De Tour betekent kermis in Zuid-Engeland

BRIGHTON - “Rijdt Eddy Merckx ook mee?” Arthur, de eigenaar van het smoezelige kebabrestaurantje in Hythe, even onder Dover, moet dinsdagavond de nakende gevolgen van een soort omgekeerde D-Day nog even verwerken. Wielrennen is niet echt zijn sport.

JOHAN WOLDENDORP

Hij weet dat Engeland een invasie vanuit Frankrijk staat te wachten. Dat Dover een soort Utah Beach is, maar dat de troepen niet vanuit de lucht, maar uit de nieuwe Kanaaltunnel hun triomftocht gaan beginnen.

Arthur wil erbij horen. Erover meepraten, zo blijkt later. Wat geriteerd had hij na de bestelling de porties kebab met bijhorende frietjes in grote vellen papier gewikkeld en op een ronde tafel in een half afgeschermd privé-vertrek gedeponeerd. Arthur bestiert een afhaalrestaurantje, dus als de late gasten zijn lekkernijen ter plaatse willen nuttigen, zullen ze zelf voor het bestek moeten zorgen. Met de vingers eten is toegestaan. En de handen kun je afvegen aan het vetvrije papier. Voor de somma van zes pond en 15 pence worden de sombere verwachtingen over de Britse kookkunst danig weersproken. Vive l'Angleterre, sauf sa cuisine, hadden de Franse collega's voor de oversteek nog geroepen. Leve Engeland, behalve zijn keuken.

Voor welk type krant we werken, wil Arthur weten, wanneer de herkomst is vastgesteld. The Sun? Nou nee, niet helemaal, roepen we eufemetisch om de man niet nodeloos te kwetsen. The Independant? Ja, dat lijkt er meer op.

Nieuwe gok

Er groeit een kortstondige vriendschap. Rijdt Merckx ook mee? Nee, die is al een jaar of achttien geleden gestopt. Hij is niet weg te branden uit de Tour de France, maar fietsen doet-ie niet meer, hij maakt ze. Arthur doet een nieuwe gok: The Tasjkent Terminator! Abdoesjaparov? Who? Abdoesjaparov, zeg maar Abdoe. Oh yes, Abdoul! Arthur is niet meer te stuiten. In het half afgeschermde privé-vertrek annex gelegenheidsrestaurant suddert Mexico-Bulgarije op een steeds zachter pitje. Bij de frituuroven is Arthur niet meer te stuiten. Hij weet dat Chris Boardman na de ploegentijdrit van dinsdag de gele trui moest inleveren. “Ik snap het alleen niet. Hij heeft toch gewonnen? Hij kwam toch als de eerste van zijn ploeg over de finish?”

De Tour de France overschrijdt ieder jaar wel een of twee keer de landsgrenzen, maar het Engelse avontuur werd toch met enige spanning tegemoet gezien. In een communiqué aan de volgers stonden enkele saillante aandachtspunten. De directie attendeerde op de verkeersregels en wees voorts op het gevaar dat het Engelse publiek de Tour de France niet kent. Met andere woorden: gelieve de graafschappen Kent, Oost- en West-Sussex niet als een gesloten racecircuit te gebruiken. Britse kranten wezen eveneens op het feit dat de lange tijd buiten de deur gehouden Franse gewoontes het openbare leven behoorlijk in de war zouden schoppen. Er werd een geweldige verkeerschaos verwacht, ook al omdat de Britse treinen door een staking niet reden. Naar schatting een miljoen Britten was anderszins op de been om op het heuvelachtige parcours de 185 overgebleven coureurs te begroeten. De meesten worden niet gehinderd door enige kennis van zaken omtrent het cyclisme, zij die het wel wilden weten, bleven door gebrek aan speakerboxen bij de finish verstoken van relevante informatie. Een enkeling zag Boardman bij aankomst de arm opsteken. Hij werd weliswaar vierde, maar vond die prestatie, de vrucht van een demonstratie-ontsnapping uit het peloton in de plaatselijke omloop, een bijdrage aan het feestvreugde waard. Arthur zal in zijn kebabtentje niet begrepen hebben dat zijn landgenoot niet op het podium verscheen. Maar wat maakte het uit. Het was kermis in Zuid-Engeland. Alleen de BBC bleef zichzelf. De trotse staatszender zond op het moment dat de Spanjaard Francisco Cabello Luque (na een vlucht van 181 kilometer, waarvan 144 met de Fransman Emmanuel Magnien) dolgelukkig over de finish reed en Flavio Vanzella de gele trui overnam van zijn ploeggenoot Johan Museeuw, gewoon de dagelijkse paardenkoersen uit. Het commerciële Channel 4 durfde het gevecht om de kijkcijfers wel aan.

Ontsnapping

In 1974 was de Tour voor het eerst in Engeland. Een dagje heen en weer naar Plymouth, dat was het toen. Twintig jaar na dato was het Rob Harmeling er alles aan gelegen na Henk Poppe de tweede Nijverdaller te worden die in het Verenigd Koninkrijk een etappe zou winnen. Twee keer moest hij lossen, één keer zag hij een mogelijkheid te ontsnappen. Niet ter eigen eer en glorie, zo bleek achteraf, maar om als springplank voor Jesper Skibby te fungeren. “Het had geen zin om me te forceren, omdat het peloton me snel terughaalde. Ik heb nog wel serieus aan Poppe gedacht. Hij woont zo ongeveer bij mij in de straat. Als ik me goed voel, redeneerde ik voor mezelf, kan ik het altijd proberen. Hoewel, de ervaring leert dat je niet per definitie goed hoeft te zijn om te winnen. Dat ervoer ik in de Ronde van Luxemburg, toen ik in de derde rit Olaf Ludwig klopte.” Om beter te kunnen presteren vindt zijn ploegleider, Priem, dat Harmeling heuvelop een lichter verzet moet draaien. “Daar heeft Cees gelijk in”, geeft hij toe. “Mijn probleem is dat ik te veel op gevoel rijd. Soms moet ik meer mijn verstand gebruiken. Maar gevoel en verstand harmoniëren bij mij niet zo vaak.”

Denkend aan de vergeten Henk Poppe (41), negentien jaar wielrenner in ruste en sinds kort actief als mountain-biker. Poppe voelde zich miskend en over de kling gejaagd in de net opgestarte Frisol-equipe. Zijn ploegleider uit die tijd, Piet Liebregts, herinnert zich de Sallander als iemand met veel te weinig wilskracht. “Had hij dat wel gehad, dan was hij als sprinter een hele grote geworden, daar ben ik rotsvast van overtuigd.” Poppe verdiende in '74 met zijn ritzege 2500 gulden. Cabello - eerder in dit seizoen negatief in het nieuws omdat hij in de aanvankelijk door hem gewonnen Ronde van Mallorca op het gebruik van anabole steroïden werd betrapt - verdiende in Brighton met zijn urenlange inspanning 50 000 francs; meer dan het zesvoudige.

Low budget

1974 Was Liebregts' debuutjaar als ploegleider. Goudsmit-Hoff was zojuist gestopt met het sponsoren van een Nederlandse profwielerploeg. Nico de Vries, directeur van de oliemaatschappij Frisol, werd opgestookt in het gat in de markt te duiken. Zijn trouwe medewerker Liebregts, jarenlang gekend als soigneur in het metier, diende de sporttechnische verantwoording op zich te nemen. Doordat hij grote twijfels had aan het welslagen van het project, moest de Brabander het met een low budget zien te rooien. “Voor de Tour de France kreeg ik van De Vries zesduizend gulden mee. Daarvan moest ik alle supplementen betalen. Alles dus, dat ons niet door de Tourdirectie werd verstrekt. Hoe ik dat versierde? Door heel weinig uit te geven.” Later werd het budget danig vergroot. In het topjaar 1977, toen onder anderen Raas, Priem en Ocana voor de ploeg reden, investeerde De Vries negen ton in zijn wielerdivisie. “Toen een heel bedrag”, zegt Liebregts, “nu krijg je er niet eens één toprenner voor.”

Met Poppe, Theo Smit en Piet van Katwijk had Liebregts in 1974 drie prijsjagers in zijn Tourploeg. De laatste twee bleven lang besmet met het wielerbacil, de talentvolste van het trio liet het kopje volgens de oud-ploegbaas te snel hangen. “Het wielrennen ging hem tegenstaan omdat hij iedere keer naar België moest om te koersen. Hij heeft heel even in Brabant gewoond, maar was te verknocht aan het oosten om het er lang uit te houden. Henk was dus voortdurend erg veel reistijd kwijt. Het is jammer, want hij had erg ver kunnen komen. Hij had een mooie aanbieding van een Italiaanse ploeg. Hij kon er 60 000 gulden verdienen. Bij ons had hij vijftien mille. Ik heb hem gezegd dat hij gek was, als hij het liet liggen. Maar hij wilde niet.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden