De Top-100 (slot)

Uit onvrede over het gebrek aan historische voetbalkennis bij Pelé begon ik anderhalve maand geleden aan deze lijst. Wel staat ook bij mij het Braziliaanse fenomeen op 1. Hier dan mijn beste vijftien voetballers. (Tussen haakjes de periode van de interlandloopbaan):

15. Franz Beckenbauer (Duitsland, 1965-1977). Mooie trap. Begon als middenvelder - ook internationaal - en speelde later als libero mooi weer temidden der Beierse waterdragers.

14. Ruud Gullit (Nederland, 1981-1994). Wat een kracht, wat een imponerende figuur. Zelfs wanneer hij niet in vorm was - zoals op het EK van 1988 - bleef hij toch erg belangrijk.

13. David Beckham (Engeland, 1996-heden). In de Britse mediagekte lijkt het voetballen van dit A-merk nauwelijks nog van belang. Jammer. Beckham mag dan in doorsnee niet erg snugger overkomen, zijn voetbalkunde-en intelligentie staan niet ter discussie. 12. Thierry Henry (Frankrijk, 1997-heden). Scoorde voor Monaco en scoort voor Arsenal en Frankrijk. En altijd op basis van techniek, snelheid, inzicht en souplesse. Pure klasse.

11. Bobby Charlton (Engeland, 1958-1970). Overleefde als jonge speler in München de vliegramp met Manchester United. Even werd getwijfeld aan zijn voetballoopbaan, maar zijn doorzettingsvermogen bracht hem terug aan de top. Hoe kaler hoe beter. Gentleman.

10. Vivian Woodward (Engeland, 1903-1911). Bleef uit overtuiging amateur, maar speelde wel gewoon met de profs in de Engelse A-ploeg. Als amateur-international onderwees hij het voetbalontwakend continent en ook om die reden kan hij niet hoog genoeg worden geprezen.

9. Marco van Basten (Nederland, 1983-1992). Killer. Onwaarschijnlijk goed in de kleine ruimte. De meeste spitsen doen gaandeweg graag een stapje terug, maar in zijn helaas veel te korte carrière bleef Marco altijd aan het front. Was wel meer een clubspeler dan een international; afgezien dan van het EK in 1988.

8. Ronaldo (Brazilië, 1994-heden). Als jongen van zeventien al een sensatie bij PSV. Tien jaar later is hij dat nog steeds. Hij staat er om te scoren en niet om erg veel meer.

7. Eusebio (Mozambique/Portugal, 1961-1973). Prachtige doelpuntenmaker. Een der eerste succesvolle Afrikanen in Europa. Een heer in het veld.

6. Romario (Brazilië, 1987-2001). Dat we deze superspits nog enkele jaren in Nederland mochten zien! Bravo Philips. Twee doelstellingen: scoren en plezier maken. Geen liefhebber van trainen.

5. Alfredo di Stefano (Argentinië, 1947-1961). Had alles: techniek, overzicht, scoren met beide voeten en met de kop. Regisseur en goalgetter in één persoon.

4. Diego Maradona (Argentinië, 1977-1994). Maakte Argentinië in 1986 op basis van zijn onnavolgbare techniek min of meer in zijn eentje wereldkampioen. Bewees nadien het aanzien van het voetbal in hoofdzaak slechte diensten. Groot kind. Verslaafde mafkees. Gelooft als enige nog in Fidel Castro.

3. Zinedine Zidane (Frankrijk, 1994-heden). Een genot om naar te kijken. Zoals hij speelt lijkt het voetbal eenvoudig. Blijft ook buiten het veld een aangenaam mens. Een voorbeeld.

2. Johan Cruijff (Nederland, 1966-1977). Op 7 september 1966 zag ik hem als international debuteren - voor geen goud had ik dat willen missen. Hij was meteen de beste en bleef dat nadien altijd en overal. Zijn spel was van een ontroerende schoonheid.

1. Pelé (Brazilië, 1957-1971). Tja, waarom Pelé op 1 en niet Cruijff? Omdat er nu eenmaal maar eentje Koning Voetbal kan zijn. Had Cruijff maar wereldkampioen moeten worden! Pelé werd het drie keer, vandaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden