De Trap

Het Amsterdamse Concertgebouw wordt al sinds de opening, nu 125 jaar geleden, geroemd om zijn uitzonderlijke akoestiek. Maar er is in het gebouw nog iets karakteristieks, dat in geen enkele andere concertzaal ter wereld voorkomt. Om het podium te bereiken moeten dirigenten en solisten een lange trap afdalen. Een opkomst als geen andere. Angstaanjagend, of juist niet?

'The 39 steps' is de titel van een akelig spannende film van Alfred Hitchcock uit 1935. Negenendertig treden. Die heeft de beruchte trap in het Concertgebouw net niet - het zijn er tweeëndertig - maar voor de velen die er van af moeten, zal het net zo akelig spannend aanvoelen als de Hitchcock-film. Vóór haar optreden in 1959 repeteerde Maria Callas de afdaling zelfs een paar keer.

Overigens zijn de '39 steps' geen echte treden; de naam verwijst naar de codenaam van een spionage-operatie. Maar de '32 steps' van de Concertgebouwtrap zijn zo echt als maar kan. Een obstakel, een monster om te bedwingen. Het is de enige weg naar het podium dat daar beneden ligt te wachten. Sommigen schrijden gracieus naar beneden, anderen roetsjen er af. En het opvallendste? Er is nog nooit iemand van af gerold. Bernard Haitink miste weleens een treetje, net als Mariss Jansons, maar grote ongelukken bleven uit.

Even de bouwkundige feiten. De trap zelf, tot waar de leuning loopt, telt drieëntwintig treden. Dan komt er een los zetstuk met drie treden, en vervolgens moeten er - je bent dan al op het podium - nog zes diepere stappen op verwijderbare opstapjes worden gemaakt om de voorkant van het podium te bereiken.

De trap zoals hij er nu bij ligt, is niet origineel. Eerder liep die pal langs het orgel en moest je vanuit de deuren komend eerst rechtsaf richting orgel en dan linksaf de trap af. Eind jaren '50 roerde de brandweer zich. De trap was vanwege die knik te gevaarlijk. Er moest een trap komen die de breedte had van de toegangsdeuren en die daar recht op uitkwam. In het voorjaar van 1957 besloot de Raad van Bestuur de nieuwe trappen te laten aanleggen, die op last van de brandweer vóór 1 september van dat jaar gereed moesten zijn.

Voor de regelmatige bezoeker in de zaal is het trap-ritueel - want dat is het - genoegzaam bekend. Het orkest heeft gestemd, de zaallichten doven wat, een spot belicht de trap, de twee deuren onder de cartouche van Bach zwaaien open en daar staat de dirigent, de zangeres, de violist - klaar om aan de afdaling te beginnen. Er zijn in de wereld van de klassieke muziek weinig opkomsten die spectaculairder zijn.

Het trap-moment zorgt soms voor pijnlijke situaties. Voor een uitvoering van Mahlers Achtste, die grote symfonie met maar liefst acht solisten, zwiepten de twee deuren open en het Pavlov-applaus klaterde onmiddellijk op. Maar bovenaan die trap stond een sopraan van nogal omvangrijke afmetingen. De jurk die zij droeg had alles weg van een bungalowtent. Toen het al driftig klappende publiek haar ontwaarde, hoorde je de verbazing terug in het voor een fractie uitdoven van het applaus.

Beroemd werd de kus die oud-Concertgebouwdirecteur Martijn Sanders aan diva Katia Ricciarelli gaf, boven aan de trap. De sopraan en de directeur hadden mot, omdat een gepland duur optreden op het laatste moment en zonder reden werd afgezegd. Sanders dreigde de sopraan met een proces en een fikse schadevergoeding. Het conflict werd in der minne geschikt toen Ricciarelli later bereid was voor een zieke collega in te vallen. Als om te laten zien dat alles weer pais en vree was wisselden directeur en diva een zoen.

Het vergt enige ervaring om met de trap om te gaan. Je moet het slotapplaus kunnen inschatten, en soms halverwege de trap al weer omkeren voor maximaal effect. De laatste jaren lijkt er een trend te zijn dat applaus in de Grote Zaal niet meer zo lang duurt als vroeger, met als gevolg dat een dirigent soms in oorverdovende stilte de trap naar boven moet nemen. Dan kunnen die tweeëndertig treden er erg veel zijn.

Met dank aan Frederike Berntsen, Johan Giskes en Ellis van Ramesdonk.

CULTUUR & MEDIA 16|17

Oude luister in een nieuwe tijd

Het wereldrecord trap afdalen
Cellist Jean-Guihen Queyras vliegt over de artiestentrap in de Grote Zaal en breekt er records.

"Vorige maand speelde ik met het Nederlands Kamerorkest. Ik kwam op het podium na al die treden, gaf concertmeester Gordan Nikolic een hand en maakte een buiging naar het publiek als dank voor het welkomstapplaus. Nikolic keek me lachend aan en zei: 'Ongetwijfeld het absolute wereldrecord trap afdalen, gefeliciteerd!'

Hoewel ik niet in het Concertgebouw was om een record te vestigen, was die opmerking heel ontspannend, en hielp hij voor een geweldig concert!

Mijn techniek? Cello en stok in de linkerhand, rechterhand aan de trapleuning en naar beneden 'glijden' - een vriend vertelde me dat het lijkt alsof ik vlieg en nauwelijks de treden raak. Ik heb overigens in mijn leven veel oefening gehad met trappen: in mijn ouderlijk huis rende ik ze altijd op en af met een snelheid die mijn moeder beangstigde.

Afdalen vind ik prettiger dan omhoog gaan, ook door de afstand van de treden; ze liggen te dicht bij elkaar om een voor een te nemen als je naar boven loopt, daarom pak ik ze meestal twee bij twee, en dat ziet er waarschijnlijk een beetje te atletisch uit voor een klassiek musicus."

Treden voor perfecte stappen
De Roemeense sopraan Nelly Miricioiu, vierde als koningin van de Matinee jarenlang triomfen in het Concertgebouw.

"Het is de meest fenomenale en spectaculaire opkomst die je kunt bedenken. Pure magie. De glamour en glorie die van die trap afstralen, zijn werkelijk met niets te vergelijken. Het is zo overdonderend om de opwinding van een volle zaal te voelen. Dat geeft enorm veel energie, alsof je bovenop een berg staat en heel diep zuivere lucht inademt. Natuurlijk speelde er vaak door mijn hoofd dat er een moment zou komen dat ik een misstap zou maken, of zelfs zou vallen. Maar zelfs toen ik in verwachting was, kon ik voor mijn gevoel nog redelijk elegant de treden nemen. Dat komt doordat ze mooi breed zijn, en niet te diep. Je kunt er perfecte stappen op maken. Een goeie jurk helpt je bovendien mooi naar beneden te komen. Nee, de treden heb ik nooit geteld, zoals ik de hoge c's in Verdi's 'Macbeth' ook nooit telde - daar word je maar onzeker van.

En dan na een glas water en een handdoek boven aan de trap weer terug voor je solo-buiging. Eerlijk waar, op die momenten voelde ik me op die trap echt een koningin."

De mooiste weg naar het podium
De pianobroers Lucas en Arthur Jussen zijn inmiddels al jaren vertrouwd met het Concertgebouw en lopen de trap graag helemaal op na een concert tijdens het applaus.

Lucas: "We hebben natuurlijk altijd een toegift klaar en het liefst zouden we die spelen. Daarom sprinten we als gekken de trap op en af zodat we evenveel tijd gebruiken als artiesten die de trap rustig nemen en halverwege weer naar beneden gaan."

Lucas en Arthur: "Het is de mooiste weg naar het podium die we ooit hebben belopen. Eigenlijk zou elke concertzaal zo'n trap moeten hebben. Er is nog niks spannends gebeurd, geen val of struikeling. Toen de koningin in de zaal zat (we hebben dat twee keer mogen meemaken) wilden we haar eigenlijk bij het afdalen zien, en dat is een beetje link...voor je het weet lig je op je neus."

Arthur: "Ik ben me eigenlijk niet bewust welke beroemdheden er allemaal over de trap zijn gelopen als ik er zelf sta, ik denk dat dat vooral door de concentratie komt. Ik denk er soms wel aan als mijn broer aan het inspelen is in een lege zaal. Dan ga ik vaak in het midden zitten en kijk ik rond, en dan schiet het mij nog wel eens te binnen."

Het voelt alsof je op een berg staat
Violiste Janine Jansen moet vanavond tijdens het Sterrengala in het Concertgebouw voor de zoveelste keer de lange trap af.

"Nee, nee. Ik vind de trap helemaal niet angstaanjagend, integendeel. Ik sta achter die gesloten deuren altijd echt te trappelen van ongeduld. Het voelt alsof je op een berg staat, op een top. En als de suppoosten dan spatgelijk de deuren opendoen, en je in die zaal tuurt, is het net alsof je in een prachtig dal kijkt.

Nee, ik heb de treden nooit geteld, maar qua vorm zijn ze precies goed. Ze zijn niet te smal en niet te diep ten opzichte van elkaar. Pas als je op het podium aankomt, dan wordt het een beetje oppassen, omdat je daar grotere stappen moet nemen op die losse opstapstukken.

Weet je wat zo gek is, dat ik altijd een beetje angst krijg als ik na afloop de trap weer op moet. Met een lange jurk is dat soms nog een heel gedoe, zeker als je ook je viool nog moet vasthouden.

Dan pas word ik me bewust van dat ding - die trap. Maar nergens ter wereld heb je zo'n opkomst als in het Concertgebouw. Dat is echt ongelofelijk magisch!"

Publiek straft ijdelheid terecht af
De Duitse dirigent Hartmut Haenchen was als chef-dirigent van het Nederlands Philharmonisch Orkest zestien jaar lang kind aan huis in het Concertgebouw.

"Een marathon is 42,195 kilometer lang. Een afstand die ik over de trappen van deze zaal bij de meer dan zevenhonderd concerten die ik er dirigeerde, met gemak heb afgelegd. Als mijn geheugen mij niet in de steek laat, zijn er 32 treden en ben ik er dus 280.000 op- en afgegaan. Als je ervan uitgaat dat men als dirigent minstens zes keer per concert de trap op en af loopt.

Voor een concert begint, sta je achter de dubbele deuren, de suppoosten kijken je geconcentreerd en verwachtingsvol aan, een spot verlicht de trap.

Beide deuren worden exact gelijk opengegooid en je stort je in het warme bad van het welkomstapplaus.

Ieder heeft zo zijn eigen techniek om deze beroemd-beruchte trap de baas te worden. De een dwingt ijdel een lang applaus af en loopt ondanks zijn jonge jaren kalm en bedaard de trap af. Terecht verafschuwt het Nederlandse publiek deze ijdelheden en straft ze die af met een bijna wegstervend applaus.

Tot nu toe heb ik de treden als zestienden ervaren, zestienden in het tempo 60 op mijn metronoom. Dat zijn vier treden per seconde. Eens kijken hoe lang ik dat tempo, nu ik een gezegende leeftijd heb bereikt, nog volhoud. Hoe dan ook blijft deze trap onderdeel van de enscenering die elk concert in het Concertgebouw is, én een avontuur voor iedere kunstenaar die haar betreedt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden