De topmusicus en bioboer houden elkaar in evenwicht

Dirigent John Eliot Gardiner krijgt vanavond de Concertgebouw Prijs uitgereikt. De pionier van de oude muziek leidt een veelzijdig bestaan.

Niet de meest romantische buurt, best gewoontjes eigenlijk. Een voormalige kapel in een van de straatjes is de Londense thuisbasis van dirigent John Eliot Gardiner (72), kersverse laureaat van de Concertgebouw Prijs.

Meneer is nog even aan de telefoon. De boerderij in Dorset, waar hij opgroeide, heeft aandacht nodig. Gardiner leidt een dubbelleven: hij is topmusicus en bioboer met een familiebedrijf. Een drukbezet man die, eenmaal in gesprek, alle rust van de wereld uitstraalt.

Bepaald geen conventionele woning, dit."Nee hè? Mijn omgeving, de sfeer ergens, dat is heel belangrijk voor me. Ook in repetitieruimtes en zalen. Sommige stukken kun je alleen op een bepaalde plek uitvoeren. Monteverdi in de San Marco in Venetië: die muziek hoort daar, is met die ruimte in het achterhoofd gecomponeerd. De klanken, de vloermozaïeken, de architectuur gaan een symbiose met elkaar aan."

In de flamboyant ingerichte kapel van de Gardiners past met gemak een klein koor, een ensemble - bijvoorbeeld met leden uit zijn eigen clubs: het Monteverdi Choir of de English Baroque Soloists. Pilaren, een nonchalante zithoek, en nog een, een lange eettafel, een handvol lege wijnflessen die gezelligheid tot in de kleine uurtjes verraden.

De Engelse Sir, de oudemuziekpionier, had als student aan King's College, Cambridge al in de gaten dat de gepolijste manier van musiceren aldaar niet overeenkwam met zijn eigen ideeën over de uitvoeringspraktijk van renaissance- en barokmuziek. Hij wilde back to basics. Het oprichten van eigen ensembles lag voor de hand. Zijn grote liefde, van kindsbeen af? Monteverdi. Maar Bach scoort ook hoog. In maart klinkt diens 'Matthäus-Passion' in het Concertgebouw, door Gardiners Choir en Soloists.

"Doordringen tot de kern van dit werk lijkt nog steeds onmogelijk. Bachs geest gaat het bevattingsvermogen van ieder van ons verre te boven. Een heel leven met deze muziek, met mijn eigen musici, helpt. Je gaat dieper en dieper en je verbreedt je kijk op zo'n Passion."

In zijn boek 'Music in the Castle of Heaven', uitgekomen in 2013, ging Gardiner op zoek naar Bach als mens, en haalde hij het beeld omver van de godheid, de vijfde evangelist. De relschopper kwam boven, de twijfelaar.

Heeft u de man die Bach werkelijk was, gevonden?

"Ja, dat geloof ik wel."

Wat voor iemand was hij?

Gardiner loopt naar de reproductieposter van het beroemde schilderij dat Elias Gottlob Haussmann van de oude Bach maakte.

"Kijk, de ogen verschillen van elkaar: het linkeroog is ietsje slaperig terwijl het rechter alert is, het kijkt dwars door je heen. De relatie tussen die ogen en het stukje muziekpapier dat hij vasthoudt, met een canon annex verborgen muzikale puzzel, is veelzeggend. Hij kijkt niet naar het velletje, maar zegt: dit is wat ik kan, zoek en gij zult vinden.

"Sommige wetenschappers beweren naar aanleiding van mijn boek: John Eliot heeft het subjectief aangepakt, dit is geen serieus wetenschappelijk werk. Maar dat is het wel degelijk. Ik heb grondig onderzoek gedaan, de historische context geschilderd zo goed als ik kon, de sociale omgeving van Bach, de geestelijken, hertogen en prinsen met wie hij zijn hele leven in de clinch lag. Ik hoop dat ik de muziek zo heb ontleed dat het geheel voor een musicoloog interessant is, en tegelijk voldoende toegankelijk voor wie niet professioneel met muziek bezig is. Hier moest ik 70 voor worden, een Bachpelgrimage opzetten, als kind de motetten zingen. Pas in deze fase van mijn leven kan ik afstand nemen en terugkijken.

"Mijn reserves over het christendom verdwijnen zodra ik Bach dirigeer. Ik denk dat dat te maken heeft met het feit dat Bach zelf ook twijfels had. Wees worden op je achtste, het eeuwige gevecht met de autoriteiten, al die dogmatische kerkbestuurders die hem in de weg zaten. Bach had een uitgesproken mening over het christendom en het lutheranisme. Maar zijn geloof in de kerk wankelde, door alle idioten om hem heen. In zijn cantates hoor ik hem boos worden; zijn frustratie galmde vanaf de balkons de Leipziger Thomaskirche in en werd uitgestort over al die hypocrieten, lui die het ene zeggen en het andere bedoelen. Ik voel met hem mee. Ik kan er zelf ook niet tegen.

"Bachs muziek geeft vreugde en geluk, kent melancholie en pathos en zorgt voor troost; ze werkt therapeutisch. Zijn muziek is veel meer dan alleen kerkmuziek. Ze is menselijk en goddelijk tegelijk. Je vraagt je af hoe iemand noten kan schrijven van zo'n schoonheid, complexiteit en perfectie. Hij was een soort god, en hij had zeker toegang tot de engelen. Als ik Bach dirigeer, ben ik me zeer bewust van die engelen."

Bach leefde met het kerkelijk jaar en componeerde iedere week een cantate naar de kerkelijke kalender. Gardiner en consorten ademden twaalf maanden lang in Bachs ritme, tijdens een pelgrimage dwars door Europa. Tweehonderd cantates, uitgevoerd in tal van kerken, passeerden de revue.

"Muziek is voor mij altijd verbonden geweest met de seizoenen. Ik ben opgegroeid op een boerderij. De seizoenen markeerden we met toneelstukken, geregisseerd door mijn moeder, waarin wij en de dorpskinderen speelden: met kerst een stuk rondom de geboorte van Jezus, met Pasen ging het over de wederopstanding. Het hele jaar door waren we ons bewust hoe de seizoenen zich ontvouwden. Die achtergrond leidde tot een enorme botsing met mijn vader, vlak voor zijn dood, toen ik besloot om fulltime musicus te worden. Hij beschuldigde mij van verraad omdat ik de muziek los zou maken van zijn natuurlijke omgeving, haar band met het landelijke. Hij was een heel idealistische man. Uiteindelijk zag hij in dat het vak van musicus wel een achtenswaardig beroep is.

"Voor hem was muziek een onderdeel van de viering van het leven, iets wat je beleeft in een gemeenschap, een sociale, een religieuze activiteit. Ik was het met hem eens, maar zei ook dat muziek een eerbare kunstvorm is. Ik móest dit doen. Dat ging trouwens niet vanzelf. Ik studeerde geschiedenis, was geïnteresseerd in de Arabische cultuur. Had ik genoeg talent om beroepsmusicus te worden, was mijn honger groot genoeg om alles op te offeren voor deze kunst? Ik heb mezelf getest en als student een Monteverdiproject opgezet door de 'Vespers' uit te voeren. Nog een test: twee jaar studeren bij de roemruchte pedagoge Nadia Boulanger in Parijs, een traumatische ervaring.

undefined

Eigen baas zijn

Gardiner kijkt op zijn horloge. Koor en ensemble wachten, en vóór de repetitie moet er nog naar een auditant geluisterd worden. Even later stuurt hij door het drukke verkeer. "Dat eigen baas zijn, daar ben ik in gegroeid. Ik wilde mezelf ook bewijzen. Ik heb de lat altijd enorm hoog gelegd. Ik kwam van ver, mijn medestudenten speelden allemaal goed piano en waren al jaren bezig zich professioneel te verdiepen in de muziek. Ik niet. Boulanger heeft me met de neus op de feiten gedrukt en me genadeloos aangepakt: gehoortraining, solfège, harmonie, contrapunt. Ik moest voor de klas komen - erg subtiel was ze niet. Ik ben haar nog iedere dag innig dankbaar.

"De muziek heeft me tot nu toe geluk en vreugde gebracht, en ook het omgekeerde: droefenis en wanhoop over de moeilijkheid om te bereiken wat ik wil in dit vak. Musici vormen een slag apart, ze zijn kwetsbaar, temperamentvol, soms lui, soms zitten hun ego's in de weg. Frustratie is me niet vreemd, maar die uiten is niet praktisch, je moet je permanent in een soort zenstand bevinden. Ik ben nu tweeënzeventig, wie het niet met me eens is, jammer - ik heb een boel achter me gelaten. Ik ben wel aardiger geworden, geloof ik. En ik heb spijt van hoe ik geregeld uit mijn vel ben gesprongen, de woedeaanvallen naar musici. Ik begrijp ze nu beter dan vroeger. Mijn gemoedstoestanden heb ik tegenwoordig iets beter in de hand."

undefined

Helpen met lammeren

iPad op schoot, smartphone aan het oor. Gardiner belt opnieuw met zijn landgoed. "Sorry voor deze onderbreking, ik ben een nogal spraakzame boer... Vanmorgen had ik lang overleg met mijn beheerder: hoe kunnen we onze voorraden het beste verkopen, de markt verandert. Fascinerend, een heel andere problematiek dan tegen de tweede violen zeggen: neem hier even de stok van de snaar, alstublieft.

"Het heeft lang geduurd voordat ik een balans had gevonden tussen mijn liefde voor de muziek en mijn liefde voor het boeren. Nog steeds is het een gevecht. Het ene inspireert het andere; helpen met lammeren, bomen markeren die geveld moeten worden, dat haalt de druk van de ketel. Het muziekvak is zo intens en zo veeleisend: de studie, de voorbereiding, maar ook het repeteren, concerten geven, en al die vreselijke dingen die erbij horen zoals reizen, hotels, interviews. Het ligt er ook allemaal dik bovenop omdat ik verantwoordelijk ben voor een koor en twee orkesten."

"Yoga en meditatie zorgen voor rust in mijn hoofd. Met mijn lerares heb ik vanochtend nog de hoofdstanden doorgenomen. Ademhalen door het linker neusgat, en dan door het rechter. Tijdens de pelgrimage ben ik hiermee begonnen. Zonder dat had ik die tour nooit gered. Negenentachtig concerten met negenenvijftig verschillende programma's en tweehonderd cantates. Eigenlijk was het onmogelijk.

"De beste manier van muziekmaken is voor mij nog altijd: met mijn eigen ensembles. De musici voelen dezelfde passie als ik, ze willen geen compromissen sluiten. Ze zijn bereid om te communiceren met de mensen in de zaal, door met ze te praten of ze aan te kijken en contact te maken. Hoeveel orkestmusici schuifelen niet het podium op alsof ze naar de supermarkt gaan en zien eruit alsof ze totaal niet geïnteresseerd zijn in de luisteraar. Dat getuigt van gebrek aan respect. Wat ik zo fijn vind aan mijn ensembles: ze komen binnen en zeggen met hun manier van doen: hallo, goedenavond. Ze zijn blij hun publiek te zien."

undefined

Concertgebouw Prijs

De Concertgebouw Prijs wordt vanavond tijdens een besloten diner in het de Grote Zaal van het Concertgebouw uitgereikt aan Sir John Eliot Gardiner. De prijs werd in het leven geroepen om de bijzondere band van het Concertgebouw met bepaalde musici te onderstrepen. Bovenaan de grote trap in het gebouw is aan de muur een plaquette bevestigd waar de namen van de prijswinnaars een plekje krijgen. Eerdere winnaars waren Cecilia Bartoli (2004), het Beaux Arts Trio (2006), Bernard Haitink (2007), het Koninklijk Concertgebouworkest (2009), Maurizio Pollini (2010), Thomas Hampson (2011), Janine Jansen (2013) en Yo-Yo Ma (2014).

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden