De trage troost van de ontwrichter

'Totes Holz - Golgotha', Gÿnter Grass, houtskooltekening, Marienkirche, Lÿbeck (1990), Steidl Verlag. (Trouw)

Het christendom heeft nooit goed raad geweten met de Heilige Geest, schrijft Jan Oegema. „Zelden richt een gebed zich speciaal tot Hem, en zijn aanwezigheid wordt slechts één maal per jaar gevierd, met Pinksteren. En dat, in mijn herinnering, tamelijk plichtmatig.”

Ik geloof dat mythen ons bestaan kunnen verhelderen en verruimen, dat mythen ons kunnen veranderen en redden.

Dat geldt ook voor de mythe van de Heilige Geest. Dat is een beetje een anonieme figuur in het verder zo scherp getekende familieportret van de Drie-eenheid. Theologen geven ruiterlijk toe dat het christendom nooit goed raad heeft geweten met de derde godspersoon, want dat is hij: van gelijke rang als God de Vader en Jezus de Zoon. De verlegenheid blijkt uit de iconografie en de liturgie. Schilders komen nooit veel verder dan een duif of een vlam; zelden stellen zij de Geest voor in menselijke gedaante of met herkenbare gelaatstrekken. Zelden ook richt een gebed zich speciaal tot Hem, en zijn aanwezigheid wordt slechts één maal per jaar gevierd, met Pinksteren. En dat, in mijn herinnering, tamelijk plichtmatig.

Waarom mij buigen over de Heilige Geest? Omdat hij verwant is aan een fascinerend fenomeen dat ik ’open geest’ noem en toedicht aan iemand die zonder vrees en zelfs met een zeker plezier zijn gedachten of invallen durft te volgen, ongeacht welk effect dat sorteert – juist die onzekerheid prikkelt hem. Hij durft onderuit te gaan, zijn positie ter discussie te stellen – terwijl hij die door het bewijs van zijn innerlijke vrijheid juist bevestigt en herbevestigt.

In mijn beleving is de Heilige Geest zo’n ’open geest’. Hij stelt elk denkbeeld over God en Christus ter discussie, neemt vertrouwde zienswijzen weg en doet ons bestaan wankelen, niet in de laatste plaats ons religieuze of godsdienstige bestaan.

Hij is de Ontwrichter – en kan alleen in die hoedanigheid een volwaardige plaats bekleden in de wonderlijke mythe van de drie-eenheid. Bezie je hem zo, dan krijgt de Triniteit net zo’n dynamiek als het geval is bij de drie centrale goden van het hindoeïsme, Brahma, Vishnu en Shiva, van wie de laatste de functie heeft van vernietiger.

Geen enkel idee begint als dogma, dat wordt het pas naderhand. Ik kan me goed voorstellen dat de Triniteit in de tijd van haar ontstaan, de vierde eeuw na Christus, de lente van het christelijke denken, toen het christendom voor een deel van de culturele elite net zo’n betekenis had als de kunst en het verlichtingsdenken nu voor ons, grote indruk heeft gemaakt en voor menigeen bevrijdend heeft gewerkt. De Triniteit is een ingenieuze, diepzinnige constructie – maar niet voor eeuwig vaststaand. Voor de Heilige Geest staat namelijk nooit iets voor eeuwig vast. Hij zorgt ervoor dat het goddelijke zich altijd weer anders manifesteert, in telkens andere en onvermoede gedaanten. Evenals Vishnu is hij de god van de metamorfose, die ons toont hoeveel leed we onszelf en anderen aandoen door onze hechting aan beelden. Hij of zij – want ze wisselt van geslacht, ik heb hem liever als een zij, dat past hem beter – wil dat we alert blijven en zien welke gevaren er loeren wanneer we beelden absoluut nemen en vergeten dat beelden beelden zijn. Ze wil dat we wendbaar blijven en begrijpen dat we voor niets zo bang zijn als voor de onbepaaldheid van ons oorspronkelijke wezen, waarin we leegte zijn, dat wil zeggen: mogelijkheid, een hij en een zij tegelijk, naamloos en vrij.

De joodse/christelijke traditie kent drie soorten Geest. De eerste is Oergeest, bekend van de dramatische verzen waarmee de bijbel begint. Genesis een vers twee: „De aarde nu was woest en ledig, en de geest Gods zwierf over de wateren.” Wanneer je je probeert voor te stellen wat hier in gang wordt gezet, word je bang en klein van het natuurgeweld: stomende lava, knappende kraters, lichtexplosies, wolkbreuken, ziedende zeeën. Ruach elohim: de Geest Gods. En dat hij zweefde. Over de wateren. Dit is Levensgeest. Geen mens, geen bacterie kan zonder. God of geen God, dit is waarvan en waardoor we bestaan. Hier beginnen we. Tohoe wa bohoe: ’Bij herlezing klinkt het als / een postcoïtaal gevoel van droefenis’, dicht K. Michel, verbluft door de openingsregels van Genesis.

Dan Geest nummer twee. Die is op menselijke maat gesneden, een macht die toeziet, troost, helpt, gidst, geneest, corrigeert, op weg helpt. Die op ons inwerkt, ook als we dat zelf niet doorhebben. In de joodse mythologie heet deze macht Sjechina, in de christelijke de Heilige Geest; in beide gevallen gaat het om die elementen van de godspersoon die binnen het menselijke ervaringsbereik liggen.

Er schuilt wijsheid in dit spreken over God en zijn geest: het veronderstelt dat áls er een god is, hij slechts op een zeer bepaalde en zeer beperkte wijze valt te kennen. Nooit volledig in elk geval; zijn grootheid blijft verborgen. Wij kunnen hem slechts kennen in de zeer bescheiden mate waarin zijn geest de onze raakt.

Er is ook een onbesuisder versie – de derde Geest – die ons wil doen geloven dat we geheel van hem vervuld kunnen raken. Dat gaat gepaard met spectaculaire verschijnselen: spreken in vervoering, in tongen, symbolische dromen, visioenen. Het gebeurt al op grote schaal in het Oude Testament, bij profeten, waarzeggers, koningen; in het Nieuwe vormt het de apotheose van de evangelische plot. Veertig dagen na Jezus’ dood daalt er vuur in zijn discipelen neer, de Gezalfde en Gekruisigde openbaart zich in hun lichaam. En door hun mond: zij spreken opeens talen die zij niet kennen. Dit is de Geest die centraal staat in het Pinksterverhaal, dat me als kind al angst inboezemde. Als elke volwassene zo maar mag denken dat hem of haar vergund is waarheid te kennen en anderen waarheid voor te houden, dan is er iets niet pluis.

Gelukkig is nóg een geest, de volmaakte tegenpool van de vorige. Die kom je tegen in het verhaal over de Emmaüsgangers, de naam van twee van Jezus’ volgelingen die onderweg naar het plaatsje Emmaüs gezelschap krijgen van een vreemde. Daar, op die weg, openbaart zich geest nummer vier, het type dat een tamelijk onopvallend bestaan leidt in de hoofdstromen van het christendom.

De Ontwrichter. Daar is hij. Zich tonend als geestverschijning. Als schim. Voorbestemd om in het christendom een schim te blijven.

Wat gebeurt er? De twee discipelen zijn verwikkeld in een somber gesprek over de ontwikkelingen van de afgelopen dagen. Een man haakt op hun gesprek in. Ze praten over een bekende chasid die zojuist gekruisigd is en volgens hardnekkige geruchten weer is opgestaan, omdat vervuld moest worden hetgeen volgens de profeten in vervulling moest gaan. Eenmaal gearriveerd in Emmaüs eten ze samen; de vreemdeling breekt het brood en spreekt de zegen uit. En dan dringt het tot de twee volgelingen door. Maar nóg hebben ze hem niet herkend, of hij is verdwenen. In lucht opgegaan.

Hoe kan dat? Hoe kun je iemand niet herkennen met wie je lang hebt verkeerd? Wiens adem je hebt geroken, wiens lach je hebt horen schallen? Wat wil deze mythe zeggen? Dit: dat het heilige zich nooit op dezelfde wijze toont, dat het zich altijd onttrekt aan de menselijke neiging tot vastleggen, benoemen, rubriceren. Jezus is een paar dagen dood en zijn naasten herkennen hem niet meer. De herinnering aan hem blijkt al niet meer te kloppen. Hij is weg en hij is al weer anders. Het heilige zoekt telkens nieuwe beelden om zich uit te drukken, terwijl wij ons vastklampen aan de oude. We kunnen blijkbaar niet anders; maar we weten beter.

Zo wil het de Heilige Geest van het vierde type: Hij neemt weg, maakt onzeker, verbrijzelt onze beelden. Hij belichaamt de kracht in de drie-enige God waarmee die god zichzelf als het ware onderuit haalt, ondermijnt, zich laat kennen als altijd weer anders. De Heilige Geest belichaamt zo het wonderlijke maar ook pijnlijke proces van metamorfose, het proces waaraan alles wat ademt en leeft onderworpen is. Niets is ooit nieuw, niets ooit hetzelfde.

Heilige Geest? Open geest op goddelijk plan.

Enige jaren terug schreef Jean-Jacques Suurmond in zijn Trouw-column: „De Geest is onzichtbaar als de wind, God op zijn beeldloze best. De Geest is de vreeswekkende kracht die het beeldenfabriekje in ons hart sloopt.” Ik vermoed dat Suurmond hiermee het leerstuk van de Triniteit op een hoger plan heeft gebracht, door de Heilige Geest een volwaardige, eigen plek te gunnen.

Zijn Geest kan als god volledig op eigen benen staan. Dat is niet het geval bij de Geest van de types een tot en met drie. Die zijn slechts een verlengstuk van God – of van Christus, bij type twee en drie. Ze zijn geen wezenlijk ándere godspersoon.

Wezenlijk anders is alleen God de Ontwrichter. Dat is degene die twijfel zaait over bestaande aannames omtrent de Vader en de Zoon en de gelovige berooid en in verwarring achterlaat, in de hoop deze gevoelig te maken voor een andere manier van geloven.

Waarheid, denken christenen in meerderheid, is voor iedereen op elk moment voor iedereen toegankelijk en ervaarbaar. Hier en nu. Zo niet volgens de Geest van het vierde type, die in het christendom rondwaart als een onbegrepen schim. Onbegrepen, maar wel degelijk werkzaam. Zijn geschiedenis moet nog geschreven worden, en let wel: dat is niet zonder meer de geschiedenis van mystici en ketters. Of die van het ontkennende spreken, bekend als negatieve theologie: God is noch dit, noch dat. Hij is noch goedheid, noch wijsheid, noch barmhartigheid, noch liefde – en zo tot in het oneindige door, totdat alle eigenschappen waardoor hij zich zou laten kennen ontkend zijn.

God de Ontwrichter werkt anders. Hij is een god van tijd, van bewustzijn, veel meer dan van waarheid. Hij is een god van rouw en verlies, en van de zachtheid en openheid daarna. Hij is niet tegen beelden, hij wil dat we leren begrijpen waarom we ze nodig hebben en wat ze kunnen aanrichten, zowel in het verkeer met onszelf als met anderen. Hij wil ons uit onze zekerheden stoten en laten wennen aan de ruimte die ontstaat wanneer we de werking van onze geest leren waarnemen.

We stellen ons God voor als goed en barmhartig, zo begint het, zo hebben we dat als kind geleerd, en we proberen lief te zijn voor de god die lief is voor ons. Maar vroeg of laat gaat het mis. Dan ontmoeten we de Samaritaan wiens barmhartigheid ons woedend maakt omdat het onze barmhartigheid van haar reden berooft. Waarom religieus zijn als religie niet nodig is om goedheid te betonen? Waarom spiritueel zijn als spiritualiteit niet nodig is om wijsheid te vermeerderen? Waarom geestelijke kennis, als kennis ook zonder Geest geest kan tonen? Waarom hecht ons bewustzijn zo enorm aan dergelijke kennis?

Naarmate je ouder wordt merk je dat het steeds minder makkelijk is zulke vragen te beantwoorden. Ze hopen zich op, de grote vragen, de grote twijfels, en met dat je dat voelt gebeuren merk je dat je besef van onmacht en niet-weten toeneemt. Dikwijls roept dat verzet op, verzet dat moedeloos maakt en uitput omdat verzet doorgaans niets oplost. Want zoals iedereen weet: er gebeurt pas weer iets wanneer je het verzet laat varen en de bereidheid vindt om te veranderen, je open te stellen voor nieuwe ervaringen en inzichten.

Dat is het moment waarop God de Ontwrichter zijn andere kant laat zien. Dat is het moment waarop hij zich laat zien als de Trooster, de Parakleet, zij het dan als god die geen snelle troost brengt maar langzame. Zijn troost bestaat in de innerlijke zachtheid die ontstaat naarmate iemand zich meer aan het niet-weten durft toe te vertrouwen en beelden neemt voor wat ze zijn: beelden. En zachtheid is een kracht die je maar langzaam op jezelf verovert. Niet door zachtheid te willen, niet door ervoor te vechten, maar door je aan niet-weten over te geven en tijd te laten doen waar tijd goed in is: inwerken, verwijden, genezen.

Tot die ontdekking komt Stephan Langdon, de vermoedelijke auteur van een schitterend gebed uit de elfde eeuw, Veni Spiritus Sanctus. Het is een van de weinige gebeden gericht aan de derde godspersoon, uniek omdat het de verborgen functie van de Heilige Geest aan het licht brengt, die van Ontwrichter: „Reinig wat vuil is, besproei wat verdord is, genees wat gewond is. / Maak soepel wat verstard is, verwarm wat verkild is”. Vooral dat ene zinnetje maakt indruk: flecte quod [est] rigidum, maak soepel wat verstard is. Flecte kun je ook vertalen als ’buig’. Buig wat verhard, versteend, verbeend is. Je hoort de botten kraken.

Zacht worden doet pijn. Het is nooit gemakkelijk om stellige opvattingen en zekerheden prijs te geven, ongeacht de richting waarin je je beweegt – naar een geloof, of van een geloof af. Dat is nooit relevant, voor de God van tijd, van metamorfose, van bewustzijn. Wij doen aan godsdienst, religie, kunst, humanisme, Zeeuws atheïsme, mindfullness – hij niet. Nooit voor lang in elk geval, hij haalt er zijn schouders over op. Zegen rust op alles wat begrip en compassie vergroot – op alles. De God van tijd wil dat we ons openstellen, dat we doordringbaar worden en ons vullen met wereld – en met het lijden van de wereld.

Dat is wat Langsdons gebed zegt, vertaald naar deze tijd. De God van metamorfose, de God van tijd wil slechts dat we ons open stellen en hardheid verliezen, dat we doordringbaar worden en ons vullen met wereld – en met het lijden van de wereld. De enig ware mens is de kwetsbare mens, hij die zich zijn weten laat afnemen om zich te laten raken door de nood.

De God van tijd ontwricht, opdat wij zacht worden.

Hij ontwricht, opdat wij de onschuld hervinden. Welke onschuld? Die van de leegte, waarbinnen we mogelijkheid zijn en ons intrinsiek verbonden weten met al diegenen die net als wij slachtoffer zijn van onze hechting aan opvattingen en zekerheden, inclusief onze geloofsopvattingen en geloofszekerheden. Ons lijden aan beelden moet voor ons een beeld van lijden worden: misschien wel de diepste, innigste wens van de menselijke geest. Een wens die in het Veni Spiritus Sanctus wordt geprojecteerd op de Heilige Geest, wiens komst wordt afgesmeekt met de woorden: „Zonder uw goddelijke macht is er niets in de mens, is er niets onschuldigs.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden