De toon van de PVV

De inhoud en toon van de standpunten van de PVV-Kamerleden die niet over integratie gaan, verschillen weinig van die van PVV-leider Geert Wilders. Trouw volgde Fleur Agema (volksgezondheid, jeugd en gezin, subsidies), Barry Madlener (volkshuisvesting, verkeer, milieu) en Martin Bosma (onderwijs).

De visie van Geert Wilders en zijn Partij voor de Vrijheid (PVV) op de islam is alom bekend. Van enkele van zijn partijleden in de Kamer is inmiddels ook bekend hoe nationalistisch zij zijn, zoals Hero Brinkman, die onlangs op de Antillen heibel schopte, en van Sietse Fritsma, die vreemdelingenbeleid in zijn portefeuille heeft. Maar waarvoor staan de PVV’ers die dagelijks over totaal andere zaken debatteren?

Neem Martin Bosma (43), van onderwijs. Op zijn website zegt hij dat hij voor zijn twee kinderen beter onderwijs wil. Zijn Kamervragen gaan vooral over agressie op school en de plaats van allochtonen in het onderwijs. Zo kaart hij de zinloosheid van stages in Turkije aan, onterechte subsidies op Mekkareizen door scholieren en scholen die islamitische leerlingen vrij geven voor het Suikerfeest. Ook wil hij meer weten over een Nederlands jongetje dat door Marokkaanse klasgenootjes wordt getreiterd en gediscrimineerd.

Bij de plenaire vergadering over de onderwijsbegroting begint de Amsterdamse oud-journalist met zijn standpunt over de salarisverhoging van leraren, maar komt al snel uit bij veiligheid en vervolgens bij de islamisering. „Overal in onze straten kunnen wij zien wat dit betekent: hoofddoekjes, heimweeschotels, gestegen criminaliteit, overlast, uitkeringsafhankelijkheid, et cetera.”

Bosma vervolgt: „Ook het onderwijs betaalt hier een prijs voor. Nederlandse normen en waarden worden soms niet gedeeld. Gezag van vrouwen wordt niet erkend. Kinderen van 11 jaar maken opmerkingen als: ik snijd je keel open, ik maak je dood. Dat is de realiteit van het onderwijs in Nederland in de multiculturele samenleving.”

Dan de woordvoerder volksgezondheid, Fleur Agema (31). Vanaf dag één gebruikt ze klare taal. De nummer 2 op Wilders’ lijst verkondigt tijdens een debat over seksueel misbruik van gehandicapten dat ’deze viespeuken’ de cel in moeten en ’het liefst op water en brood’.

Verslaafden moeten worden verstoten. Agema: „Voor de PVV is het gedaan met het softe hulp verlenen en alle zoetsappige activiteiten op dit terrein. Verslaafden horen niet thuis in het vrije verkeer van de samenleving. Ze veroorzaken overlast, veel criminaliteit en ruïneren zichzelf en ontwrichten niet zelden hele gezinnen.” Als het aan Agema ligt krijgen verslaafden één kans om af te kicken, als dat mislukt moeten ze te werk worden gesteld in een rijkswerkinrichting. Pas als iemand op eigen kracht clean kan worden én blijven, mag hij weg. „Andere smaken zijn er niet.”

Het Kamerlid uit de Zaanstreek wilde zich bij de PVV vooral hard maken voor minder verspilling van belastinggeld, haar specialisme toen ze nog Statenlid was in Noord-Holland. Ze zat voor de LPF in de provincie, maar ging na een ruzie met het partijbestuur als individuele fractie verder. „Na de LPF wilde ik nooit meer iets doen in de politiek. Maar Wilders had zijn zaakjes zo goed voor mekaar. Zijn enthousiasme werkt aanstekelijk.”

Agema kreeg subsidies, volksgezondheid, jeugd en gezin onder zich. „VWS spreekt me aan, omdat een kwart van de begroting daarheen gaat. Er gaat veel geld naar zinloze campagnes en naar minderheden. Om een goed gevoel te kopen. En om schuld af te kopen. Als het misgaat met de allochtonen kan de regering met de begroting in haar hand zeggen dat ze haar best heeft gedaan.”

Ze heeft de hoge overheadkosten in de zorg regelmatig ter sprake gebracht. Ze stelde voor de managers in verpleeghuizen met behoud van salaris weer uitvoerende taken te laten verrichten. Maar dat is niet het opvallendste thema van haar beleid. Dat zijn de ’islamitische wantoestanden’.

Agema stelde voor de kinderbijslag van probleemgezinnen in te trekken en deze families uit probleemwijken te verwijderen. Marokkaanse gezinnen waarvan de kinderen herhaaldelijk in de fout gaan, dienen volgens Agema te worden uitgezet.

Bij een debat over het tekort aan medewerkers in de zorg, riep Agema het kabinet op te stoppen met het verkwisten van belastinggeld aan allochtonen. Daarna begon ze over de-islamisering van de zorg. Het moet afgelopen zijn met de aparte behandeling van moslims in de zorg. „Moslims moeten op het gebied van zorg de normen en waarden van onze dominante joods-christelijke cultuur worden bijgebracht”, aldus Agema.

Over die toon en insteek zijn er binnen de fractie geen afspraken gemaakt, zegt ze. „Ik doe het ook niet bewust. Zo ben ik gewoon, en ik ben niet van plan te veranderen. Ik ga me niet aanpassen aan de gevestigde orde. We zijn politiek afgestompt geweest door de politieke correctheid. Juist de woorden die je gebruikt, bepalen wat je zegt. Als andere Kamerleden of het kabinet vanwege ons taalgebruik niet op ons ingaan, is dat ontzettend stom van ze. Wij willen het debat graag aangaan.”

Barry Madlener (38, Vrom, verkeer en waterstaat) is misschien de mildste van de drie. Toch pakt hij veel gelegenheden aan om bot uit de hoek te komen. Zo kreeg hij tijdens het kennismakingsoverleg met minister Vogelaar begin vorig jaar het als enig Kamerlid niet over zijn hart om de minister – zoals gebruikelijk – succes te wensen in haar nieuwe functie. „Voor de Partij voor de Vrijheid is zij de verkeerde vrouw op de verkeerde plek.” Madlener ziet de relatie tussen wonen, wijken en integratie niet. „Zij is eerder een minister van DKO: Dweilen met de kraan open. Uw idealen zijn denkbeelden uit de jaren zestig. Het mengen van verschillende culturen levert grote spanningen en gevaren op voor de vrede in de maatschappij. De minister moet de immigratie stoppen.”

Minister Cramer noemt hij ’hypocriet’ als ze een pleidooi houdt voor een schoner milieu. De andere Kamerleden schrikken er niet eens meer van. Ze weten inmiddels dat Madlener weinig opheeft met het klimaat. Ook de luchtkwaliteit baart hem weinig zorgen. „Het beeld van schone of vuile lucht is vals. De lucht is al behoorlijk schoon”, zegt hij in een debat. Eigenlijk doet het er niet zoveel toe, concludeert hij, „uiteindelijk gaan we allemaal dood”.

Barry Madlener was sinds 2002 raadslid voor Leefbaar Rotterdam. Ook voor Leefbaar Nederland zette hij zich als vrijwilliger in, maar toen Pim Fortuyn brak met deze partij en de LPF oprichtte en aan Madlener vroeg hem te volgen, deed hij dat niet. „Ik zag de LPF als brandhout, achteraf een goede inschatting.”

Toen Geert Wilders uit de VVD stapte, had Madlener wel interesse. „Het grote verschil is dat Fortuyn maar een paar maanden had om een fractie voor te bereiden, terwijl Wilders twee jaar de tijd had.” Madlener is zeer tevreden over zijn leider. Het nieuwe Kamerlid vindt niet dat er te harde woorden worden gebruikt. „Dat is duidelijk en eerlijk.” En natuurlijk hoort het ook bij de strategie, zegt hij. Op die manier weet de kiezer waar hij aan toe is.

In het eerste half jaar dat Madlener voor de PVV tijdens vergaderingen in de Kamer het woord voerde, kwam regelmatig ’het allochtonenprobleem’ ter sprake. Zo kon hij tijdens het overleg over de Nota Ruimte in januari 2007 het niet laten de minister erop te wijzen dat Nederland ’overvol’ is. „Een strikter immigratiebeleid en een ruimhartiger remigratiebeleid zou een hoop problemen oplossen op het gebied van het woningtekort.”

Het afgelopen jaar richt hij zich meer op de inhoud van zijn portefeuilles: verkeer, volkshuisvesting en milieu. Alleen als het over het openbaar vervoer gaat, wil hij nog wel eens duidelijk maken dat hij echt niet in de trein gaat zitten met ’al dat tuig’. Madlener neemt het vooral op voor de automobilist. Het stoort hem dat het zolang duurt voordat er meer wegen worden aangelegd. Hij beseft wel dat er veel belanghebbenden zijn bij zulke grote besluiten, maar daar zou hij dan ook vanaf willen als hij minister was.

Madlener: „Het probleemoplossend vermogen van ministers is laag. Als wij ooit in een coalitie komen, moeten er eerst goede afspraken worden gemaakt over de inspraak van anderen.” De Rotterdammer ziet het namelijk niet zitten om te gaan regeren als hij zijn standpunten niet kan waarmaken: het verlagen van de belastingen, de criminaliteit aanpakken, beter onderwijs, een stop op immigratie en meer asfalt.

„Het is niet geloofwaardig als je niet doet wat je zegt. Neem de VVD. Telkens als ze in het kabinet zitten, doen ze niets. Nu ze oppositie voeren, komt VVD-Kamerlid Kamp met allerlei maatregelen tegen allochtonen, maar dat is toch niet geloofwaardig? Dat gaan wij niet doen.” Als dat betekent dat de PVV dan niet gaat regeren, dan is dat maar zo. „Alles beter dan volksverlakkerij.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden