De toekomst van het onderwijs: toch geen Engels vanaf groep 1

Staatssecretaris Sander Dekker. Beeld anp

Nederlandse taal, rekenen en wiskunde blijven voor alle leerlingen in het primair en het voortgezet onderwijs onverkort van belang. Ook Engels, digitale geletterdheid en burgerschap moeten in die basis worden opgenomen. Dat adviseert het Platform Onderwijs2032 dat in opdracht van het kabinet de inhoud van het onderwijs tegen het licht heeft gehouden.

In oktober 2015 presenteerde Platform Onderwijs2032, onder leiding van socioloog Paul Schnabel, al de hoofdlijnen van het advies. Vervolgens besprak het Platform de plannen met de betrokkenen. Daarop werd het plan aangescherpt. In eerste instantie adviseerde het platform bijvoorbeeld dat leerlingen al vanaf groep 1 Engelse les moeten krijgen, maar dat advies is inmiddels geschrapt. Voor Engels geldt dat basisscholen een helder gedefinieerd eindniveau moeten realiseren, maar zelf kunnen bepalen wanneer ze ermee beginnen.

In het tussenadvies stond ook dat de pure feitenkennis bij vakken als topografie, geschiedenis en natuurwetenschap wellicht geschrapt kon worden. Tegenwoordig kunnen leerlingen veel opzoeken op internet en hebben die feitenkennis dus niet meer nodig, redeneerde het Platform toen. In het definitieve plan is wat nuance aangebracht. De nadruk moet niet meer komen te liggen op het kennen van losse feiten. Volgens het Platform is het belangrijker dat leerlingen weten 'hoe en waarom' iets is, in plaats van alleen 'te weten dat' iets zo is, zo valt te lezen in het rapport.

Persoonlijke ontwikkeling
Het Platform wil verder dat er een zogenoemd basis curriculum komt. Hierin moeten onder meer de vakken Nederlands, Engels, rekenen, digitale geletterdheid, burgerschap en kennis van de wereld staan.

Belangrijk is volgens het Platform ook dat het nieuwe onderwijs niet alleen in het teken komt te staan van cognitieve vaardigheden, zoals rekenen en taal. Net zo belangrijk is de persoonlijke ontwikkeling van kinderen. Zo moeten ze kritisch leren denken, goed kunnen samenwerken in groepsverband en zelfstandig keuzes kunnen maken.

Helder advies
Staatssecretaris Sander Dekker kreeg zaterdag het plan overhandigd. "Ik ben er trots op dat Onderwijs2032 een zoektocht is geworden die gevoed is door onze hele samenleving", aldus Dekker. "Er ligt nu een helder advies over wat kinderen later moeten kennen en kunnen. Een uitstekende basis waarop leraren verder kunnen bouwen aan een nieuw en eigentijds curriculum."

Paul Schnabel van Platform Onderwijs2032: "De centrale vraag waar wij ons het afgelopen jaar over gebogen hebben, is hoe we kinderen van nu zo goed mogelijk kunnen voorbereiden op hun toekomst. Wat moeten ze aan kennis hebben, hoe leren zij zich te staande te houden in de moderne maatschappij en hoe kunnen zij hun sociale en communicatieve vaardigheden ontwikkelen? Wij hebben met dit advies een basis gelegd voor modern onderwijs dat leerlingen die vaardigheden bijbrengt."

De PO-Raad, de sectororganisatie voor het primair onderwijs (PO), vindt dat het advies van het platform Onderwijs2032 een goede richting geeft om toekomstbestendig onderwijs te realiseren in het basis- en speciaal onderwijs. Naast 'wat wil ik worden' komt er in het onderwijs meer aandacht voor 'wie wil ik worden, aldus de PO-Raad.

'Feiten leren is niet meer heilig'

In oktober interviewde Trouw-redacteur Marijke de Vries socioloog Paul Schnabel nadat Platform Onderwijs2032 zijn eerste advies over de toekomst van het basis- en voortgezet onderwijs presenteerde. Lees hieronder het interview.

U haalt wel uit in uw advies. Trof u veel achterstallig onderhoud aan?
"Zo zou ik het niet willen zeggen. Wel sprak ik veel ouders die zeiden: als we zien wat ons kind op school leert, vragen wij ons af wat het daaraan heeft. Ook scholieren vroegen om meer relevantie. Onderwijs moet inspireren, niet demotiveren.

"Je moet hier vroeg een schoolniveau en richting kiezen en vervolgens kom je in een keurslijf terecht waarbij je verplichte vakken volgt die je allemaal op hetzelfde niveau moet afronden. Het systeem is behoorlijk kostenefficiënt, maar dat keurslijf zit te strak. Leerlingen vragen meer keuzevrijheid, ze willen hun talenten ontwikkelen op hun niveau. Wij pesten ze met eisen die niet bij hen passen: een leerling die heel sterk is in bètavakken moet talen volgen op hetzelfde niveau. Het gevaar is dat zo'n jongere afhaakt."

U pleit voor het afschaffen van klassieke vakken als aardrijkskunde of geschiedenis. Waarom?
"Wij pleiten niet voor afschaffen maar voor een meer thematische benadering. De schoolvakken die we nu kennen zijn toevallig ooit vakken geworden. De betekenis van kennis is veranderd, feiten zijn minder belangrijk geworden. Schud jij de termijn van koning Willem III zo uit je mouw?

Ik vrees van niet.
"Dat is ook helemaal niet erg. Tegenwoordig pak je je mobieltje erbij. Vroeger zat je kennis in je hersenen en je boeken, nu is dat de computer. Ik worstel zelf ook met de emotie om daarvan afscheid te nemen. Maar de afgelopen maanden is mijn visie wat dat betreft radicaal veranderd.

Je zult maar docent aardrijkskunde of geschiedenis zijn.
"Ook docenten moeten blijven leren. Zij kunnen nieuwe lesinhoud ontwikkelen. Neem het migratievraagstuk waar de wereld op dit moment mee worstelt. Dat kun je vanuit al die kanten - historisch, economisch, geografisch, maatschappelijk - aanvliegen. Docenten moeten in staat zijn om daar een interessant verhaal van te maken."

"Zulke thema's bieden bovendien ruimte voor persoonlijke en maatschappelijke vragen: zou ik een vluchteling in huis nemen? Hoe zou ik opgevangen willen worden als asielzoeker? Dat vormende en maatschappelijke aspect moet een centralere plek krijgen in het onderwijs. Het brengt de stof voor leerlingen ook dichterbij."

Vorige week publiceerde de OECD juist een kritisch rapport over het gebruik van computers op school. Leerlingen zouden slechter presteren, doordat scholen technologie verkeerd gebruiken.
"Technologische ontwikkelingen gaan zo snel dat ik daar op dit moment niet zoveel betekenis aan toeken. Er zijn al slimme digitale programma's die zich aanpassen aan het niveau van de leerling. Waarschijnlijk moeten scholen inderdaad veel leren op dit gebied."

Nog maar een paar jaar geleden werd het nieuwe leren door de commissie-Dijsselbloem met de grond gelijk gemaakt. In hoeverre verkondigt u de laatste mode?
"Digitalisering is geen mode, dat is echt een grote maatschappelijke verandering. En docenten hebben vaak al een begeleidende rol. Wij leggen niets op, wij geven een advies. Heel anders dan het Studiehuis dat destijds van bovenaf werd ingevoerd."

Is er voldoende draagvlak voor uw plannen, denkt u?
"Dat weet ik niet. Als zaken concreter worden, worden ze ook bedreigender, is mijn ervaring. Ik hoop dat scholen zich door ons advies laten inspireren. Verder gaan we eerst met het veld praten, voor we met ons definitieve advies komen. Het idee moet niet ontstaan dat we dit even van bovenaf regelen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden