De tirade van Ahmadinejad

De Amerikaanse rabbijn Michael Lerner hoorde deze week de speech van de Iraanse president Ahmadinejad in Genève. Hij zag met verbijstering hoeveel landen diens felle antisemitisme toejuichten. Een illustratie van zo’n steunbetuiging aan Ahmadinejad was het commentaar deze week in de Arabische krant Al-Quds Al-Arabi van hoofdredacteur Abd Al-Bari Atwan.

De speech van de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad tijdens de VN-conferentie tegen racisme Durban II ontaardde maandag in een tirade tegen Israël en het Joodse volk. De conferentie, bedoeld om mensen uit de hele wereld de kans te geven tegen racisme te ageren, verloor haar geloofwaardigheid toen een groot deel van het publiek applaudisseerde bij de bewering van Ahmadinejad dat het Joodse volk de Holocaust slechts als excuus gebruikt om het Palestijnse volk te onderdrukken.

Zoals u zich zult herinneren kreeg Ahmadinejad mondiale aandacht omdat hij de eerste leider van een VN-land was die opriep een ander VN-land van de kaart te vegen (hoewel hij later beweerde dat hij alleen opriep tot een ander regime), en door het ontkennen van de Holocaust.

Ahmadinejads tirade valt heel wat beter te begrijpen binnen de context van de Iraanse binnenlandse politiek. Door in te spelen op antisemitische en antiwesterse sentimenten hoopt hij herkozen te worden. De belofte die hij deed tijdens de vorige campagne, namelijk om een einde te maken aan de armoede en de machteloosheid, heeft hij niet waargemaakt. Minder goed te begrijpen is waarom sommige van zijn medemoslims zijn antisemitisme niet sterker afwijzen.

De oprichting van de staat Israël vloeide voort uit de Joodse nationalistische beweging die aan het eind van de negentiende eeuw opkwam. Die zocht bescherming voor de vele Joden die al vele honderden jaren in christelijk Europa en in moslimlanden als tweederangsburgers werden behandeld. Het verlangen naar een veilige haven was volkomen logisch, hoewel ook de vijandigheid van veel Palestijnen volkomen logisch was, gezien het verleden van westers kolonialisme en christelijke kruistochten.

De Palestijnen zagen de Joden als indringers die hun Arabische samenleving zouden ontwortelen. Maar de meeste Joden die naar Palestina kwamen, vluchtten voor onderdrukking en konden niet begrijpen dat de Palestijnen hen zagen als vertegenwoordigers van het christelijke Westen. Dat had de Joden de afgelopen vijftienhonderd jaar als ’moordenaars van Christus’ vervolgd en vermoord. De wederzijdse misverstanden waren voorspelbaar, maar niet onoverkomelijk. En beide partijen dragen verantwoordelijkheid voor het feit dat ze geen genereuzere hand naar elkaar hebben uitgestoken.

Het falen van de meeste landen bij het opvangen van Joden die gevlucht waren voor de nazivervolging en de felle tegenstand van de Palestijnse beweging bij het toelaten van Joodse vluchtelingen tijdens en na de Holocaust in Palestina, zorgde voor het eerste mondiale actieplan: de stemming bij de Verenigde Naties vóór het oprichten van de staat Israël. Als het Palestijnse volk de deling van Palestina zoals de VN die voorstelde toen had geaccepteerd, dan zouden de twee staten waarnaar Palestina nu streeft allang bestaan.

Zonder dat ik hier het hele verhaal probeer te vertellen; ik vind de huidige politiek van Israël ten opzichte van de Palestijnen op de Westbank en in Gaza wreed, onderdrukkend en de facto racistisch. Velen die het bestaansrecht van Israël erkennen keuren die politiek ten zeerste af. Maar een belangrijke reden waarom de krachten die op vrede aansturen in Israël en onder Joden geen meerderheid krijgen is het feit dat er te veel Arabieren en Palestijnen zijn die niet naar een tweestatenoplossing zoeken, maar die uit zijn op de totale eliminatie van Israël als thuisland voor de Joden. Net als Hamas en vele andere stemmen in de Arabische wereld vermengt Ahmadinejad legitieme kritiek op de politiek van Israël met een aanval op het bestaan van Israël zelf – een fout die des te schandelijker wordt in combinatie met het ontkennen van de Holocaust, of van het antisemitisme dat leidde tot de vlucht van een miljoen Joden uit Arabische landen tussen 1947 en 1967.

Als premier Netanyahu, Avigdor Lieberman en andere extremisten op de rechterflank deze irrationele haat tegen het Joodse volk aanduiden als de ’werkelijke’ boodschap van critici van de bezetting, dan wakkeren ze onder Israëliërs angsten aan, die gezien dit soort haatuitingen rationele gronden lijken te hebben. Dit wordt nog eens bevestigd door de grote stilte over het racisme dat leidde tot de massamoord van Hutu’s op Tutsi’s,over de vernietiging van het boeddhisme in Tibet door Chinees racisme, over de onderdrukking van vrouwen en homo’s in vele moslimlanden – en deze lijst is met gemak vele malen langer te maken. Door Israël er als enige uit te pikken bewijst Ahmadinejad voor veel Israëliërs dat zijn kritiek niet zozeer een kwestie is van rationele bezwaren, maar eerder een demonstratie van haat – zodat Joden wel gedwongen zijn zich met alle mogelijke middelen te verdedigen.

Vanuit de Joodse vredesbeweging hebben wij bij onze islamitische en Arabische vrienden gepleit voor het kapittelen van Holocaustontkenners en van mensen die onterechte kritiek leveren op Israël. We waren dan ook diep teleurgesteld toen we zagen dat vele vertegenwoordigers van moslimlanden de tirade van Ahmadinejad toejuichten in plaats van hem als een demagogische racist af te serveren.

De grote verliezers hierbij zijn de Palestijnen. Hoe banger de Joden, des te minder minder geneigd zij zullen zijn trouw te blijven aan hun eigen religieuze en culturele geschiedenis, die grotendeels bestaat uit het steunen van de onderdrukten. Zo is de antiracistische conferentie die zichzelf Durban II noemt erin geslaagd de houdgreep van de racisten te versterken. Durban II zorgt ervoor dat het Palestijnse lijden zal voortduren.

Voor degenen onder ons die geloven dat de God van alle volkeren wil dat iedereen wordt behandeld als even waardevol en als de belichaming van Gods evenbeeld op aarde, is het falen van moslims en Arabieren om zich openlijker en krachtiger te distantiëren, een probleem waarmee we eerlijk en open moeten omgaan, in een sfeer van wederzijds respect. Minder dan dat zou een gebrek aan eerbied zijn jegens de God van het universum. Wij in de Joodse wereld die onophoudelijk en openlijk het misbruik van het judaïsme kritiseren bij het rechtvaardigen van de racistische en onderdrukkende politiek door de staat Israël, hebben het volste recht om vergelijkbare kritiek te verlangen van onze christelijke en islamitische broeders en zusters in de Arabische wereld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden