De Tour is ook een ronde non-stop eten

De Tour de France uitrijden is een fysieke inspanning op de grens van het menselijk kunnen. Wie de finish wil halen moet ook een kampioen in eten zijn.

Er is een situatie denkbaar waarin iemand dagelijks meer dan 6000 kilocalorieën (kcal) wegwerkt en het dan toch nog voor elkaar krijgt om gewicht te verliezen: meedoen aan de Tour de France. De beroemde wielerronde is één van de zwaarste sportevenementen ter wereld. De deelnemers moeten uren achter elkaar zonder verzuring doortrappen, daarbij gehinderd door hoogteverschillen en wisselende weersomstandigheden. En dat drie weken lang.

Hun energieverbruik is dan ook enorm, weet hoogleraar voedingskunde Fred Brouns van de Universiteit Maastricht. Eind jaren tachtig deden Brouns en collega's uitvoerig onderzoek naar het energieverbruik en de voedselinname van wielrenners tijdens de Tour de France. Vijf renners hielden elke dag bij wat ze naar binnen stouwden. Vervolgens berekenden de onderzoekers met wiskundige formules het energieverbruik tijdens inspanning, aan de hand van onder andere de afstand, het hoogteverschil, snelheid en gewicht.

"Daar kwam uit dat de gemiddelde energiebehoefte van een wielrenner in de Tour 6200 kilocalorieën per dag is", zegt Brouns. Dat staat gelijk aan twaalf BigMac's. Of 36 boterhammen met kaas. "In de piekdagen, als de renners bergen van de eerste categorie moeten bestijgen, loopt dit op tot ruim 9000 kcal per dag en meer dan tien liter vocht om zweetverliezen te compenseren."

Hoeveel kilocalorieën ze verbranden per uur tijdens het fietsen, hangt uiteraard af van de zwaarte van de etappe. Brouns: "Als ze heel intensief fietsen, verbranden ze tot wel 1000 kilocalorieën per uur en bij bergetappes waarschijnlijk nog wel meer." De meetgegevens zijn weliswaar 25 jaar oud, maar de wiskundige modellen voor energieverbruik zijn nog dezelfde, evenals de lengte van de Tour. "Het gemeten energieverbruik zal niet tot op een paar procent nauwkeurig zijn, maar geeft wel een goed beeld", aldus Brouns.

Pasta en puddingbroodjes

Wie over de eindstreep van de Tour wil komen, moet bergen verzetten. Trappend, maar zeker ook etend. Een topsporter kan niet zonder goede voeding. "Na een zware inspanning zijn eiwitten, zoals in vlees, noten en peulvruchten, onmisbaar voor het herstel van de spieren", zegt Dionne Noordhof, bewegingswetenschapper aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. "Koolhydraten, zoals in brood, pasta en rijst, zijn noodzakelijk voor het aanvullen van de energievoorraden."

De renners moeten vooral ook heel véél naar binnen kunnen schuiven. Als er een bergetappe op het menu staat wel meer dan drie keer zoveel, aangezien de normale energiebehoefte voor mannen met een gewoon gewicht 2500 kilocalorieën per dag is.

Eind jaren tachtig werden topatleten 's nachts nog weleens aan een glucose-infuus gelegd, weet Brouns. Om bij te komen. Tegenwoordig is die kunstmatige ingreep uit den boze. Het wordt zelfs gezien als doping. Dan zit er toch maar één ding op om aan die duizenden kilocalorieën te komen: non-stop eten.

"In mijn tijd aten we gewoon wat de pot schafte in het hotel", zegt voormalig beroepswielrenner Michael Boogerd. Hij deed tot 2007 twaalf keer mee aan de epische wedstrijd. Wat hij zoal at op een dag? Ga er maar even voor zitten. De ochtend begon altijd met iets lekker, zoals een croissantje. Daarna een bord pasta met olijfolie en geraspte parmezaan. Nog een omeletje. Dan vaak nog wat broodjes met beleg. En oh ja, meestal nog twee pannenkoeken. "Er stond altijd een ontbijtbox klaar met genoeg keus", vertelt Boogerd. "De één heeft liever havermout dan pasta, de ander weer liever een bakje yoghurt. Die producten namen we mee uit Nederland. Verder waren er allerlei soorten muesli en cruesli, je kan het zo gek niet bedenken."

In de bus op weg naar het parcours ging de eetmarathon verder. "Dan nam ik meestal een bakje koffie met een puddingbroodje of een fruitvlaaitje", vervolgt Boogerd de opsomming. Eenmaal in het zadel gingen er nog eens honderden kilocalorieën naar binnen. "Het is heel persoonlijk wat je onderweg eet. De eerste helft van de koers nam ik vaste voeding, dus broodjes en repen. De tweede helft ging ik over op geconcentreerde vloeibare voeding, zoals gels. En soms dronk ik tussendoor een colaatje voor de smaak en de snelle suikers."

Daarnaast gaan er op een warme dag tijdens de etappe soms wel achttien bidons dorstlessers en water doorheen. "Die drink je niet helemaal leeg, een deel gaat over je hoofd."

Na de finish nam hij een hersteldrank met veel eiwitten en koolhydraten. Daar at hij dan vaak nog een broodje bij. En winegums waren ook populair: weinig vet, veel suikers en gewoon lekker. Boogerd: "Dan terug in het hotel, tijdens de massage, nam ik meestal een grote bak vers gesneden fruit met yoghurt. Daarna stond het avondeten alweer klaar. In mijn tijd was dat vrij simpel, een gemengde salade met geraspte wortelen, tomaten en boontjes om mee te beginnen. Daarna een groot bord pasta, of twee. En daarna dan nog vlees of vis met wat aardappelen en warme groente. Sommige renners eten dan nog wat vlak voor het slapen, maar ik deed dat nooit."

Vermoeidheid uitstellen

Tegenwoordig gaat het iets anders. Bijna elke ploeg heeft nu een eigen kok in dienst, die gevarieerde maaltijden op tafel zet. Dat is een luxe, maar het gaat toch vooral om de grote hoeveelheden, volgens Boogerd. Bovendien zijn voor alle deelnemers de voedingsvereisten ongeveer hetzelfde. Want de mannen fietsen allemaal even ver en zijn ook bijna even zwaar. Voor elke wielrenner geldt: koolhydraten zijn de belangrijkste energiebron.

Het dieet bestaat daarom voor 60 procent uit koolhydraten, die door de spieren en lever in de vorm van glycogeen worden opgeslagen. Tijdens een etappe spreken wielrenners deze glycogeenvoorraden aan. Is het potje leeg, dan slaat de vermoeidheid toe. "Door het eten van koolhydraatrijke maaltijden en tussendoortjes in de dagen voor een wedstrijd worden de glycogeenvoorraden extra goed aangevuld", vertelt bewegingswetenschapper Noordhof. "Dat heeft een positief effect op de prestatie als de wedstrijd langer duurt dan 90 minuten."

Om te voorkomen dat ze er na anderhalf uur doorheen zijn, eten en drinken de atleten ook veel koolhydraten tijdens het fietsen. Dat stelt de vermoeidheid even uit. Noordhof: "We dachten altijd dat 60 gram glucose per uur de maximale hoeveelheid koolhydraten was die sporters konden opnemen en gebruiken tijdens inspanning. Glucose is de suiker die in de meeste voedingsmiddelen en dranken zit. Maar volgens recent onderzoek kan dat oplopen tot wel 90 gram koolhydraten per uur, als wielrenners naast glucose ook de suiker fructose binnenkrijgen via sportdranken en gelletjes."

Zulke grote hoeveelheden koolhydraten innemen tijdens zware inspanning moet je trouwens echt trainen, waarschuwt de wetenschapper. Het kan vervelende maagdarmklachten geven als je het niet gewend bent.

Sanitaire stop

Over darmklachten gesproken: ook voedingsvezels zijn een puntje van aandacht in het dieet van de renners. Van veel vezels eten krijg je een zogenaamde bulk in je darm, een grote hoeveelheid ontlasting die de knijpende beweging van de darm aanwakkert. "Vooral voor een marathonloper is dat heel vervelend", legt hoogleraar Brouns uit, die ook adviseur was van de olympische ploegen, het Nederlands voetbalelftal en wielerploegen die deelnamen aan de Tour de France. "Elke stap geeft een trilling in de buik waardoor iemand steeds meer aandrang krijgt tot ontlasting. Het ophouden kan erge buikpijn geven."

Bij fietsers komt die aandrang minder snel. Maar wie 8000 tot 9000 kilocalorieën wegwerkt aan vezelrijke voeding, moet toch minstens twee à drie keer per dag naar het toilet voor een grote boodschap. Al die sanitaire stops kosten de renners natuurlijk tijd die hen de kop kan kosten. Wielrenners drinken daarom tijdens het fietsen veel energiedranken zonder vezels, zodat ze wel de benodigde energie opnemen, maar niet de drang krijgen om hun darmen te legen.

Ook voor vetten gaat op: zo min mogelijk tijdens de etappe, om buikpijn te voorkomen. Maar op een vetvrij dieet staan de energievreters niet. Na de wedstrijd en bij het avondmaal eten de renners naast koolhydraten en eiwitten ook vetten, weet Noordhof. "Een vetvrij dieet is niet slim, aangezien we vet nodig hebben om de vitamines A, D, E en K op te nemen. Zonder vet krijg je daar een tekort aan."

Tegen heug en meug

Het zijn een hoop voedingskundige regeltjes. Maar zelf voel je ook goed aan wat je wel en niet moet eten, aldus de kenner. Boogerd: "Wij hadden destijds geen eigen kok, maar wel een coach die qua voeding wist wat belangrijk was. En als jij goed blijft herstellen, dan eet je goed." Zo simpel is het. Tegenwoordig werken de voedingsdeskundigen wel met andere producten, merkt hij op, zoals de tarwevariant spelt. Ook de profpelotons ontkomen niet aan de voedingshypes. "Bij mij in de ploeg zitten een paar jongens die vreemde dingen eten", zegt Boogerd, die tegenwoordig ploegleider is van het Nederlandse Team Roompot (dat niet meerijdt in de Tour). Wat ze dan precies eten, weet hij eigenlijk ook niet. "Ik zie heel wat zakjes voorbij komen met zaadjes en andere dingen die ik niet ken. Nou ja, als je maar blijft stapelen."

De eetmarathon kent trouwens wel een kleine pauze. De atleten hebben in de drie weken, waarin ze 3360 kilometer afleggen, twee rustdagen. "Op die dagen zie je dat ze aanzienlijk minder eten", zegt Brouns. "Dat is ook logisch. Als je lichamelijk minder actief bent, eet je minder. Daar zorgen de hersenen voor, die regelen de gevoelens van honger en verzadiging."

Het brein werkt ook wel eens tegen. Brouns: "Een intensieve training onderdrukt vaak het hongergevoel. Na een zware inspanning zit je vol met stresshormonen en is de lichaamstemperatuur verhoogd. Je hoofd staat dan niet naar eten." Boogerd herkent dat gevoel maar al te goed. Ook hij heeft weleens tegen heug en meug calorieën naar binnen moeten werken na de koers. Want wielrenners hebben geleerd dat het een kwestie is van moeten. Boogerd: "Het blijft uiteindelijk toch gewoon bunkeren om die energievoorraden aan te vullen. Je hebt echt geen tijd om te wachten."

Soms moet je jezelf dus pijnigen, maar daar tegenover staat dat er ook best ruimte is om af te wijken van het gezonde dieet. "Je moet het wel leuk houden. Af en toe heb je gewoon trek in een pizza of frietje en dan mag je best in die behoefte voorzien", besluit Boogerd. Soms is er ook geen keus. "Ik heb wel eens meegemaakt dat het eten in het hotel zo slecht was, dat we met de hele ploeg naar McDonald's zijn gelopen. Je moet tenslotte toch eten."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden