De tijd dringt voor de wilde eend

in de verdrukking | De wilde eend is de zoveelste vogel van het boerenland waarmee het uiterst beroerd gaat. Een onderzoek naar de oorzaak is in volle gang.

Niets bijzonders zou je denken, zo'n vijver vol wilde eenden. Maar als het zo doorgaat wordt zo'n flink koppel nog een bezienswaardigheid, want het gaat behoorlijk beroerd met de wilde eend. Sinds de jaren tachtig is het aantal broedparen met ruim 30 procent gedaald en het aantal overwinteraars zelfs met bijna 40 procent. Over de oorzaken tasten we nog grotendeels in het duister." Hans Schekkeman, onderzoeker bij Sovon Vogelonderzoek, is bezorgd. "Het is niet dat het dier op uitsterven staat, maar zo'n gestage afname is wel een teken aan de wand."

Er is, zo blijkt uit het verhaal van Schekkerman deze ochtend bij een vijver vol wilde eenden, iets opmerkelijks aan de hand met de wilde eend in ons land. Sinds 1980 is er een stelselmatige daling van het aantal broedparen. Maar uitsluitend bij ons en niet in de ons omringende landen. Duitsland, België en Engeland melden stuk voor stuk florerende wilde-eendpopulaties. "Terwijl die landen qua biotopen grotendeels vergelijkbaar zijn met ons land. Met het aantal overwinterende wilde eenden loopt ons land wel in de pas. De sterke daling die we hier constateren, is ook in andere landen zichtbaar."

De teloorgang is al decennialang gaande en lang afgedaan als 'gebruikelijke fluctuaties'. Schekkerman: "Maar op een gegeven moment duurt het te lang en weet je dat er écht iets aan de hand is."

Bij het ministerie van economische zaken en Faunabeheer vond men dat ook, en dus kreeg Sovon Vogelonderzoek opdracht een eerste verkennend onderzoek te doen naar de oorzaken van de daling van het aantal broedvogels en overwinteraars.

Schekkerman: "Dat aantal overwinteraars lijkt op het eerste gezicht een eenvoudige kwestie. Het is door de klimaatverandering warmer geworden, dus lijkt het voor noordelijk broedende wilde eenden niet langer nodig om ver zuidelijk te vliegen voor de overwintering. Maar als dat zo is, zou in Scandinavië het aantal overwinteraars moeten stijgen en in de landen ten zuiden van ons moeten dalen. Dat zien we echter niet terug in de tellingen. Klimaatverandering is dus te simpel gedacht. Wat het wel is, daar zijn we met dit eerste onderzoek nog niet achter."

Nader onderzoek kan niet uitblijven. In twaalf van de dertien Nederlandse natuurgebieden waar volgens Natura2000-bepalingen een minimum aantal wilde eenden moet overwinteren, wordt die doelstelling niet gehaald.

Broedsucces

Het onderzoek naar de oorzaak van de daling van het aantal broedvogels lijkt iets verder. Er zijn volgens Schekkerman in een paar conclusies te trekken. Aan het broedsucces ligt het niet. Dankzij het noeste werk van duizenden vrijwillige weidevogelbeschermers, mannen en vrouwen die ook de nesten en het aantal eieren en kuikens van wilde eenden noteren, is bekend dat het broedsucces de afgelopen decennia niet is gedaald. Per succesvol nest lopen gemiddeld 8,1 kuikens het nest uit (per broedpoging 3,1).

Ook in de overleving van de volwassen vogels lijkt de oorzaak niet te vinden. Op grond van terugmeldingen van geringde vogels - gegevens die al meer dan 70 jaar door het Vogeltrekstation worden verzameld - concluderen de onderzoekers dat er nu juist meer dieren overleven dan vroeger. De oorzaak daarvan moet vermoedelijk in de jachtdruk gezocht worden. Er zijn minder jagers en de jacht is tegenwoordig aan meer restricties gebonden. Daarmee is de kans dat een eend sneuvelt door hagel kleiner.

"Dat het nestsucces en de overleving niet gedaald zijn, wijst erop dat er dus iets misgaat tussen het moment dat de kuikens uit het nest lopen en hun volwassenheid", concludeert Schekkerman. Hij wijst op een andere eendensoort. "Kijkend naar de cijfers van de wilde eend viel ons op dat de krakeend, een eendje dat qua biotoop en voedsel sterk vergelijkbaar is met de wilde eend, het juist ongelooflijk goed doet. Ze is met zo'n 15.000 broedparen veel minder talrijk dat de wilde eend, maar de populatie is sinds 1990 wel vernegenvoudigd. En het aantal overwinteraars stijgt navenant. Wat is dan toch het verschil tussen die eendensoorten?"

Net zomin als de daling bij de wilde eend aan een verminderd broedsucces of slechtere overleving te wijten is, is dit bij de krakeend de verklaring van het succesverhaal. Klaarblijkelijk hebben krakeendkuikens minder moeite om op te groeien.

Schekkerman komt zelf veel in het veld en heeft veel contact met andere vogelaars. "Dan realiseer je je dat je eigenlijk nooit families krakeenden ziet terwijl jonge wilde eenden wel open en bloot rondzwemmen. En als wij geen krakeendkuikens zien, zien predatoren als snoek, buizerd, blauwe reiger en ooievaar - stuk voor stuk dieren die floreren - ze wellicht ook niet."

Dus de wilde eend lijdt onder predatie, eigen stomme schuld? Dat blijkt te simpel gedacht. Evolutionair, zegt Schekkerman, is de wilde eend geheel voorbereid op een enorme sterfte. Daarom produceert ze grote legsels. "Predatie kan een rol spelen, maar we moeten ook goed naar het voedsel kijken. Jonge eenden eten aquatische insecten en iedereen weet dat het met de insectenrijkdom op het boerenland, het belangrijkste broedgebied van de wilde eend, uiterst bedroevend is gesteld. Overbemesting en insecticiden hebben de rijkdom aan ongewervelden dramatisch aangetast. Maar waarom heeft die krakeend daar dan veel minder last van?"

Geen paniekvoetbal

Er is nu een zoekrichting, maar volgens Schekkerman is er nog veel nader onderzoek te doen. Paniekvoetbal wil hij niet spelen. Met nog steeds 350.000 broedparen en een wijde verspreiding is het geen vijf voor twaalf voor de wilde eend. Maar het is volgens hem wél tijd om nu de oorzaak te vinden en maatregelen te treffen. "De wilde eend is geen grutto of veldleeuwerik die bij wijze van spreken op uitsterven staat. Maar het is wel de zoveelste vogel van het boerenland waarmee het uiterst beroerd gaat. Dat moet stoppen."

Niet overal even slecht

De achteruitgang van de wilde eend is vooral te zien in de veenweiden en kleigebieden van laag Nederland. In het rivierengebied en op de hoge zandgronden doet de Anas platyrhynchos het relatief goed. In de stad zijn de aantallen stabiel. Dat zet echter weinig zoden aan de dijk. Laag Nederland is voor de wilde eend het belangrijkste broedgebied. Bovendien broeden in en rond stedelijk gebied relatief veel soepeenden; kruisingen van wilde eenden met gekweekte exemplaren en hun afstammelingen. Over de broedresultaten en aantallen wilde eenden in moerassen en andere natuurgebieden is heel weinig bekend; de dieren zijn daar schuwer en leven meer verborgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden