De toekomst heeft weinig te bieden

We zijn te onverschillig tegenover onze kinderen, vindt de Franse schrijfster Virginie Despentes. In 'Apocalyps Baby' beschrijft ze een cynische, illusieloze generatie jongeren.

Klagen doet ze graag, zegt ze met een klein lachje. Maar over de ontvangst van haar nieuwe roman zul je haar niet horen. 'Apocalyps Baby' werd in Frankrijk welwillend besproken, genomineerd voor drie literaire prijzen en uiteindelijk bekroond met de Prix Renaudot. Nu is Virginie Despentes (1969) even in Amsterdam, ter gelegenheid van de Nederlandse vertaling. Ze kijkt uit de hoge ramen, over de gracht die er in herfstglorie bijligt. "Prachtig", zegt ze met zachte stem. "Dat licht is zo mooi. En de mensen zijn hier veel vriendelijker dan in Parijs. Ik hou erg van Amsterdam."

'Apocalyps Baby' volgt de verwikkelingen rond het Parijse pubermeisje Valentine - gescheiden ouders, rijk, verwend en verwaarloosd - dat op een dag van de aardbodem lijkt verdwenen. In opdracht van de familie volgen twee vrouwelijke detectives haar sporen, tot in Barcelona aan toe. Hun tocht voert langs alle mogelijke milieus: punkers, rechts-radicalen, de literaire wereld, de lesboscene, een banlieue, een nonnenverblijf. Zo samengevat klinkt het verhaal als een zouteloze roadnovel, maar Despentes weet het aangenaam te houden door per hoofdstuk van perspectief te wisselen. Met groot gemak kruipt ze in het hoofd van de verbitterde vader, van de nerveuze stiefmoeder, de narcistische echte moeder, de beide speurneuzen en ten slotte in dat van de eenzame Valentine zelf. In de verte doet het boek denken aan 'Baise-moi' ('Genaaid'), de roman waarmee Despentes in 1993 luidruchtig debuteerde en die ze zelf een paar jaar later verfilmde. Ook in 'Apocalyps Baby' is sprake van seks, pillen en geweld, maar minder opdringerig en minder expliciet.

"Het verschil", zegt de schrijfster, "is dat ik nu volwassen ben. 'Baise-moi' was instinctiever geschreven, zonder veel ruimte voor reflectie. Dit boek is gelaagder, hoop ik. Ik wilde een roman schrijven over vervuiling, en dan niet van het milieu, maar van de geest. Ik wilde een verzameling portretten maken van mensen die zich laten regeren door negatieve gevoelens. Ze zijn geen van allen in staat om hun problemen op te lossen. Het zijn personages van verschillende achtergrond, mentaliteit, leeftijd en sekse, maar allemaal hebben ze dit negatieve gedrag. Ik wilde laten zien hoe dit tegen hen zelf werkt en tegen de mensen om hen heen, zelfs als ze dat niet zo bedoelen."

De titel van haar boek blijkt programmatisch. "Ik denk", zegt Despentes, "dat mensen bang zijn voor een apocalyps. Zij vrezen dat de wereld zoals wij die kennen ten einde loopt. Ja, ik kan die angst erg meevoelen. Zelf kom ik uit de Franse middenklasse, en die zie ik in rap tempo uit elkaar vallen. De waarden die de middenklasse bijeenhielden verkruimelen. Ik ben opgegroeid in een samenleving die geloofde in vooruitgang. Dat is niet meer zo. Het onderwijs, de gezondheidszorg, de literatuur - alles wordt afgebroken."

Het apocalyptische einde van de roman - een gruwelijke zelfmoordaanslag in hartje Parijs - heeft Despentes naar eigen zeggen bedoeld als waarschuwing. "Het punt dat ik wil maken is dat geweld heel romantisch kan lijken, maar nog nooit tot iets positiefs heeft geleid. Ik ben altijd zeer gefascineerd geweest door het fenomeen, maar ik heb me gerealiseerd dat groepen als de Rote Armee Fraktion, Action Directe, de Brigate Rosso niets tot stand hebben gebracht. Geweld is de taal van de macht en zorgt alleen voor méér repressie. Uiteindelijk verlies je. Dat we niet meer in dezelfde wereld leven als honderd jaar geleden is te danken aan de vrouwenbeweging, de burgerrechtenbeweging, de homobeweging. Alle belangrijke maatschappelijke veranderingen zijn voortgekomen uit vreedzame protesten. Dit klinkt natuurlijk niet spectaculair, en al helemaal niet romantisch, maar het is wel mijn boodschap."

Uw roman schetst een inktzwart beeld van de huidige generatie jongeren. Ze zijn cynisch, materialistisch, illusieloos. Bent u zo pessimistisch?
"Ze zijn niet allemaal zo, hoor. Maar ik heb nogal eens te maken met jonge mensen en ik ontmoet er genoeg die zich erg verloren en verward voelen. Wij als volwassenen kijken niet genoeg naar ze om, vind ik. We zijn te onverschillig. Ik heb zelf geen kinderen, maar ik kan me daar schuldig over voelen. Toen ik puber was, zond de samenleving niet zoveel negatieve signalen uit als ze nu doet. Neem de ramp bij Fukushima. Kerncentrales betekenen eigenlijk: zoek het maar uit. Het kan ons niets schelen hoe de wereld er voor latere generaties uit zal zien. En hoe moet je tegen jonge mensen zeggen dat een goede opleiding volgen belangrijk is? Waarom zouden ze dat van ons aannemen, als er straks geen werk voor ze is?"

Of neem het leed dat echtscheiding heet. "Dat was een probleem dat wij nauwelijks kenden. Onze ouders waren ook ongelukkig getrouwd, maar die gingen tenminste niet uit elkaar. Dus wij maakten niet mee dat we achterbleven bij één verdrietige ouder, zoals nu vaak gebeurt. Dat maakt het voor kinderen heel moeilijk om hun emotionele huishouding op orde te houden. En mijn vader en moeder werkten hun leven lang bij hetzelfde kantoor. Nu hebben zelfs beschermd opgevoede kinderen ouders die niet weten of ze hun baan zullen houden. Jongeren die kiezen voor creatieve beroepen hebben het helemaal zwaar. Vroeger hoefde je in Frankrijk geen bestseller te schrijven om toch aandacht en respect te krijgen. Ook dan werd je serieus genomen. Nu willen uitgevers alleen nog boeken op de markt brengen waarvan ze denken dat die goed verkopen. Dat is niet erg bemoedigend voor jonge schrijvers."

Vroeger was alles beter - is dat niet wat iedereen verzucht die een jaartje ouder wordt?
Glimlachend: "Ongetwijfeld. Als ik jonger was zou ik er misschien minder last van hebben, simpelweg omdat ik niet wist wat ik miste. Het hoort ook bij het schrijverschap dat je gevoelig bent voor desintegratie en verlies. Maar ik denk echt dat dit een karakteristiek is van onze tijd. De wereld verandert heel snel. De zekerheden verdwijnen. En ik zie er nog niets nieuws voor in de plaats komen."

In al haar somberheid blijkt Despentes toch een lichtpuntje te zien: het schandaal rond Dominique Strauss-Kahn, de IMF-topman die in mei dit jaar werd opgepakt nadat hij zijn gerief had gezocht bij een kamermeisje in New York. De affaire is volgens haar een blessing in disguise geweest, hoezeer ze ook betreurt dat hij zich nimmer voor de rechter zal hoeven verantwoorden. "Het feminisme was een beetje weggezakt, maar het is weer helemaal terug in het publieke debat. De laatste jaren ging het in Frankrijk hooguit nog over moslims die hun vrouwen onderdrukken. Dominique Strauss-Kahn dwong ons om te erkennen dat niet alleen moslimvrouwen te maken hebben met seksisme. Vergeet niet dat de dubbele moraal in mijn land nog altijd springlevend is. We kennen een lange traditie van romantische hofmakerij die verhult hoe macho onze cultuur ten diepste is."

Dankzij deze affaire, zegt Despentes, waren er voor het eerst vrouwen uit de journalistiek, uit het bedrijfsleven, uit de politiek die zich openlijk uitspraken. "Die bekenden: ik ben succesvol, maar ook ik moet permanent op mijn hoede zijn. Ook ik heb te maken met mannen die me lastigvallen. Heel interessant vind ik dat. Dat deze machtige vrouwen zich niet langer schamen is echt nieuw. Het maakt dat gewone vrouwen zich minder alleen hoeven te voelen."

Virginie Despentes: Apocalyps Baby. Vert. Kiki Coumans. De Geus, Breda. 297 blz. € 19,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden