bergoglio samen met rabbijn Abraham Skorka geschreven boek 'Over hemel en aarde' (2010), zegt de rabbijn: "De Shoah was niet de uitkomst van een toevallige woedeuitbarsting maar van een volmaakt beraamd plan binnen de beschaafde wereld van Europa - het plan om een geheel volk uit te roeien alleen omdat het Joods was."

De kardinaal: "De grootmachten wasten hun handen in onschuld en keken de andere kant op; want in werkelijkheid wisten ze veel meer dan ze toegaven. Precies zoals ze deden bij de genocide van de Armeniërs."

De genocide van de Joden had wel een eigen karakter, schreef hij: een 'afgodendienst tegen het Joodse volk'.

Elders in het boek merkt de huidige paus op: doden in de naam van God is ideologiseren van de religieuze ervaring. Wie dat doen, verheffen zich in zelfverheerlijking tot goden.

"De Turken deden het met de Armeniërs, het communisme van Stalin met de Oekraïners, het nazisme met de Joden. Ze gebruikten religieuze taal om mensen te doden."

Het pausschap heeft de oud-aartsbisschop van Buenos Aires - daar was hij bekend met de plaatselijke gemeenschap van Armeniërs - geenszins voorzichtiger gemaakt. Zijn oordeel is mogelijk slechts trefzekerder geworden.

Onder de vele betrokkenen in San Pietro bevond zich de Duitse historicus Michael Hesemann. Sinds 2008 heeft hij toegang tot het geheime archief van het Vaticaan. Op grond daarvan is vorige maand zijn boek 'Völkermord an den Armeniern' verschenen. Door zijn onderzoek naar Pius XII, als nuntius werkzaam van 1917 tot 1930 eerst in München en nadien in Berlijn, stuitte hij op een map met als opschrift 'Vervolging van de Armeniërs'. Het is een sleutel tot de ontknoping van 'de kwestie', met bewijzen van de door de Jonge Turken zorgvuldig voorbereide uitroeiing van alle niet-moslims én van de onverschilligheid van Duitse kant.

Bewust heeft de Duitse regering toen weggekeken, om de Turken niet als bondgenoot in de Eerste Wereldoorlog te verliezen. Hesemann haalt bondskanselier Von Bethmann-Hollweg aan die daarover schreef: "Ons enige doel is het Turkije tot het eind van de oorlog aan onze zijde te houden, ongeacht of de Armeniërs te gronde gaan of niet."

De islam is toen als rechtvaardiging en als instrument gebruikt om dit plan uit te voeren. Hesemann verwijst naar de Amerikaanse ambassadeur in Constantinopel die destijds meende dat Berlijn Turkije het plan aan de hand deed om een Heilige Oorlog aan te vangen. Men hoopte daardoor de driehonderd miljoen moslims wereldwijd te verenigen aan de zijde van de Duitsers tegen de Britten en de Fransen.

Zo is het dus gelukt het aantal Turkse christenen van 19 procent in 1914 terug te brengen tot 0,2 procent nu. Gevolg van de grootste christenvervolging aller tijden. Tot nu toe althans, voeg ik toe.

Op 14 november 1914 ondertekent de sultan als kalief van de islam in Constantinopel de verklaring waarin moslims van alle landen worden opgeroepen tot de jihad, de Heilige Oorlog tegen de 'ongelovigen': "Overal ziet men hoe de vijanden van de ware godsdienst - speciaal de Engelsen, de Russen en de Fransen - de islam onderdrukken en daaraan op elke mogelijke wijze de rechten ontzeggen. Wij kunnen de beledigingen niet tellen, die wij uit die landen hebben vernomen waarvan het enige doel is de islam te vernietigen en alle moslims van de aarde weg te vagen. Deze tirannie heeft alle grenzen overschreden. De beker van onze onderdrukking is vol en loopt over. Deze Heilige Oorlog wordt nu tot heilige plicht. Weet dat het bloed van ongelovigen nu in de islamitische landen ongestraft vergoten mag worden. (...) Wie een ongelovige van onze overheersers, hetzij heimelijk hetzij openlijk doodt, die wordt door God beloond."

Bondgenoot Duitsland juicht de oproep tot de jihad toe. Bondgenoot Oostenrijk reageert geschrokken.

De Duitser Hans graaf Blome, verblijvend in de buurt van Constantinopel, bericht het Vaticaan op 6 februari 1915 over de 'uiterst kritische' toestand waarin de kerk en het christendom zich bevinden. Zij 'lopen het gevaar in het Oosten volledig onder te gaan, als niet Zijne Heiligheid - zich rekenschap gevend van de ernst van de toestand - in het openbaar stappen zet en wel meteen'.

De diplomatieke inspanningen van de Heilige Stoel mislukken allemaal. Ten slotte op 10 september 1915 schrijft Benedictus XV zelf een brief aan de sultan om (tevergeefs) de hulp van Zijne Majesteit in te roepen.

Hij was mogelijk ten einde raad door een bericht van de Armeens-katholieke aartsbisschop van Chalcedon over 'de handelwijze van de Jonge Turken, daartoe ondersteund door de Duitsers': "Tot de verschrikkingen van de huidige oorlog behoort niet in de laatste plaats de slachting onder de Armeniërs in Turkije, verordend door de Turkse regering en voor het grootste gedeelte reeds uitgevoerd. In juni jongstleden gaven de Jonge Turken bevel in alle provincies van Armenië de Armeense bevolking te arresteren - niet alleen de katholieken... Deze deportaties vinden plaats met ongekende barbarij. De soldaten vormen groepen van mannen, vrouwen, zusters, meisjes en jongens. Ze dwingen die gewelddadig met bajonetten tot marsen. Daarbij hebben ze velen vermoord en in de rivieren geworpen - een systematische vernietiging van de Armeniërs in Turkije."

De ambassadeur van Duitsland bij de Heilige Stoel ontbrak in Rome, toen de waarheid zegevierde over de diplomatie op de Zondag van de Barmhartigheid. Had Annette Schavan daar niet moeten zijn, juist wegens de wegkijkerij van haar land destijds? Weerhield de regering in Berlijn haar ervan aanwezig te zijn? Nog in 2012 weigerde bondskanselier Merkel 'de kwestie' als volkerenmoord aan te merken, terwijl in Frankrijk ontkenning van de Armeense genocide in 2011 bij wet strafbaar is gesteld.

Tot verbazing en vreugde kwam maandag plotseling het bericht uit Berlijn dat de regering-Merkel de inmiddels gisteren gehouden parlementaire resolutie over gebruik van het begrip genocide alsnog zou steunen. En zo is gebeurd. Een mijlpaal van Duitse moed, gezien de eigen rol honderd jaar geleden. En Nederland? Dat blijft denken aan de centen. De door de Kamer breed gesteunde motie van de ChristenUnie op 9 april voortaan over 'genocide' te spreken is door de regering-Rutte niet overgenomen. Het blijft hier een 'kwestie' van geld.

Op 13 april gaf de Frankfurter Allgemeine Zeitung als commentaar dat ten aanzien van de drie volkerenmoorden Duitsland het best met de eigen genocide omgaat. Niemand zal dat loochenen. Verwerking en vergeving kunnen pas geschieden na belijdenis van schuld.

Op 14 april analyseerde de correspondent in Istanbul van dezelfde krant hoe Turkije zijn kinderen onderwijst. In de schoolboeken waren de Armeniërs, opgehitst door Rusland, in opstand gekomen. Voor hun eigen bestwil en dat van de Turkse natie werden ze 'geherhuisvest', waarbij de autoriteiten waakten over hun welzijn.

Op woensdag 15 april riep het Europees Parlement op tot herdenking en spoorde in een resolutie Turkije aan de volkerenmoord van 1915 als volkerenmoord te erkennen. Het parlement van Europa bedrijft 'religieus en cultureel fanatisme', reageerde Turkije.

Onderwijl liet de moefti van Ankara alvast weten dat door de uiting van paus Franciscus - het bij de naam noemen van de Armeense genocide - het weer terugbrengen van de Hagia Sophia in Istanbul naar moskee een nieuwe aanzet heeft gekregen. Gebouwd als kerk in de zesde eeuw is de Hagia Sophia na de val van Constantinopel in 1453 als moskee gebruikt tot 1931. Sinds 1935 is het gebouw museum. In 2013 is voorgesteld er weer een moskee van te maken, twee weken geleden heeft een geestelijke er voor het eerst weer uit de Koran geciteerd.

De islamitische staat van een eeuw geleden herrijst in het Turkije van president Erdogan ten nadele van de interreligieuze dialoog en de scheiding van kerk (moskee) en staat.

Het is nu de tijd niet te spreken van 'de kwestie', maar wereldwijd te belijden dat deze volkerenmoord de eerste genocide in Europa is geweest.

Turkse Heilige Oorlog tegen de Armeniërs

Met een razzia onder de elite van Constantinopel op 24 april 1915 begon de stelselmatige uitroeiing van de (orthodoxe en katholieke) Armeniërs. De Turken hadden vier beweeg-redenen om het Armeense volk in hun Heilige Oorlog tot zondebok te maken.

De Wereldoorlog was een goede dekmantel om binnenlandse vijanden - de inheemse christenen van alle gezindten - grondig op te ruimen zonder hinder van diplomatieke inmenging uit het buitenland.

Armeniërs werden gewantrouwd, omdat ze deels in Turkije, deels in Rusland woonden - de vijand die tot de Entente behoorde.

Er waren opstandelingen onder de Armeniërs - een kleine minderheid tegenover de grote meerderheid, niettemin: opstandelingen.

Meteen aan het begin van de Eerste Wereldoorlog hadden de Russen de grens aan de Kaukasus van het Ottomaanse Rijk overschreden. Er werd slag geleverd, Turken en Armeniërs schouder aan schouder, opkomend

voor het gezamenlijke vaderland. De Turkse nederlaag was vernederend: 80.000 Turkse soldaten verloren het leven, 12.000 geraakten in Russische gevangenschap. Ofschoon ter verdediging van Turkije omstreeks tienduizend Armeniërs waren gevallen, bepaalde de regering dat de schuld van de vernedering slechts bij de Armeniërs kon liggen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden