De tijdelijke staat van tijdelijkheid

’Het treurigste gevoel dat ik ken, is de weg te weten in een gebouw dat niet meer bestaat’, schreef Rudy Kousbroek ooit. Niets ontkomt aan een tijdelijk bestaan, maar bij gebouwen roept deze onverbiddelijke logica blijkbaar meer melancholie op dan bij al het andere dat door de mens is voortgebracht.

Wegen, merknamen, producten en boeken lossen, na een korter- of langer bestaan, als vanzelfsprekend op in het niets. We wapenen ons bij voorbaat tegen hun kortstondigheid door ons er niet aan te hechten. Bij gebouwen klinkt de echo van hun voormalig bestaan langer en schrijnender. Tijdelijkheid is een niet vanzelfsprekend begrip bij gebouwen.

Eén van mijn favoriete uitstapjes is het bezoeken van wereldtentoonstellingen nadat ze zijn gesloten. Enkele maanden ervoor nog een manifest van vitaliteit vol gebouwen, waarin het optimisme van de makers was af te lezen. Nu, na de sluiting, een kerkhof van het menselijk onvermogen. Ontdaan van alle projectiebeelden en klanken en illusies en lief lachende folderende meisjes, zijn het lege hulzen geworden. Vernuftige hulzen soms, maar vooral leeg. Toch, ondanks hun volstrekte functieloosheid en overbodigheid, valt het lastig ze meteen af te breken. De verwarring na afloop van dit soort tentoonstelling over wat er met die gebouwen moet gebeuren is tekenend. Meestal was er wel al over nagedacht: een recreatiegebied, een park of een nieuwe woonwijk. Van sommige gebouwen was van tevoren bekend dat ze in de nieuwe opzet zouden worden geïntegreerd. Maar de meeste gebouwen zullen moeten worden afgebroken. En hoewel het voor iedereen bij de opzet van de expositie duidelijk was dat dit er aan zat te komen, is het een moeilijke beslissing. De gebouwen hebben zich gehecht in de collectieve herinnering en zijn meer geworden dan een bouwwerk met een functie.

Jarenlang zie je dan nog paviljoens in steeds verdere staat van verval wachten op betere tijden. Prachtig. Zie het paviljoen van architectenbureau MVRDV voor de Wereldtentoonstelling van 2000 in Hannover. Dé publiekstrekker! Het veertig meter hoge pand bestond uit vijf opengewerkte ’leeflagen’ die de diverse landschappen van Nederland symboliseerden. Op de derde verdieping was onder meer een bos aangelegd. Het paviljoen met het motto ’Holland schept ruimte’ kreeg op de wereldtentoonstelling de bijnamen ’Dutch Burger’ en ’Big Mac’ vanwege de bijzondere vorm. Afbreken was geen optie, maar er een andere functie aan geven is tot nu toe niet gelukt. En dus verwordt het tot een schitterende, moderne ruïne.

Als er al wordt gesloopt na een expositie dan lijkt het of men die stap niet definitief wenst te zetten. Dan wordt het gebouw in losse delen ergens opgeslagen. Soms komt er een koper die er een nieuw bestaan voor weet en zie je plotseling, op een volstrekt onverwachte plek, zo’n tentoonstellingsgebouw staan. In herbouwde vorm nog meer een manifest van tijdelijkheid dan het ooit in oorspronkelijke vorm was.

Het paviljoen ’esprit nouveau’ dat Le Corbusier ontwierp voor de Expo Universal in 1925 werd ruim vijftig jaar later herbouwd in Bologna. De tentoonstelling waarvoor het was gebouwd, ’Reis naar de Toekomst’, werd opnieuw ingericht met de aansprekende titel ’Reis naar het Verleden’. Gebouw gered, gedachtegoed aangepast.

Voor de Floriade 2002 ontwierp ik voor de gemeenschappelijke kerken een Stiltecentrum. Een koepel van met water gevulde transparante buizen. We wisten dat het na afloop van de tentoonstelling zou moeten worden afgebroken. De plek waar het stond had een nieuwe bestemming. Maar voor velen was dat een stap te ver. Het gebouw had zich inmiddels als een onvervangbaar icoon bij vele bezoekers in de herinnering gevestigd.

Een groep Nederlanders nam het over om het bij hun sanatorium in Zuid-Frankrijk te herbouwen. Daartegen werd door de burgemeester van het aanpalende dorp heftig geageerd. Te modern. En nu ligt het paviljoen tussen kniehoog gras te wachten op betere tijden.

Zo liggen er over de gehele wereld honderden van dergelijke paviljoens, dankzij hun status van ’onvervangbaarheid’, weg te kwijnen. In een tijdelijke staat van tijdelijkheid.

De fysieke ervaring van de bezoeker, echt in zo’n paviljoen te zijn geweest, draagt bij aan een gehechtheid die zich verzet tegen een eventuele sloop. Met alleen de illusie van onvervangbaarheid red je het niet.

Ook het magnifieke ontwerp van Eugène Roman voor Tativille, de stad voor de film Playtime, ontkwam niet aan definitieve vernietiging. Woontorens, kantoren, parkeergarages, een vliegterminal, wegen en parken – maanden was er door honderden bouwvakkers en ontwerpers gewerkt aan deze ultra moderne stad. ’Het decor is mijn hoofdrolspeler’, zei Tati er zelf over. Hij hoopte na afloop zijn stad te kunnen schenken aan de filmacademie om er studenten in te laten werken. Niemand echter had belangstelling. Kwam het omdat men zich alleen via het filmbeeld had kunnen hechten aan deze gebouwen en dat behoud daarvan in strijd was met de illusoire wetten van de film? De ’decorbouw’ van de wereldtentoonstellingen roept blijkbaar heviger emoties op dan die van de film.

Maar misschien komt daar een kentering in, gezien het volgende verhaal.

Voor zijn film ’The Ten Commandments’ liet Cecil B. DeMille in 1923 in de woestijn bij Guadalupe in Californië de grootste filmset ooit bouwen, een volledige stad uit de periode van de farao’s. Muren met uitgehakte hiërogliefen, manshoge sfinxen en tientallen meters hoge beelden van Ramses werden uitgehakt. Uiteindelijk werd de stad door meer dan 2500 figuranten en crewleden bewoond.

DeMille verwachtte, na afloop van de draaiperiode, een stormloop op de stad en liet de filmset op een geheime plek in de woestijn begraven. Zestig jaar later ging een groep filmfanaten, geïnspireerd door een cryptische aanwijzing in DeMille’s autobiografie, op zoek en vond de resten. Onder leiding van Peter Brosnan en Jon Parker werd begonnen aan de opgravingen.

Het was voor het eerst dat er een archeologische opgraving werd gedaan naar een stad die er nooit was geweest. Bij stukjes en beetjes is de ’Lost City’, zoals de stad inmiddels was genoemd, herbouwd. Een blijvend monument van de tijdelijkheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden