DE TERUGKEER VAN TEXELS NATTE DUINVALLEIEN

In de vlierenbosjes zongen om strijd twee nachtegalen. Een eindje verderop aan het pad kraste een grasmus in het struweel van meidoorn en duindoorn. Ver weg riep een koekoek. Ik was weer in de Horspolder, een van de mooiste plekken die ik ken op Texel.

Een kilometer van het marineoefenkamp aan het einde van de Mokweg voert een pad naar de Horsmeren. In de zandige berm groeien zo lang ik me kan herinneren kleine brandnetel, winterpostelein, fijne kervel, kromhals en amsinckia. De laatste twee, allebei ruwbladige planten, lijken op elkaar, alleen heeft de amsinckia gele, de kromhals blauwe bloemen. De amsinckia is een neofiet uit Noord-Amerika. Nu groeide er ook de pijlkruidkers, een vrij opvallende bermplant, met getande, pijlpuntvormige bladeren en helemaal op de top van de een halve meter hoge stengel een schermachtige tros van iets groenig getinte, witte kruisbloemen. Ook al een nieuwkomer, ditmaal uit Zuid-Europa en West-Azië, die op Texel hand over hand toeneemt. Je ziet hem al langs de afrit van de boot bij 't Horntje.

Een rechte weg scheidt de beide Horsmeren. Het oostelijke meer, dat ontstaan is in 1953, overzie je vanaf een hoog punt van de stuifdijk. Het meer is helemaal omgeven door een brede rietkraag met hoog opschietende waterzuring en wolfspoot en met watermunt op de ondiepe plekken. Meestal zijn op het water wel zilver- en kleine mantelmeeuwen te zien, die zich hier het zout uit de veren spoelen en komen drinken na een verblijf op het strand.

Rechts ligt het andere Horsmeer, dat pas van 1964 dateert. Dit meer toont een groter verscheidenheid dan het oostelijke meer. De noordwestelijke oever is een mozaïek van ondiepe kommen tussen bolvormige duintjes, die hier 'kopjes' worden genoemd.

''En overal blonk water. De duinmeertjes moeten in die tijd fabelachtig mooi zijn geweest van planten en vogeltjes,'' schreef Thijsse weemoedig, doelend op een tijd zo'n anderhalve eeuw geleden, voordat de Moksloot werd gegraven om het duingebied ten gerieve van de duinboeren te ontwateren. Zijn droom wordt weer werkelijkheid. Tussen de kopjes stond alles onder water. Met schoenen aan moet je hier wel zorgvuldig je weg kiezen om geen natte voeten te krijgen en daarvoor soms hele stukken omlopen.

Nog maar twee jaar geleden groeiden hier honderden moeraswespenorchissen. Ik heb er geen een meer kunnen vinden. Verdronken, net als de vleeskleurige orchissen. Maar de laatste bleken zich al weer aardig te herstellen aan de rand van de plasjes, die er groen uitzien door draadalgen en kranswieren. Kranswieren groeien alleen in onverontreinigd water. Er groeien uitgestrekte velden van in de Horsmeren, met soorten die elders in ons land heel zeldzaam zijn.

Waternavel en watermunt wisten het voorlopig ook in het ondiepe water best te redden en er stonden nog kruipwilgen met natte voeten te bloeien. Duizenden zwarte kikkervisjes zwommen over de zandige bodem: larven van de rugstreeppadden, die af en toe hun ratelende koorzang lieten horen.

Ik heb dit tien jaar geleden ook al gezien. Toen waren uitgestrekte delen begroeid met wit bloeiende zilte waterranonkel, net zo'n pionier als de kranswieren. Die ontbrak nu nog, maar zal zeker verschijnen. Dan zal het westelijke Horsmeer dezelfde aanblik bieden als de nabijgelegen Geulvallei in 1920, die getuige een foto van Jan P. Strijbos een wit gespikkelde watervlakte was.

Het was in 1985 lang niet zo nat als nu en bovendien van voorbijgaande aard. Deze nattigheid blijft, dank zij het Mokslootproject van Staatsbosbeheer. De bovenloop van de Moksloot werd in 1935 al op zeven plaatsen afgedamd om het water vast te houden. Toen al nam de verdroging schrikbarende vormen aan door polderpeilverlaging en kustafslag, waardoor de ondergrondse watervoorraad te snel wegsijpelde. In de duinvalleien werd niet meer geboerd, sinds er in 1955 drinkwater werd gewonnen. Nog verdere polderpeilverlaging en het enorme watergebruik door de alsmaar groeiende toeristenstroom deden zo'n aanslag op het duingebied, dat de Moksloot in de zomer droog stond. Sinds 1987 komt het drinkwater met een dubbele pijpleiding van de vaste wal. Nu vloeit via de stuw bij de Mokweg net zoveel water naar zee af als vóór de aanleg van de Moksloot op natuurlijke wijze via het voormalige duinbeekje de Aalloop plaatsvond. Dat vindt zijn weerslag in de terugkeer van de natte valleien, vochtiger nog dan Thijsse eind vorige eeuw gekend moet hebben, toen hij zo lyrisch schreef over de botanische rijkdommen van Geul, Blekersvallei en Bollekamer.

Vleeskleurige orchissen vormden al een bescheiden gordel langs de oever van sommige plasjes. Hier en daar stonden er al meer dan in vroeger jaren. Brunel en rond wintergroen omzoomden de voet van de duinkopjes. Ik hoop dat deze zomer ook de moeraswespenorchis en de parnassia terugkomen. Misschien is het er nog wat te vroeg voor na de inundatie, maar terugkomen doen ze zeker. De behoorlijk zeldzaam worden knopbies vonden we er nog in volle glorie. Op zich zelf geen spectaculaire plant, maar wel een kenmerkende soort van de soortenrijkste en meest karakteristieke plantengemeenschap van natte duinvalleien. Waar knopbies groeit, mag je parnassia, groenknolorchis, moeraswespenorchis, moeraskartelblad en muggenorchis verwachten. Een groot aantal typerende soorten voor deze gemeenschap komen er nu nog voor: vleeskleurige orchis, rond wintergroen, wateraardbei, moeraszoutgras, waternavel, kruipwilg, watermunt, zilverschoon en pinksterbloem, om maar een paar bekende te noemen. Het is de vraag of de knopbies al die vochtigheid op de lange duur overleeft, maar de soorten die zich in zijn gezelschap thuisvoelen, kunnen ook zonder de knopbies voorkomen.

Op de kopjes vormde paashaver, een minigrasje met opvallende rode stengels, hele veldjes. Hondsviooltje met blauwe bloemen, de rood bloeiende lathyruswikke en ruw vergeet-mij-nietje met uiterst nietige hemelsblauwe bloempjes groeiden op opener plekjes. Opmerkelijk talrijk was ook het wilgeroosje, dat nog niet bloeide. Wilgeroosjes groeien op plekken waar planteresten in de grond liggen te verteren. Dat kan in de duinen zijn waar planten door stuivend zand bedekt zijn geraakt. Dat is hier niet erg waarschijnlijk. Eerder lijken ze te gedijen op plekken waar de duindoorns zijn afgestorven, wellicht na intensieve vraat van basterdsatijnrupsen die ook nu de struiken kaalvraten.

Thijsse had het ook over vogeltjes. Storm- en kleine mantelmeeuwen hebben kolonies in de duinen rondom de polder. In het riet langs de meeroever, een aanzienlijk breder rietland dan een paar jaar geleden, doorgroeid met grauwe en geoorde wilgen, waterzuring en in gele bloei opvlammende lissen, zongen kleine karekieten en rietgorzen. Een slobeend leidde vier zwarte pulletjes over het open water. Baardmannetjes trokken vlak langs op hun zoektocht naar voedsel. Er broeden bruine kiekendieven. Het mannetje kwam aanvliegen met hangende poten. Hij droeg een kleine prooi mee. Als kiekendieven jongen op het nest hebben, jaagt alleen het mannetje. Ineens was daar het iets grotere vrouwtje, en beide wiekten omhoog, omzwermd door een tiental stormmeeuwen. Hoog in de lucht probeerde het mannetje de buit aan het vrouwtje over te geven, wat tot drie keer toe mislukte door de meeuwen, die steeds hinderlijk dichtbij kwamen.

NATUUR DEZE WEEK

Al uit de verte valt het witte vruchtpluis op van het wollegras. Veenpluis is de soort wollegras, die het meest voorkomt in laagveenstreken, in natte duinvalleien en aan heideplasjes. Het wollegras bloeide in het voorjaar met onooglijke aartjes, die tussen de andere cypergrassen zoals de vroege zeggen niet opvielen. - Tussen het al flink uitgroeiende riet bloeien poelruit, kale jonker, grote ratelaar en echte valeriaan. Waar het riet niet al te dicht opeen staat, kan de welriekende nachtorchis wortelen in het veenmos en is soms de ronde zonnedauw te vinden, het minuscule insektenetende plantje met lepelblaadjes vol rode tentakeltjes. - De voorjaarsplanten zijn uitgebloeid, het is nu de beurt van de zomerbloemen. In de komende weken staat driekwart van de Nederlandse plantenwereld in bloei. Het voorbijgaan van de lente wordt duidelijk gedemonstreerd door het fluitekruid, dat steeds meer zijn witte kanten pracht verliest. De bloei wordt overgenomen door het zevenblad en de gewone bereklauw, die ook met witte schermen bloeien, maar veel minder sierlijk. Het zevenblad is een hardnekkig onkruid in tuinen, maar in het voedselrijke bos waar het thuishoort, toch beslist niet lelijk. De bereklauw is niet alleen een stoere plant, maar van alle drie de genoemde schermbloemigen ook degene die de meeste insekten trekt, vooral de kleurige zweefvliegen. - De bosbraam komt in volle bloei, tegelijk met de wilde rozen. Maar in tegenstelling tot de rozen ontvangen de witte bramebloesems heel veel insekten: kevers, bijen, hommels, zweef- en andere vliegen en kleurige dagvlinders. Daarvan vliegen nu vooral het bruine zandoogje, de atalanta en de tweede generatie van de kleine vos. - Het klein springzaad, oorspronkelijk uit Mongolië, is in veel tuinen, parken en bossen ingeburgerd. Het bloeit nu met gele leeuwebekachtige bloempjes aan lange stelen.

EN VERDER

Publieksactiviteiten van het IVN: morgen bomenwandeling in Someren (NB), om 10 uur van het gemeentehuis; stadswandeling in Oisterwijk, om 11 uur van Pannenschuurplein; zomerflora op Lichtenbelt in Eerbeek, om 14 uur 700 meter van begin Lichtenbeltweg bij Eerbeekseweg; dorpswandeling in Soest, om 14 uur van het VVV-kantoor bij NS-station Soestdijk; vennenwandeling in Helmond, om 14 uur op het bospad naar het Buntven; dinsdag ongeveer anderhalf uur kijken naar moerasflora in de Blauwe Hel in Veenendaal om 19 uur met maximaal 16 personen (dus opgeven bij Johan van de Wegen, 08385-26888): woensdag wandeling van twee uur in Middenduin te Overveen, om 19.30 uur van de ingang Duinlustweg. - Tot 3 september is in Fort Asperen in Beesd de tentoonstelling 'Waterwerk' te zien, over water en over steden aan de rivier. Er is ook aandacht voor de ecologie van het water, over het gebruik dat planten en dieren maken van water en over de organismen die in het water leven. Open van dinsdag tot en met zondag van 10 tot 18 uur. Entreeprijs voor volwassenen ¿ 7,50, voor kinderen ¿ 5,-. - Tot 6 oktober staat in het vernieuwde Natuurmuseum Groningen aan de Praediniussingel 59 de tentoonstelling 'Weerwolven en hondebrokjes' over de overeenkomsten tussen de verschillende honderassen en de al bijna 10 000 jaar durende relatie tussen mens en hond (wolf). Open van dinsdag tot en met vrijdag van 10 tot 17, op zaterdag en zondag van 14 tot 17 uur. Toegang kost ¿ 4,50 voor volwassenen, ¿ 2,50 voor kinderen. - Tot 31 augustus duurt de tentoonstelling 'Kaapse exotica van 1652 tot heden' in de palmenkas van de Hortus Botanicus in Amsterdam, met foto's uit Zuid-Afrika en Namibië van botanicus Bob Ursem, en levende voorbeelden in de tuin zelf. Open van 9 tot 17 uur, in het weekend van 11 tot 17 uur, volwassenen ¿ 7,50, kinderen tot 14 jaar ¿ 4,50.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden