De tragiek van Ajax: succes bespoedigt verval

Amsterdam huilde van geluk nadat Ajax op 24 mei 1995 in het Ernst Happel-stadion van Wenen het toernooi om de Champions League winnend had afgesloten.

Zes minuten voor het einde gaf een doelpunt van de 18-jarige invaller Patrick Kluivert in de finale tegen AC Milan de doorslag.

Trainer Louis van Gaal en voorzitter Michael van Praag hadden na de zege geen last van bescheidenheid. Eenmaal terug in het niet al te gedisciplineerd feestende Amsterdam gaven zij aan dat vooral PSV en Feyenoord hun plaats moesten weten. ,,Wij zijn Ajax, wij zijn de besten!'' In de euforie van de triomf, kreeg een zekere schaduwzijde nog niet veel aandacht. De uit Milaan teruggekeerde Frank Rijkaard was in zijn laatste jaren als voetballer een prima bindmiddel geweest tussen de gevestigde orde en jonge spelers met Surinaamse wortels als Clarence Seedorf, Edgar Davids en Patrick Kluivert.

De gewonnen Cup betekende voor Rijkaard meteen het einde van zijn loopbaan als speler. In het daaropvolgende jaar haalde Ajax opnieuw de finale. Rond die van Juventus na strafschoppen verloren eindstrijd werd duidelijk dat de Amsterdammers niet langer een perfecte eenheid vormden. Van Gaal had altijd aangedrongen op 'teambuilding'. De succesvolle coach had Ajax op zijn manier al in 1992 naar het winnen van de Uefa Cup geleid. Van Gaal verlangde het uiterste van de spelers, maar blijkbaar kon hij op den duur toch niet voorkomen dat intern spanningen ontstonden. Clarence Seedorf en Edgar Davids beklaagden zich plotseling over het verschil in verdiensten. Die twee ontdekten dat zij per jaar vele tonnen minder kregen uitgekeerd dan spelers als Blind en de gebroeders De Boer.

Medio 1996 werd het ongenoegen over die kwestie door Seedorf en Davids nota bene binnen de kring van het Nederlands elftal uitgevochten. Vooral Ajax- en Oranje-captain Blind kreeg er genadeloos van langs. Seedorf, die bij Ajax eigenlijk nooit een basisplaats had, was meteen na de finale in Wenen al naar Sampdoria gegaan, Davids vertrok na de tweede finale naar AC Milan.

Het succes dat Ajax met verschillende teams in de eerste zes jaar van de jaren negentig realiseerde, had beslist ook een nadelige kant. De aantrekkingskracht uit grotere voetballanden als Italië, Spanje en Engeland beroofde Ajax structureel van de beste spelers. Van Gaals eerste team viel al spoedig uiteen.

De dragende krachten Wim Jonk en Dennis Bergkamp gingen naar Inter Milaan en ook Aron Winter, Michel Kreek, Marciano Vink, John van 't Schip en Bryan Roy kozen voor contracten in de laars van Europa. Van Gaal vulde de open gevallen plekken op met gerichte aankopen en met spelers uit de eigen opleiding. Ook de nieuwe generatie bracht dus succes, maar na korte tijd raakte Ajax werkelijk alles en iedereen kwijt.

Zie het gouden, uit dertien spelers bestaande team van Wenen 1995: Edwin van der Sar (naar Juventus), Michael Reiziger (AC Milan / Barcelona), Danny Blind (gestopt), Frank Rijkaard (gestopt), Frank de Boer (Barcelona), Clarence Seedorf (Sampdoria / Real Madrid), Nwankwo Kanu (Inter Milaan / Arsenal), Jari Litmanen (Barcelona), Patrick Kluivert (AC Milan / Barcelona), Edgar Davids (AC Milan / Juventus), Finidi George (Betis Sevilla), Ronald de Boer (Barcelona), Marc Overmars (Arsenal).

Ajax ontving tientallen miljoenen guldens bij die transfers. Ajax gaf ook weer tientallen miljoenen uit voor nieuwe spelers, maar in de praktijk leidde het bovenal tot verzwakking. In het laatste jaar onder Van Gaal vielen de prestaties al fors tegen. Van Gaals opvolger Morten Olsen zette aanvankelijk een mooi en alweer 'nieuw Ajax' in elkaar - met vaak prachtig voetbal werd dat team overtuigend kampioen van Nederland - maar toen het een jaar later wat minder ging en vooral het gezanik van de gebroeders De Boer en hun zaakwaarnemers de sfeer vertroebelde, werd de sympathieke Olsen ineens als een waardeloze coach beoordeeld en dus maar ontslagen. Jan Wouters (coach) en Danny Blind (directeur spelerszaken) kregen de macht in handen, maar de twee oud-spelers rollen vier jaar na Ajax' laatste grote triomf van dieptepunt naar dieptepunt. De noodgedwongen verkoop van al het toptalent leidde ook voor het seizoen 1999-2000 weer tot een investering van zeventig miljoen. Nadat eerder al onvoorstelbaar veel geld was gemoeid met miskopen als Georgi Kinkladze (de Georgiër kostte ruim tien miljoen en hij speelt nooit), Andrei Demchenko, Marcio Santos, Mariano Juan, Ivan Gabrich, Gerald Sibon, Benny McCarthy, Froylan Ledezma en Andrzej Rudy, lijken ook recente aankopen als Jan van Halst, Frank Verlaat en Ferdi Vierklau Ajax niet naar nieuwe triomfen in Europa te kunnen voeren.

Het is de tragiek van Ajax, dat de laatste Cup het verval van de club heeft bespoedigd en dat tot overmaat van ramp de altijd zo geroemde jeugdopleiding nauwelijks nog bruikbare spelers voor het eerste elftal voortbrengt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden