De transparantie van Klink klinkt goed, nu de rest nog

Farmabedrijven moeten gaan melden wat ze artsen betalen. Een goed plan, maar alleen als er meteen ook gedragsregels komen.

Minister Klink (volksgezondheid) wil meer transparantie in de relaties tussen de farmaceutische bedrijven en patiëntenorganisaties, zorgaanbieders en wetenschappelijke onderzoekers. Desnoods via wetgeving, hoewel hij eerst zelfregulering een kans wil geven. Maar wat de minister niet doet is duidelijk maken waaróm transparantie op dit terrein zo wenselijk is, of wat hij er mee wil bereiken. Transparantie kan immers geen doel op zich zijn.

Meer inzicht in de invloed van de farmaceutische industrie op het geneesmiddelengebruik is inderdaad gewenst. Burgers zijn doorgaans onwetend van de innige financiële banden tussen artsen en industrie. Deze ’schimmigheid’ werkt wantrouwen in de hand. Patiënten kunnen er domweg niet van op aan dat voorlichters en hulpverleners hun belang op de eerste plaats stellen. Meer transparantie zal leiden tot minder wantrouwen, maar minder wantrouwen leidt nog niet tot betere zorg. Dát moet natuurlijk het doel zijn, maar daarvoor is méér nodig.

Interessant is dat de minister de Amerikaanse Physician Payments Sunshine Act (2009) als voorbeeld neemt. Die wet verplicht - indien aangenomen – vanaf 2011 alle in Amerika werkzame farmabedrijven (industrie en groothandel) om opgave te doen van rechtstreekse betalingen van meer dan 100 dollar aan artsen. Op verzuim staan boetes oplopend tot 1 miljoen dollar. De informatie wordt vervolgens jaarlijks openbaar gemaakt, waarop het aan het publiek is om uit te maken met welke consequenties.

Wat het Amerikaanse wetsvoorstel dus niet doet is aangeven welke relaties tussen de farmaceutische industrie en artsen betamelijk zijn en welke niet. Het is aan ‘de markt’ om met gedragsnormen te komen. Dat is tenslotte the American way. Maar moet Nederland het ook zo doen?

Nederland heeft, via internationale verdragen, het recht op gezondheidszorg als mensenrecht erkend. Daar hoort uiteraard ook het recht bij op goede farmacotherapeutische zorg. Onze overheid pleegt zich van oudsher veel meer te bekommeren om dit mensenrecht dan de Amerikaanse, en niet zonder succes.

De toegang tot farmacotherapeutische zorg is gebaat bij een goede samenwerking tussen artsen, wetenschappers en fabrikanten van geneesmiddelen. Zij kunnen niet zonder elkaar. Zij moeten samenwerken. Wanneer dat nieuwe geneesmiddelen oplevert met werkelijke meerwaarde boven bestaande behandelingen, komt dat de gezondheid van iedereen ten goede. Maar het belang van de volksgezondheid hoort daarbij voorop te staan. En niet het particuliere financiële belang van een van de partijen. Dat kan gezondheidsbelangen van individuele patiënten schaden, hun vertrouwen doen afnemen en de gezondheidszorg verder onder druk zetten. In zo’n situatie moet de overheid optreden.

Minster Klink wéét dat de financiële verwevenheid tussen artsen, patiëntenorganisaties, wetenschappers en industrie sinds jaar en dag zeer innig is, vanaf de prilste ontwikkeling van nieuwe medicijnen tot en met de toepassing ervan in de dagelijkse artsenpraktijk. In opdracht van farmabedrijven verrichten medisch specialisten tegen betaling onderzoek met proefpersonen in ziekenhuizen. Fabrikanten van geneesmiddelen laten hun invloed gelden bij de ontwikkeling van richtlijnen door medisch-wetenschappelijke verenigingen. Medische adviseurs van patiëntenorganisaties hebben meer dan eens financiële banden met de industrie. Voorschrijvers worden bij- en nageschoold op kosten van de farmaceutische sector. Medische opinieleiders worden ingeschakeld bij de promotie van nieuwe geneesmiddelen. Al dan niet bewust werken artsen mee aan marketingonderzoek met geregistreerde geneesmiddelen.

Het is al lang bekend welke relaties negatieve effecten hebben op de kwaliteit van de gezondheidszorg. Wat mag en wat niet, hoort minister Klink inmiddels te weten.

Beter zicht op de verhoudingen binnen het ‘farmacotherapeutisch complex’ is uiteraard gewenst. Maar het komt er vooral op aan om die verhoudingen zelf zo te herschikken, dat artsen en industrie voortdurend gericht zijn op het publieke belang. Want de financiële banden tussen artsen, patiëntenorganisaties, wetenschappers en farmaceutische industrie zijn al zo lang zo hecht, dat meer transparantie niet spontaan zal leiden tot hervormingen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden