De tijgerslak, de grootste naaktslak van Nederland

Over de zwavelkopjes in de tuin kruipt een naaktslak. Hij is wel vijftien centimeter lang, grijsbruin met donkere strepen - een kruipende drol. Grootste aardslak heet hij in de boeken, naar zijn wetenschappelijke naam Limax maximus. Ik noem hem tijgerslak, wat ik passender vind vanwege zijn uiterlijk.

Vorig jaar kropen in de tuin tientallen jonge tijgerslakken rond, die voorspoedig groeiden. Maar nadat daar vorig jaar tijdelijk een egelfamilie verbleef, verdwenen de naaktslakken. Ik kon me moeilijk voorstellen dat de egels ze allemaal hadden opgegeten. Toch zag ik deze zomer maar twee jonge tijgerslakken over de terrastegels kruipen.

Jonge tijgerslakken zijn bruin, maar hebben al direct aan elke zijde twee of drie donkere lengtestrepen, die vaak tot vlekken zijn verbrokkeld. Soms zijn de vlekken zo vaag dat je goed moet kijken om te zien dat je met een tijgerslak te maken hebt.

Naaktslakken stammen af van schelpdragende voorouders, maar hebben in plaats van een uitwendige schelp een zacht schild vlak achter de kop. Dat is de mantel, die bij huisjesslakken de 'voering' van de schelp is. Bij anatomisch onderzoek is bij de tijgerslak in een ovale holte in het marmerachtig gevlekte mantelschild nog een wit, iets doorschijnend schelpje terug te vinden.

Slakken zijn rechts

Alle landslakken (je hebt ook waterslakken) ademen door longen. Zowel bij naakt- als bij huisjesslakken zit de ademopening aan de rechterkant. Dat betekent dat naaktslakken nog steeds een gedraaid lijf hebben, al is de spiraalvormig gewonden schelp in de loop van hun evolutie verloren gegaan. Bij de tijgerslak zie je de ademopening aan de onderrand van het mantelschild, iets achter het midden. In de rechterzijde zit ook de opening van de geslachtsorganen, vlak achter de grote tentakel.

Slakken hebben twee paar tentakels: een paar kleine aan weerszijden van de mondopening en een paar grote boven op de kop met in de knop een donker oog. Die voelhorens kunnen worden ingetrokken, wat slakken bijvoorbeeld doen als ze geplaagd worden. Huisjesslakken trekken zich dan helemaal in hun schelp terug, de tijgerslak trekt alleen de kop onder het mantelschild.

Cultuurvolger

Er is geen enkele inheemse naaktslak die de tijgerslak in grootte evenaart. Er zijn wel tijgerslakken gevonden van twee decimeter lengte. Je mag gerust aannemen dat die grote dieren drie of vier jaar oud zijn.

Tijgerslakken leeft voornamelijk in tuinen, plantsoenen, afvalhopen, kelders, tuinhuisjes en schuren, in het algemeen op vochtige plekken in de buurt van woningen. In Noord-Italië komt de soort wel voor in natuurlijker terrein, zoals op berghellingen. Waarschijnlijk is de tijgerslak via plantgoed in de rest van Europa terechtgekomen en daar cultuurvolger geworden. Zelfs is hij onopzettelijk naar andere continenten overgebracht, waar hij zich uitstekend handhaaft. De tijgerslak past zich gemakkelijk aan. Hij houdt geen winterslaap, maar kruipt pas in de grond als het gaat vriezen.

Schimmeleters

In de jaren vijftig wemelde het bij mijn ouderlijk huis van de tijgerslakken. Mijn vader weet de vraat aan daglelies en eendagsbloemen aan de tijgerslakken en ging ze met slakkendood te lijf. Jammer, want de daders waren voornamelijk segrijnslakken, huisjesslakken dus. Tijgerslakken eten nooit groene planten, maar vooral schimmels zoals de zwavelkopjes in onze tuin. Ik heb ze ook vaak zien peuzelen van platgetrapte huisjesslakken.

Soms kruipt een tijgerslak tegen een ruit. Dan zie je dat de eenkleurig bleke voet verdeeld is in drie overlangse velden. De huid scheidt voortdurend slijm af, dat door een netwerk van groeven naar de voet vloeit. Daarom zie je achter de kruipende slak een slijmspoor. Het kleurloze slijm beschermt het dier tegen uitdroging. Daarom ook is de slak vooral actief in het donker en in de schaduw.

Hermafrodiet

Slakken zijn hermafrodiet. De geslachtsklier vormt zowel ei- als zaadcellen. Bij de paring brengen de partners via een penis zaad in elkaars lichaam, dat daar wordt bewaard tot het eierleggen. Elk ei wordt voor het leggen met een zaadcel uit de voorraad bevrucht.

De paring van de tijgerslak - in juli, augustus en september - is zonder meer spectaculair. Valmont de Bomare, directeur van het natuurhistorisch kabinet van Lodewijk XVI, beschreef de paring van de tijgerslakken al in 1776 in zijn Dictionnaire raisonn¿e universel d'Histoire Naturelle.

Ik ben er ooit zelf getuige van geweest. Eerst kropen de slakken op een vaste ondergrond achter elkaar in een cirkel. Al draaiend maakten ze een dikke slijmplek. Daarna stulpten ze het mantelschild breed uit, zodat het net een kelk was. Toen de slijmplaat blijkbaar dik genoeg was, lieten ze plotseling los en zakten ze aan een taaie slijmdraad om elkaar gestrengeld naar beneden. De lijven spiraalden beurtelings om elkaar heen en bleven na een minuut stil hangen.

De paring

Bij beide dieren kwam een wit ding onder het schild vandaan, een penis die wel vijf centimeter lang werd en op zijn beurt zich met de andere ineenstrengelde tot een soort witte worm. Ze spiraalden net zo om elkaar heen als de slakken eerst zelf deden. De beide verlengde penissen stulpten zich aan hun einde ook weer kelkvormig uit en vormden een bal van twee centimeter aan een dunne steel. Dat was het moment van de wederzijdse toediening van sperma. Daarna krompen de penissen snel en werden ze weer in het bijbehorende lichaam teruggetrokken. Vijfentwintig minuten na het voorspel ging elke slak zijn eigen weg.

De doorzichtige ovale eieren worden onder planken en losse stenen gelegd, telkens zo'n honderd bij elkaar. Ze zijn vanaf augustus tot in de herfst te vinden en komen na ongeveer drie weken uit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden