De Tjonger van 115 jaar geleden herstellen

Het Katlijker Schar en de Tjongerdellen zijn in de Week van het Landschap (tot en met 27 september) vrij toegankelijk. Er zijn wandelingen uitgezet en er wordt informatie gegeven in boerderij Moskou in Katlijk. Ook in de andere provincies heeft het Provinciaal Landschap een project centraal gesteld. Informatie: tel. 04117-3225.

Maar het thema van de (nationale) Week, die vandaag begint, is dit jaar 'Landschap in ontwikkeling' en wat dat betreft is het Friese gebied een goed voorbeeld.

Want als het aan It Fryske Gea ligt krijgt de Tjonger haar meanders terug en laat het de natuurlijke kringloop in het Katlijker Schar zo veel mogelijk de vrije loop.

Ruim een eeuw geleden kronkelde de Tjonger wellustig en door vrijwel niets of niemand gehinderd door het veen. Het moet een prachtig gezicht geweest zijn, al was daar in die tijd vermoedelijk weinig oog voor. Want de relatief kleine rivier had tussen de zandruggen een breed dal uitgeslepen en een gebied geschapen waar geen land mee te bezeilen was.

Grens

De Tjonger was een grensrivier: scheiding tussen Friesland en Drenthe en vooral tussen Friesland en de Stellingwerven, een gebied van Drentse origine waar een eigen 'taal' gesproken wordt en een afstandelijke positie nagestreefd wordt. Stellingwervers spreken overigens niet over de Tjonger, maar over de Kuinder: een behoorlijke atlas vermeldt dan ook 'Tjonger of Kuinder'.

Massa's water kon de Tjonger soms afvoeren, net als de Linde die iets zuidelijker in dezelfde richting stroomt en ook haar vochtige vracht bij Kuinre in de Zuiderzee leegde. Dat leverde problemen op voor de boeren en voor de scheepvaart en daarom werd in 1877 besloten het water tussen Oosterwolde en Heerenveen te 'normaliseren'. De lineaal kwam er aan te pas, de bochten in de Tjonger werden afgesneden en de nu kaarsrechte, van sluisjes voorziene vaart heette voortaan het Tjongerkanaal.

Het Siberie van Friesland voer wel bij deze ingrepen in het landschap. Turfschepen brachten het afgegraven veen naar alle windstreken en boeren konden met hun vee beter uit de voeten. Ook de adel kreeg oog voor de streek, zoals de familie Bieruma Oosting, die het grasland van Katlijk tot aan de Tjonger liet omvormen tot cultuurbos: het Katlijker Schar, een jachtdomein dat naast wild ook hout opleverde. Rechte beukenlanen, dito sloten en paden, eenvormige bospercelen zijn nog steeds duidelijk herkenbaar in het Schar.

Veranderingen

In 1969 kwam het bezit van de Bieruma Oostings in handen van de Friese natuurbeschermingsorganisatie It Fryske Gea. Het gekunstelde karakter van het Schar, 110 ha inmiddels, is sindsdien langzaam veranderd in een natuurgebied met een grote variatie aan planten en dieren. Jagen is verboden. Eiken en beuken mogen blijven liggen, als ze zijn omgevallen: voor produktie is dit hout niet meer nodig en voor het oog is een 'rommelige' stoffering tegenwoordig toegestaan.

Stukjes grasland worden zelden nog gemaaid en zeker niet meer bemest. Sloten kunnen dichtslibben of volgroeien. Door 'niets' te doen - of beter: door de natuur haar gang te laten gaan - is er een verrijking van het bos te zien. Het wemelt van de schimmels en zwammen, die weer een breed scala aan insecten aantrekken en die maken van het Schar op hun beurt een dorado voor allerlei vogels.

Het grasland verschraalt zonder bemesting, de weidevogels maakten plaats voor moerasvogels, de specht nam bezit van dode bomen, de vleermuis vond er zijn domein en de aangebrachte nestkasten hebben geplaatst gemaakt voor natuurlijke nesten.

"Het gaf eerst een schokeffect" , zegt directeur ir. Henk Kroes van It Fryske Gea. "Mensen zagen dat een beukenlaan eraan ging, dat er bomen tussenuit vallen. We laten bomen dood op stam staan, omdat die voor nieuw leven zorgen - dood hout leeft. Sommige bezoekers vinden dat eerst rommelig. Je moet ze erop wijzen dat de ontwikkeling van de natuur tijd vraagt."

Relief

Hier en daar zijn sloten dichtgeschoven, van grasland is een laag humus afgeschraapt waardoor het relief van het landschap wordt hersteld, op de heide hebben zich poeltjes gevormd die als broedgebied voor meerkoet en dodaars dienst doen. Er is al veel veranderd, maar voor It Fryske Gea nog lang niet genoeg. Natuurbeheer is meer dan een sloot graven of dempen en een stukje land wel of niet maaien, meer dan het in stand houden van afzonderlijke terreintjes.

"Het vraagt een samenhangende visie; het vraagt een denken in grotere systemen" , zegt Kroes. Voor It Gea zouden het Katlijker Schar en de Tjongervallei een geheel moeten vormen: vandaar dat in de loop der jaren de oude oeverlanden van de getemde rivier (de Tjongerdellen) zijn aangekocht en dat ook stukken grasland aan weerskanten van het Schar aan het gebied zijn toegevoegd.

De praktijk is, nu althans, echter anders. Een stevig stuk asfalt scheidt het bosgebied van de Dellen: het resultaat van de ruilverkaveling die hier recent is uitgevoerd. Wat gepland was als een boerenweggetje, is uitgegroeid tot een sluiproute waarop behoorlijk hard wordt gereden. Op deze manier is een onnatuurlijke barriere ontstaan, in het bijzonder voor de 15 Schotse Hooglanders die in het Katlijker Schar grazen.

Het is het geschikste vee dat It Gea zes jaar geleden kon vinden: het zijn ruige grazers die de maaimachine overbodig maken, ze bevorderen op sommige plekken de groei van kruiden en grassen, gaan op de heide de vergrassing tegen, ze kunnen zich het hele jaar staande houden en vergen nauwelijks verzorging en zijn erg mensvriendelijk en fotogeniek (het grote aantal bezoekers en camera's getuigen daar elk weekeinde van).

Kroes: "Het zou prachtig zijn als deze runderen in droge tijden in de Tjongerdellen konden grazen en in het hatte deel van het jaar in het bosgebied. Dat zou een natuurlijk systeem van beweiding zijn. Maar die weg loopt er door en dat is doodzonde. Hoe we dat moeten oplossen is nog een vraag: een tunnel is misschien te duur. Binnenkort gaan we met de gemeente Heerenveen om de tafel zitten."

Minder problematisch wellicht, maar voorlopig nog wel toekomstmuziek, zijn de plannen van It Fryske Gea om de Tjonger haar oude loop terug te geven. Op de tafel in het voormalige jachthuis van het Katlijker Schar (in de volksmond It Slotsje) liggen tekeningen uitgespreid, die vertellen hoe het landschap er uit zou kunnen zien.

Geld

"Het is nog niet concreet" , haast Kroes zich te vertellen. "We hebben de gronden vorig jaar in handen gekregen, dus nu pas kunnen we plannen gaan maken. Er moet geld voor te vinden in het kader van de natuurontwikkeling. Onlangs hebben we in Eernewoude voor 4,5 miljoen geinvesteerd in natuurgebieden en daar hebben we ook het geld voor bij elkaar gekregen. Dat was veel grootschaliger dan hier.

Het gaat er ons overigens niet om de historie te herstellen, maar om de situatie aan te passen aan de milieuomstandigheden. Er loopt nu nog een afwateringskanaal door het gebied, dat zal weg moeten - we weten alleen nog niet hoe. Vroeger wilde men water zo snel mogelijk lozen, wij zijn er juist op gericht water vast te houden. Wij hebben grote zorgen over de verdroging van het gebied. Een-derde deel van onze natuurgebieden wordt daardoor bedreigd, veroorzaakt door peilverlaging en de winning van drinkwater.

Gelukkig krijgen we de waterschappen steeds meer op onze lijn. Heel lang was het waterschap er voor de boer en die wilde een zo laag mogelijk peil; gelukkig heeft men daar nu ook oog voor andere wensen. We komen er wel uit."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden