De teugels laten vieren? Nee

De dansproductie 'Vortex Temporum' van Rosas , het gezelschap van choreografe Anne Teresa De Keersmaeker, opent het Holland Festival. Samen met haar dansers bestudeerde ze eerst uitgebreid de partituur.

Ik ben geobsedeerd door structuren. Maar het mooiste om te zien is dat een dergelijke constructie iets ontastbaars, ongrijpbaar genereert - een emotie." Deze uitspraak van de Vlaamse choreografe Anne Teresa De Keersmaeker (Mechelen, 1960) is kenmerkend voor haar oeuvre waarin de muziek telkens aan een minutieus onderzoek wordt onderworpen - door het oor, via het bewegend lichaam, naar het hart.

De dansvoorstelling 'Vortex Temporum' van haar gezelschap Rosas op muziek van de Franse componist Gérard Grisey opent de 67ste editie van het Holland Festival. Ze is een lieveling van scheidend festivaldirecteur Pierre Audi. Niet verwonderlijk: als geen andere dansmaker slaagt De Keersmaeker erin muziek visueel te maken en dans als muziek te laten klinken. En dat nu al zo'n 35 jaar, sinds haar debuutsolo 'Asch' uit 1980, die ze maakte in samenwerking met Thierry de Mey, de componist en filmmaker die haar liet kennismaken met de muziek van Steve Reich.

De Amerikaanse componist Reich viel bijna van zijn stoel toen hij op zijn beurt De Keersmaekers 'Fase' uit 1982 zag. "Van alle choreografieën die op mijn muziek zijn gezet, is dit veruit de beste", zei hij achteraf. "Op een emotioneel en psychologisch niveau heb ik door deze choreografie iets geleerd over mijn eigen werk." 'Fase', de meest opgevoerde Rosas-choreografie en onlangs hernomen, was een bijkans obsessieve, cerebrale studie van patronen met nauwgezette aandacht voor de ontwikkeling van Reichs partituur. De Keersmaeker zette de ritmes om in patronen van repetitieve bewegingen en looplijnen, met tal van verwijzingen naar dagelijkse bewegingen en dansvormen. Tegelijk bewerkstelligde ze een dramatische onderstroom met een scala aan verschillende emoties.

In die beginjaren tachtig maakte De Keersmaeker stukken, zoals 'Fase' en 'Rosas danst Rosas', voor geheel uit vrouwen bestaande ensembles. De danseressen stortten zich in de strenge discipline van De Keersmaekers choreografieën, en daagden tegelijk hun vrouwelijkheid uit. Iconisch werd de 'De Keersmaeker-danseres': jurkje, halflang haar met een pony - wat afstandelijk en toch ook sensueel, als een soort blauwdruk van De Keersmaker zelf, die in haar eigen stukken meedanste. Vanaf 1987 begon de choreografe ook mannen voor Rosas te engageren, wat een onderhuidse spanning bracht rond man-vrouwverhoudingen en het verschil tussen de seksen.

Mathematische patronen

De Keersmaekers werk bevindt zich in een continu spanningsveld tussen formalisme en expressionisme, wervelend in mathematische patronen en repetitieve bewegingsfrases. Maar met de jaren ontwikkelde het vocabulaire van de dansers zich in meer dan één richting, in het passenmateriaal op de dansvloer was soms geen patroon meer te herkennen. Ook ging De Keersmaeker het experiment aan met 'dansvreemde' media als film en het gesproken woord (in samenwerking met haar zus Jolente De Keersmaeker van Toneelgroep Stan). Soms resulteerde de radicale artistieke geestdrift in stukken die dichter bij experimenteel theater lagen dan bij dans, luidde de kritiek. Toch bleef haar muzikale fascinatie altijd present; minimale componisten als Reich maakten plaats voor Bach, Bartók en Beethoven. Schönberg kwam, Webern, Mahler. De afgelopen jaren creëerde ze werk op John Coltrane, Joan Baez, Indiase klassieke muziek en polyfonische middeleeuwse gezangen.

Steeds geïnteresseerder raakte De Keersmaeker in muziek die breekt met ritmes en harmonieën waaraan de oren van het publiek 'gewoon zijn'; het aantonen van de dansbaarheid daarvan ziet ze als uitdaging. Ze liet haar dansers zelfs in stilte dansen ('The Song', Holland Festival 2010). "Ik blijf bezig met de compositie, met het organiseren van tijd en ruimte, al moet je op een gegeven moment zoiets natuurlijk loslaten", zei ze. Maar de teugels laten vieren komt niet voor in De Keersmaekers artistieke vocabulaire. Daarin lijkt geen plaats voor toeval of spontaniteit; elke pas, elke noot van de muziek is tot in de puntjes doordacht.

Dat loslaten doet ze wel in de studio, met haar dansers, die ze niet ziet als marionetten van wie zij de touwtjes bedient, meer als co-auteurs van het werk. De inbreng van Rosas-dansers (bekend geworden zijn Michèle Anne de Mey, Cynthia Loemij, Fumiyo Ikeda en Vincent Dunoyer) wordt steeds crucialer. Samen met haar dansers bestudeert De Keersmaeker de structuur, harmonie, motieven en achtergronden van de partituur. Ingang tot het choreograferen vormen vaak alledaagse bewegingen, die dusdanig worden gestileerd of veranderd dat ze niet meer tot hun oorsprong zijn te herleiden. Gevonden bewegingen worden in het proces via specifieke opdrachten uitgetest op hun theatrale toon- of zeggingskracht en vervolgens gemonteerd in de choreografie. De zeggingskracht is bij De Keersmaeker - wars van franje, clichés en valse sentimenten - altijd puur en authentiek; de slepende pas, de maaiende armen, het met de hand door de haren strijken - het zijn 'signature'-bewegingen om aan te tonen dat het leven onzeker en vooral ongrijpbaar is. Het zoeken naar een 'verhaal' heeft daarom niet veel zin, meent ze.

Toch zit er iets bezwerends achter de passen, haar werk lijkt haar manier om met vergankelijkheid om te kunnen gaan. Zelf zei De Keersmaeker daarover: "Het (choreograferen, red.) is een manier om in een periode waarin niets nog zijn eigenheid lijkt te kunnen bewaren, de ruimte te nemen om de specificiteit van de dingen terug op het spoor te komen."

In haar nieuwste productie 'Vortex temporum' (De 'werveling van tijd') met Rosas' vaste begeleidende muziekensemble Ictus, is de bezwering evidenter dan ooit. In het stuk verbindt ze instrumenten als cello, viool en de dansers één-op-één aan elkaar, waardoor cello, viool, klarinet en piano lijken te weergalmen in de danserslijven. De gelijknamige spectrale compositie van Gérard Grisey uit 1996 wordt wel omschreven als een 'klankspiraal van tijdsbeleving'. Hierin brengt de componist de ervaring van tijd als auditieve 'bewegingsflow' van cirkels en spiralen - patronen die De Keersmaeker ook veel gebruikt. Voor de creatie van het passenmateriaal gaat De Keersmaeker terug naar de basale ritmes van het menselijk lichaam: hartslag, ademhaling, de loopbeweging. De Keersmaeker op haar puurst, zou je kunnen zeggen. Met de muziek als motor.

Rosas: 'Vortex Temporum', 1-4 juni Nationale Opera & Ballet, www.hollandfestival.nl

De Keersmaeker ziet haar dansers als de co-auteurs van een choreografie.

Anne De Keersmaeker

Anne Teresa De Keersmaeker studeerde aan Mudra, de school van danspionier Maurice Béjart, en de New York University School of the Arts. Haar debuut als choreografe maakte ze met 'Fase, Four Movements to the Music of Steve Reich' (1982). In 1983 maakte Ann 'Rosas danst Rosas' en richtte - ze was toen 23 jaar - het gelijknamige moderne dansgezelschap op. Tien jaar later stichtte ze haar eigen dansschool in Brussel: P.A.R.T.S. (Performing Arts Research and Training Studios) dat is uitgegroeid tot een belangrijk Europees dansinstituut. De Keersmaekers werk is veelvuldig gelauwerd. Ze kreeg een Bessie, werd in België benoemd tot barones (1993), Franse Commandeur des Arts et des Lettres (2008) en lid van de Duitse Akademie der Kunste (2010).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden